De eerste regenboog
Andrew Rooke

 

Toen ik me in de regen uit de plaatselijke speeltuin met een zeurend kind van twee jaar naar huis haastte, kon ik alleen maar denken aan een warme schuilplaats tegen de storm. Omdat ik met voorovergebogen hoofd vooruitrende, ontging me het beetje zonlicht dat tijdelijk door de wolken brak en een prachtige regenboog in een winterse lucht maakte. Het kleine meisje aan mijn zijde stopte plotseling, getroffen door de ervaring van de schoonheid van de natuur – het was de eerste regenboog die ze in dit leven zag. Terwijl we daar stonden en doornat werden en verwonderd toekeken hoe de regenboog uit het zicht verdween, realiseerde ik me hoe zelden we de schoonheid in het alledaagse leven zien zoals een kind dat kan.
        De meeste mensen haasten zich verder door de stormachtige verantwoordelijkheden die wij als volwassenen hebben, en verliezen geleidelijk het contact met het bewustzijn van een kind voor het wonder van het uur en de minuut. De eenzaamheid en verveling waaraan de moderne samenleving lijdt, geven een maatschappij te zien waarin veel mensen de mogelijkheden negeren die elke kostbare dag ons verschaft om te leren en te groeien. Laten we ons elke morgen voornemen om een ‘regenboog’ te zien in al onze taken en plichten hoe eenvoudig deze ook zijn. Het huidige moment is de enige gelegenheid die we hebben om te leren en te groeien; laten we dus uitzien naar het zonlicht achter de wolken die zo vaak de kijk op het leven van ons volwassenen overheersen. William Wordsworth vatte deze gedachte meesterlijk samen:


Telkens als ik een regenboog zie in de lucht
        Voelt mijn hart licht als een veer:
Zo was het toen mijn leven een aanvang nam;
        Zo is het nu als volwassen man;
Zo zal het zijn als ik oud ben en zucht,
        Want anders hoeft het voor mij niet meer!
Het kind is de vader van de man;
        En steeds wens ik vol verlangen
Dat mijn dagen door liefde samenhangen.

 

Uit het tijdschrift Sunrise juli/aug 2002

© 2002 Theosophical University Press Agency