Het psychisme, met al zijn verlokkingen en al zijn
gevaren, begint zich noodzakelijk bij u te ontwikkelen en u moet oppassen
dat de psychische ontwikkeling niet de manasische [mentale] en geestelijke
ontwikkeling achter zich laat. Psychische vermogens die door het manasische
beginsel volkomen worden beheerst, beteugeld en gestuurd, zijn voor
de ontwikkeling waardevolle hulpmiddelen. Maar als die psychische
vermogens de vrije teugel worden gelaten, iemand gebruiken in plaats
van te worden gebruikt, dan voeren ze de leerling tot de gevaarlijkste
waanvoorstellingen en zeer zeker naar morele ondergang. Let daarom
nauwkeurig op deze ontwikkeling, die in uw ras en ontwikkelingsperiode
onvermijdelijk is, zodat ze uiteindelijk ten goede en niet ten kwade
zal uitwerken. – H.P. Blavatsky
Er is tegenwoordig een snelle groei van technieken voor het bestuderen
en ontwikkelen van de in iedereen latente vermogens, afkomstig uit traditionele
bronnen of uit modern wetenschappelijk onderzoek. Boeken, geluidsbanden,
onderzoekers en leraren bieden de belofte om persoonlijke groei, gezondheid,
geluk, succes, vermogens en verlichting te bereiken via een grote verscheidenheid
van middelen. Veel ruimdenkende personen erkennen dat we onszelf vooral
in het westen nodeloos hebben beperkt en dat gewone mensen in staat
zijn tot wat tot nu toe als vreemd of onmogelijk werd beschouwd. Tegelijkertijd
beginnen we steeds sterker te beseffen dat eenheid de fundamentele werkelijkheid
is, op zowel menselijk, planetair als kosmisch niveau.
Onze gewone waarneming, gericht op de fysieke wereld, is ongetwijfeld
maar één aspect van ons bewustzijn. Als ze wordt gezien
als onze enige manier van bestaan, draagt ze ertoe bij ons te beperken
tot een erg begrensd gebied van het geheel dat we zijn. Als we ieder
individu als een geestelijk bewustzijnscentrum beschouwen dat zich openbaart
door een stoffelijke vorm, dan betekent ontwikkeling van de mens de
zuivering en training van onze tussenliggende natuur zodat ze het bewustzijn
van het goddelijke zelf onvervormd kan overbrengen en zich zodoende
tot goddelijkheid kan ontwikkelen. Onze geestelijke en goddelijke aspecten
zijn relatief onsterfelijk, terwijl minder geëvolueerde elementen
zoals emoties en het lagere denkvermogen zich na de dood verspreiden.
Deze situatie heeft belangrijke gevolgen voor onze keuze welke eigenschappen
en vaardigheden we willen aankweken. Omdat psychomentale en astrale
vermogens niet intact van het ene leven naar het andere blijven bestaan
en slechts als invloeden en neigingen overblijven, is besteding van
ons leven aan het vervolmaken van zulke vermogens uiteindelijk zinloos.
Geestelijke eigenschappen zoals liefde, intuïtieve waarneming,
universaliteit en mededogen zijn daarentegen niet alleen wezenlijk de
krachtigste, maar ook de belangrijkste voor de evolutie van de mens,
want ze betekenen blijvende groei.
Door alle eeuwen heen hebben mensen ernaar gestreefd meer van hun innerlijke
mogelijkheden naar buiten te brengen, en hebben in deze zoektocht veel
soorten meditatie, en ook yoga, mystiek, ascese en andere praktijken
gebruikt. Concentratie van het denken, psychisch loskomen van zintuiglijke
dingen, doordringen onder de oppervlakkige, stoffelijke kanten van zichzelf
en van de wereld, en ook speciale technieken die behoren bij verschillende
scholen of tradities, hebben vaak verschijnselen tot gevolg zoals visioenen,
stemmen of geluiden, stimulering van de chakra’s, uittreden buiten
het lichaam, spreken in andere talen, trances, extase, contact met of
opgaan in andere ‘wezens’ en een gevoel van eenheid met
de geestelijke werkelijkheid. Dit kunnen onvermijdelijke en natuurlijke
nevenverschijnselen zijn van een bepaald evolutiestadium van de mens,
maar vaker worden ze teweeggebracht door opwekking van psychische prikkels.
Bijzondere manieren van ademhalen, chemische producten, onderdrukking
of prikkeling van zintuiglijke waarneming, bijvoorbeeld, kunnen tijdelijke
veranderingen in het bewustzijn of de inhoud daarvan teweegbrengen,
maar deze zijn geen afspiegeling van de geestelijke conditie van ons
alledaagse zelf. Er is een opvallend contrast tussen zulke voorbijgaande
verschijnselen en een langdurige innerlijke ontwikkeling.
