Op weg naar broederschap
Sarah Belle Dougherty

 

De Theosophical Society begon als een organisatie voor het tot stand brengen van universele broederschap. Hoe kunnen we dat doel in deze tijd bereiken? Onlangs nam ik deel aan een plaatselijke Interreligieuze Verscheidenheid Beurs, de eerste die in mijn stad werd georganiseerd. Het was een leuk en fijn evenement, waar mensen uit verschillende tradities en met verschillende opvattingen naartoe kwamen om met elkaar van gedachten te wisselen en van elkaar te leren. Net als vroeger kiezen de meeste mensen tegenwoordig ervoor om te vertrouwen op een formele uiteenzetting van de waarheid die hun aanspreekt en tevredenstelt. Op dat punt aangekomen accepteren ze in het algemeen een groot deel op basis van geloof en autoriteit, en in die mate zijn ze orthodox – dit geldt net zozeer voor theosofen en wetenschappers als voor aanhangers van een religie. Sommigen van hen die een bepaald gedachtestelsel hebben aangenomen geven niet graag toe, zelfs niet tegenover zichzelf, dat ze orthodox zijn en veel op basis van geloof aannemen. Maar hoevelen van ons voldoen aan de laatste woorden van de Boeddha?

Neem niet iets aan wat u heeft horen zeggen, neem geen traditie aan, neem geen bewering aan omdat die in onze boeken staat, noch omdat ze met uw eigen geloof overeenstemt, noch omdat het door uw leraar wordt gezegd. . . . Wees uw eigen licht. . . . Diegenen die nu, of nadat ik dood ben, op zichzelf vertrouwen en buiten zichzelf geen hulp van iemand anders zoeken, zij zullen de grootste hoogte bereiken.

Maar weinigen zijn vastbesloten en ijverig genoeg om de meeste dingen zelf uit te zoeken. Daarom zijn voor de meesten van ons systematische uiteenzettingen heel waardevol. We raken echter maar al te vaak gehecht aan deze opvattingen en de autoriteiten waarop ze berusten. Als we eenmaal een stelsel hebben aangenomen, is het gemakkelijk om te vervallen tot de opvatting dat wij het beter weten, want we hebben de bron van kennis gevonden die anderen na verloop van tijd als waar zullen erkennen. We worden evangelisten – om anderen te helpen de dingen duidelijker te zien en een betere weg te vinden. We moedigen ze aan om bepaalde boeken te lezen of wegen te volgen die ons hebben geholpen, of proberen ze van verschillende ‘onjuiste’ ideeën af te helpen. Sommige mensen vinden onze pogingen misschien waardevol, anderen niet, maar zendingsdrang, hoe altruïstisch het motief ook is, is in het algemeen aanmatigend en soms schadelijk. We verliezen het feit uit het oog dat het in wezen om onszelf gaat – onze waarnemingen, onze reacties, onze manier om liefde en vriendelijkheid tot uitdrukking te brengen – niet om de opvattingen of het gedrag van andere mensen. We kunnen alleen onszelf veranderen, niet anderen. Zij moeten, en zullen uiteindelijk, zichzelf veranderen als ze daarvoor kiezen.

Gelijkheid van gedachten of opvattingen zal zeker niet tot broederschap en betere menselijke omstandigheden leiden. Dat is een weg die al meer dan eens is uitgeprobeerd en die verschillende groepen nog steeds volgen. Maar mensen zullen nooit allemaal hetzelfde denken of geloven, zelfs niet als ze daartoe worden gedwongen. Zelfs zij die hetzelfde wereldbeeld aanhangen hebben conflicten, en proberen soms elkaar kapot te maken. Wanneer we verstrikt raken in onze opvattingen over wat juist en waar is, vergeten we al snel dat we allemaal tot de menselijke familie behoren. Om tot broederschap te komen is het niet nodig andere mensen te veranderen of te verlichten, maar wel ze te accepteren eenvoudig omdat ze medemensen zijn, en alleen om die reden ze met vriendelijkheid, medeleven en begrip te behandelen. Door anderen te accepteren zoals ze nu zijn, erkennen we hun spirituele zelfbeschikkingsrecht en onafhankelijkheid. Dit maakt het voor ons mogelijk om gedachten met elkaar te delen en uit te wisselen, te luisteren en te leren, in plaats van te proberen om vooral zelf veel te geven omdat we ervan uitgaan dat wat wij te bieden hebben beter is of dichter bij de werkelijkheid ligt. We kunnen oprecht anderen aanmoedigen om te blijven groeien binnen hun eigen zoektocht of hun eigen richting of orthodoxie, zonder dat het nodig is ze te bekeren of te transformeren om zo broederschap tot stand te brengen.

