Na een leven van bijna vijftig jaar is de gedachte bij me opgekomen,
zoals ongetwijfeld bij veel anderen: wat heb ik bereikt, wat heb ik
gedaan dat de moeite waard is; is de wereld nu een betere plaats omdat
ik van haar gebruik heb gemaakt en een deel van haar heb bewoond? Verreweg
de meeste mensen hebben het verlangen de mensheid ergens mee te helpen,
of tenminste hun eigen familie en vriendenkring; maar de meesten van
ons zijn van mening dat hun talenten en bekwaamheid zo beperkt zijn,
dat ze de resultaten van hun inspanningen nauwelijks de moeite waard
vinden.
De wetenschap vertelt ons dat er een groot magnetisch veld is dat de
aarde helemaal omringt, en dit veld is in een toestand van voortdurende
verandering. Is het dan te moeilijk zich een geestelijk veld in te denken
dat onze planeet eveneens omringt? We gebruiken hier het woord geestelijk
bij gebrek aan een term die een duidelijker beschrijving zou geven.
Er moet een soort verzamelplaats of reservoir zijn voor de hogere aspiraties,
verwachtingen en verlangens, de onzelfzuchtige gedachten, het medeleven
en mededogen van de hele mensheid. Kan iemand twijfels hebben over de
energie die wordt besteed aan de meedogende zorg voor een dierbare die
ernstig ziek is of aan de zelfverloochening en opoffering van ouders
voor hun kinderen? Deze zaken zijn een vorm van energie. Als energie
niet kan worden vernietigd, zoals ook de wetenschap zegt, dan moet er
een plek zijn voor deze energieën, een staat of toestand waarin
ze kunnen worden opgeslagen. Kunnen we die niet een geestelijk veld
noemen?
Het is maar weinig mensen gegeven om de mensheid een grote dienst en
weldaad te bewijzen. Toch wordt erkend dat een zandkorrel die in zee
wordt gegooid uiteindelijk elke druppel water in die zee in beweging
brengt. We weten dat een in een meer geworpen kiezelsteen een rimpeling
veroorzaakt die naar de verste oever van dat meer zal voortbewegen.
Hoe kunnen we dan weten wat de verreikende gevolgen zijn van één
enkele gedachte of daad? Het kan zoiets gerings zijn als een glimlach
als reactie op een afkeurende blik, een vriendelijk antwoord in plaats
van een boze reactie, een helpende hand wanneer iemand in moeilijkheden
verkeert, of een welwillend oor voor een vriend in nood. Nee, we hoeven
niet rijk te zijn om ons aandeel in de belastingen te betalen en ook
geen heilige om de noden van de mensheid te helpen verlichten. Ik geloof
dat iedere onzelfzuchtige gedachte of daad, iedere welwillende altruïstische
vorm van zelfverloochening en zelfbeheersing, aan dit reservoir van
geestelijke energie iets toevoegt; het ras, de huidskleur of het geloof
van de betrokken persoon maakt daarbij geen enkel verschil.
Verder geloof ik dat zij die daarvoor in aanmerking komen uit deze geestelijke
energie kunnen putten, en dat de opgenomen hoeveelheid alleen wordt
bepaald door de spirituele wens en de aspiratie van degenen die deze
bron aanspreken; en dat iedereen die een onzelfzuchtig verlangen heeft
naar harmonie tussen volkeren, opdat er vrede komt, bescheiden maar
krachtig bijdraagt aan dat doel.
Laten we ons dus niet ongeschikt voelen omdat we geen landsgrenzen kunnen
veranderen, de mensheid niet kunnen verbeteren, of grote ontdekkingen
kunnen doen. Zoals de zee is samengesteld uit ontelbare waterdruppels
en de kust wordt gevormd door een grote massa zandkorrels, zo is ons
leven samengesteld uit een enorm aantal opeenvolgende momenten in de
tijd. Binnen bepaalde grenzen kunnen we met elk zo’n moment doen
wat we willen. Zal het een glasheldere druppel zijn om toe te voegen
aan de wateren van ons leven; een schone en welgevormde korrel om op
de oevers van ons bewustzijn te deponeren?
Dit geestelijke veld wordt grotendeels gevormd door zulk materiaal.
Wat voor u en mij belangrijk is, is dat we onze energie niet bewaren
en opsparen voor de verheven daad van opoffering of de heldendaad die
we, naar we hopen, eens in de vage toekomst zullen verrichten; maar
om ons leven zo te leiden dat ieder moment van het heden tenminste enigszins
bijdraagt aan dit geestelijke reservoir of veld. Als de hele mensheid
maar in geringe mate zo kon leven, zouden bergen kunnen worden verzet
en gebeurden er schijnbare wonderen.