Grote en levende Aten, die over het leven beschikt,
vol levenskracht, onze vader. Onze muur van miljoenen ellen, die ons
herinnert aan de eeuwigheid, onze getuige van wat eeuwig is. Die zichzelf
vormt met zijn eigen handen; die door geen vakman is uitgedacht. Die
de taak heeft onophoudelijk iedere dag op te komen en onder te gaan.
Of hij zich in de hemel bevindt of op aarde, ieder oog aanschouwt
hem onbelemmerd, zolang hij het land van zijn stralen voorziet en
hij het voor ieder mogelijk maakt te leven. Door hem te aanschouwen
worden onze ogen dagelijks tevredengesteld in deze Tempel van Aten
en hij vult deze door middel van zijn stralen, schitterend vol liefde,
en daarmee omarmt hij ons voor altijd in leven en kracht.
– Oud Egyptisch gebed
Dit gebed tot de zon werd duizenden jaren geleden geschreven door farao
Akhenaten, die de zon niet alleen zag als de bron van al het licht,
alle warmte en al het fysieke leven, maar ook als het spirituele bewustzijnscentrum
van het heelal. Akhenaten probeerde een religie te scheppen gebaseerd
op een spiritueel begrijpen van de zon, en zijn astronomen deden onderzoek
zover als dat in die tijd mogelijk was. Wat kan de wetenschap, van de
observatoria in de woestijn uit het Egypte van Akhenaten tot aan de
hedendaagse ruimtetechnologie, ons leren over onze stralende dagster
en wat kunnen we leren over zijn rol als vader/moeder/oudere broer?
In astronomische termen is de zon een gewone middelgrote ster, een
van de mogelijk 100 miljard sterren in ons eigen sterrenstelsel, de
melkweg. De zon is verreweg het grootste object in ons zonnestelsel
en bevat meer dan 99,8% van de totale massa daarvan (Jupiter bevat het
grootste deel van de rest). Hij staat 150 miljoen kilometer af van de
aarde en toch straalt hij met zo’n schittering dat hij alle leven
op onze planeet onderhoudt. Om een indruk te krijgen van de immense
afstanden en zijn enorme omvang, bedenk dan dat als de zon zo groot
zou zijn als een tennisbal, de aarde een zandkorrel zou zijn op meer
dan zeven meter afstand. De dichtstbijzijnde ster in de onmetelijkheid
van onze melkweg, Alfa Centauri, zou ook zo’n tennisbal zijn,
maar dan 2000 km verderop.
De wetenschap beschrijft de zon als een gigantische bijzonder hete
bal met een doorsnede van 1,4 miljoen km die voornamelijk uit waterstofgas
bestaat. De temperatuur aan zijn oppervlakte is ongeveer 6000 graden
Kelvin en in zijn kern een kolossale 16 miljoen graden. Onder deze extreme
omstandigheden worden afzonderlijke waterstofatomen tegen elkaar gedrukt
en vindt er kernfusie plaats tot helium en daardoor komt een hoeveelheid
energie vrij die per seconde gelijk is aan die van 100 miljard waterstofbommen
van een megaton. Men denkt dat de zon ongeveer 4,5 miljard jaar oud
is, en dat hij sinds zijn vurige geboorte ongeveer de helft van de waterstof
in zijn kern heeft opgebruikt. Hij zal nog ongeveer 5 miljard jaar vredig
stralen tot de waterstof-brandstof tenslotte opraakt. Recent onderzoek
suggereert dat als gevolg van dit verbrandingsproces de lichtsterkte
van de zon zodanig zal toenemen dat het leven op aarde over naar schatting
een half tot één miljard jaar niet meer kan worden instandgehouden.1
Ongeveer 25% van de zon is betrokken bij dit proces van ‘verbranding’,
waarbij de energie door enorme convectiestromen naar de oppervlakte
wordt getransporteerd, wat een grote convulsieve vermenging en turbulentie
van gas aan de oppervlakte teweegbrengt. Het beeld dat we hebben van
de zon is de laatste tien jaar enorm verruimd door onderzoeksprojecten
vanuit ruimtevaartuigen en vanaf op de aarde gebouwde observatoria,
waarbij men heeft gevonden dat
de zon klingelt als een enorme bel: de gassen op
de zon stijgen en dalen als kokend water in een ketel. Er worden door
deze convectiestromen geluidsgolven opgewekt die gevangen raken binnen
de zon waardoor een dambordachtig patroon van vibraties ontstaat dat
hemelse melodieën doet weerklinken als van een enorme gong. Waarnemingen
van GONG [Global Oscillation Network Group] en SOHO [Solar and Heliospheric
Observatory] kunnen wetenschappers helpen bij het meten van de snelheden
van de verschillende geluidsgolven, zodat astronomen kunnen afleiden
wat de temperatuur van de verschillende lagen is en hoe de inwendige
beweging van gassen die ‘koken’ in de enorme convectiestromen
of ‘cellen’ diep binnenin de zon verlopen. Door naar de
trillende oppervlakte van de zon te luisteren, kunnen helioseismologen
het binnenste van de ster peilen op vergelijkbare wijze als geologen
seismische golven van aardbevingen gebruiken om te peilen hoe onze
eigen planeet vanbinnen is samengesteld.
