Theosofie in het bedrijfsleven
Paul Rooke

 

Wat is een theosoof? Ik zou zeggen iemand die actief ernaar streeft om te leven volgens de idealen van de theosofie en de doelstellingen van het Theosofisch Genootschap, die, naast andere zaken, respect voor de broederschap van de mensheid en een gevoel voor altruïsme inhouden. Het bedrijfsleven betreft het proces van het bevredigen van onze materiële verlangens en behoeften door middel van marktwerking. Evenals de theosofie heeft ook het bedrijfsleven haar ideologie. In het ergste geval worden deze gedreven door het maximaliseren van het eigenbelang, meestal door minimale lasten voor zichzelf en maximale lasten voor anderen en het milieu. In het beste geval volgen bedrijven de wet en minimaliseren de sociale lasten van hun activiteiten voorzover ze daartoe verplicht zijn, terwijl ze in het belang van hun aandeelhouders handelen. Hoe kunnen zij die in het zakenleven actief zijn volgens altruïstische principes leven, terwijl er van hen wordt verwacht een zo egoïstisch mogelijk programma te volgen? Hoe komen we tot een oplossing voor deze schijnbaar tegengestelde doeleinden?

Zaken worden gedaan op de markt, een smeltkroes van allerlei soorten mensen – dit is de eeuwige fascinatie ervan. Omdat ze zo breed en gevarieerd is in haar samenstelling, is er plek voor iedereen. We zien snel genoeg dat mensen en groepen verschillende graden van spiritualiteit bezitten. Zo kunnen bijvoorbeeld liefdadigheidsorganisaties aan de ene kant van het spectrum zitten en criminele organisaties aan de andere. Binnen bepaalde grenzen van tolerantie kan er een wisselwerking zijn tussen deze groepen. In het middengebied, waar de meesten van ons handelen, zijn genoeg mogelijkheden om spiritueel verenigbare betrekkingen te onderhouden die voor alle partijen werken. Onderlinge aantrekking vindt plaats door trillingen van aantrekking of afstoting. We stralen uit wat we zijn, vaak zonder dat we ons dat realiseren, en er ontstaat harmonie tussen onszelf en anderen die dezelfde golflengte hebben. Wanneer we onszelf trouw blijven, zullen we in ons leven mensen en situaties aantrekken die overeenstemmen met onze theosofische principes. We kunnen ons leven dan opbouwen rond deze mensen en de mogelijkheden die ze bieden op een voor ieder gunstige manier. Met deze visie op het leven beginnen we het bedrijfsleven te zien als een spiritueel systeem in plaats van slechts als een mechanisme om schaarse middelen aan concurrerende behoeften toe te wijzen.

Als we de wereld vanuit het gezichtspunt van spiritueel bewustzijn beschouwen, in plaats van haar in puur materiële termen te bekijken, is het mogelijk om prettig en succesvol een zaak te leiden op basis van theosofische beginselen. Wat zijn enkele van die beginselen die in het bedrijfsleven voor mij hebben gewerkt? Het eerste dat ik bruikbaar vind is karma, dat ons vertelt dat voor elke gedachte die we denken en voor elke handeling die we doen, er een corresponderende reactie zal zijn, of deze nu goed is of slecht. Als we karma begrijpen, worden we eraan herinnerd dat de ervaringen die we in ons leven aantrekken door onze voorafgaande en huidige ervaringen zijn veroorzaakt. We kunnen alleen onszelf dankbaar zijn voor geluk, en de schuld geven voor ongeluk; we kunnen de uiterlijke omstandigheden niet de schuld geven voor wat ons overkomt. Natuurlijk speelt wilskracht ook een rol bij gebeurtenissen. Soms kunnen we dingen veranderen, vooral als we naar harmonie zoeken. Op andere momenten zijn we machteloos om negatieve gevolgen tegen te houden. Karma verzekert ons echter ervan dat van niemand wordt verlangd een last te dragen die hij niet aankan. Het leven kan benauwd of oncomfortabel zijn in tijden van moeilijkheden, maar ik heb ontdekt dat de lessen noodzakelijk, eerlijk toebedeeld en uiteindelijk nuttig zijn.

Het begrijpen van karma heeft ook geleid tot het beseffen van het belang van mijn gedachten bij het bepalen van de kwaliteit van mijn leven en van de levens van de mensen met wie ik omga. Mijn prioriteiten en mijn beslissingen, en mijn gevoeligheid voor hun effect hebben een weerslag op anderen. Ik heb respect gekregen voor de manier waarop deze weerslag een vorm aanneemt, die niet altijd meteen duidelijk is, en heb me daardoor nauw kunnen afstemmen op de karmische signalen. Ik heb ook een gezond respect voor de kracht van karma ontwikkeld. Bij het opbouwen van mijn zaak werd goed verricht werk vaak beloond door persoonlijke aanbevelingen en steun. In tegenstelling daarmee heb ik de zeer destructieve werking gezien die egoïsme en conflicten kunnen hebben op de bestendigheid en waarde van zakenrelaties.

