De zon: krachtcentrale en vader/moeder/oudere broer
Andrew Rooke

 

Grote en levende Aten, die over het leven beschikt, vol levenskracht, onze vader. Onze muur van miljoenen ellen, die ons herinnert aan de eeuwigheid, onze getuige van wat eeuwig is. Die zichzelf vormt met zijn eigen handen; die door geen vakman is uitgedacht. Die de taak heeft onophoudelijk iedere dag op te komen en onder te gaan. Of hij zich in de hemel bevindt of op aarde, ieder oog aanschouwt hem onbelemmerd, zolang hij het land van zijn stralen voorziet en hij het voor ieder mogelijk maakt te leven. Door hem te aanschouwen worden onze ogen dagelijks tevredengesteld in deze Tempel van Aten en hij vult deze door middel van zijn stralen, schitterend vol liefde, en daarmee omarmt hij ons voor altijd in leven en kracht.         – Oud Egyptisch gebed

Dit gebed tot de zon werd duizenden jaren geleden geschreven door farao Akhenaten, die de zon niet alleen zag als de bron van al het licht, alle warmte en al het fysieke leven, maar ook als het spirituele bewustzijnscentrum van het heelal. Akhenaten probeerde een religie te scheppen gebaseerd op een spiritueel begrijpen van de zon, en zijn astronomen deden onderzoek zover als dat in die tijd mogelijk was. Wat kan de wetenschap, van de observatoria in de woestijn uit het Egypte van Akhenaten tot aan de hedendaagse ruimtetechnologie, ons leren over onze stralende dagster en wat kunnen we leren over zijn rol als vader/moeder/oudere broer?

In astronomische termen is de zon een gewone middelgrote ster, een van de mogelijk 100 miljard sterren in ons eigen sterrenstelsel, de melkweg. De zon is verreweg het grootste object in ons zonnestelsel en bevat meer dan 99,8% van de totale massa daarvan (Jupiter bevat het grootste deel van de rest). Hij staat 150 miljoen kilometer af van de aarde en toch straalt hij met zo’n schittering dat hij alle leven op onze planeet onderhoudt. Om een indruk te krijgen van de immense afstanden en zijn enorme omvang, bedenk dan dat als de zon zo groot zou zijn als een tennisbal, de aarde een zandkorrel zou zijn op meer dan zeven meter afstand. De dichtstbijzijnde ster in de onmetelijkheid van onze melkweg, Alfa Centauri, zou ook zo’n tennisbal zijn, maar dan 2000 km verderop.

De wetenschap beschrijft de zon als een gigantische bijzonder hete bal met een doorsnede van 1,4 miljoen km die voornamelijk uit waterstofgas bestaat. De temperatuur aan zijn oppervlakte is ongeveer 6000 graden Kelvin en in zijn kern een kolossale 16 miljoen graden. Onder deze extreme omstandigheden worden afzonderlijke waterstofatomen tegen elkaar gedrukt en vindt er kernfusie plaats tot helium en daardoor komt een hoeveelheid energie vrij die per seconde gelijk is aan die van 100 miljard waterstofbommen van een megaton. Men denkt dat de zon ongeveer 4,5 miljard jaar oud is, en dat hij sinds zijn vurige geboorte ongeveer de helft van de waterstof in zijn kern heeft opgebruikt. Hij zal nog ongeveer 5 miljard jaar vredig stralen tot de waterstof-brandstof tenslotte opraakt. Recent onderzoek suggereert dat als gevolg van dit verbrandingsproces de lichtsterkte van de zon zodanig zal toenemen dat het leven op aarde over naar schatting een half tot één miljard jaar niet meer kan worden instandgehouden.1

Ongeveer 25% van de zon is betrokken bij dit proces van ‘verbranding’, waarbij de energie door enorme convectiestromen naar de oppervlakte wordt getransporteerd, wat een grote convulsieve vermenging en turbulentie van gas aan de oppervlakte teweegbrengt. Het beeld dat we hebben van de zon is de laatste tien jaar enorm verruimd door onderzoeksprojecten vanuit ruimtevaartuigen en vanaf op de aarde gebouwde observatoria, waarbij men heeft gevonden dat

de zon klingelt als een enorme bel: de gassen op de zon stijgen en dalen als kokend water in een ketel. Er worden door deze convectiestromen geluidsgolven opgewekt die gevangen raken binnen de zon waardoor een dambordachtig patroon van vibraties ontstaat dat hemelse melodieën doet weerklinken als van een enorme gong. Waarnemingen van GONG [Global Oscillation Network Group] en SOHO [Solar and Heliospheric Observatory] kunnen wetenschappers helpen bij het meten van de snelheden van de verschillende geluidsgolven, zodat astronomen kunnen afleiden wat de temperatuur van de verschillende lagen is en hoe de inwendige beweging van gassen die ‘koken’ in de enorme convectiestromen of ‘cellen’ diep binnenin de zon verlopen. Door naar de trillende oppervlakte van de zon te luisteren, kunnen helioseismologen het binnenste van de ster peilen op vergelijkbare wijze als geologen seismische golven van aardbevingen gebruiken om te peilen hoe onze eigen planeet vanbinnen is samengesteld.