Deze ervaringen aan de buitenkant worden echter vaak als onmisbaar
beschouwd voor persoonlijke evolutie. Hoe de neveneffecten van groei
ten onrechte voor groei worden aangezien treffen we aan in een uitspraak
van R. Gordon Wasson:
Het voordeel van de paddenstoel is dat ze deze toestand
voor velen, zoal niet voor iedereen bereikbaar maakt zonder de zelfkastijding
van Blake en Johannes [van de Openbaring] te moeten ondergaan.
Ze maakt het mogelijk helderder dan ons vergankelijk sterfelijk oog
kan zien, vergezichten te zien tot voorbij de horizonnen van dit leven,
terug en vooruit te reizen in de tijd, andere gebieden van het bestaan
in te gaan, zelfs (zoals de Indiërs zeggen) God te kennen.
– The Road to Eleusis, blz. 19
Toch is het juist die ‘ascese of zelfkastijding’, verstandig
gekozen en toegepast, die leidt naar blijvende transformatie van het
zelf, het werkelijke groeiproces vanaf het beginpunt van het individu
tot het universele, niet de visioenen en bovenzintuiglijke ervaringen
die veel zoekers ondervinden op de weg naar hun geestelijke doel. Het
edele achtvoudige pad van de Boeddha, bijvoorbeeld, dat zijn belangrijkste
aanbeveling belichaamt voor geestelijke groei en verlichting, legt nadruk
op een manier van leven, nadenken en overpeinzing die moet worden beoefend
met zelfbeheersing, het in gedachte houden van het innerlijke doel en
mededogen. Kunstmatig opgewekte bewustzijnstoestanden zijn misschien
niet te onderscheiden van toestanden die zich op natuurlijke wijze voordoen,
maar innerlijke groei betekent een levenswijze, niet op zichzelf staande
ervaringen.
Veel mystici en geestelijke leraren beschouwden uitzonderlijke verschijnselen
en vermogens als feitelijk de grootste struikelblokken op het pad van
geestelijke ontwikkeling. Johannes van het Kruis, bijvoorbeeld, was
van mening dat deze verschijnselen, of die nu werken op de fysieke,
mentale of geestelijke waarnemingsorganen, de aspirant afleiden van
zijn zoektocht naar God en vaak geestelijke trots en gehechtheid met
zich meebrengen. Zulke ervaringen kunnen verslavend werken, de zoeker
wegvoeren van het geestelijke en hem terugbrengen tot de verschijnselenwereld
en zelfzucht. Ze kunnen ook de aspirant, die zijn ervaringen kritiekloos
aanneemt of de inhoud ervan als gids gebruikt, uit zijn evenwicht brengen
en misleiden. Verschijnselen kunnen van God of van de duivel komen,
om de christelijke zegswijze te gebruiken, en zelfs voor de meest oprechte
ontvanger is het soms niet mogelijk de ene soort van de andere te onderscheiden.
Ze kunnen zelfs helemaal denkbeeldig zijn of door zichzelf teweeggebracht,
zoals Johannes van het Kruis zegt over innerlijke stemmen:
Ik ben ontsteld over wat zich tegenwoordig voordoet
– namelijk wanneer iemand met de geringste kennis van meditatie,
als hij in de een of andere meditatieve toestand bepaalde uitdrukkingen
van deze soort gewaarwordt, ze onmiddellijk allemaal als afkomstig
van God bestempelt, aanneemt dat dit het geval is en zegt: ‘God
zei mij . . .’; ‘God antwoordde mij . . .’; terwijl
dat helemaal niet zo is, maar zoals we zeiden, in de meeste gevallen
zijn zij het die deze dingen tegen zichzelf zeggen.
En bovendien brengt het verlangen dat de mensen hebben
naar uitdrukkingen en het genoegen dat daardoor in hun geest komt,
hen ertoe antwoord aan zichzelf te geven en dan te denken dat het
God is die hun antwoord geeft en tegen hen spreekt.
– Beklimming van de Berg Karmel,
bk. 2, hfst. 29, afd. 4-5
In het algemeen ontstaan zulke ervaringen in iemands eigen wezen; slechts
weinigen kunnen met zekerheid onderscheiden of deze uit het geestelijke
of uit het beperkte mentaal/emotionele en psychische deel van henzelf
komen.
