Buig nu het hoofd
en luister goed, bodhisattva – mededogen spreekt en zegt: ‘Kan
er gelukzaligheid zijn wanneer al wat leeft moet lijden? Zult u gered
worden en de hele wereld horen klagen?’
– H.P. Blavatsky
Deze prachtige woorden vatten in het kort het bodhisattva-ideaal samen.
Oprechte bestudeerders van de mysteriën van het leven die de last
op de schouders van de mensheid een beetje willen verlichten, zullen
na vele levens van onzelfzuchtig handelen zich uiteindelijk aansluiten
bij de bodhisattva’s of vervolmaakte mensen in hun meedogende
werk. Deze wezens beloven de lijdende mensheid te helpen, zelfs al hebben
ze door hun inspanningen het recht verworven de gezegende toestand van
bewustzijn, die bekend staat als nirvāṇa, in te gaan. Voor
ons gewone mensen staat deze opoffering gelijk met ervoor te kiezen
bewust in het dierenrijk te leven om deze wezens bij hun innerlijke
ontwikkeling te helpen. Deze hoge bewustzijnstoestand en opoffering
lijkt misschien ver weg, maar op elk moment dat we de schijnbaar onbelangrijke
keuzen maken die onze dag vormen, ligt de weg vóór ons.
Hoe kunnen we er zeker van zijn dat we ons leven zó leiden dat
we uiteindelijk de meedogende bodhisattva’s kunnen helpen met
hun tijdloze werk voor de mensheid?
Gelukkig kunnen we in alle wereldreligies aanwijzingen vinden, gegeven
door hen die het pad vóór ons hebben betreden. Van het
Edele Achtvoudige Pad en de pāramitā’s van het boeddhisme
tot de Bergrede en de zaligsprekingen van het christendom, is de boodschap
in essentie dezelfde: bedrieglijk eenvoudige gedragsrichtlijnen gebaseerd
op de beginselen van broederschap en zorg om anderen. Het is gemakkelijk
hun advies te lezen en te herhalen – maar te proberen deze richtlijnen
op ieder moment toe te passen is een heel andere zaak!
In 1890 gaf H.P. Blavatsky in een rondschrijven enkele richtlijnen voor
een verlicht leven. In een alinea somt haar leraar verschillende stappen
op die we direct kunnen nemen om de tempel van wijsheid te bereiken:
Zie de waarheid vóór
u: een rein leven, een onbevooroordeelde geest, een zuiver hart, een
weetgierig intellect, een ongesluierd geestelijk inzicht, een broederlijk
gevoel voor uw medediscipel, de bereidheid om raad en onderricht te
geven en te ontvangen, loyaliteit tegenover de leraar, de bereidheid
gehoor te geven aan wat de WAARHEID van ons
verlangt, wanneer we eenmaal ons vertrouwen daarin hebben gesteld
en geloven dat de leraar die waarheid bezit; het moedig dragen van
persoonlijk onrecht; dapper uitkomen voor beginselen; het heldhaftig
verdedigen van mensen die onrechtvaardig worden aangevallen; de blik
voortdurend gericht houden op het ideaal van vooruitgang en volmaking
van de mens zoals door de geheime wetenschap (guptavidyā)
wordt geschetst – dat zijn de gouden treden van de trap waarlangs
de leerling naar de tempel van goddelijke wijsheid kan opklimmen.
– Collected Writings 12:591
Laten we een moment nemen om deze ‘gouden treden’ een voor
een te beklimmen, en kijken of we niet meer te weten kunnen komen over
deze reis die we allemaal maken.
Een rein leven: Deze stap is nodig om ons uiterlijke
leven in harmonie te brengen met het leven van onze innerlijke god.
Hierover zegt haar leraar:
Dit betekent een zuiver lichaam, en een nog zuiverder
denken, hart en geest. . . . Zuiver water dat in de vuilnisemmer wordt
gegoten, wordt vies en ongeschikt voor gebruik, en zo gaat het ook
met de goddelijke waarheid wanneer ze in het bewustzijn wordt gegoten
van een sensualist, van iemand met een egoïstisch hart en een
geest die onverschillig en ontoegankelijk is voor rechtvaardigheid
en mededogen. . . . een gezonde en zuivere geest heeft een gezond
en zuiver lichaam nodig.