Vroeger dacht men dat de zon een volmaakte smetteloze bol was, maar in 1611 ontdekte Galileo, die gebruikmaakte van de toen juist uitgevonden telescoop, donkere vlekken op zijn oppervlakte (Chinese astronomen hadden echter al rond 200 v.Chr. zonnevlekken waargenomen). In november 2001 tuurde het SOHO ruimtevaartuig, gebruikmakend van technieken die vergelijkbaar zijn met die van medische ultrasone diagnostische methoden, bij de zonnevlekken naar binnen, en ontdekte hun structuur. Deze donkere vlekken die zo groot zijn als planeten, komen voor in paren met een tegengestelde lading en zijn enorme magnetische ‘pluggen’ die koel zijn in verhouding tot de omringende gassen en rondkolken bovenop orkanen van geëlektrificeerd gas. Waarnemingen laten materie zien die uit die vlekken aan de oppervlakte stroomt, maar dieper vanbinnen stormt er inwendige materie naartoe in de vorm van gigantische draaikolken.

Het aantal zonnevlekken varieert in de loop van een cyclus van 11 jaar. Op dit moment gaan we een periode van lage zonneactiviteit in die volgt op een maximum in 2000/2001. De hele cyclus strekt zich uit over een periode van 22 jaar en geeft aan dat er diepliggende magnetische processen in de zon plaatsvinden waarvan men nog maar net iets begint te begrijpen. Deze interacties worden beïnvloed door de rotatie van de zon, die, omdat hij geen vast lichaam is, bij de evenaar in 27 dagen ronddraait en bij de polen in 31 dagen. Gigantische oplaaiingen van bijzonder hete gassen spiralen tot zo’n half miljoen kilometer de ruimte in boven de koelere zonnevlekken. Om redenen die nog niet worden begrepen barsten de machtigste zonnevlammen vaak uit tijdens de afnemende fase van de zonnevlekcyclus. Als zonnevlekken tegenover de aarde staan kunnen zulke uitstortingen het schitterende noorderlicht veroorzaken dat sprankelt in de luchten boven het noordpoolgebied. Als de aarde van de zon de ‘volle laag’ krijgt te absorberen kan dat leiden tot grootschalige stroomuitval en de verstoring van radiogolven en van communicatie via satellieten.

De vurige halo rondom de zon wordt corona genoemd. Vreemd genoeg is de buitenste sfeer bij een temperatuur van 1 miljoen graden veel heter dan de temperatuur aan het oppervlak van de zon. Begin 2000 vond de TRACE-satelliet (Transition Region and Coronal Explorer: overgangszone en corona onderzoekssatelliet) dat de zon warmte van zijn oppervlakte aan de corona overdraagt via vreemde sponsachtige verschijnselen die op mosplantjes lijken. Dit ‘zonnemos’ bestaat in werkelijkheid uit gebieden die ruwweg 10 tot 20 duizend kilometer in doorsnede zijn en bestaan uit heet gas dat 1600 tot meer dan 3000 kilometer boven actieve gebieden aan de oppervlakte drijft, waarbij bogen van magnetische vlammen in de corona omhoog worden gestoten, zodat de leven schenkende warmte van de zon door ons hele zonnestelsel straalt. In De Mahatma Brieven spreekt KH over de magnetische aard van de corona van de zon en de grote vlammen en uitsteeksels daarin en daarboven. Hij maakt een opmerking over de grote overeenkomst daarvan met de aura die soms verschijnt rond het hoofd van geestelijk gevorderde mensen. Zulke aura’s zijn vereeuwigd in de halo’s die zijn afgebeeld rond het hoofd van christelijke en andere heilige figuren.