Bovendien zijn er in de natuur op ieder bestaansgebied positieve en
negatieve krachten. Wie boven de fysieke wereld uitstijgt gaat gewoonlijk
het astrale of psychische gebied binnen – een enigszins etherischer
vorm van materie – dat invloeden en wezens bevat die zich van
de meest ontaarde tot de meest hoogstaande uitstrekken. Dit zogenaamde
astrale licht, het astrale lichaam van de aarde, is de middenstof voor
het overbrengen van krachten tussen de etherischer gebieden en de fysieke
wereld; het is tevens in zijn lagere regionen het terrein waar de compact
geworden lagere psychische energieën (kamarupa’s, ‘schaduwen’
of ‘geesten’) van de mensen blijven om na de dood uiteen
te vallen. Het bevat de afdruk van alle gedachten, gevoelens en daden
van de mensheid vanaf het eerste begin van de tijd. Deze akasische ‘optekeningen’
bestaan in de ijlere astrale atmosfeer die ieder deel van de aarde doordringt,
en ook de afzonderlijke levende wezens die haar samenstellen. Indrukken
worden door verwante en overeenkomstige trilling tot personen aangetrokken:
al onze gedachten en gevoelens komen door die middenstof naar ons toe
en worden nadat ze zijn gebruikt weer erin teruggeworpen.
De meeste mensen die niet gewend zijn zelfbewust in de astrale sfeer
te functioneren, maken zelfs nog meer kans om daar misleid te worden
door verschijnselen en in verwarring te raken dan in de fysieke wereld,
waar verwardheid en gemis aan zelfbeheersing maar al te vaak voorkomen.
Als deuren naar de innerlijke gebieden eenmaal zijn geopend kunnen ze
moeilijk worden gesloten als ongewenste krachten en wezens de onderzoeker
beïnvloeden. Alleen zij die soortgelijke kanten van zichzelf volledig
de baas zijn geworden kunnen deze niet-stoffelijke krachten en wezens
goed beheersen en beoordelen.
Eeuwen van ontkenning van occulte krachten en bestaansgebieden hebben
de westerlingen onwetend gelaten van de innerlijke kanten van de natuur
en de mens, en zij zijn in veel gevallen niet in staat de gevolgen van
hun handelingen in die gebieden precies in te schatten. Er schuilt gevaar
in om op experimentele gronden zeer krachtige technieken kritiekloos
toe te passen, waarvan sommige zelfs in hun natuurlijke omlijsting vernietigende
elementen kunnen bevatten. In de woorden van een oosters spreekwoord
worden witte en zwarte magie slechts door een spinnenweb gescheiden:
dezelfde training, technieken en vermogens worden in beide gevallen
gebruikt, en de enige verschillen zijn het motief, de toepassing en
ontwikkelingsresultaten. Op dit punt waarschuwde H.P. Blavatsky haar
leerlingen voor onkundige toepassing van meditatietechnieken:
Echte concentratie en meditatie, bewust en behoedzaam,
op zijn lagere zelf in het licht van de innerlijke goddelijke mens
en de paramita’s is uitstekend. Maar ‘zitten voor yoga’,
met slechts oppervlakkige en vaak verwrongen kennis van de werkelijke
oefening is bijna altijd noodlottig: want tien tegen één
zal de leerling mediamieke krachten in zich ontwikkelen of tijd verspillen
en afkeer krijgen van zowel de oefening als de theorie. Voordat men
overhaast tot zo’n gevaarlijk experiment overgaat . . . zou
men goed eraan doen tenminste het verschil te leren kennen tussen
de twee kanten van ‘magie’, de witte of goddelijke en
de zwarte of duivelse, en zich ervan te verzekeren dat hij niet door
‘zitten voor yoga’ zonder ervaring en zonder
gids om hem de gevaren te tonen, iedere dag en uur de grenzen overschrijdt
van het goddelijke om tot het satanische te vervallen.
– Collected Writings, 12:603-4
De geestelijke literatuur en tradities benadrukken het belang van bevoegde
leiding bij zelfontwikkeling. Gedurende duizenden jaren zijn er overal
op de wereld centra geweest voor verheven geestelijke scholing. Van
deze mysteriescholen zegt men dat ze enkele miljoenen jaren geleden
zijn gesticht door goddelijke wezens samen met de geestelijk meest gevorderden
van de mensheid en dat ze verschillende functies hebben vervuld: in
steeds materiëler tijdperken de wijsheid van de goddelijke leermeesters
van de jonge mensheid levend houden; de mensheid als geheel bijstaan
door een bron van geestelijk en intellectueel licht te verschaffen en
een schakel te zijn met de geestelijke krachten van de planeet en de
kosmos; en degenen te helpen bij wie de innerlijke inspanning, aspiraties
en zelftransformatie het mogelijk maken hun persoonlijke ontwikkeling
te versnellen door training volgens systematische methoden.
We weten erg weinig over de leringen en methoden van de oude mysteriën.
De oudste optekeningen – gewoonlijk in gesluierde taal –
gaan maar een paar duizend jaar terug en de meeste instellingen waarover
we iets weten waren toen verwereldlijkt en in uiteenlopende mate gedegenereerd.