Hij zegt verder: ‘De ‘zes en tien bovenzinnelijke deugden’,
de pāramitā’s, zijn niet alleen voor volledig ontwikkelde
yogī’s en priesters, maar voor iedereen die het ‘pad’
wil betreden.’ HPB voegt eraan toe:
liefdevolle vriendelijkheid voor alle wezens,
strikte rechtvaardigheid (niet volgens de wereldse norm, maar die
van karmische werking), goede gewoonten, strikte waarheidlievendheid,
en gematigdheid in alle dingen; alleen deze zijn de sleutels die de
deuren van geluk op aarde en een gezegende vrede van het denken ontsluiten,
en die de mens van vlees geschikt maken om zich te ontwikkelen tot
het volmaakte geestelijke ego . . .
Een grote opdracht, en we hebben nog maar één stap genomen!
Hoe kunnen we deze veeleisende beginselen toepassen in de haast en drukte
van het dagelijks leven? Een eenvoudige maar effectieve manier is het
toepassen van een aloude meditatie om van onze ervaringen in het leven
te leren. Vóór we ’s nachts gaan slapen kunnen we
kort de gebeurtenissen van die dag doornemen en nagaan welke dingen
goed en nuttig waren voor geestelijke vooruitgang, en welke aspecten
niet. Deze oefening versterkt ons vaste voornemen om een beter leven
te gaan leiden wanneer we de volgende ochtend opstaan om de uitdagingen
van een nieuwe dag tegemoet te treden.
Een onbevooroordeelde geest: We zouden moeten openstaan
voor de gezichtspunten van anderen, waarbij we tegelijkertijd niet afstappen
van de beginselen waar we op elk specifiek moment van onze spirituele
reis veel waarde aan hechten. Tenslotte betekent ‘een onbevooroordeelde
geest niet dat we gek zijn’! Terwijl ons spirituele begrip toeneemt,
zullen onze vaste opvattingen ongetwijfeld veranderen naarmate ons inzicht
zich verruimt. Het belangrijkste is om niet al te zeer vast te lopen
in de beperkte kijk op de waarheid die we nu hebben, noch te bezwijken
voor de verleiding om te stoppen met het luisteren naar anderen. Het
is ieders eigen verantwoordelijkheid zijn talenten en zienswijze te
gebruiken om op zijn manier en zijn tijd de waarheden van de tijdloze
traditie te leren kennen. Zoals een vriend eens zei, ‘Je kunt
geen wiskunde leren door de gewoonte te ontwikkelen de antwoorden altijd
achterin het boek op te zoeken, nog vóór je de vragen
zelf probeert op te lossen.’ We moeten ons gedurende vele levens
een weg banen door de ontelbare meningen en zijwegen van het denken
om ons meer bewust te worden van de grote waarheden die door de eeuwen
heen zijn onderwezen. Eén van Blavatsky’s leraren schreef
over spirituele aspiranten:
Als het motief goed is – gaat hij de goede kant op. Zijn zienswijzen
doen er in het geheel niet toe, want als chela [leerling] zal hij
ze veranderen naarmate hij de Waarheid ontdekt, die alleen door de
werkelijke onderzoekers van de mysteriën wordt gevonden. Het
is beter dat hij zolang geen vaste opvattingen heeft, maar bereid
is te veranderen terwijl hij verdergaat.
Een zuiver hart: Ons motief bepaalt onze levenshouding,
en onze kijk op alle gebieden van het leven wordt daarvan afgeleid.
Als ons leven is gebaseerd op eerlijkheid en een oprechte zorg om anderen,
geven we blijk van een zuiver hart. Voorbeelden van een zuiver hart
zien we niet alleen in Vader Damians en Moeder Theresa, maar overal
om ons heen. Een 70-jarige vrouw die ik ken, zonder officiële opleiding,
doet vrijwilligerswerk bij de noodhulpdienst op het platteland van Australië
als hulpverleenster bij trauma’s en het verwerken van leed. Onlangs
werd ze midden in de nacht opgeroepen om een vader bij te staan die
zijn zoon bij een auto-ongeluk had verloren. Na een hele nacht de familie
te hebben bijgestaan, bezocht ze de volgende dag een verjaarsfeest en
was aan haar niets te merken van wat ze de hele nacht had gedaan.
In De Mahatma Brieven aan A.P. Sinnett wordt gesproken over
het licht van mededogen dat schijnt in het hart van aspiranten waar
ze zich op de wereld ook bevinden. Wanneer geestelijke leraren dit ‘buddhische
licht’ aantreffen, beschermen en begeleiden ze diegenen die werkelijk
blijk geven van een zuiver hart en motief om de mensheid te helpen.
