Wat is kennis? Deze moeilijke vraag richt zich op de basisbouwstenen
van het denken en logisch redeneren van de mens. Als we eenmaal openstaan
voor de mogelijkheid, dan kunnen we ons afvragen of de wereld die we
zien en gewaarworden inderdaad wel werkelijk is. Het is waar dat wij
gebonden zijn aan de zintuigen die onze schakel vormen met de wereld
om ons heen en dat deze zintuigen feilbaar zijn. Maar welke aanwijzingen
zijn er die ons kunnen doen geloven dat de wereld waarmee we in wisselwerking
staan gedeeltelijk denkbeeldig is? Dromen – scheppingen van ons
bewustzijn en onze verbeeldingskracht die zijn samengesteld uit een
stel oorzaken die overal binnenin ons kunnen ontstaan – kunnen
alleen die natuurlijke vormen aannemen die ons bewustzijn kan bevatten.
Zouden we deze scheppingen vergelijken met wat we in de waaktoestand
zien, dan zouden we zien dat onze droombeelden veel weg hebben van kindertekeningen
die bestaan uit vormen en schaduwen. Denk bijvoorbeeld aan één
enkel grassprietje, iets wat we allemaal hebben gezien en dat door sommigen
misschien wat nauwkeuriger is onderzocht. Hoewel we de grondvorm ervan
kunnen schetsen, en de groei ervan – of een kleine beschadiging
door het maaien – zelfs nauwkeurig kunnen waarnemen, kunnen we
ons niet voorstellen hoe iedere cel ervan werkt en in verband staat
met het geheel. Of we zouden kunnen denken aan een meer waarvan de complexiteit
te groot is om ons een voorstelling van te kunnen maken, omdat het gedeelte
onder het wateroppervlak de meesten van ons onbekend is. We lopen langs
de oever maar kunnen de gecompliceerdheid van één enkele
druppel water nooit met onze eigen ogen zien. Als zelfs het meest briljante
menselijke bewustzijn al deze eenvoudige dingen niet kan begrijpen,
dan begin ik te denken dat geen enkel bewustzijn een wereld zou kunnen
scheppen en ontwerpen die zover boven zijn begripsvermogen ligt als
het universum schijnt te zijn.
Indien de wereld niet is voortgekomen uit ons eigen bewustzijn maar
op zichzelf bestaat, hoe zit het dan met de feilbaarheid van de menselijke
waarnemingen? De fysieke menselijke zintuigen zijn in wezen meetinstrumenten,
veeleisend en prachtig, maar beperkt. Als we bijvoorbeeld alleen onze
vijf zintuigen zouden gebruiken om te proberen de gemoedsgesteldheid
van iemand te peilen, dan zouden we moeten afgaan op fysieke reacties
zoals tranen of een glimlach. Maar als mensen zo gemakkelijk te doorzien
waren, dan zouden we niet gedwongen zijn om taal te gebruiken om gemoedsgesteldheden
mee te delen en te begrijpen. En evenzo, als we proberen de natuur te
begrijpen met alleen de vijf zintuigen, dan zouden we geen besef hebben
van veel van wat zich binnenin ons afspeelt. Deze zintuigen zijn aangepast
aan het fysieke en zijn gespecialiseerd in het peilen van de wereld
die ze waarnemen. Maar in ieder mens gebeurt zoveel meer dat niet kan
worden begrepen door uitsluitend de stoffelijke zintuigen te gebruiken.
Als we alleen afgaan op onze fysieke waarnemingen, dan zou veel van
wat men over de wereld te weten kan komen en daarvan kan begrijpen,
afgesneden worden en latent blijven.
