De Theosophical Society begon als een organisatie voor het tot stand
brengen van universele broederschap. Hoe kunnen we dat doel in deze
tijd bereiken? Onlangs nam ik deel aan een plaatselijke Interreligieuze
Verscheidenheid Beurs, de eerste die in mijn stad werd georganiseerd.
Het was een leuk en fijn evenement, waar mensen uit verschillende tradities
en met verschillende opvattingen naartoe kwamen om met elkaar van gedachten
te wisselen en van elkaar te leren. Net als vroeger kiezen de meeste
mensen tegenwoordig ervoor om te vertrouwen op een formele uiteenzetting
van de waarheid die hun aanspreekt en tevredenstelt. Op dat punt aangekomen
accepteren ze in het algemeen een groot deel op basis van geloof en
autoriteit, en in die mate zijn ze orthodox – dit geldt net zozeer
voor theosofen en wetenschappers als voor aanhangers van een religie.
Sommigen van hen die een bepaald gedachtestelsel hebben aangenomen geven
niet graag toe, zelfs niet tegenover zichzelf, dat ze orthodox zijn
en veel op basis van geloof aannemen. Maar hoevelen van ons voldoen
aan de laatste woorden van de Boeddha?
Neem niet iets aan wat u heeft horen zeggen, neem
geen traditie aan, neem geen bewering aan omdat die in onze boeken
staat, noch omdat ze met uw eigen geloof overeenstemt, noch omdat
het door uw leraar wordt gezegd. . . . Wees uw eigen licht. . . .
Diegenen die nu, of nadat ik dood ben, op zichzelf vertrouwen en buiten
zichzelf geen hulp van iemand anders zoeken, zij zullen de grootste
hoogte bereiken.
Maar weinigen zijn vastbesloten en ijverig genoeg om de meeste dingen
zelf uit te zoeken. Daarom zijn voor de meesten van ons systematische
uiteenzettingen heel waardevol. We raken echter maar al te vaak gehecht
aan deze opvattingen en de autoriteiten waarop ze berusten. Als we eenmaal
een stelsel hebben aangenomen, is het gemakkelijk om te vervallen tot
de opvatting dat wij het beter weten, want we hebben de bron van kennis
gevonden die anderen na verloop van tijd als waar zullen erkennen. We
worden evangelisten – om anderen te helpen de dingen duidelijker
te zien en een betere weg te vinden. We moedigen ze aan om bepaalde
boeken te lezen of wegen te volgen die ons hebben geholpen, of proberen
ze van verschillende ‘onjuiste’ ideeën af te helpen.
Sommige mensen vinden onze pogingen misschien waardevol, anderen niet,
maar zendingsdrang, hoe altruïstisch het motief ook is, is in het
algemeen aanmatigend en soms schadelijk. We verliezen het feit uit het
oog dat het in wezen om onszelf gaat – onze waarnemingen, onze
reacties, onze manier om liefde en vriendelijkheid tot uitdrukking te
brengen – niet om de opvattingen of het gedrag van andere mensen.
We kunnen alleen onszelf veranderen, niet anderen. Zij moeten, en zullen
uiteindelijk, zichzelf veranderen als ze daarvoor kiezen.
Gelijkheid van gedachten of opvattingen zal zeker niet tot broederschap
en betere menselijke omstandigheden leiden. Dat is een weg die al meer
dan eens is uitgeprobeerd en die verschillende groepen nog steeds volgen.
Maar mensen zullen nooit allemaal hetzelfde denken of geloven, zelfs
niet als ze daartoe worden gedwongen. Zelfs zij die hetzelfde wereldbeeld
aanhangen hebben conflicten, en proberen soms elkaar kapot te maken.
Wanneer we verstrikt raken in onze opvattingen over wat juist en waar
is, vergeten we al snel dat we allemaal tot de menselijke familie behoren.