Blavatsky zei dat ze gevorderde leerlingen van de mysteriën had
ontmoet die geen grote intellectuelen waren maar die in hun goedheid
en zuiverheid van hart boven alle anderen uitstaken. Een zuiver hart
brengt ons op één lijn met onze innerlijke god en van
daaruit kunnen kennis en wijsheid op het juiste moment toestromen, niet
alleen door intellectuele oefening. Het harmoniseren van de innerlijke
en uiterlijke mens leidt tot diepe vreugde en geluk omdat we steeds
nauwer samenwerken met het doel van de natuur.
Deze kenmerken van het spirituele leven moeten niet worden opgevat,
zoals ze door velen worden gezien, als een saai en steriel puriteins
pad zonder humor en geluk. Als we de brieven van veel spirituele leraren
lezen, zien we dat ze een scherp gevoel voor humor hebben. Als ze wijzen
op de grillen en zwakheden van leerlingen doen ze dat in een poging
om ons te helpen de uitdagingen op het pad naar de tempel van wijsheid
te begrijpen.
Een weetgierig intellect: Dit betekent niet dat we
een hoog IQ moeten hebben om het spirituele pad te volgen, maar veeleer
een bereidheid om over onderwerpen na te denken met het intellect waarmee
we zijn gezegend. Theosofie volgt de boeddhistische traditie in het
aanmoedigen van bestudeerders om niet zomaar aan te nemen wat ze door
spirituele autoriteiten wordt verteld, maar om iedere bewering te toetsen
aan datgene waarvan ze innerlijk voelen dat het waar is. Twee wegen
naar waarheid die in de Indiase traditie worden gepresenteerd zijn bhakti,
of toewijding, en jñāna, of kennis. Bhakti –
toewijding aan een leraar, God, of religieus stelsel – is de gemakkelijkste
manier en wordt daarom door de meeste mensen gevolgd, omdat ze past
bij de eisen die het gewone leven en de aard van de mens stellen. Jñāna
– het pad van kennis door studie en meditatie – maakt gebruik
van het intellect om mentale beelden van de waarheid op te bouwen die
één voor één worden afgebroken om plaats
te maken voor ruimere perspectieven naarmate we groeien en de deuren
van de innerlijke tempel naderen.
Een ongesluierd geestelijk inzicht: In het Nieuwe Testament
vertelt Jezus ons dat we ‘als de kinderen’ moeten zijn indien
we het Koninkrijk der Hemelen willen betreden. Dit kan betekenen dat
we de sluiers afwerpen die we onvermijdelijk rondom ons innerlijke zelf
hebben opgebouwd, om te proberen terug te keren tot de directe waarneming
uit de kindertijd. Zo’n spirituele visie zou ons in staat stellen
om door de uiterlijke problemen van individuen en de wereld heen te
kijken om de geest in elke situatie aan het werk te zien. Soms benaderen
kunstenaars en dichters deze directe manier van waarnemen, wanneer ze
God in een grassprietje of een zandkorreltje zien. De Romeinse keizer
Marcus Aurelius formuleerde het op een andere manier toen hij ons aanspoorde
om door alles heen te kijken naar het goddelijke potentieel van alle
mensen en naar de goede kant van elke situatie:
Eer in het heelal datgene wat het hoogste is: namelijk Dat waaraan
alles ondergeschikt is en wat aan alles de wet voorschrijft. Eer eveneens
op dezelfde manier het hoogste in uzelf: het is uit hetzelfde stuk
gemaakt als dat Andere, omdat het in uzelf ook datgene is waaraan
al het andere ondergeschikt is, en datgene waardoor aan uw leven richting
wordt gegeven.
Tijdens de spirituele reis herontdekken we dit goddelijke deel van
onszelf, en een ongesluierd spiritueel inzicht is nodig om het overal
om ons heen aan het werk te zien.
Een broederlijk gevoel voor uw medediscipel: Is het
niet zo dat we in ons leven ernstig van mening kunnen verschillen met
onze familieleden of met mensen waarmee we nauw samenwerken? Als we
naar de geschiedenis kijken zien we eindeloze, schadelijke conflicten
tussen mensen die zeggen dat ze dezelfde idealen onderschrijven maar
het oneens zijn over de manier om ze te verwezenlijken. Vanuit het perspectief
van reïncarnatie bezien, zijn we allemaal eerder op deze aarde
geweest. We hebben in veel landen rondgelopen en vele goden aanbeden
voordat we nu hier zijn gereïncarneerd. Hoe zinnig is het dan om
anderen te bekritiseren als we hun overtuigingen misschien hebben gedeeld
in een ander leven of misschien wel naar hun gezichtspunt toegroeien
in een toekomstig leven?
