De kennis die we bezitten heeft alles te maken met herinnering. Zelfs
het gevoel van onze eigen persoonlijke identiteit vertegenwoordigt verzamelingen
individuele gedachten die we ons van moment tot moment herinneren. Dit
houdt in dat veel van wat we weten, uiteindelijk voor ons verloren zal
gaan, om te worden vervangen door nieuwe kennis, nieuwe herinneringen.
Deze zullen op hun beurt ook worden vervangen: een eindeloze cyclus
van vergeten en zich herinneren.
Het blijvende anker dat ons continuïteit verschaft maakt zich
kenbaar als ons besef van individualiteit, het gevoel van ‘ik
ben’, dat niet is veranderd sinds wij kinderen waren en zelfs
niet zal veranderen op onze laatste dag in dit leven. In het hindoeïsme
wordt het atman genoemd, en het is het deel van ons dat niet
door een nieuwe herinnering kan worden vervangen, het deel dat weet
en begrijpt en is gemaakt van materiaal dat niet kan worden vernietigd.
Theosofisch gesproken vormt dit besef van een zelf, samen met spiritueel
bewustzijn en denkvermogen, een drie-eenheid die de blijvende of ‘werkelijke’
mens is. We bezitten allemaal verschillende kennis – herinneringen
aan plaatsen, mensen, omstandigheden en voorwerpen – omdat we
allemaal verschillende dingen hebben gedaan. Maar het gevoel van individualiteit,
van op zichzelf te bestaan, is voor jou hetzelfde als voor mij, en in
feite voor elke persoon die ooit heeft geleefd. Het is een universeel
besef, en volgens de getuigenis van de grootste geesten van de mensheid
is wat we voelen een miniem deel van het bewustzijn van het oneindige
universum. Soms voelen we ons ermee verbonden en dan zijn we tevreden
en blij. Wanneer we onder druk staan of ons harde werk willen onderbreken,
dan zoeken we daar ons heil om nieuwe energie te krijgen. Er bestaat
geen vervangmiddel voor.
Veel van wat we denken te weten is wat anderen ons vertellen. Ik heb
nooit door de ruimte gezweefd en geconstateerd dat Venus de planeet
is die zich het dichtst bij de aarde bevindt. Maar astronomen zeggen
dat het zo is en het is aan mij om ze al of niet te geloven. Hoeveel
van ons wereldbeeld bestaat uit wat anderen ons vertellen, en hoeveel
is gebaseerd op wat we zelf hebben waargenomen en geleerd? Wat belangrijker
is, welke van deze keuzemogelijkheden laten we de grootste invloed uitoefenen
op wat we denken, zeggen en doen? Ik heb veel mensen over reïncarnatie
en karma horen spreken als feitelijkheden en vervolgens horen uitleggen
hoe ze werken. Ik heb dat zelf ook gedaan. Maar weten we werkelijk
waarover we spreken? De werking van karma kan worden gezien en heel
gemakkelijk worden aangetoond, maar hoe is dit bij reïncarnatie?
Wie van ons heeft in gedachten bewust het uitgebreide panorama van geleefde
levens opnieuw afgespeeld en de tijd die tussen levens werd doorgebracht?
Zouden we verstandelijk en emotioneel het vermogen hebben om de vreugde
en pijn die we hebben ervaren te doorstaan, om daarna ongedeerd uit
dit proces te komen en te zeggen dat we nu de waarheid over reïncarnatie
kennen?
En toch is de constitutie van de mens verfijnd en volmaakt uitgebalanceerd,
zodat elk deel de vibratie van de andere kan voelen. Onze eeuwigdurende
aspecten gaan nooit slapen, maar zijn voortdurend actief en zich bewust,
24 uur per dag, 365 dagen per jaar, leven na leven – bestaande
uit een cel of eenheid van bewustzijn die altijd heeft geschitterd en
dit altijd zal doen. Dit is de bron die kracht geeft aan onze overtuigingen
van spirituele waarheden.
Als een ervaring intens is, wordt deze bij ons ingebrand, en vaak voelen
we dit als pijn. Wat we dan zelf ontdekken over de natuur en over hoe
we functioneren is belangrijker dan de onbeduidende zaken waarvan we
dagelijks kennisnemen, omdat de vrucht van de pijn een deel van ons
wordt en van leven tot leven bij ons blijft. ‘Waar geen strijd
is, is geen verdienste’, schreef H.P. Blavatsky in De Geheime
Leer. Verdienste is een boeddhistisch denkbeeld, dat ruwweg betekent
dat wat we voor onszelf hebben verzameld door toegewijde dienstverlening,
lijden, of zelfopoffering ons van pas zal komen in dit of in toekomstige
levens. Verdienste is een aardse beloning en komt ons alleen ‘uiterlijk’
ten goede. Om innerlijke, spirituele waarde te verkrijgen kan ze echter
worden omgezet in ‘deugd’ door haar op te dragen aan anderen.