Vroeger dacht men dat de zon een volmaakte smetteloze bol was, maar
in 1611 ontdekte Galileo, die gebruikmaakte van de toen juist uitgevonden
telescoop, donkere vlekken op zijn oppervlakte (Chinese astronomen hadden
echter al rond 200 v.Chr. zonnevlekken waargenomen). In november 2001
tuurde het SOHO ruimtevaartuig, gebruikmakend van technieken die vergelijkbaar
zijn met die van medische ultrasone diagnostische methoden, bij de zonnevlekken
naar binnen, en ontdekte hun structuur. Deze donkere vlekken die zo
groot zijn als planeten, komen voor in paren met een tegengestelde lading
en zijn enorme magnetische ‘pluggen’ die koel zijn in verhouding
tot de omringende gassen en rondkolken bovenop orkanen van geëlektrificeerd
gas. Waarnemingen laten materie zien die uit die vlekken aan de oppervlakte
stroomt, maar dieper vanbinnen stormt er inwendige materie naartoe in
de vorm van gigantische draaikolken.
Het aantal zonnevlekken varieert in de loop van een cyclus van 11 jaar.
Op dit moment gaan we een periode van lage zonneactiviteit in die volgt
op een maximum in 2000/2001. De hele cyclus strekt zich uit over een
periode van 22 jaar en geeft aan dat er diepliggende magnetische processen
in de zon plaatsvinden waarvan men nog maar net iets begint te begrijpen.
Deze interacties worden beïnvloed door de rotatie van de zon, die,
omdat hij geen vast lichaam is, bij de evenaar in 27 dagen ronddraait
en bij de polen in 31 dagen. Gigantische oplaaiingen van bijzonder hete
gassen spiralen tot zo’n half miljoen kilometer de ruimte in boven
de koelere zonnevlekken. Om redenen die nog niet worden begrepen barsten
de machtigste zonnevlammen vaak uit tijdens de afnemende fase van de
zonnevlekcyclus. Als zonnevlekken tegenover de aarde staan kunnen zulke
uitstortingen het schitterende noorderlicht veroorzaken dat sprankelt
in de luchten boven het noordpoolgebied. Als de aarde van de zon de
‘volle laag’ krijgt te absorberen kan dat leiden tot grootschalige
stroomuitval en de verstoring van radiogolven en van communicatie via
satellieten.
De vurige halo rondom de zon wordt corona genoemd. Vreemd genoeg is
de buitenste sfeer bij een temperatuur van 1 miljoen graden veel heter
dan de temperatuur aan het oppervlak van de zon. Begin 2000 vond de
TRACE-satelliet (Transition Region and Coronal Explorer: overgangszone
en corona onderzoekssatelliet) dat de zon warmte van zijn oppervlakte
aan de corona overdraagt via vreemde sponsachtige verschijnselen die
op mosplantjes lijken. Dit ‘zonnemos’ bestaat in werkelijkheid
uit gebieden die ruwweg 10 tot 20 duizend kilometer in doorsnede zijn
en bestaan uit heet gas dat 1600 tot meer dan 3000 kilometer boven actieve
gebieden aan de oppervlakte drijft, waarbij bogen van magnetische vlammen
in de corona omhoog worden gestoten, zodat de leven schenkende warmte
van de zon door ons hele zonnestelsel straalt. In De Mahatma Brieven
spreekt KH over de magnetische aard van de corona van de zon en de grote
vlammen en uitsteeksels daarin en daarboven. Hij maakt een opmerking
over de grote overeenkomst daarvan met de aura die soms verschijnt rond
het hoofd van geestelijk gevorderde mensen. Zulke aura’s zijn
vereeuwigd in de halo’s die zijn afgebeeld rond het hoofd van
christelijke en andere heilige figuren.
