An
Open Heart: Practicing Compassion in Everyday Life, de Dalai Lama,
geredigeerd door Nicholas Vreeland, Little, Brown and Company, Boston,
2001, 191 blz., isbn 0316989797, paperback.
In 2002 is dit boek in het Nederlands verschenen: Open je
hart: mededogen in het dagelijks leven, Dalai Lama, Bzztoh, Den
Haag, 2006, 176 blz., isbn 9789055019625, paperback.
De bestseller van de Dalai Lama, Ethics for a New Millennium
[Ethiek voor een nieuw millennium] (1999), bespreekt in universele bewoordingen
de noodzaak om in onze tijd een moreel leven te leiden, waarbij hij
zich vooral richt tot mensen in de ontwikkelde landen die geen enkele
religieuze traditie hebben. Zijn nieuwste boek geeft de lezers ‘een
fundamenteel begrip van het boeddhisme en van enkele van de voornaamste
methoden waarmee beoefenaren van het boeddhisme in hun leven mededogen
en wijsheid hebben ontwikkeld’. Maar hij legt de nadruk erop dat
‘men geen boeddhist hoeft te zijn om van deze meditatietechnieken
gebruik te maken. De technieken zelf voeren in feite niet tot verlichting
of een meedogende en ontvankelijke geest. Dat hangt van uzelf af, en
van de inspanning en motivering waarmee u de geestelijke oefening verricht.’
(blz. 29-30.)
Het inleidende hoofdstuk – een lezing gehouden in 1999 in New
Yorks Central Park voor 200.000 mensen – zet op directe en eenvoudige
manier uiteen hoe belangrijk het is, als individu en voor de wereld,
om iedereen te respecteren en trots en boosheid om te zetten in bescheidenheid
en liefde. In een begrijpelijke stijl die door de humor niet zo zwaar
is, wijst de Dalai Lama er in praktische bewoordingen op hoe wij meedogender
kunnen worden. Hij merkt bijvoorbeeld op hoe nuttig het is om iets
bewonderenswaardigs te ontdekken in ieder mens, en dat we niet mee hoeven
te doen met de negativiteit van anderen. In plaats van het gedrag van
een onsympathieke buurman die constant ongemanierd is, te imiteren,
kunnen we vriendelijk naar hem glimlachen en medelijden met hem hebben.
Algauw zal de buurman ophouden uit teleurstelling, omdat hij niet de
boze reactie krijgt waar hij om vraagt. Onpersoonlijke liefde wint het
altijd van haat, zoals Jezus duidelijk wilde maken toen hij zei dat
we de andere wang moeten toekeren.
De overige vijftien hoofdstukken werden samengesteld uit een reeks
lezingen uit 1999 over boeddhistische methoden om de uiteindelijke verlichting
tot stand te brengen door mededogen en wijsheid. Het berust op twee
Tibetaans boeddhistische teksten: Middellange stadia van meditatie
door Kamalasila (8ste eeuw), die het belang schetst van analytische
of mentale oefeningen tot verlichting; en De zevenendertig oefeningen
van bodhisattva’s door Togmay Sangpo (14de eeuw), waarin
staat hoe men een leven kan leiden dat aan anderen is gewijd.
De schrijver gaat ervan uit dat iedereen gelukkig wil worden en lijden
wil vermijden. Dit zou ertoe kunnen leiden dat men zich richt op zichzelf
en het eigen voordeel, maar zoals de ondertitel laat zien is dit niet
zijn bedoeling. Hij legt veeleer de nadruk erop dat het leven eenheid
is, dat allen innerlijk verwant zijn, ondanks zichtbare en andere verschillen,
en wat de een treft zal op subtiele wijze al het andere treffen. In
elk nieuw bestaan bieden we het hoofd aan karma dat we zelf
hebben gemaakt, en daardoor kunnen we ons karakter verfijnen en verheffen,
zodat we intuïtief gaan inzien hoe we een edel leven kunnen leiden.
