Ik werd vanmorgen wakker en lag nog in bed toen een stortvloed van
gedachten, zorgen en problemen in mijn bewustzijn stroomde. Ik stond
op en begon mijn ochtendritueel: Ik leef in God. Ik ben een deel van
God. De stroom vertraagde tot een straaltje naarmate ik dichter bij
het heilige in mijn leven kwam.
Wat ik als heilig beschouw is de tijdloze filosofie. Na het lezen van
verschillende interpretaties heb ik daaruit mijn eigen definitie gevormd:
kennis van een universele mystiek of vereniging met God die de kern
is van de wijsheidstradities in de wereld. Wat is deze gemeenschappelijke
kern? Sommigen zeggen misschien liefde en mededogen; ik ben zo vrij
het er niet mee eens te zijn. Ik zou zeggen dat het de bron is van geestelijke
kennis die liefde en mededogen voortbrengt zodra we die werkelijk aanvaarden.
Die kern van geestelijke kennis is dezelfde in alle wijsheidstradities.
We kunnen erin doordringen door de esoterische gedeelten van deze tradities
te onderzoeken en de gemeenschappelijke kenmerken ervan te ontdekken.
Voor mij zijn de basisbeginselen van deze tijdloze filosofie: 1) God
is niet in woorden uit te drukken; 2) panentheïsme; 3) eenheid;
en 4) de grote keten van het zijn.
Ik begin mijn ochtendritueel met nederig te knielen en me over te geven
aan het onzegbare. God is onzegbaar: er zijn geen woorden, gedachten,
ideeën of beelden, stoffelijke of niet-stoffelijke, die God kunnen
beschrijven of inperken. Deze kennis houdt me af van iedere vorm van
afgoderij. Ik ben katholiek opgevoed en mij werd geleerd dat Jezus God
is. Het is moeilijk geweest het beeld van Jezus om te vormen tot dat
van een joodse mysticus. Veel mensen schijnen het aanbidden van een
fysieke god (min of meer) achter zich te hebben gelaten maar staan nu
voor de uitdaging om de achterliggende denkbeelden van afgodverering
te achterhalen. Als de mensheid eenmaal aanvaardt dat God niet in woorden
is uit te drukken, kunnen we aan een ontwikkeling beginnen van echt
begrip tussen geloofsvormen, zonder te ruziën over dogmatische
voorstellingen in ieders religie.
Ik ga verder met mijn ochtendritueel, ga zitten in een meditatiehouding
en probeer panentheïsme tot werkelijkheid te maken. Een buitengewoon
inspirerend woord in de theologie waarvan de studie en omschrijving
nog maar pas is begonnen; panentheïsme betekent ‘alles in
God en God in alles.’ Het verbindt onmiddellijk al het werkelijke
met het goddelijke. Alles wordt doordrongen en voortdurend gemanifesteerd
door wat onzegbaar is. Panentheïsme brengt me ogenblikkelijk in
een heilige stemming door te dienen als katalysator voor eenheid.
Als we de geschiedenis van de westerse mystiek onderzoeken, ontdekken
we dat het geloof in een heilige eenheid teruggaat tot Heraclitus (535-475
v.Chr.), Plato (428-347 v.Chr.) en Plotinus (205-270 n.Chr.). Geschreven
verwijzingen naar eenheid treffen we reeds aan bij Abraham, Mozes, Boeddha,
Lao-Tze, Śaṅkara, Jezus en Mohammed. De historische en
bijbelse verwijzingen omschrijven hoe alles voortkomt uit een eenheid
waarin de afscheiding en verscheidenheid van onze buitenkant-werkelijkheid
zijn opgelost. De eenheid waar deze filosofische en spirituele wijzen
over spreken is voor mij heilig omdat ik geloof dat het voor ons de
meest dichte benadering is tot de onzegbare Godheid.
De wetenschap is nu ook begonnen in deze richting te wijzen. Van de
big-bang-theorie tot de kwantumfysica vinden we verbanden met eenheid.
