Voedsel voor de geest
Heathclyff St. James Deville

 

Tegenwoordig hoort men bijna niemand meer voor het avondeten bidden. Ik vraag me af hoeveel mensen er nog ‘Dank u, Heer’ voor elke maaltijd zeggen – ongeacht hoe ze God zien.

De gedachte om bij maaltijden te bidden is heel oud. In het klassieke spirituele werk, de Bhagavad-Gītā, zegt Heer Krishṇa tegen Arjuna, ‘de volgelingen van de Heer zijn verlost van hun zonden omdat zij voedsel eten dat eerst als offer is aangeboden. Anderen, die voedsel bereiden voor persoonlijk zintuiglijk genot, eten in feite slechts zonde’ (3:13). Deze uitspraak, die gezien onze restaurantcultuur in eerste instantie misschien nogal alarmerend lijkt, wijst erop hoe belangrijk het is dat we niet vergeten waar ons voedsel vandaan komt voordat we ons te goed doen aan een stevig maal. Andere levende wezens hebben hun leven moeten opofferen zodat wij het onze kunnen voortzetten.

Uit de christelijke bijbel vernemen we dat Paulus zelf ‘God dankte in aanwezigheid van allen’ voor het voedsel dat voor hen stond (Handelingen 27:35). In de Catholic Encyclopedia lezen we dat

op dit gebruik herhaaldelijk de nadruk wordt gelegd als een belangrijk familieritueel om de geest van het liturgisch gebed van die dag over te brengen, vooral ’s morgens en ’s avonds en ook om God erkentelijk te zijn in een zegenbede voor zijn voorzienigheid om zijn schepselen van voedsel te voorzien. Dit is grotendeels ontleend aan het belangrijke joodse ritueel om speciale gebeden bij maaltijden uit te spreken, in het bijzonder bij de wekelijkse sabbatmaaltijd en de jaarlijkse seider (paasmaaltijd).

Het is interessant dat het Engelse woord grace, ‘dankgebed’, een overblijfsel is van de oude uitdrukking to do graces of to render thanks, ‘dank betuigen’, van het Franse rendre graces en het Latijnse gratias agere; en we kunnen hieruit concluderen dat het niet per definitie een oppervlakkig godsdienstig gebruik is. Ik geloof zeker dat het uitspreken van een dankgebed ons nog eens de gelegenheid biedt om over levensvragen na te denken en onze band met het Al-leven in de kleine en routinehandelingen van alledag te versterken. Het uitspreken van een dankgebed kan helpen ons te leiden naar betere eetgewoonten door ons bewuster te maken van wat we eten en te zien hoe ons voedsel samenhangt met het Al-leven. Het zou ons in het bijzonder ertoe moeten brengen minder destructief te zijn voor andere levensvormen bij wat we routinematig consumeren en ons bewust te zijn van het offer dat andere wezens brengen om ons van voedsel te voorzien. Het is ook nodig dat we denken aan die mensen die niet zo gelukkig zijn om een voedzame maaltijd te kunnen nuttigen, dat we met hen meeleven en besluiten hen zo mogelijk te helpen.

Het uitspreken van een dankgebed is een andere bescheiden manier waarop wij regelmatig in contact kunnen komen met spirituele werkelijkheden en gaan beseffen dat we in de geest allemaal één zijn, en zó ontvankelijker te zijn voor onze mogelijkheden om elke dag andere levende wezens te helpen. De oude uitdrukking ‘voedsel voor de geest’ krijgt een hele nieuwe betekenis als we op deze manier naar onze dagelijkse maaltijd kijken!

 
 

Uit het tijdschrift Sunrise sep/okt 2005

© 2005 Theosophical University Press Agency