Met behulp van de SOHO hebben wetenschappers ‘straalstromen’ of rivieren van hete elektrisch geladen deeltjes waargenomen die onder de oppervlakte van de zon stromen. Men heeft ook verschijnselen aangetroffen die analoog zijn aan aardse passaatwinden, en die gas transporteren van onder de vurige oppervlakte van de zon. Deze stromen of zonale gordels kan men vergelijken met de schuine rode en witte strepen op de paal buiten een kapperszaak; ze beginnen op breedtegraden halverwege de polen en de evenaar, en bewegen gedurende de elfjarige zonnecyclus geleidelijk in de richting van de evenaar. In maart 2001 maakten wetenschappers van NASA bekend dat

onlangs ontdekte gasstromen diep in het binnenste van de zon kloppen zoals bloed in een slagader, die iedere 16 maanden versnellen en vertragen. De solaire hartslag klopt in hetzelfde gebied van de zon als dat waarvan men vermoedt dat daar de elfjarige cyclus van zonne-erupties wordt voortgebracht; in die 11 jaar komt de zon in een stormachtige toestand, komt weer tot rust en begint dan opnieuw. Wetenschappers hopen dat dit ritme hen kan helpen om achter de oorsprong en werking van de zonnecyclus te komen.

Omdat de aarde rond het equatoriale vlak van de zon draait, heeft de mensheid hem – tot voor kort – alleen van opzij gezien. In 1994 en in 1999 vloog het minuscule ruimtescheepje Ulysses eerst over de zuidpool en toen over de noordpool van de zon, en dat leverde een aantal onverwachte gegevens op. Het magnetisme van de zon is veel complexer dan dat van de klassieke ijzeren magneet die we van school kennen. ‘We vielen van de ene verbazing in de andere’, rapporteert Mike Lockwood van het Rutherford Appleton Laboratory bij Oxford in Engeland.2 ‘Ulysses ontdekte dat de radiale component van het magnetisch veld op grotere afstand van de zon boven alle breedtegraden even sterk is. Niemand had dat verwacht, maar het betekent wel dat we historische gegevens die op één plaats zijn waargenomen, namelijk de aarde, kunnen gebruiken om af te leiden dat de hele zon een verrassende verandering had ondergaan. Het resultaat van de Ulysses was absoluut van cruciaal belang.’ Het ruimtevaartuig had bovendien een uiterst geschikte positie voor het observeren van de omkering van de polariteit van het magnetisch veld van de zon dat bij ieder zonnemaximum plaatsvindt. Deze verandering heeft invloed op het hele zonnestelsel, en het duurt ongeveer een jaar tot deze invloed de gebieden voorbij Pluto bereikt.

‘Grote en levende Aten (zon), die over het leven beschikt, vol levenskracht, onze vader’ – Het gebed van Akhenaten eert met ontzag een levend wezen dat zich uitstrekt tot buiten het gezichtsveld van de wetenschappelijke opvatting dat de zon een krachtcentrale is. Om het innerlijke wezen dat in gebeden en gedichten wordt geëerd te willen begrijpen op basis van de zichtbare processen van de zon is net zoiets als te proberen mensen te begrijpen door te onderzoeken hoe hun stofwisseling voedsel omzet in energie. Waarom hebben zoveel religieuze stelsels door de eeuwen heen de zon als onze vader, moeder of zelfs oudere broer aangeduid? In de jaren dertig van de vorige eeuw verklaarde G. de Purucker:

Als het hart en het brein van zijn hele stelsel, zendt de zon een twaalfvoudig leven naar ieder atoom van zijn eigen zonneheelal, waarvan wij een onafscheidelijk deel zijn. De zon is vóór alles een schenker van leven. Kosmogonisch is hij onze oudere broer, en beslist niet onze fysieke ouder zoals wetenschappelijke theorieën wel beweren; toch is hij ook in vitaal opzicht onze vader-moeder, omdat de kracht gevende levensstromen uit stelsels en werelden boven de onze via de zon tot ons komen. . . . De zon is een schatkamer van vitaal-elektrische energieën, en als het grote kloppende hart van zijn stelsel schenkt hij leven en bezieling aan de eindeloze menigten wezens die onder zijn heerschappij vallen.
        – Bron van het Occultisme, blz. 334

Als het universum een organisme is dat is samengesteld uit levende wezens in alle stadia van groei, zijn sterren zoals onze zon zichtbare omhulsels van heldere hemelse entiteiten die we terecht goden kunnen noemen. Ze zijn ons ver vooruit in geestelijke evolutie en vertegenwoordigen een bepaalde klasse van wezens waarvan de innerlijke aspecten onzichtbaar zijn, evenals de aspecten van een mens die zijn werkelijke aard uitmaken en hem leiding geven. De heldere schijf die we aan de hemel zien staan is niet de ware zon, maar slechts het zichtbare gevolg van zijn energieën op ons fysieke gebied. Evenzo is elektriciteit op zichzelf onzichtbaar, maar toch kunnen we een elektrische vonk met onze ogen waarnemen omdat de gevolgen ervan zichtbaar worden wanneer elektriciteit de weerstand van de lucht overwint. Meester KH zegt:

Wat u de zon noemt, is in feite niet anders dan een weerkaatsing van de reusachtige ‘voorraadschuur’ van ons stelsel, waarin al zijn krachten worden opgewekt en bewaard; omdat de zon het hart en het brein is van ons dwergheelal, zouden we zijn faculae – die miljoenen kleine, intens schitterende lichamen waaruit het oppervlak van de zon buiten de vlekken bestaat – kunnen vergelijken met de bloedlichaampjes van die lichtbol . . .        – De Mahatma Brieven, blz. 177

Wat wetenschappers tegenwoordig ‘granulatie [korreling]’ of solaire convectiestromen noemen, noemt de meester ‘bloedlichaampjes’ op de oppervlakte van de zon. Het machtige hart van de zon slaat eenmaal in tien aardse jaren, en het kost de levensstromen nog een jaar om door de verborgen kamers van de zon te bewegen, wat samen zorgt voor de elfjarige cyclus die door de wetenschap wordt waargenomen. Met iedere hartslag stoot de zon zijn bijeengebrachte voorraad vitaliteit via de mysterieuze zonnevlekken uit naar de verst verwijderde hoeken van het zonnestelsel. Waarnemingen van de Ulysses van zonnewind die met hoge snelheid door een groot gat in de buitenste atmosfeer van de zuidpool wordt uitgestoten, zijn hoogst suggestief. De Purucker zegt over dit mysterie: ‘de zon voedt zijn familie: evenals het hart het lichaam voedt. Hij stuwt zijn bloed als het ware uit via zijn zuidpool, en nadat de omloop door het lichaam is voltooid, ontvangt hij het weer bij zijn noordpool.’ Via de zonnevlekken keert het zonnebloed – de zonne-energie, elektriciteit of het psychomagnetisme – terug om te worden gezuiverd in het hart waaruit het was weggezonden.

Er bestaan vele wonderbaarlijke leringen van de oude wijsheid over onze onuitputtelijke levengever, de zon. Zonsverduisteringen zijn bijvoorbeeld van grote betekenis op grond van de effecten die de aantrekking van de zon en van de maan op de aarde hebben; en anderzijds die van de zon en de aarde op de maan – niet alleen de zwaartekracht, maar ook de psychomagnetische aantrekking, die op die momenten grote golven van levensenergie tussen de zon, de maan en de aarde teweegbrengt. Maar een van de meest grootse leringen is die over de rol die de zon speelt bij de inwijding van hooggeëvolueerde mensen op specifieke momenten van het jaar en bij bepaalde cycli wanneer de aarde zich in een gunstige configuratie bevindt.3 Dit is niet iets dat alleen maar ver van ons af staat. We moeten bedenken dat in de inwijdingen van de dagelijkse ervaring een deel van ons spirituele hart uit zonnesubstantie bestaat, waarheen we op een dag zelfbewust zullen terugkeren. In ons leven hier en nu kunnen we proberen ons te vereenzelvigen met de zonne-essentie van onszelf en niet vergeten dat als we het evolutionaire traject met succes afleggen, we in de verre toekomst de enorme verantwoordelijkheden van onze vader/moeder/oudere broer op ons moeten nemen en zelf een ster worden!

Langgeleden begonnen de oude Egyptenaren hun dag met een gebed aan de opkomende zon:

Eer aan u, o Ra (de zon), bij uw ontzagwekkend opkomen!
U rijst! U straalt! De hemelen worden opzij gerold!
U bent de koning van de goden, u bent de Al-omvattende,
Van u komen wij, in u worden wij vergoddelijkt.

In deze tijd herhalen miljoenen hindoes in India een gebed aan de verborgen zon, dat bekend staat als de Gayatri die ons eveneens herinnert aan onze heilige verwantschap met dit levende wezen. Laten we zijn warmte in ons hart dragen als we onze eigen inwijdingen van de dagelijkse levenservaring tegemoet treden:

U, gouden zon met uw verheven luister, verlicht ons hart en vervul onze geest, opdat wij, die beseffen dat we één zijn met het goddelijke dat het hart van het universum is, het pad mogen zien en betreden dat vóór ons ligt en naar dat verre doel leidt dat volmaking is, aangemoedigd door uw eigen stralende licht.

 

Verwijzingen

  1. T. Hayden, ‘Curtain Call’, in Astronomy (28:1), januari 2000, blz. 44-9.
  2. ESA Science News, 3 juni 1999.
  3. Zie De Vier Heilige Jaargetijden van G. de Purucker en De Mysteriescholen door de eeuwen heen van Grace F. Knoche voor meer informatie over dit complexe onderwerp dat wordt gevierd in de mythen en heilige ceremoniën van de volkeren van onze aarde.
 
Andere artikelen over sterrenkunde en kosmologie
 

Uit het tijdschrift Sunrise jan/feb 2003

© 2003 Theosophical University Press Agency