Veel mensen zijn tegenwoordig op zoek naar een ruimere visie. Ze willen inzicht hebben in hun eigen leven, met ruimte om te denken en zelf beslissingen te nemen. Ze willen de dingen bespreken, met anderen delen wat ze hebben ontdekt, en dingen die bruikbaar lijken te zijn van anderen overnemen of zelf toepassen. Veel van deze zoekers willen geen pasklare filosofie of theologie aanvaarden, hoe verheven deze ook is. Dat spreekt hun niet aan. Toch zijn nog steeds grote aantallen mensen trouw aan hun huidige opvattingen en wereldbeelden. Wanneer we onze broederlijke inspanningen dus richten op het verspreiden van leringen, denkstelsels, en teksten, hoe verlichtend deze misschien ook zijn, zullen de meeste mensen daardoor niet worden gestimuleerd om zich bij ons aan te sluiten. Door onze gehechtheid aan onze opvattingen en autoriteiten kunnen we onszelf op een eiland plaatsen. Laten we in plaats daarvan broederschap in ons hart tot leven wekken, liefde en respect voor alles aankweken, en proberen dit dag in dag uit in onze eigen gedachten en in onze ontmoetingen met anderen tot uitdrukking te brengen. Hoe? Jawad Khaki, die in 2003 de Walter Cronkite Faith and Freedom Award kreeg, geeft enkele suggesties in de toespraak die hij hield toen hij de prijs in ontvangst nam:

We inspireren anderen door daden en niet slechts door woorden. Ieder van ons kan deze eenvoudige daden verrichten. Het kan zoiets eenvoudigs zijn als het drinken van een kopje koffie met iemand met een andere achtergrond. Of we kunnen iemand die een ander geloof heeft uitnodigen om te komen eten om zo een ruimer inzicht te krijgen door blijvende menselijke contacten te leggen. Of misschien betekent het voor ons dat we ons bereid verklaren om ons in te zetten voor onze collega’s of buren, en een hamer te pakken en een dak te timmeren waar dat nodig is. Het meest belangrijke, het allerbelangrijkste, is om in de ogen van een vreemde te kijken en daarin een mogelijke vriend(in) te zien.

Hij sloot af met een gebed:

Almachtige God, geef ons de inspiratie en kracht om bruggen van begrip tussen mensen te bouwen, om van verdraagzaamheid te komen tot respect, van alleen maar acceptatie tot liefde en mededogen voor al wat op deze planeet woont. Onze waardigheid houdt in dat we werken voor de waardigheid van iedereen in deze wereldgemeenschap. Door een open hart en geest kunnen we doeltreffend met elkaar communiceren en tot begrip komen, waarbij we onze banden versterken en tot samenwerking komen terwijl we ons richten op gemeenschappelijke doelen.

Dit is een pad dat zeker tot broederschap leidt. Laten we in ons eigen spirituele leven het door ons verkozen gedachtestelsel volledig verkennen en benutten, en het vrijelijk met anderen delen indien zij daarvoor belangstelling tonen. Maar laten we bij onze zoektocht naar broederschap onze denkbeelden en autoriteiten opzijzetten en proberen om een samenwerkingsverband tot stand te brengen voor het verwezenlijken van broederschap, een dat ruim genoeg is zodat iedereen die van goede wil is, ongeacht zijn opvattingen of gebrek aan opvattingen, zich aangetrokken zal voelen om zich bij deze belangrijke onderneming aan te sluiten.

 
 

Uit het tijdschrift Sunrise mei/juni 2004

© 2004 Theosophical University Press Agency