Met behulp van de SOHO hebben wetenschappers ‘straalstromen’
of rivieren van hete elektrisch geladen deeltjes waargenomen die onder
de oppervlakte van de zon stromen. Men heeft ook verschijnselen aangetroffen
die analoog zijn aan aardse passaatwinden, en die gas transporteren
van onder de vurige oppervlakte van de zon. Deze stromen of zonale gordels
kan men vergelijken met de schuine rode en witte strepen op de paal
buiten een kapperszaak; ze beginnen op breedtegraden halverwege de polen
en de evenaar, en bewegen gedurende de elfjarige zonnecyclus geleidelijk
in de richting van de evenaar. In maart 2001 maakten wetenschappers
van NASA bekend dat
onlangs ontdekte gasstromen diep in het binnenste
van de zon kloppen zoals bloed in een slagader, die iedere 16 maanden
versnellen en vertragen. De solaire hartslag klopt in hetzelfde gebied
van de zon als dat waarvan men vermoedt dat daar de elfjarige cyclus
van zonne-erupties wordt voortgebracht; in die 11 jaar komt de zon
in een stormachtige toestand, komt weer tot rust en begint dan opnieuw.
Wetenschappers hopen dat dit ritme hen kan helpen om achter de oorsprong
en werking van de zonnecyclus te komen.
Omdat de aarde rond het equatoriale vlak van de zon draait, heeft de
mensheid hem – tot voor kort – alleen van opzij gezien.
In 1994 en in 1999 vloog het minuscule ruimtescheepje Ulysses eerst
over de zuidpool en toen over de noordpool van de zon, en dat leverde
een aantal onverwachte gegevens op. Het magnetisme van de zon is veel
complexer dan dat van de klassieke ijzeren magneet die we van school
kennen. ‘We vielen van de ene verbazing in de andere’, rapporteert
Mike Lockwood van het Rutherford Appleton Laboratory bij Oxford in Engeland.2
‘Ulysses ontdekte dat de radiale component van het magnetisch
veld op grotere afstand van de zon boven alle breedtegraden even sterk
is. Niemand had dat verwacht, maar het betekent wel dat we historische
gegevens die op één plaats zijn waargenomen, namelijk
de aarde, kunnen gebruiken om af te leiden dat de hele zon een verrassende
verandering had ondergaan. Het resultaat van de Ulysses was absoluut
van cruciaal belang.’ Het ruimtevaartuig had bovendien een uiterst
geschikte positie voor het observeren van de omkering van de polariteit
van het magnetisch veld van de zon dat bij ieder zonnemaximum plaatsvindt.
Deze verandering heeft invloed op het hele zonnestelsel, en het duurt
ongeveer een jaar tot deze invloed de gebieden voorbij Pluto bereikt.
‘Grote en levende Aten (zon), die over het leven beschikt, vol
levenskracht, onze vader’ – Het gebed van Akhenaten eert
met ontzag een levend wezen dat zich uitstrekt tot buiten het gezichtsveld
van de wetenschappelijke opvatting dat de zon een krachtcentrale is.
Om het innerlijke wezen dat in gebeden en gedichten wordt geëerd
te willen begrijpen op basis van de zichtbare processen van de zon is
net zoiets als te proberen mensen te begrijpen door te onderzoeken hoe
hun stofwisseling voedsel omzet in energie. Waarom hebben zoveel religieuze
stelsels door de eeuwen heen de zon als onze vader, moeder of zelfs
oudere broer aangeduid? In de jaren dertig van de vorige eeuw verklaarde
G. de Purucker:
Als het hart en het brein van zijn hele stelsel,
zendt de zon een twaalfvoudig leven naar ieder atoom van zijn eigen
zonneheelal, waarvan wij een onafscheidelijk deel zijn. De zon is
vóór alles een schenker van leven. Kosmogonisch is hij
onze oudere broer, en beslist niet onze fysieke ouder zoals wetenschappelijke
theorieën wel beweren; toch is hij ook in vitaal opzicht onze
vader-moeder, omdat de kracht gevende levensstromen uit stelsels en
werelden boven de onze via de zon tot ons komen. . . . De zon is een
schatkamer van vitaal-elektrische energieën, en als het grote
kloppende hart van zijn stelsel schenkt hij leven en bezieling aan
de eindeloze menigten wezens die onder zijn heerschappij vallen.
