We hebben allemaal wel eens momenten waarop we het gevoel hebben dat
we in een achtbaan van emoties en gedachten zitten. Het is alsof ons
gedachteleven een gebouw met veel verdiepingen is en we gaan onbeheerst
op en neer in de wolkenkrabber – het ene ogenblik zijn we in de
kelder van onze behoeften en begeerten, en het volgende in het penthouse
van onze spirituele aspiraties. Hoe kan zo’n verscheidenheid aan
indrukken en gedachten in een enkel persoon besloten liggen? Waarom
is het zo moeilijk om de lift van ons gedachteleven onder controle te
houden? Waar komen al deze tegenstrijdige begeerten en aspiraties vandaan?
Waarom kunnen wij als individu en als wereldgemeenschap niet leven in
de zuivere atmosfeer van onze hoogste idealen voor vrede en begrip?
De sleutel tot zulke verbijsterende problemen ligt in het bestuderen
van onze ware aard en onze verhouding tot het heelal. Deze problemen
komen voort uit het feit dat we samengestelde wezens zijn – en
we zouden moeten overdenken wat dit ten volle betekent. Stel u zich
het heelal voor als een kabbelende bergstroom waarin miljoenen draaikolkjes
en maalstromen ronddraaien terwijl hij zich op zijn weg naar beneden
langs een bergwand omlaagstort. Stel u zich dan mannen en vrouwen voor
als draaikolkjes in de stroom: individuen, en toch volwaardige onderdelen
van de stroom, samengesteld uit elke laag ervan, van de modderige stroombedding,
door het donkere water, naar het heldere zonlicht aan de oppervlakte.
Ieder van ons is werkelijk als een draaikolk van energieën onttrokken
aan elk van de zeven oorspronkelijke soorten substantie-bewustzijn van
het gemanifesteerde heelal. Ieder is een combinatie van deze zeven niveaus
of beginselen waarin het heelal kan worden verdeeld, van het heldere
zonlicht van ons spirituele wezen tot de donkere stroombedding van onze
fysieke en astrale niveaus, en elke bewustzijnsschakering ertussenin.
Het is dan ook geen verrassing dat we snel tussen deze verschillende
niveaus van onszelf heen en weer kunnen pendelen, afhankelijk van waar
we onze energie op een bepaald tijdstip verkiezen te concentreren.
Het denkbeeld van de mens als een samengesteld wezen is niet alleen
kenmerkend voor de theosofie. Schrijvers en kunstenaars hebben door
de eeuwen heen inspiratie opgedaan uit de innerlijke strijd die we allemaal
hebben met de verschillende aspecten van ons wezen, en in het bijzonder
uit het zegevieren van de goede en harmonieuze niveaus over de donkere
aspecten van onze aard die tot verdeeldheid leiden. Van de sfinx in
het oude Egypte die de combinatie van het dierlijke (de leeuw) en het
goddelijke (het menselijke gezicht) laat zien, via Dr. Jekyll and
Mr. Hyde, The Portrait of Dorian Grey, en The Three
Faces of Eve, tot Hollywoodfilms, die met vrachtwagenladingen tegelijk
worden geproduceerd, is het conflict tussen goed en kwaad in ons een
steeds terugkerend thema. In Hamlet heeft William Shakespeare
de menselijke gesteldheid schitterend vastgelegd toen hij zei:
Wat een kunstwerk is de mens! hoe edel van verstand!
hoe eindeloos rijk aan mentale vermogens! bijzonder en bewonderenswaardig
van gedaante en in zijn manier van leven! Wat lijkt hij in zijn handelen
op een engel! in zijn intuïtie op een god! de parel van de wereld!
Wat een voorbeeld onder de dieren! En toch, wat betekent voor mij
deze hoogste belichaming van stof? –
2de bedrijf, 2de toneel
– inderdaad een vraag die waard is om gesteld te worden. Als
we kijken naar de belangrijke religieuze en filosofische tradities in
de wereld, zien we dat het idee van de mens als een samengesteld wezen
heel algemeen is. De volgende tabel geeft een overzicht van de theosofische
indeling van de zevenvoudige menselijke natuur en vergelijkbare begrippen
uit het christendom, jodendom, de oude Griekse filosofie, de traditionele
Afrikaanse religie en de Freudiaanse psychoanalyse. Alle indelingen
beschrijven met uiteenlopende mate van complexiteit onze samengestelde
innerlijke natuur. Misschien zijn we het meest bekend met de driedeling
van het christendom: geest, ziel en lichaam. De vroege kerkvaders, waarvan
sommigen ingewijden van de oude mysteriën zouden zijn, was het
op grond van hun geloften verboden de volledige uitleg van onze innerlijke
constitutie te geven, en gaven daarom deze vereenvoudigde drieledige
uitleg.
