Gevleugelde gedachten
Elisabeth Prent

 

De geleerde soefi Tierno Bokar werd aan het einde van de negentiende eeuw geboren in de kleine stad Bandiagara in Mali, Afrika. Daar bestudeerde hij, toen hij nog een kind was, de Koran. Hij was bijzonder toegewijd aan zijn leraar en hij kwam al snel erachter dat alle verzen die hij uit het hoofd had geleerd meer inhielden dan op het eerste gezicht leek. Nadat zijn leraar was overleden volgde Tierno Bokar hem op; het belangrijkste doel dat hem voor ogen stond was de mensen uit zijn eigen stad te helpen om achter de verborgen betekenis van de geschreven woorden te komen. Dit, zo was zijn overtuiging, zou uiteindelijk leiden tot een andere kijk op het leven – een leven met meer respect voor elkaar. Bijna iedereen die van hem les kreeg kon lezen noch schrijven, en daarom onderwees hij grotendeels door het vertellen van verhalen. Eén van deze verhalen gaat ongeveer als volgt:
        Hoog in de bergen, tegen een rotswand, wonen twee vogelvolken, het ene vogelvolk bestaat uit witte vogels, het andere uit zwarte. Ze hebben elk hun eigen broedgebied. Nooit zal een zwarte vogel het gebied van de witte vogels binnenvliegen, of omgekeerd. Soort zoekt immers soort.
        De vogels, zo vervolgde Tierno Bokar, zijn als menselijke gedachten. We kunnen de witte vogels beschouwen als onze goede gedachten, vervuld van liefde; en de zwarte vogels als onze slechte gedachten, vol van wraak en haat. Het is heel belangrijk hoe wij met ze omgaan. In onze ziel en ons hart bevinden zich eveneens broedplaatsen, plekjes waar goede of slechte gedachten zich kunnen nestelen. Deze plaatsen kunnen worden gebruikt door òf goede òf slechte gedachten, maar een goede gedachte kan zich onmogelijk vestigen in een slechte gedachteplaats en omgekeerd. Door hun manier van denken maken de mensen deze plekken tot gastvrije ruimten voor positieve of negatieve gedachten, zoals nesten beschutting bieden aan vogels.
        Telkens wanneer een slechte gedachte bij ons opkomt, vliegt deze uit op zoek naar een passend plaatsje in iemands ziel of hart. Als de gedachte een ontvankelijke ziel ontmoet, voelt zij zich een welkome gast, gaat zich nestelen en neemt toe in kracht. Maar wanneer de gedachte nergens in iemands ziel terecht kan, omdat er geen plaats beschikbaar is, moet zij terugkeren naar waar zij vandaan komt, en zo verliest ze onderweg een deel van haar negatieve energie.
        Telkens als wij een goede gedachte uitzenden, gaat ook deze op zoek naar een geschikte plaats. Net als een vogel kan deze gedachte alleen neerstrijken als er voor haar een plekje is gereedgemaakt. Een prachtig beeld rijst op voor ons geestesoog wanneer wij ons de veelheid van goede gedachten voorstellen als uitzwermende vogels die in de ziel en het hart van de mensen een plekje vinden. De lucht is vol wolken met de mooiste gedachten, die prachtige liederen zingen – naarmate hun positieve energie toeneemt, zal haat door liefde worden overwonnen.

 

Uit het tijdschrift Sunrise juli/aug 2002

© 2002 Theosophical University Press Agency