Nogmaals, alle religies komen voort uit één bron van Zijn
waar de waarheid één is. Daar bestaan verschillende gezichtspunten
op de werkelijkheid in vrede naast elkaar als facetten van de ene diamant
van waarheid. Door de eeuwen heen hebben grote leraren facetten van
dit juweel overgebracht naar verschillende culturen, en mensen hebben
hun kleine facetje van de waarheid stevig vastgegrepen en gezegd: ‘Kijk,
hier heb ik de hele diamant!’ Als waarheid zoals de zon uit één
bron schijnt, wat voor zin heeft het dan om een broeder op het spirituele
pad te veroordelen?
De bereidheid om onderricht te geven en te ontvangen:
Er zijn altijd mensen die meer weten dan wij, en mensen die minder weten.
Daarom zouden we bereid moeten zijn om te luisteren naar de wijsheid
van anderen, ongeacht hun traditie en achtergrond, en bereid zijn om
wanneer het moment daarvoor aanbreekt het weinige te geven dat wij weten.
Het kan verleidelijk zijn om wat we terecht of onterecht als een ondergeschikte
leer zien, af te kraken, en daardoor een waardevolle les mis te lopen
– zelfs van een Jehova’s getuige die voor onze deur predikt.
We zouden vooral moeten luisteren naar onderricht dat van binnenuit
komt – de innerlijke ‘stem’ die ons als individu zegt
of onze uiterlijke oren spirituele zin of onzin horen. Na verloop van
tijd en door oprechte inspanningen zal deze innerlijke leraar ons ook
inzichten aanreiken waardoor andere pelgrims op het pad kunnen worden
onderwezen.
Loyaliteit tegenover de leraar, de bereidheid gehoor te geven
aan wat de Waarheid van ons verlangt, wanneer we eenmaal ons vertrouwen
daarin hebben gesteld en geloven dat de leraar die waarheid bezit:
We gaan in relatieve stadia van onwetendheid en wijsheid door het leven,
terwijl we beelden van de waarheid vormen op basis van de ervaringen
op een bepaald punt in ons leven, alleen om verder op het pad een nieuw
niveau te bereiken. Leraren en mentors zijn ontzettend belangrijk bij
dit rijpingsproces. Ze kunnen overal worden gevonden – thuis,
in de buurt, op school, in allerlei beroepen. Bij spirituele training
wordt de relatie tussen leerling en leraar altijd als een heilige verbintenis
gezien. In de woorden van het Boek van Discipline van de Scholen
van Dzyan dat door Blavatsky in haar ES-instructies wordt geciteerd:
‘Voor een oprechte discipel neemt zijn leraar de plaats in van
vader en moeder. Want, terwijl zij hem zijn lichaam en zintuigen geven,
zijn leven en uiterlijke vorm, toont de leraar hem hoe hij zijn innerlijke
vermogens kan ontwikkelen om de eeuwige wijsheid te verwerven.’
Deze stap legt niet alleen de nadruk op het belang van onze relatie
tot de tradities van individuen waarin we ons vertrouwen stellen, maar
het doet ons beseffen hoe belangrijk onze keuze van leraren is. Het
komt opnieuw neer op het luisteren naar de innerlijke stem om te bepalen
wat spiritueel gezien voor ons juist is op elk punt van onze reis omhoog
langs de gouden treden.