De samengestelde aard van de mens in
de theosofie en in verschillende religieuze/filosofische stelsels
|
|
Theosofie |
Jodendom
(kabbala) |
Christendom |
Oud Grieks |
Afrikaans
(Yoruba) |
Psychoanalyse
(Freud) |
Atman:
goddelijke essentie
Buddhi: meedogende
spirituele natuur
Manas:
denkbeginsel
Kama: begeertebeginsel
Prana: vitaliteit
Lingasarira: astraal dubbel
Sthulasarira: fysiek lichaam |
Neshamah: het hoogste en meest
spirituele beginsel
Ruahh:
spirituele ziel
Nephesh: de
astrale of vitale ziel
Guph: fysiek
voertuig – de woning waarin al deze andere beginselen verblijven |
Geest: de
goddelijke essentie
in ieder mens
Ziel: omvat het gebied van begeerte, emotie en denken
Lichaam: gelijk
aan de laagste drie beginselen in de
theosofische samenstelling |
Pneuma: geest – letterlijk 'adem'
Nous: intuïtie,
hoger denkvermogen of 'de innerlijke kenner'
Psuche: ziel
Soma: fysiek lichaam |
Emin: geest
Okan: hart-ziel
Iye: denkbeginsel
Ojiji: schaduw
(astraal dubbel)
Ara: fysiek lichaam |
Freuds theorieën over persoonlijke ontwikkeling omvatten
verschillende bewustzijns- niveaus die zich tegelijk met het Onbewuste
openbaren.
Superego: de censor, of rechter; deze omvat het waarde-
oordeel van ouders.
Ego: tracht de omgeving te beheersen en bemiddelt tussen
het Id en het superego.
ID: primaire energie die bevrediging zoekt in oerdriften
en angst probeert te vermijden.
Deze opvatting over het menselijk bewustzijn en Freuds theorieen
over ontwikkelings- fasen zijn door zijn
opvolgers verder
ontwikkeld, bijv. door Erickson, Anna Freud, Reichman en Karl
Menninger. |
De essentie van al deze formuleringen is dat de geest voertuigen gebruikt
om zich uit te drukken op de verschillende niveaus van het universum,
en deze voertuigen zijn de verschillende beginselen – gescheiden
maar toch één. In plaats van drie, zeven, of zelfs tien
of twaalf beginselen, zoals in sommige indelingen, kunnen we ons de
menselijke beginselen voorstellen als een zuil van licht. Langs deze
zuil van licht of bewustzijn bevinden zich brandpunten of ‘egocentra’
– sommige hoger en sommige lager op de schaal van de evolutionaire
ontplooiing – waardoor op verschillende momenten verschillende
aspecten van de beginselen worden gemanifesteerd. We hebben het niet
over een laagjescake van beginselen, maar over een vloeiende maalstroom
van krachten waarin verschillende energieën van hoog tot laag door
ons hele wezen worden verenigd.
De theosofische toelichting van de samengestelde menselijke natuur
richt zich op zeven beginselen. Merk op dat het onderstaande schema
de menselijke constitutie in de drie hoofdgroepen van de christelijke
traditie, geest, ziel en lichaam, verdeelt en dat de theosofische beginselen
in het Sanskriet zijn vermeld.
De monade is een geestelijke eenheid die tot uitdrukking komt door
de hogere triade, de tussenliggende duade of persoonlijkheid en het
lagere viertal.

Laten we achtereenvolgens eens kort naar elk beginsel kijken, te beginnen
met de spirituele aspecten van ons wezen, de hogere triade van atman,
buddhi, en de hogere aspecten van manas:
Atman: betekent ‘zelf’ in het Sanskriet. Elk wezen, hoe
klein ook, is een zelf voortgekomen uit het universele zelf, zoals een
vlam is voortgekomen uit een vuur of een druppel uit de oceaan. Het
is ons bestaansbesef, het ‘IK BEN’ in ons binnenste, dat
universeel is. In tegenstelling tot het ego of het denken waaraan we
het gevoel van ‘ik ben ik’ ontlenen, dat in ieder persoon
anders is, is het atmische gevoel van zuivere individualiteit, van het
in leven en actief zijn, hetzelfde in alle wezens, of ze nu menselijk
of iets anders zijn. Het begrijpen van dit fundamentele en universele
gevoel van individualiteit leidt tot het besef van ware spirituele broederschap
en ontwikkelt al onze hoogste (want spirituele) vermogens.
