Wees als de vogel die na zijn vlucht
op een twijgje neerstrijkt hoog in de lucht
Hij voelt wel dat het te zwak is en beeft,
Maar zingt toch omdat hij vleugels heeft.
– Victor Hugo
De mens groeit doordat de ziel zich op creatieve wijze tot uitdrukking
brengt, en er is te veel dat nog niet tot uitdrukking is gebracht om
te geloven dat deze zielen in één enkel leven zijn gevormd,
door alleen deze ene ervaringsperiode. De ziel komt vollediger tot geboorte
als de mens bereid is een grotere verantwoordelijkheid op zich te nemen
voor zijn aandeel in de mensheid en de wereld waarin hij leeft. Dagelijks
doen zich nieuwe kansen voor om het patroon te herkennen dat de mensheid
bezig is uit te werken in deze wereld en waarvoor wij onze scheppende
vermogens kunnen inzetten. Als de pogingen om dat te bereiken succes
hebben, wordt het resultaat toegevoegd aan de karakterschatten van de
ziel, om te worden gebruikt wanneer de volgende wending in de spiraal
van het bestaan ons weer naar deze sferen voert.
Als jonge vogels sterk genoeg zijn, duwt de moedervogel ze uit het
nest om hun vleugels te beproeven. Het ‘nest’ van onze vereenzelviging
met deze ene levensperiode vormt een bescherming die we nauwelijks durven
opgeven. Maar zoals het vogeltje zijn vleugels ontdekt – en zijn
triomf uitjubelt voor allen die dat willen horen – zo kunnen wij
vertrouwen op de ‘vleugels’ van de ziel die weet
dat haar leven geen grenzen kent.
Meer dan we beseffen, kunnen we vertrouwen op onszelf, op de waarden
die we dagelijks met elkaar delen – dat we veilig zijn, dat onze
vriendschap blijvend is en dat ons leven eeuwig is.