Het moedig dragen van persoonlijk onrecht; dapper uitkomen voor
beginselen; het heldhaftig verdedigen van mensen die onrechtvaardig
worden aangevallen: Hoe vaak verhalen mythen en volksverhalen
niet over veldslagen en grote avonturen van ridders en strijders –
neem de Heilige Graal, Theseus en de Minotaurus, de Regenboogstrijders
van de traditie van de indianen in Amerika, het Egyptische pad van Horus
door vuur en water, en hedendaagse gelijksoortige verhalen zoals Star
Wars, The Never-Ending Story, The Lord of the Rings
(In de ban van de ring), en The Matrix. Op het eerste gezicht
lijkt het misschien een vreemde manier om spirituele zaken te bespreken,
maar behalve de onmiddellijke aantrekkingskracht die ze in tijden van
conflicten hebben, bevat de gedragscode voor strijders kwaliteiten die
door spirituele leerlingen moeten worden ontwikkeld. Een moedig dragen
van persoonlijk onrecht vereist zeker de dapperheid en zelfbeheersing
van een soldaat toegepast op spirituele doeleinden. Een dapper uitkomen
voor beginselen en het heldhaftig verdedigen van mensen die onrechtvaardig
worden aangevallen wordt van soldaten altijd verwacht. Er komt een tijd
dat wij met onze beginselen voor de vuurproef komen te staan, soms en
masse wanneer ons land in een oorlog wordt bedreigd. Bijvoorbeeld,
een vader van een vriend van mij, een Duitse legerofficier tijdens de
laatste dagen van de verdediging van Berlijn in de Tweede Wereldoorlog,
gaf, met groot gevaar voor zijn leven, zijn troep jongens en oude mannen
eenvoudig opdracht om naar huis te gaan en de onvermijdelijke veranderingen
in Duitsland te accepteren. Daarmee volgde hij dapper zijn beginselen
en redde het leven van veel onschuldige mensen die onder zijn bevel
stonden.
De blik voortdurend gericht houden op het ideaal van vooruitgang
en volmaking van de mens zoals door de geheime wetenschap (guptavidyā)
wordt geschetst: Gevoelige mensen die proberen de gouden treden
te beklimmen bereiken onvermijdelijk een stadium waarin ze wanhopen
over het gedrag van hun medemensen en over de normen van de wereld in
het algemeen. Ieder van ons kan ook wanhopen bij het aanpakken van die
aspecten van onszelf die ons ervan proberen te weerhouden om zelfs maar
aan de klim te beginnen. De Bhagavad-Gītā beeldt
dit stadium uit in de wanhoop van Arjuna, die overweegt of hij de strijd
tegen zijn eigen familieleden moet aangaan. Op deze momenten is het
goed te bedenken dat deze uitdagingen ons helpen om onze innerlijke
god vollediger tot uitdrukking te brengen en de mensheid naar hogere
bewustzijnsstadia te leiden. Denk aan de vele beproevingen die de mensheid
heeft doorstaan en de glorieuze toekomst die ons wacht, terwijl we onze
werkelijk menselijke kwaliteiten zoals liefde, mededogen en begrip ontvouwen.
We kunnen ook in gedachten houden dat we in vorige levens, toen we minder
spiritueel bewust waren, hebben bijgedragen aan de toestand waarin de
wereld nu verkeert. Ondertussen hebben we betere gedragsnormen geleerd
maar we moeten onze bijdrage leveren aan het rechtzetten van de verkeerde
dingen die we in het verleden hebben gedaan. Daarom kunnen we niet vol
afgrijzen ons hoofd schudden en ons beklagen over de zonden van de wereld,
want in feite heeft karma ons hier gebracht om te helpen deze recht
te zetten.
Tot slot weten we dat er in algemene zin twee paden van occulte studie
zijn: het pad van mededogen en het pad van spirituele zelfzucht. Proberen
we te ontsnappen aan het lijden van de wereld waarmee we innig zijn
verbonden door onze inspanningen niet te richten op het helpen van onze
medemensen maar op onze individuele vooruitgang? Of zullen we beseffen
dat mensen, goede en slechte, deel uitmaken van één enkele
entiteit, en dat we daarom geduld moeten hebben met anderen en moeten
meehelpen om iedereen met onze bescheiden inspanningen te verlichten?
Uiteindelijk kunnen wij mensen niet aan onszelf ontsnappen.
De hoeveelheid energie die we steken in het beklimmen van deze tien
treden naar de tempel van wijsheid bepaalt of we wegzakken in de modder
aan de voet van de trap; of we strompelend een stuk omhoog gaan, soms
één stap vooruit nemen en twee stappen terug; of ons aansluiten
bij de enkele standvastigen die de tempeldeuren bereiken. Als we op
de drempel staan, zal de kwaliteit van onze handelwijzen en motieven
tijdens de klim bepalen of we op de juiste manier op de tempeldeuren
aankloppen en ook de aard van wat we kunnen leren als we eenmaal binnen
zijn. De woorden van Blavatsky moedigen ons aan: ‘Laten we Nadenken,
en tijdens het denken ons Inspannen; het doel is alle inspanningen waard.’