De werkelijke waarde van een ervaring zal alleen bekend zijn aan onze
innerlijke natuur, en het resultaat ervan zal zich vaak slechts zwakjes
kenbaar maken in de vorm van een indruk, inzicht, inspiratie, of intuïtieve
drang. Deze indrukken of neigingen zijn het resultaat van verdiensten
die in ons zijn opgeslagen, afkomstig van mensenlevens van ervaringen
in de fysieke rijken. We herinneren ons niet in detail iedere persoon
die we hebben ontmoet, maar we herinneren ons wel indrukken die mensen
bij ons achterlaten. Evenzo herinneren we ons niet bewust de details
van de gebeurtenissen van levens geleden die eraan hebben bijgedragen
om onze spirituele deugden te vormen (en die hebben we allemaal),
maar we voelen wel hun kracht die herinneringen bij ons inprent als
we op het punt staan ons in een soortgelijke situatie te begeven, hetzij
als een intuïtieve inspiratie of als een boodschap van de stem
van het geweten, met de belofte van een glimp van de waarheid als we
zorgvuldig luisteren en vervolgens dienovereenkomstig handelen.
In De Sleutel tot de Theosofie, gaat Blavatsky uitvoerig in
op enkele platonische ideeën over geheugen: het zich te binnen
brengen (Engels: recollection), zegt ze, is het zich bewust
herinneren, wat soms gemakkelijk is, en soms wordt teweeggebracht door
‘pijn en inspanning’; herinnering (Eng.: remembrance)
is een onbewuste herinnering waarbij een voorwerp (schijnbaar) spontaan
weer in het geheugen opkomt; reminiscentie (Eng.: reminiscence),
daarentegen, is het ‘geheugen van de ziel’, ons besef dat
we eerder hebben geleefd en opnieuw zullen leven, dat sommige ervaringen
vertrouwd zijn, dat er meer in het leven is dan alleen de stoffelijke
wereld. Alles wat we in dit leven ervaren wordt vastgelegd in onze innerlijke
natuur, in ons spirituele geheugen, dat van leven tot leven voor ons
beschikbaar is.
Daartegenover staat dat alle herinneringen aan ons huidige leven, en
alle kennis die we erover hebben, uit ons denkvermogen zullen verdwijnen
wanneer we sterven. Wat gebeurt er dan? Sommigen zouden zeggen dat herinneringen
van het leven dat net is geëindigd niet worden vergeten door de
persoon die zojuist is overleden. Mediums geven informatie door waarvan
zij en de getroffen familieleden denken dat deze rechtstreeks van de
overledene komt. Terwijl de feiten die worden onthuld over mensen, plaatsen,
omstandigheden of voorwerpen inderdaad waar kunnen zijn, zijn er andere
opvattingen over wat er plaatsvindt. De overledenen gaan na de dood
door veel stadia en leggen lagen van bewustzijn af tot alleen de onsterfelijke
aspecten overblijven om zo een gezegende rust te ervaren tussen levens,
waarbij de spirituele aspiraties van het zojuist geleefde leven opnieuw
worden beleefd en worden verfraaid. De lagere lagen van het bewustzijn,
de substantie van aardse gedachten en herinneringen, blijven dicht bij
het fysieke gebied hangen tot ze zelf uiteengaan of opnieuw tot leven
komen door iemand die met hen in contact komt. Ze zijn net zo illusoir
en bedrieglijk tijdens de dood als tijdens het leven.
Het lijkt er dus op dat ondanks onze nauwe verbondenheid met de gedachten
die we in ons meedragen, zij ons niet toebehoren – we gebruiken
en herinneren ze ons alleen maar een tijdje. Wat blijft en een deel
van ons is, is de ervaring die we hadden toen die gedachten
op ons werden afgedrukt. Het leiden van het leven zelf, waarbij we ons
trouw overgeven aan de taken die zich ontvouwen in het dagelijkse karmische
draaiboek, is voldoende om ons af te houden van bedrieglijke zijpaden.
Om te proberen de waarheid te bereiken – het wat, waarom en hoe
van het bestaan – vormt een eindeloze reis. Als we geduld hebben,
komen waarheid en blijvende kennis onaangekondigd.