Om tot broederschap te komen is het niet nodig andere mensen te veranderen
of te verlichten, maar wel ze te accepteren eenvoudig omdat ze medemensen
zijn, en alleen om die reden ze met vriendelijkheid, medeleven en begrip
te behandelen. Door anderen te accepteren zoals ze nu zijn, erkennen
we hun spirituele zelfbeschikkingsrecht en onafhankelijkheid. Dit maakt
het voor ons mogelijk om gedachten met elkaar te delen en uit te wisselen,
te luisteren en te leren, in plaats van te proberen om vooral zelf veel
te geven omdat we ervan uitgaan dat wat wij te bieden hebben beter is
of dichter bij de werkelijkheid ligt. We kunnen oprecht anderen aanmoedigen
om te blijven groeien binnen hun eigen zoektocht of hun eigen richting
of orthodoxie, zonder dat het nodig is ze te bekeren of te transformeren
om zo broederschap tot stand te brengen.
Veel mensen zijn tegenwoordig op zoek naar een ruimere visie. Ze willen
inzicht hebben in hun eigen leven, met ruimte om te denken en zelf beslissingen
te nemen. Ze willen de dingen bespreken, met anderen delen wat ze hebben
ontdekt, en dingen die bruikbaar lijken te zijn van anderen overnemen
of zelf toepassen. Veel van deze zoekers willen geen pasklare filosofie
of theologie aanvaarden, hoe verheven deze ook is. Dat spreekt hun niet
aan. Toch zijn nog steeds grote aantallen mensen trouw aan hun huidige
opvattingen en wereldbeelden. Wanneer we onze broederlijke inspanningen
dus richten op het verspreiden van leringen, denkstelsels, en teksten,
hoe verlichtend deze misschien ook zijn, zullen de meeste mensen daardoor
niet worden gestimuleerd om zich bij ons aan te sluiten. Door onze gehechtheid
aan onze opvattingen en autoriteiten kunnen we onszelf op een eiland
plaatsen. Laten we in plaats daarvan broederschap in ons hart tot leven
wekken, liefde en respect voor alles aankweken, en proberen dit dag
in dag uit in onze eigen gedachten en in onze ontmoetingen met anderen
tot uitdrukking te brengen. Hoe? Jawad Khaki, die in 2003 de Walter
Cronkite Faith and Freedom Award kreeg, geeft enkele suggesties in de
toespraak die hij hield toen hij de prijs in ontvangst nam:
We inspireren anderen door daden en niet slechts
door woorden. Ieder van ons kan deze eenvoudige daden verrichten.
Het kan zoiets eenvoudigs zijn als het drinken van een kopje koffie
met iemand met een andere achtergrond. Of we kunnen iemand die een
ander geloof heeft uitnodigen om te komen eten om zo een ruimer inzicht
te krijgen door blijvende menselijke contacten te leggen. Of misschien
betekent het voor ons dat we ons bereid verklaren om ons in te zetten
voor onze collega’s of buren, en een hamer te pakken en een
dak te timmeren waar dat nodig is. Het meest belangrijke, het allerbelangrijkste,
is om in de ogen van een vreemde te kijken en daarin een mogelijke
vriend(in) te zien.
Hij sloot af met een gebed:
Almachtige God, geef ons de inspiratie en kracht
om bruggen van begrip tussen mensen te bouwen, om van verdraagzaamheid
te komen tot respect, van alleen maar acceptatie tot liefde en mededogen
voor al wat op deze planeet woont. Onze waardigheid houdt in dat we
werken voor de waardigheid van iedereen in deze wereldgemeenschap.
Door een open hart en geest kunnen we doeltreffend met elkaar communiceren
en tot begrip komen, waarbij we onze banden versterken en tot samenwerking
komen terwijl we ons richten op gemeenschappelijke doelen.
Dit is een pad dat zeker tot broederschap leidt. Laten we in ons eigen
spirituele leven het door ons verkozen gedachtestelsel volledig verkennen
en benutten, en het vrijelijk met anderen delen indien zij daarvoor
belangstelling tonen. Maar laten we bij onze zoektocht naar broederschap
onze denkbeelden en autoriteiten opzijzetten en proberen om een samenwerkingsverband
tot stand te brengen voor het verwezenlijken van broederschap, een dat
ruim genoeg is zodat iedereen die van goede wil is, ongeacht zijn opvattingen
of gebrek aan opvattingen, zich aangetrokken zal voelen om zich bij
deze belangrijke onderneming aan te sluiten.