Tijdloze filosofie: Het heilige in mijn leven
Tony Salvata

 

Ik werd vanmorgen wakker en lag nog in bed toen een stortvloed van gedachten, zorgen en problemen in mijn bewustzijn stroomde. Ik stond op en begon mijn ochtendritueel: Ik leef in God. Ik ben een deel van God. De stroom vertraagde tot een straaltje naarmate ik dichter bij het heilige in mijn leven kwam.

Wat ik als heilig beschouw is de tijdloze filosofie. Na het lezen van verschillende interpretaties heb ik daaruit mijn eigen definitie gevormd: kennis van een universele mystiek of vereniging met God die de kern is van de wijsheidstradities in de wereld. Wat is deze gemeenschappelijke kern? Sommigen zeggen misschien liefde en mededogen; ik ben zo vrij het er niet mee eens te zijn. Ik zou zeggen dat het de bron is van geestelijke kennis die liefde en mededogen voortbrengt zodra we die werkelijk aanvaarden. Die kern van geestelijke kennis is dezelfde in alle wijsheidstradities. We kunnen erin doordringen door de esoterische gedeelten van deze tradities te onderzoeken en de gemeenschappelijke kenmerken ervan te ontdekken. Voor mij zijn de basisbeginselen van deze tijdloze filosofie: 1) God is niet in woorden uit te drukken; 2) panentheïsme; 3) eenheid; en 4) de grote keten van het zijn.

Ik begin mijn ochtendritueel met nederig te knielen en me over te geven aan het onzegbare. God is onzegbaar: er zijn geen woorden, gedachten, ideeën of beelden, stoffelijke of niet-stoffelijke, die God kunnen beschrijven of inperken. Deze kennis houdt me af van iedere vorm van afgoderij. Ik ben katholiek opgevoed en mij werd geleerd dat Jezus God is. Het is moeilijk geweest het beeld van Jezus om te vormen tot dat van een joodse mysticus. Veel mensen schijnen het aanbidden van een fysieke god (min of meer) achter zich te hebben gelaten maar staan nu voor de uitdaging om de achterliggende denkbeelden van afgodverering te achterhalen. Als de mensheid eenmaal aanvaardt dat God niet in woorden is uit te drukken, kunnen we aan een ontwikkeling beginnen van echt begrip tussen geloofsvormen, zonder te ruziën over dogmatische voorstellingen in ieders religie.

Ik ga verder met mijn ochtendritueel, ga zitten in een meditatiehouding en probeer panentheïsme tot werkelijkheid te maken. Een buitengewoon inspirerend woord in de theologie waarvan de studie en omschrijving nog maar pas is begonnen; panentheïsme betekent ‘alles in God en God in alles.’ Het verbindt onmiddellijk al het werkelijke met het goddelijke. Alles wordt doordrongen en voortdurend gemanifesteerd door wat onzegbaar is. Panentheïsme brengt me ogenblikkelijk in een heilige stemming door te dienen als katalysator voor eenheid.

Als we de geschiedenis van de westerse mystiek onderzoeken, ontdekken we dat het geloof in een heilige eenheid teruggaat tot Heraclitus (535-475 v.Chr.), Plato (428-347 v.Chr.) en Plotinus (205-270 n.Chr.). Geschreven verwijzingen naar eenheid treffen we reeds aan bij Abraham, Mozes, Boeddha, Lao-Tze, Śaṅkara, Jezus en Mohammed. De historische en bijbelse verwijzingen omschrijven hoe alles voortkomt uit een eenheid waarin de afscheiding en verscheidenheid van onze buitenkant-werkelijkheid zijn opgelost. De eenheid waar deze filosofische en spirituele wijzen over spreken is voor mij heilig omdat ik geloof dat het voor ons de meest dichte benadering is tot de onzegbare Godheid.