Buddhi: van de Sanskrietwortel budh, ‘ontwaken’;
vandaar het woord boeddha, ‘de ontwaakte’. Het
is het eerste voertuig waardoor zuivere geest zijn energie ‘neertransformeert’
naar het fysieke niveau. Het handelt om ons bewust te maken van onze
ware natuur en onze verantwoordelijkheid tegenover een wereld die lijdt,
en manifesteert zich als begrip, oordeel en onderscheidingsvermogen.
Vanuit ons menselijke standpunt is het een universeel beginsel, het
orgaan van onpersoonlijke liefde voor alle schepselen, dat goddelijk
is. Deze liefde wordt betuigd door de ‘ontwaakten’ die buddhisch
bewustzijn hebben bereikt en terugkomen om de mensheid te helpen haar
volledige potentieel te bereiken: Boeddha, Christus, Zarathoestra, Quetzalcoatl,
en de hoogste leraren van andere wereldreligies.
Manas: betekent ‘denkvermogen’. Een uiterst belangrijk
feit voor ons is nu dat manas tweevoudig is, in zijn hogere aspect verbonden
met buddhi waarmee het de hogere onsterfelijke triade vormt, en in het
lagere aangetrokken door het begeertebeginsel of kama waarmee het de
persoonlijkheid van het alledaagse zelf vormt. Het is onze plicht en
bestemming het lagere denkvermogen te verheffen en te verenigen met
het hogere. Al onze hoogste gedachten en handelingen – mededogen,
onzelfzuchtigheid en aspiratie – zijn die eigenschappen die ons
helpen dit spirituele doel sneller te bereiken. Het raadsel van de sfinx
wordt beantwoord door het overwinnen van de dierlijke natuur (de leeuw)
door de ware menselijke natuur (het menselijke hoofd dat stoïcijns
over de woestijn staart en ons oproept tot onze spirituele bestemming).
Veel van de bovengenoemde categorieën lijken misschien veraf te
staan van ons dagelijks leven en van de moderne psychologie, maar het
lagere viertal van kama, prana, lingasarira en sthulasarira is bekender
terrein:
Kama: betekent ‘begeerte’, de drijvende kracht in de menselijke
constitutie, noch goed noch slecht. Het is de zetel van de levende elektrische
impulsen, verlangens en aspiraties, bezien in het energetische aspect
ervan. We zijn allemaal pijnlijk bekend met de lagere aspecten van kama
die onze kranten tooien en onze vormen van amusement opluisteren. Het
grootste deel van de mensheid concentreert zijn bewustzijn in het lagere
manas en gebruikt het vermogen van kama voor zelfzuchtige doeleinden.
Door kama deze kant op te richten, scheppen we onvermijdelijk disharmonie
gebaseerd op afgescheidenheid en halen ons het lijden op de hals dat
we overal zien. Vergelijk wat wij weten over begeerte eens met de verlangens
van Christus en Boeddha die zichzelf vol mededogen wijden aan een betere
wereld.
Prana: dat ‘levensbeginsel’ of vitaliteit betekent, is
de oceaan van universele energie waarin we bestaan en houdt onze astrale
en fysieke lichamen levend gedurende het leven op aarde. We krijgen
allemaal een bepaalde hoeveelheid of deel van deze levenskracht mee
aan het begin van elk levenspad om ons te onderhouden, en de dood wordt
vreemd genoeg voornamelijk veroorzaakt door het langdurig uitputten
van het fysieke organisme door de stromen pranische energie die erdoorheen
vloeien.