Er zijn natuurlijk niet-fysieke zintuigen. Stel u een vriend voor die
van streek is en uithuilt in uw armen. Waarom zou u zelf zijn pijn en
angst voelen als er niet meer dan alleen maar tranen en snikken werden
overgebracht? Het zou moeilijk zijn deze situaties te verklaren, en
onze reacties daarop, als de fysieke zintuigen onze enige informatiebron
waren. Hoewel deze emotionele toestanden fysieke neveneffecten voortbrengen,
zoals het schokken van het lichaam, zijn deze effecten niet de oorzaak
van de reactie in u. Het is algemeen bekend dat oorzaak-en-gevolg-verbanden
ingewikkeld zijn. Als een dam doorbreekt en een overstroming veroorzaakt
die een stad verwoest, is dan het bouwen van de dam de oorzaak van de
overstroming of een constructiefout in de dam? Er is duidelijk een verband
tussen de overstroming en de dam, maar de zaak zo te versimpelen door
te zeggen dat het bestaan van de dam de enige oorzaak is van de overstroming,
gaat voorbij aan het feit van de foute constructie. Als we bij het analyseren
van het menselijk lichaam evenzo proberen te betogen dat alles fysiek
is en negeren wat er gebeurt tussen de fysieke reactie en onze eigen
emoties, dan kunnen we, omdat het emotionele niet wordt begrepen, geneigd
zijn het buiten beschouwing te laten.
Wat ‘werkelijk’ is, roept een andere vraag op: hoe weten
we dat wat we denken, voelen en zien de werkelijkheid is, en in hoeverre
kunnen we onze waarnemingen vertrouwen? Iemand met een psychische aandoening
kan dingen waarnemen die de meesten van ons niet zien. Hoe kan zo iemand
zijn waarnemingen vertrouwen die anders schijnen te zijn dan wat de
meesten van ons zien en voelen? Zijn waarnemingen maken zijn werkelijkheid
zo anders dan de norm dat hij misschien niet langer in staat is om met
een groot deel van de samenleving in contact te komen. Ieder van ons
is echter zoals deze ‘gek’, in zoverre dat we worden geconfronteerd
met heel verschillende werkelijkheden die we met elkaar proberen te
verzoenen. Als samenleving maken we gebruik van gemeenschappelijke opvattingen,
ethiek, moraal, religie, en gewoonten in een poging de verschillen te
verzachten die ontstaan door wat we individueel zien en geloven, zodat
we het gemakkelijker onderling eens kunnen worden. We zijn erin getraind
een gekleurde bril op te zetten en zien de hemel in die kleur vertekend
blauw die deze bril eraan geeft. Dit proces doordringt ons leven, waarbij
onze opvoeding en ons gezin onze bril verder kleurt in een tint die
geheel ons eigen product is door alles wat ons tot een individu in deze
wereld heeft gemaakt.
Terwijl we begrijpen dat we direct zijn beïnvloed door de wereld
waarin we leven, kunnen we ons afvragen wat er zou gebeuren als we twijfelden
aan dat waarvan we denken dat het de werkelijkheid is? Wat zou er gebeuren
als we zouden proberen de wereld te zien buiten de context die ons is
geleerd te aanvaarden en in plaats daarvan zouden proberen met onze
eigen ogen de natuur te zien die de wereld om ons heen bezielt? Zouden
we worden bestempeld als buitenstaanders die het niet eens zijn met
ervaringen waarover men het algemeen eens is, en een wereld zien die
de materialistische logica versteld zou doen staan? Indien we de darwinistische
evolutiegedachte als feit accepteerden, wat zouden we dan denken als
we twee honden zien vechten op straat? Hoe zou het zijn als we niet
blindelings accepteerden dat we niet méér kunnen weten
over het mens-zijn dan wat we met behulp van onze vijf zintuigen kunnen
meten of met de prachtige werktuigen die de wetenschap heeft uitgevonden
om ze te versterken? Wat zouden we zien als we naar de wereld probeerden
te kijken anders dan met ogen die eenvoudige materiële hypothesen
trachten op te stellen die gevolgen verklaren maar de oorzaak zijn innerlijke
schoonheid ontzeggen?
Indien er antwoorden op deze vragen zouden zijn, dan kunnen die niet
in geschreven woorden worden vervat; ze kunnen alleen worden gevonden
door gebruik te maken van de fantastische kracht van het denken, die
ieder mens bezit. Als we de vraag stellen: ‘Wat is werkelijkheid?’
dan moeten we naar binnen kijken en de wereld bezien zoals ieder die
voor zichzelf schept. We moeten denkwijzen loslaten die proberen controle
uit te oefenen op wat we zullen zien voordat we het zelf hebben gezien,
en ons keurige universele antwoorden geven die gemakkelijk doordringen
in het denken van allen die erdoor worden geraakt. De werkelijkheid
is individueel, en de enige manier om die te begrijpen is dat ieder
van ons er met zijn eigen ogen, verstand en hart naar kijkt.