De big-bang-theorie zegt dat alles (waaronder ruimte en tijd) is ontstaan
uit een oorspronkelijk punt waar alles één was. In de
kwantumfysica zegt de golf/deeltjes-theorie dat de subatomaire deeltjes,
die de voor ons vaste stof creëren, zich tegelijkertijd als golven
en als deeltjes gedragen. Een mysticus zou dit verklaren als een eenheid
van fysieke en niet-fysieke werkelijkheden. De snarentheorie voert aan
dat er onzichtbare dimensies zijn, verstrengeld met onze gewone vier-dimensionale
wereld, en dat deze extra dimensies natuurkundigen zouden helpen een
theorie van alles te vinden om de algemene relativiteit (grootschalige
natuurkunde) en de (subatomaire) kwantumfysica te verenigen. Dit zijn
maar een paar wisselwerkingen tussen wetenschap en eenheid die tegenwoordig
worden onderzocht. De wetenschap is bezig een pad van heilige openbaringen
te worden nu zowel onbevooroordeelde wetenschappers als moderne mystici
de heilige verbindingen tussen wetenschap en spiritualiteit blootleggen.
Ik sluit mijn ochtendritueel af met mijn bewustzijn te leiden door de
bestaansketen van lichaam/ziel/geest heen; ik begin aan de basis van
mijn ruggengraat, ga omhoog door mijn hart heen en eindig bij de kruin
van mijn hoofd en geef me nogmaals over aan het onzegbare. Het ontdekken
van deze grote bestaansketen overal in de wijsheidstradities van de
wereld is een groot deel van het heilige in mijn leven. Geïllustreerd
door het tao, de chakra’s en sefirot is deze keten de onderling
verbonden esoterische structuur die ons in staat stelt te reizen door
lichaam/ziel/geest heen. Die reis geeft ons ik-bewustzijn lessen die
eenheid in verbinding brengen met gezin en gemeenschap; seksualiteit;
wilskracht en beheersing; evenwicht van lichaam/ziel/geest; barmhartigheid
en veroordeling; kennis over dualiteit en niet-dualiteit, waaronder
zelfonderzoek, stilte, en leven in het nu; en het onzegbare.
We beginnen onze reis door de grote keten van het zijn in onze fysieke
waarnemingen als we navigeren langs de grenslijnen tussen ons lichaam
en de buitenwereld. Als we verband leggen tussen dit deel van de keten
en onze levensreis wordt het de fase waarin we worden geboren en het
begin van volwassenheid doormaken, waarin we worden geconfronteerd met
gezin en gemeenschap en ons bezighouden met vraagstukken betreffende
seksualiteit, wilskracht en beheersing. Ons ego ontwikkelt zich naarmate
we onze grenzen beproeven en leren wie we zijn ten opzichte van anderen
en hoe we in deze wereld passen. De lessen die we leren stellen ons
in staat deel uit te maken van een gezin en de gemeenschap. Na het bereiken
van een bepaalde mate van rijpheid in ons leven kunnen we beginnen een
diepere vereniging met het Ene te ervaren. Bij dit deel van de reis
door de keten van het zijn kan ons hart-bewustzijn zich in eenheid openen
naargelang we leren ons fysieke (lichaams-/materiële) bewustzijn
in evenwicht te brengen met ons niet-fysieke (geestelijke) bewustzijn.
Onze ziel gaat in dit stadium geest herkennen, en dan begint het proces
van het in evenwicht brengen van lichaam/ziel/geest. Naarmate deze ontwikkeling
zich verdiept leren we hoe we veroordeling en barmhartigheid in ons
leven in evenwicht kunnen brengen. De reis bereikt zijn hoogtepunt als
geest opbloeit in echte kennis van het bestaan en we de lessen van dualiteit
en niet-dualiteit leren door zelfonderzoek, stilte, en leven in het
nu. Deze heilige wijsheid brengt ons naar eenheid en maakt het ons mogelijk
het onzegbare te ‘naderen’. Naarmate we leren eenheid te
verbinden met de grote keten van het zijn, wordt het heilige in ons
en ook in de wereld zichtbaar.
De hele dag door blijven gedachten en zorgen in mijn bewustzijn stromen.
Soms voel ik me verdrinken in belangrijke problemen: een financieel
slecht jaar; twee studerende kinderen; een wereldwijde crisis; gezondheidsproblemen,
de politiek, verantwoordelijkheden van het gezin en op het werk, enz.
Ik kan in deze kritieke tijden niet altijd het heilige in mijn leven
bereiken, maar omdat ik weet dat het heilige de basis van mijn bestaan
is, beschermt dit me tegen verdrinking. Ik leef in God. Ik ben een deel
van God.