Volwassen worden
Nellie M. Davis

 

Zoals er een seizoen is om te planten en een seizoen om te oogsten, incarnatie om actief te zijn en excarnatie om te assimileren, een periode van opkomst en een periode van ondergang van een beschaving, zo zijn er tijden waarin de heersende stromingen van geestelijke groei de ontwikkeling van bepaalde aspecten van bewustzijn in de mensheid opwekken, bevorderen of nodig maken. Want er was een tijd dat de mensheid op onze aarde niet over het vermogen beschikte om logisch te redeneren en een tijd waarin ze dit vermogen verwierf of activeerde, toen het verstand zoals we het tegenwoordig kennen begon te functioneren.
        Activiteit die in harmonie is met een natuurlijk getij, hetzij kosmisch of op menselijk niveau, levert vanzelfsprekend resultaten op die karakteristiek zijn voor dat getij en is de juiste stap voorwaarts in evolutionaire ontwikkeling. Volgens mij beweegt het getij van de huidige impuls in de richting van altruïsme, en voor de mensheid betekent dit dat een hoger vermogen dan het verstand begint te ontwaken. Het is het aloude gebod: ‘Geef uw leven op als u wilt leven.’ In het verleden zijn er altijd mensen geweest die deze status hebben bereikt en ze hebben zich onderscheiden als kleinere of grotere leiders; zij hebben gegeven, en de grote meerderheid heeft genomen. In de huidige cyclus lijkt er een ongewoon gebrek aan leiders te zijn, maar in werkelijkheid is er geen gebrek; alleen het type is veranderd om in deze tijd te passen en vaak herkennen we het nieuwe type niet.
        Het tijdperk van dogma, de lijst met duidelijk afgebakende ‘doe-dit’ en ‘doe-dat-niet’-onderwerpen is voorbij, en iedereen voelt nu, hoe vaag ook, de druk en de noodzaak om in zijn eigen innerlijk de signalen te ontdekken of aan het licht te brengen voor de rol die hij in het doelgerichte en ordelijke leven van ons heelal geacht wordt te spelen. Als hij zichzelf, zijn persoonlijke wensen en behoeften, kan vergeten en met alle oprechtheid en kracht waarover hij beschikt zich kan afvragen: ‘Heer wat wilt u dat ik doe?’ dan zal hij de weg weten hoe hij in harmonie met de universele wet gehoor moet geven aan de eisen van het dagelijks leven. Als hij die weg dan naar beste kunnen volgt, zal hij naarmate de maanden verstrijken, ontdekken dat hij over een groeiende bron van inzicht en kracht beschikt. Hij zal ook ontdekken dat hij deze verliest zodra zijn persoonlijke wensen tussenbeide komen, even zeker als dat het licht verdwijnt wanneer hij de elektrische stroom uitschakelt.
        In het algemeen bevindt een kind zich, stoffelijk gezien, overwegend aan de ontvangende kant tot zijn opleiding is voltooid; daarna staat hij op eigen benen. Hij moet verdienen wat hij krijgt; hij krijgt wat hij verdient. Tegenwoordig is de mens op de hele wereld in zekere zin volwassen, en bevindt zich geestelijk in het stadium waarin iedereen zoals nooit tevoren de gelegenheid en de opdracht heeft om te bereiken wat in het verleden slechts voor weinig mensen bereikbaar was – een sterker gevoel van innerlijke leiding, waarbij men in meerdere of mindere mate vertrouwt op zijn individualiteit, op zijn innerlijke christus, boeddha, heer, zelf. Zij die deze bewuste stap vooruit kunnen zetten, zullen na verloop van tijd nieuwe terreinen van motivatie betreden, met nieuwe zorgen en nieuwe vreugden, nieuwe problemen en nieuwe oplossingen – inderdaad een verschuiving van het centrum van hun bewustzijn.
        Het leven heeft een bedoeling, en de mens die zo goed mogelijk het pad van onbaatzuchtigheid bewandelt begint deze bedoeling te begrijpen door in harmonie daarmee te werken. In feite is hij dan bezig een groter deel van de universele verantwoordelijkheid op zich te nemen. Iets dat boven het verstand uitgaat is begonnen in hem werkzaam te zijn.
        Als we deze weg volgen, vinden we zowel uiterlijke als innerlijke leiders en helpers – niet om ons verder nog lastig te vallen, ons over te halen, of vaste regels voor te schrijven zoals in het verleden, maar om ons door voorbeeld en influistering te inspireren en te helpen ons onderscheidingsvermogen wakker te maken en te gebruiken om op onze eigen manier het hoofd te bieden aan onze eigen problemen. Leiders zijn niet ongeïnteresseerd geworden, maar de mensen zijn bezig volwassen te worden, en om te overleven moeten ze de grotere verantwoordelijkheden die dit met zich meebrengt leren inzien en op zich nemen. Vaak schieten we tekort door onwetendheid en beperkingen, maar als we eenmaal een flauw idee hebben van de mogelijkheden die voor ons liggen, zullen we de moed krijgen het te blijven proberen zodat iedereen in de diepste zin van het woord vrij kan zijn.

 

Uit het tijdschrift Sunrise jan/feb 2003

© 2003 Theosophical University Press Agency