Toen ik jonger was schreef ik waardevolle gebeurtenissen of willekeurige resultaten altijd toe aan toeval, of op zijn best aan de wil van anderen. Nu ben ik daar niet meer zo zeker van. Op verschillende momenten tijdens mijn carrière werd ik geconfronteerd met schijnbaar onmogelijke situaties; ik had het gevoel dat de dingen buiten mijn controle lagen en zag geen uitweg meer; bij weer andere gelegenheden was ik niet in staat om tegenstrijdige en belangrijke verzoeken in te willigen. Ik heb geleerd om, geconfronteerd met dit soort situaties, alles te doen wat ik kan, en dan te wachten hoe de situatie zich ontvouwt. Dit ontvouwen vond altijd plaats door veranderingen in de interpersoonlijke relaties die de problemen veroorzaakten. Een schijnbaar onbedwingbare kracht bezwijkt plotseling, er worden kansen geboden die eerder niet werden gezien, of er doet zich een aantal omstandigheden voor die niet waren te voorzien en een oplossing bieden. Ik heb geleerd om vast te houden aan het licht, mee te gaan met de stroom, en de uitkomsten te respecteren.

Een ander zinvol beginsel, nauw verbonden met karma, is reïncarnatie. Het begrijpen van deze twee denkbeelden is voor mij van enorme waarde geweest om tot een houding van eerlijkheid en toewijding te komen tegenover de mensen met wie ik werk. Reïncarnatie heeft mij geholpen om toleranter te zijn voor de visies van anderen, geduldiger in de omgang met mensen, en beter in staat te zijn om de concurrerende eisen en overwegingen van de korte- en langetermijn in evenwicht te brengen. Het moedigt me aan om een langetermijnvisie te hebben van mijn rol in het bedrijf, in plaats van de traditionele op resultaten gerichte kortetermijnvisie, die in de managementopleidingen van tegenwoordig en in de wandelgangen van de grote ondernemingen zo krachtig wordt gestimuleerd. Bij het zoeken naar het onderscheid tussen het eeuwige en het kortstondige, ben ik me ervan bewust dat ik altijd moet proberen om op harmonische wijze te handelen in de omgang met mensen, in plaats van ze te beïnvloeden voor direct voordeel. Er is genoeg tijd om alles af te handelen. We moeten inderdaad alles afhandelen – we worden niet beperkt door de grenzen van één enkel leven. Ik kan niet aan de gevolgen van wat ik doe ontkomen door de dingen eenvoudig uit te stellen en ze achter me te laten als ik sterf. Ze gaan niet weg, en komen gegarandeerd bij me terug in dit of een volgend leven. Als ik weet dat ik aan de gevolgen van mijn beslissingen niet kan ontkomen, helpt dit me om de meest evenwichtige beslissingen te nemen die mogelijk zijn. Ik heb vaak ontdekt dat de spiritueel evenwichtigste beslissing de beste is, zelfs wanneer ze op dat moment de moeilijkste is. Ze leidt vaak tot een hele reeks voordelen die niet waren te voorzien toen die moeilijke beslissing werd genomen.

Een ander nuttig beginsel is dat van de twee paden, van zelfzucht en van mededogen. Een leven in het bedrijfsleven brengt ons iedere dag in aanraking met mensen: hun vreugden, hun verdriet, en hun eisen aan elkaar. Het geeft ons ruim de gelegenheid om in onszelf de kwaliteiten die nodig zijn voor spirituele groei te ontwikkelen. We leren met angst en onzekerheid om te gaan, en zelfvertrouwen en begrip te ontwikkelen. We worden onophoudelijk geconfronteerd met de verleiding om voor onszelf te handelen, en met de plicht om in het belang van iedereen te werken. Alle beslissingen die we nemen, en dat zijn er vele, helpen ons om de kwaliteit van het karakter te vormen, die we nodig zullen hebben om goed berekend te zijn op onze geestelijke ontwikkeling. Zoals de twijg wordt gebogen, zo zal de boom groeien. Als we de keuze tussen altruïsme en egoïsme goed begrijpen en deze kennis in ons dagelijks leven toepassen, helpen we onszelf om, als het moment daarvoor aanbreekt, het pad van licht te verkiezen boven dat van duisternis.

Hoewel ik niet bewust voor een carrière in zaken heb gekozen, heb ik het grootste deel van mijn leven in de drukte van en rond een klein bedrijf doorgebracht. Nu ik ouder word, en meer nadenk over de ervaringen van het leven, ga ik beseffen dat het leven in de zakenwereld mij veel mogelijkheden heeft gegeven om uitgebreid met andere mensen om te gaan en van die ervaringen te leren. Daardoor ben ik in staat geweest mijn begrip van de theosofische beginselen toe te passen, deze te toetsen, mijn geloof erin te verbeteren, en ze met anderen te delen.

 
Andere artikelen over Sociale en maatschappelijke vraagstukken
 

Uit het tijdschrift Sunrise sep/okt 2005

© 2005 Theosophical University Press Agency