Lingasarira: het ‘modellichaam’ waarnaar het fysieke lichaam
is gevormd. Dit astrale lichaam waarover we zoveel horen, is een vorm
van bijna fysieke stof die als model dient en waarin de atomen van het
fysieke lichaam tijdens het leven door prana worden opgebouwd en van
energie worden voorzien. Hoewel de meeste mensen het vermogen om het
astrale lichaam te zien niet hebben ontwikkeld, kunnen sommige helderzienden
de lichtgevende, altijd veranderende wervelingen waarnemen. Zoals alle
kosmische niveaus is het astrale licht zevenvoudig van aard. Dus omdat
iemand aura’s kan zien of astrale muziek kan horen wil dit niet
zeggen dat hij spiritueel gezien hoogontwikkeld is. Feitelijk is het
voor de meesten van ons een zegen dat het fysieke lichaam ons gewoonlijk
beschermt zodat we ons niet bewust zijn van de astrale wereld. Deze
toestand zal voortduren tot we in de loop van vele levens van beproeving,
onze ethische kracht en een helder innerlijk inzicht hebben ontwikkeld
tot het punt waar we ons op de juiste wijze en veilig bewust kunnen
zijn van de astrale wereld en zijn wonderen. Stel je bijvoorbeeld voor
hoe het zou zijn om in de aura’s van anderen hun geheime gedachten
te kunnen lezen of hun geestelijke of lichamelijke gesteldheid als we
niet voldoende zelfbeheersing hadden om op meedogende wijze gebruik
– of geen gebruik – te maken van deze kennis.
Sthulasarira: betekent ‘grofstoffelijk lichaam’, terwijl
het woord sarira ook ‘schuimachtig’ of ‘gemakkelijk
oplosbaar’ betekent. Dit is het vaak verguisde fysieke lichaam
dat als een ruimtepak is voor het hogere bewustzijn, terwijl het dit
bewustzijn in staat stelt in de lagere stoffelijke werelden te handelen.
Met behulp ervan kunnen we als een volledige entiteit op alle zeven
niveaus van het gemanifesteerde universum functioneren. Gedurende het
aardse leven hebben we de gelegenheid om te leren en vooruit te komen
op een wijze die onmogelijk is als we uitsluitend in onze spirituele
aard leven. Dit is de reden dat hoog spirituele wezens zoals Boeddha
en Christus verlichting vinden terwijl ze in hun fysieke lichaam zijn
voordat ze anderen onderwijzen en leiden. Het fysieke lichaam bestaat
uit ontelbare kleinere levens – cellen en atomen – waarvan
de evolutie enorm wordt versneld doordat ze zich met ons verbinden,
want wij zijn als goden voor hen. Omdat het fysieke lichaam een voortbrengsel
van het heelal is, geeft het ons tenslotte de sleutel tot de werking
van de kosmos. ‘Zo boven, zo beneden’, zeiden de oude hermetische
wijzen. Het gebruik van deze wet van analogie – in de werking
van het zenuwstelsel, de bloedcirculatie, de celstructuur, en bij vele
andere facetten – levert een prachtig instrument om de diepere
leringen over de structuur en werking van onzichtbare causale werelden
te begrijpen. Voor velen is het lichaam een afschuwelijke belemmering
tot spirituele ervaring, maar als men het lichaam onder controle heeft
en verstandig gebruikt, heeft het in feite zijn eigen rol te spelen
in het spel van de evolutie.
Gezien onze samengestelde natuur kunnen we begrijpen wat de oude Grieken
bedoelden toen ze op hun tempels het inschrift ‘ken uzelf’
aanbrachten. Als kinderen van het heelal, gevormd uit alle bestaansniveaus,
zijn wij elk een sleutel tot het heelal zelf. We beginnen te begrijpen
dat universele broederschap geen gemeenplaats is, maar een gegeven in
de natuur. We zijn in staat te beseffen dat het belangrijk is ons bewustzijn
te concentreren op de hogere aspecten van onze samengestelde natuur
door onszelf en anderen te helpen zich spiritueel te ontwikkelen, want
‘zoals een mens in zijn hart denkt, zo is hij’. We zijn
in staat de problemen te zien die in de wereld zijn ontstaan doordat
we ons bewustzijn op de lagere aspecten van kama-manas hebben gericht.
Het verkeerd richten van gedachten kan ook scheidingen veroorzaken tussen
de verschillende aspecten van onze samengestelde natuur, wat tot sommige
vormen van psychische aandoeningen kan leiden. We kunnen beginnen de
ware opdracht van religie – van het Latijnse woord religio
dat ‘weer bij elkaar brengen wat eens één was’
betekent – te zien als een echte opdracht in ons leven en niet
alleen als een leeg ritueel. We kunnen ons steentje bijdragen, ieder
voor zich op zijn eigen manier, om de oorzaken van het lijden te bestrijden
door het centrum van ons bewustzijn te verplaatsen naar de vooruitziende
en meedogende kant van de menselijke natuur, wat de enige manier is
om blijvende vrede en harmonie te brengen in een wereld vol ellende.