Hoe dan ook, alleen door ‘een inspanning, gebaseerd op inzicht
in de manier waarop het denkvermogen en zijn verschillende emotionele
en psychische toestanden op elkaar inwerken, kunnen we werkelijke geestelijke
vooruitgang tot stand brengen’ (blz. 60-1). Het boek geeft een
overzicht van deze toestanden die in verschillende stadia van het bodhisattvapad
worden doorgemaakt en de praktijken die worden beoefend, en eindigt
met versregels van de Indiase boeddhist Santideva:
Met de wens om alle wezens te bevrijden,
Zal ik altijd mijn toevlucht nemen
Tot de Boeddha, dharma en samgha
Totdat ik volledige verlichting bereik.
Enthousiast gemaakt door wijsheid en mededogen,
Nu in tegenwoordigheid van de Boeddha,
Breng ik de op volledige ontwaking gerichte geest voort
Voor het welzijn van alle levende wezens.
Zolang de ruimte bestaat,
Zolang er levende wezens zijn,
Zolang hoop ik ook te blijven
En de ellende van de wereld te verdrijven.
Deze bespreking geeft alleen maar enkele verwijzingen naar de wijsheid
van dit oecumenische boek, en in deze spannende tijden kunnen de lezers
ervan zich meer en meer op hun gemak voelen als ze bedenken dat juiste
gedachten en juist handelen, samen met mededogen, inherent zijn aan
de menselijke natuur en, wanneer ze worden toegepast, na verloop van
tijd zullen leiden tot blijvende kracht en vrede.
–
Jean B. Crabbendam
Hidden
Unity in Nature’s Laws [Verborgen eenheid in de natuurwetten]
door John C. Taylor, Cambridge University Press, 2001; 490 blz., glossarium,
bibliografie, index, isbn 0521659388, paperback.
Het voortschrijdende natuurkundige onderzoek onthult minder in plaats
van meer natuurwetten. De auteur, een wiskundig natuurkundige die gespecialiseerd
is in deeltjes en hun krachten, laat zien dat dit het geval is in zijn
voortreffelijk overzicht van de fysica, hoofdzakelijk van na Galileo’s
tijd. In zijn voorwoord legt hij uit dat één thema van
deze ‘niet-technische rondgang langs de beginselen van de fysica’
is ‘dat de vooruitgang vaak bestond uit het ontdekken van ‘verborgen
eenheden’. . . . Telkens wanneer zo’n vereniging tot stand
wordt gebracht, wordt het aantal ‘natuurwetten’ gereduceerd,
zodat de natuur ons niet alleen meer als eenheid voorkomt, maar ook,
in zekere zin, eenvoudiger. Steeds meer schijnbaar diverse verschijnselen
worden verklaard door steeds minder grondbeginselen’ (blz. xi).
Het tweede thema van het boek ontstond omdat ‘verschillende takken
van de natuurkunde elkaar heel vaak leken tegen te spreken wanneer ze
werden samengevoegd. De tegenspraak wordt dan opgelost in een nieuwe,
meeromvattende en meer samenhangende theorie, die de twee takken omvat’
(op. cit.), zoals de onenigheid tussen het elektromagnetisme en Newtons
theorieën over beweging en zwaartekracht werd opgelost door Einsteins
relativiteitstheorieën.
Het boek is voor een deel chronologisch gerangschikt, en omvat onderwerpen
die uiteenlopen van beweging, warmte, elektromagnetisme, en licht, tot
ruimte, tijd, en kwantum- en deeltjesfysica, waarbij tweederde van het
boek zich richt op discussiepunten uit de 20ste eeuw. Gaandeweg beschrijft
het op boeiende wijze de bijdragen van enkele prominente wetenschappers
van wie het werk nog steeds van waarde is. De denkbeelden worden eerder
door woorden en diagrammen verduidelijkt dan door wiskundige formules,
omdat de schrijver van mening is dat ‘wiskundige symbolen nooit
het hele verhaal kunnen vertellen. Men kan zoveel elegante vergelijkingen
opschrijven als men wil, maar ergens moet er een raamwerk zijn om deze
symbolen te verbinden met de echte dingen in de wereld. Ik denk niet
dat iets de gewone taal kan vervangen om hierin te voorzien’ (blz.
xii).
–
I.M. Oderberg