De kerstboodschap van een busconducteur
Andrew Rooke

 

De bus rammelde eentonig verder door de koude winterochtend. De passagiers weerspiegelden het aanhoudende gegons van het verkeer, en zaten opgesloten in het geraas van hun eigen dagelijkse gedachten, alsof hun medepassagiers mijlen ver waren. Hier een jonge zakenman die laat was om op kantoor te komen, en die zijn volgende stap op de ladder van succes zat te beramen; naast hem een gepensioneerde die vroeg op weg was naar de ochtendmarkt, zijn gedachten werden in beslag genomen door de glorie van vervlogen tijden; bij de deur een groep secretaresses die opgewonden over hun laatste romantische veroveringen praatten, verloren in de dromen van de toekomst.

Bij het busstation stapte een nieuwe conducteur in en begon aan zijn werk in deze miniatuurwereld. Aan zijn gezicht was af te lezen dat hij veel van de wereld had gezien, en zijn ogen gaven blijk van moeilijke ervaringen in andere landen voordat hij hier was gekomen. Onmiddellijk begon hij aan zijn oninteressante werk van het incasseren van de ritprijs uit handen die zich automatisch vanachter kranten uitstrekten, terwijl ingehouden stemmen hun bestemmingen mompelden. Als een rivier van licht bewoog de conducteur zich tussen deze duistere eilanden van privégedachten, terwijl hij een grap vertelde aan de jonge zakenman, de gepensioneerde warm begroette op deze koude dag, en een paar amusante levensadviezen gaf aan de secretaresses die daar verlegen om moesten lachen.

Snel daarna was de hele bus gevuld met lachende gezichten die al grappen makend probeerden te voorspellen wat de conducteur bij de volgende passagier op zijn ronde zou zeggen of doen om de eentonigheid te doorbreken. Het lachen en gegiechel veroorzaakt door de grappen van de conducteur werd door de passagiers overgebracht op de wereld van de gehaaste forenzen die rond de bus stroomden. Ring! Ring! En weg was de bus met zijn boodschapper vol humor om andere passagiers op te beuren die het goede geluk hadden om zijn bus te nemen.

In deze tijd van het jaar worden we overstelpt met boodschappen van vrede en welwillendheid in iedere etalage en in elk tv-spotje, maar hoe vaak staan we stil bij onze mogelijkheden om deze grote idealen van dit aloude Heilige Jaargetijde in het dagelijks leven tot uitdrukking te brengen? Evenals de busconducteur die probeerde om wat vrolijkheid in het leven van zijn passagiers te brengen, hebben we allemaal de gelegenheid om de talloze illusies veroorzaakt door egoïsme te overwinnen, en bij te dragen aan de krachten van het licht die in de wereld actief zijn. Als we ons van deze gelegenheden bewust willen zijn, dan moeten we onze houding voortdurend bijstellen, zodat we de positieve aspecten van de uitdagingen kunnen zien die het leven ons biedt.

Die verheven individuen die de geestelijke inwijdingen van het wintersolstitium ondergaan, hebben hun geschiktheid voor deze grote beproevingen bereikt gedurende eonen van altruïstische dienstbaarheid, en iedereen kan het pad dat door de geest van Kerstmis wordt benadrukt betreden indien zijn of haar wil, toewijding, en verlangens erop gericht zijn om anderen meer van dienst te zijn. Het pad van spirituele verworvenheden voor het doel van universele broederschap ligt niet ver weg achter de bergen van de toekomst; het ligt hier en nu in de keuzes die we iedere dag maken. Zelfs als onze positie in het leven als ondergeschikt kan worden beschouwd, hebben we evenals de busconducteur een passend werkterrein waarop we onzelfzuchtige gewoonten kunnen ontwikkelen die op een dag zullen leiden tot grotere kansen om de mensheid van dienst te zijn.

 
 

Uit het tijdschrift Sunrise jan/feb 2004

© 2004 Theosophical University Press Agency