De wetenschap is nu ook begonnen in deze richting te wijzen. Van de big-bang-theorie tot de kwantumfysica vinden we verbanden met eenheid. De big-bang-theorie zegt dat alles (waaronder ruimte en tijd) is ontstaan uit een oorspronkelijk punt waar alles één was. In de kwantumfysica zegt de golf/deeltjes-theorie dat de subatomaire deeltjes, die de voor ons vaste stof creëren, zich tegelijkertijd als golven en als deeltjes gedragen. Een mysticus zou dit verklaren als een eenheid van fysieke en niet-fysieke werkelijkheden. De snarentheorie voert aan dat er onzichtbare dimensies zijn, verstrengeld met onze gewone vier-dimensionale wereld, en dat deze extra dimensies natuurkundigen zouden helpen een theorie van alles te vinden om de algemene relativiteit (grootschalige natuurkunde) en de (subatomaire) kwantumfysica te verenigen. Dit zijn maar een paar wisselwerkingen tussen wetenschap en eenheid die tegenwoordig worden onderzocht. De wetenschap is bezig een pad van heilige openbaringen te worden nu zowel onbevooroordeelde wetenschappers als moderne mystici de heilige verbindingen tussen wetenschap en spiritualiteit blootleggen.

Ik sluit mijn ochtendritueel af met mijn bewustzijn te leiden door de bestaansketen van lichaam/ziel/geest heen; ik begin aan de basis van mijn ruggengraat, ga omhoog door mijn hart heen en eindig bij de kruin van mijn hoofd en geef me nogmaals over aan het onzegbare. Het ontdekken van deze grote bestaansketen overal in de wijsheidstradities van de wereld is een groot deel van het heilige in mijn leven. Geïllustreerd door het tao, de chakra’s en sefirot is deze keten de onderling verbonden esoterische structuur die ons in staat stelt te reizen door lichaam/ziel/geest heen. Die reis geeft ons ik-bewustzijn lessen die eenheid in verbinding brengen met gezin en gemeenschap; seksualiteit; wilskracht en beheersing; evenwicht van lichaam/ziel/geest; barmhartigheid en veroordeling; kennis over dualiteit en niet-dualiteit, waaronder zelfonderzoek, stilte, en leven in het nu; en het onzegbare.

We beginnen onze reis door de grote keten van het zijn in onze fysieke waarnemingen als we navigeren langs de grenslijnen tussen ons lichaam en de buitenwereld. Als we verband leggen tussen dit deel van de keten en onze levensreis wordt het de fase waarin we worden geboren en het begin van volwassenheid doormaken, waarin we worden geconfronteerd met gezin en gemeenschap en ons bezighouden met vraagstukken betreffende seksualiteit, wilskracht en beheersing. Ons ego ontwikkelt zich naarmate we onze grenzen beproeven en leren wie we zijn ten opzichte van anderen en hoe we in deze wereld passen. De lessen die we leren stellen ons in staat deel uit te maken van een gezin en de gemeenschap. Na het bereiken van een bepaalde mate van rijpheid in ons leven kunnen we beginnen een diepere vereniging met het Ene te ervaren. Bij dit deel van de reis door de keten van het zijn kan ons hart-bewustzijn zich in eenheid openen naargelang we leren ons fysieke (lichaams-/materiële) bewustzijn in evenwicht te brengen met ons niet-fysieke (geestelijke) bewustzijn. Onze ziel gaat in dit stadium geest herkennen, en dan begint het proces van het in evenwicht brengen van lichaam/ziel/geest. Naarmate deze ontwikkeling zich verdiept leren we hoe we veroordeling en barmhartigheid in ons leven in evenwicht kunnen brengen. De reis bereikt zijn hoogtepunt als geest opbloeit in echte kennis van het bestaan en we de lessen van dualiteit en niet-dualiteit leren door zelfonderzoek, stilte, en leven in het nu. Deze heilige wijsheid brengt ons naar eenheid en maakt het ons mogelijk het onzegbare te ‘naderen’. Naarmate we leren eenheid te verbinden met de grote keten van het zijn, wordt het heilige in ons en ook in de wereld zichtbaar.

De hele dag door blijven gedachten en zorgen in mijn bewustzijn stromen. Soms voel ik me verdrinken in belangrijke problemen: een financieel slecht jaar; twee studerende kinderen; een wereldwijde crisis; gezondheidsproblemen, de politiek, verantwoordelijkheden van het gezin en op het werk, enz. Ik kan in deze kritieke tijden niet altijd het heilige in mijn leven bereiken, maar omdat ik weet dat het heilige de basis van mijn bestaan is, beschermt dit me tegen verdrinking. Ik leef in God. Ik ben een deel van God.

 
 

Uit het tijdschrift Sunrise sep/okt 2005

© 2005 Theosophical University Press Agency