Het hoofddoel in deze scholen was de tweede geboorte, het tevoorschijn
brengen van de innerlijke geestelijke mens, bevrijd van het onderworpen
zijn aan het fysieke lichaam en de lagere psychische natuur. Ongetwijfeld
werd gebruikgemaakt van verschillende middelen om geestelijke ontvouwing
te stimuleren en te versnellen, waaronder vele die tegenwoordig steeds
meer in de mode komen. Tegelijkertijd waren deze openbare mysteriën,
hoewel verborgen door geheimhouding, niet noodzakelijk de esoterische
mysteriën die al dan niet aan een exoterische locatie konden zijn
verbonden.
De innerlijke mysteriën waren het oefenterrein voor de enkelingen
die hun leven wilden wijden aan geestelijke ontwikkeling en de toewijding
en bekwaamheid bezaten dit te doen. Hier lag de nadruk meer op het worden
dan op bijzondere ervaring met visioenen, veranderde bewustzijnstoestanden,
psychische vermogens of overbrenging van intellectuele kennis, hoewel
deze ongetwijfeld een rol speelden. De beslissende factor was de kwaliteit
van de persoon en zijn vermogen om boven de beperkte kanten van hem-
of haarzelf uit te stijgen. Deze innerlijke mysteriën zijn nooit
verdwenen en men zegt dat ze nog overal op aarde, hoewel verborgen,
actief functioneren. Ze worden ontdekt door mensen van wie de evolutionaire
ontwikkeling, hun hoge morele karakter en onzelfzuchtige streven hen
in harmonisch innerlijk, en misschien ook uiterlijk, contact brengt
met hen die dit aloude geestelijke netwerk vormen.
Evenals in de oude mysteriën blijft de tweede geboorte de essentie
van de evolutie van de mens: de groei van het alledaagse zelf totdat
het volkomen is uitgestegen boven zijn beperkingen en zelfbewust wordt
herboren. Iedereen moet zelf beslissen wat voor hem of haar in deze
ontwikkeling de juiste rol van verschillende soorten technieken is.
We moeten ons echter wel afvragen wat we werkelijk willen en hoe dit
het beste kan worden bereikt. Voor velen gaat het erom ‘werkt
het?’, en niet of hun motief of de uitkomst uiteindelijk universeel
en opbouwend is. Vaak zijn mensen op zoek naar krachtiger middelen om
dezelfde beperkte en soms verwoestende resultaten te bereiken. Op jezelf
gerichte methoden, hoe nuttig ook, vormen een uitbreiding van egocentrische,
wereldse zaken naar andere gebieden van het bestaan, en zijn als zodanig
geen middelen voor innerlijke groei. Zelfs het zoeken naar geestelijke
ontwikkeling om te ontsnappen aan ‘het wiel van het bestaan’
of voor onze eigen bevrediging is tenslotte een uitdrukking van zelfzucht
en egoïsme, al is het op een meer geestelijk gebied.
We kunnen gemakkelijk verstrikt raken in het aantrekkelijke van paranormale
vermogens en van bewustzijnstoestanden als doel op zichzelf en als middel
voor persoonlijke vermogens of materieel of geestelijk succes. Maar
de ontwikkeling van de mens is een zaak van innerlijke discipline en
groei, wat in de beginstadia al of niet uiterlijke symptomen, psychische
vermogens, persoonlijk succes of ingrijpende veranderingen in onze bewustzijnstoestand
tot gevolg kan hebben. Het hangt uiteindelijk af van de vervulling van
de uiterlijk onopvallende taken van het dagelijks leven, van onze karaktervorming
en van de mate waarin we altruïsme tot grondslag van het bestaan
maken. In dit kader zullen de diverse vermogens en bewustzijnstoestanden
te zijner tijd zich op natuurlijke wijze ontwikkelen.
Het opnemen van een ruime verscheidenheid van kennis uit oosterse en
overgeleverde bronnen begint tegenwoordig in het westen veel takken
van wetenschap te beïnvloeden; tegelijkertijd komen psychische
vermogens meer algemeen voor nu tal van mensen zulke talenten spontaan
of betrekkelijk gemakkelijk bij zich zien ontwikkelen. Als we kunnen
inzien dat het verkrijgen van onalledaagse bewustzijnstoestanden en
vermogens op zichzelf geen kenmerk van innerlijke groei en vooruitgang
is – dat het pad om echt menselijk en tenslotte goddelijk te worden
bestaat uit mededogen en het richten van het bewustzijn op onze universelere
kanten, terwijl we van het alledaagse ego onze dienaar in plaats van
onze meester maken – dan kan de komst in het moderne leven van
nieuw-oude methoden een terugkeer inluiden naar de geestelijker sfeer
van de innerlijke mysteriën die bepaalde beschavingen in de oudheid
zo weldadig heeft beïnvloed.