Tegenwoordig hoort men bijna niemand meer voor het avondeten bidden.
Ik vraag me af hoeveel mensen er nog ‘Dank u, Heer’ voor
elke maaltijd zeggen – ongeacht hoe ze God zien.
De gedachte om bij maaltijden te bidden is heel oud. In het klassieke
spirituele werk, de Bhagavad-Gītā, zegt Heer Krishṇa
tegen Arjuna, ‘de volgelingen van de Heer zijn verlost van hun
zonden omdat zij voedsel eten dat eerst als offer is aangeboden. Anderen,
die voedsel bereiden voor persoonlijk zintuiglijk genot, eten in feite
slechts zonde’ (3:13). Deze uitspraak, die gezien onze restaurantcultuur
in eerste instantie misschien nogal alarmerend lijkt, wijst erop hoe
belangrijk het is dat we niet vergeten waar ons voedsel vandaan komt
voordat we ons te goed doen aan een stevig maal. Andere levende wezens
hebben hun leven moeten opofferen zodat wij het onze kunnen voortzetten.
Uit de christelijke bijbel vernemen we dat Paulus zelf ‘God dankte
in aanwezigheid van allen’ voor het voedsel dat voor hen stond
(Handelingen 27:35). In de Catholic Encyclopedia lezen
we dat
op dit gebruik herhaaldelijk de nadruk wordt gelegd
als een belangrijk familieritueel om de geest van het liturgisch gebed
van die dag over te brengen, vooral ’s morgens en ’s avonds
en ook om God erkentelijk te zijn in een zegenbede voor zijn voorzienigheid
om zijn schepselen van voedsel te voorzien. Dit is grotendeels ontleend
aan het belangrijke joodse ritueel om speciale gebeden bij maaltijden
uit te spreken, in het bijzonder bij de wekelijkse sabbatmaaltijd
en de jaarlijkse seider (paasmaaltijd).
Het is interessant dat het Engelse woord grace, ‘dankgebed’,
een overblijfsel is van de oude uitdrukking to do graces of
to render thanks, ‘dank betuigen’, van het Franse
rendre graces en het Latijnse gratias agere; en we
kunnen hieruit concluderen dat het niet per definitie een oppervlakkig
godsdienstig gebruik is. Ik geloof zeker dat het uitspreken van een
dankgebed ons nog eens de gelegenheid biedt om over levensvragen na
te denken en onze band met het Al-leven in de kleine en routinehandelingen
van alledag te versterken. Het uitspreken van een dankgebed kan helpen
ons te leiden naar betere eetgewoonten door ons bewuster te maken van
wat we eten en te zien hoe ons voedsel samenhangt met het Al-leven.
Het zou ons in het bijzonder ertoe moeten brengen minder destructief
te zijn voor andere levensvormen bij wat we routinematig consumeren
en ons bewust te zijn van het offer dat andere wezens brengen om ons
van voedsel te voorzien. Het is ook nodig dat we denken aan die mensen
die niet zo gelukkig zijn om een voedzame maaltijd te kunnen nuttigen,
dat we met hen meeleven en besluiten hen zo mogelijk te helpen.
Het uitspreken van een dankgebed is een andere bescheiden manier waarop
wij regelmatig in contact kunnen komen met spirituele werkelijkheden
en gaan beseffen dat we in de geest allemaal één zijn,
en zó ontvankelijker te zijn voor onze mogelijkheden om elke
dag andere levende wezens te helpen. De oude uitdrukking ‘voedsel
voor de geest’ krijgt een hele nieuwe betekenis als we op deze
manier naar onze dagelijkse maaltijd kijken!