– Bron van het
Occultisme, blz. 334
Als het universum een organisme is dat is samengesteld uit levende
wezens in alle stadia van groei, zijn sterren zoals onze zon zichtbare
omhulsels van heldere hemelse entiteiten die we terecht goden kunnen
noemen. Ze zijn ons ver vooruit in geestelijke evolutie en vertegenwoordigen
een bepaalde klasse van wezens waarvan de innerlijke aspecten onzichtbaar
zijn, evenals de aspecten van een mens die zijn werkelijke aard uitmaken
en hem leiding geven. De heldere schijf die we aan de hemel zien staan
is niet de ware zon, maar slechts het zichtbare gevolg van zijn energieën
op ons fysieke gebied. Evenzo is elektriciteit op zichzelf onzichtbaar,
maar toch kunnen we een elektrische vonk met onze ogen waarnemen omdat
de gevolgen ervan zichtbaar worden wanneer elektriciteit de weerstand
van de lucht overwint. Meester KH zegt:
Wat u de zon noemt, is in feite niet anders dan
een weerkaatsing van de reusachtige ‘voorraadschuur’ van
ons stelsel, waarin al zijn krachten worden opgewekt en bewaard; omdat
de zon het hart en het brein is van ons dwergheelal, zouden we zijn
faculae – die miljoenen kleine, intens schitterende
lichamen waaruit het oppervlak van de zon buiten de vlekken bestaat
– kunnen vergelijken met de bloedlichaampjes van die lichtbol
. . . – De Mahatma
Brieven, blz. 177
Wat wetenschappers tegenwoordig ‘granulatie [korreling]’
of solaire convectiestromen noemen, noemt de meester ‘bloedlichaampjes’
op de oppervlakte van de zon. Het machtige hart van de zon slaat eenmaal
in tien aardse jaren, en het kost de levensstromen nog een jaar om door
de verborgen kamers van de zon te bewegen, wat samen zorgt voor de elfjarige
cyclus die door de wetenschap wordt waargenomen. Met iedere hartslag
stoot de zon zijn bijeengebrachte voorraad vitaliteit via de mysterieuze
zonnevlekken uit naar de verst verwijderde hoeken van het zonnestelsel.
Waarnemingen van de Ulysses van zonnewind die met hoge snelheid door
een groot gat in de buitenste atmosfeer van de zuidpool wordt uitgestoten,
zijn hoogst suggestief. De Purucker zegt over dit mysterie: ‘de
zon voedt zijn familie: evenals het hart het lichaam voedt. Hij stuwt
zijn bloed als het ware uit via zijn zuidpool, en nadat de omloop door
het lichaam is voltooid, ontvangt hij het weer bij zijn noordpool.’
Via de zonnevlekken keert het zonnebloed – de zonne-energie, elektriciteit
of het psychomagnetisme – terug om te worden gezuiverd in het
hart waaruit het was weggezonden.
Er bestaan vele wonderbaarlijke leringen van de oude wijsheid over
onze onuitputtelijke levengever, de zon. Zonsverduisteringen zijn bijvoorbeeld
van grote betekenis op grond van de effecten die de aantrekking van
de zon en van de maan op de aarde hebben; en anderzijds die van de zon
en de aarde op de maan – niet alleen de zwaartekracht, maar ook
de psychomagnetische aantrekking, die op die momenten grote golven van
levensenergie tussen de zon, de maan en de aarde teweegbrengt. Maar
een van de meest grootse leringen is die over de rol die de zon speelt
bij de inwijding van hooggeëvolueerde mensen op specifieke momenten
van het jaar en bij bepaalde cycli wanneer de aarde zich in een gunstige
configuratie bevindt.3 Dit is niet iets
dat alleen maar ver van ons af staat. We moeten bedenken dat in de inwijdingen
van de dagelijkse ervaring een deel van ons spirituele hart uit zonnesubstantie
bestaat, waarheen we op een dag zelfbewust zullen terugkeren. In ons
leven hier en nu kunnen we proberen ons te vereenzelvigen met de zonne-essentie
van onszelf en niet vergeten dat als we het evolutionaire traject met
succes afleggen, we in de verre toekomst de enorme verantwoordelijkheden
van onze vader/moeder/oudere broer op ons moeten nemen en zelf een ster
worden!
Langgeleden begonnen de oude Egyptenaren hun dag met een gebed aan
de opkomende zon:
Eer aan u, o Ra (de zon), bij uw ontzagwekkend
opkomen!
U rijst! U straalt! De hemelen worden opzij gerold!
U bent de koning van de goden, u bent de Al-omvattende,
Van u komen wij, in u worden wij vergoddelijkt.
In deze tijd herhalen miljoenen hindoes in India een gebed aan de verborgen
zon, dat bekend staat als de Gayatri die ons eveneens herinnert
aan onze heilige verwantschap met dit levende wezen. Laten we zijn warmte
in ons hart dragen als we onze eigen inwijdingen van de dagelijkse levenservaring
tegemoet treden:
U, gouden zon met uw verheven luister, verlicht
ons hart en vervul onze geest, opdat wij, die beseffen dat we één
zijn met het goddelijke dat het hart van het universum is, het pad
mogen zien en betreden dat vóór ons ligt en naar dat
verre doel leidt dat volmaking is, aangemoedigd door uw eigen stralende
licht.
Verwijzingen
- T. Hayden, ‘Curtain Call’, in Astronomy
(28:1), januari 2000, blz. 44-9.
- ESA Science News, 3 juni 1999.
- Zie De Vier Heilige Jaargetijden van G. de
Purucker en De
Mysteriescholen door de eeuwen heen van Grace F. Knoche voor
meer informatie over dit complexe onderwerp dat wordt gevierd in de
mythen en heilige ceremoniën van de volkeren van onze aarde.