Een gevoel van werkelijkheid
V.M. Vaughan

 

Wat is kennis? Deze moeilijke vraag richt zich op de basisbouwstenen van het denken en logisch redeneren van de mens. Als we eenmaal openstaan voor de mogelijkheid, dan kunnen we ons afvragen of de wereld die we zien en gewaarworden inderdaad wel werkelijk is. Het is waar dat wij gebonden zijn aan de zintuigen die onze schakel vormen met de wereld om ons heen en dat deze zintuigen feilbaar zijn. Maar welke aanwijzingen zijn er die ons kunnen doen geloven dat de wereld waarmee we in wisselwerking staan gedeeltelijk denkbeeldig is? Dromen – scheppingen van ons bewustzijn en onze verbeeldingskracht die zijn samengesteld uit een stel oorzaken die overal binnenin ons kunnen ontstaan – kunnen alleen die natuurlijke vormen aannemen die ons bewustzijn kan bevatten. Zouden we deze scheppingen vergelijken met wat we in de waaktoestand zien, dan zouden we zien dat onze droombeelden veel weg hebben van kindertekeningen die bestaan uit vormen en schaduwen. Denk bijvoorbeeld aan één enkel grassprietje, iets wat we allemaal hebben gezien en dat door sommigen misschien wat nauwkeuriger is onderzocht. Hoewel we de grondvorm ervan kunnen schetsen, en de groei ervan – of een kleine beschadiging door het maaien – zelfs nauwkeurig kunnen waarnemen, kunnen we ons niet voorstellen hoe iedere cel ervan werkt en in verband staat met het geheel. Of we zouden kunnen denken aan een meer waarvan de complexiteit te groot is om ons een voorstelling van te kunnen maken, omdat het gedeelte onder het wateroppervlak de meesten van ons onbekend is. We lopen langs de oever maar kunnen de gecompliceerdheid van één enkele druppel water nooit met onze eigen ogen zien. Als zelfs het meest briljante menselijke bewustzijn al deze eenvoudige dingen niet kan begrijpen, dan begin ik te denken dat geen enkel bewustzijn een wereld zou kunnen scheppen en ontwerpen die zover boven zijn begripsvermogen ligt als het universum schijnt te zijn.

Indien de wereld niet is voortgekomen uit ons eigen bewustzijn maar op zichzelf bestaat, hoe zit het dan met de feilbaarheid van de menselijke waarnemingen? De fysieke menselijke zintuigen zijn in wezen meetinstrumenten, veeleisend en prachtig, maar beperkt. Als we bijvoorbeeld alleen onze vijf zintuigen zouden gebruiken om te proberen de gemoedsgesteldheid van iemand te peilen, dan zouden we moeten afgaan op fysieke reacties zoals tranen of een glimlach. Maar als mensen zo gemakkelijk te doorzien waren, dan zouden we niet gedwongen zijn om taal te gebruiken om gemoedsgesteldheden mee te delen en te begrijpen. En evenzo, als we proberen de natuur te begrijpen met alleen de vijf zintuigen, dan zouden we geen besef hebben van veel van wat zich binnenin ons afspeelt. Deze zintuigen zijn aangepast aan het fysieke en zijn gespecialiseerd in het peilen van de wereld die ze waarnemen. Maar in ieder mens gebeurt zoveel meer dat niet kan worden begrepen door uitsluitend de stoffelijke zintuigen te gebruiken. Als we alleen afgaan op onze fysieke waarnemingen, dan zou veel van wat men over de wereld te weten kan komen en daarvan kan begrijpen, afgesneden worden en latent blijven.

Er zijn natuurlijk niet-fysieke zintuigen. Stel u een vriend voor die van streek is en uithuilt in uw armen. Waarom zou u zelf zijn pijn en angst voelen als er niet meer dan alleen maar tranen en snikken werden overgebracht? Het zou moeilijk zijn deze situaties te verklaren, en onze reacties daarop, als de fysieke zintuigen onze enige informatiebron waren. Hoewel deze emotionele toestanden fysieke neveneffecten voortbrengen, zoals het schokken van het lichaam, zijn deze effecten niet de oorzaak van de reactie in u. Het is algemeen bekend dat oorzaak-en-gevolg-verbanden ingewikkeld zijn. Als een dam doorbreekt en een overstroming veroorzaakt die een stad verwoest, is dan het bouwen van de dam de oorzaak van de overstroming of een constructiefout in de dam? Er is duidelijk een verband tussen de overstroming en de dam, maar de zaak zo te versimpelen door te zeggen dat het bestaan van de dam de enige oorzaak is van de overstroming, gaat voorbij aan het feit van de foute constructie. Als we bij het analyseren van het menselijk lichaam evenzo proberen te betogen dat alles fysiek is en negeren wat er gebeurt tussen de fysieke reactie en onze eigen emoties, dan kunnen we, omdat het emotionele niet wordt begrepen, geneigd zijn het buiten beschouwing te laten.

Wat ‘werkelijk’ is, roept een andere vraag op: hoe weten we dat wat we denken, voelen en zien de werkelijkheid is, en in hoeverre kunnen we onze waarnemingen vertrouwen? Iemand met een psychische aandoening kan dingen waarnemen die de meesten van ons niet zien. Hoe kan zo iemand zijn waarnemingen vertrouwen die anders schijnen te zijn dan wat de meesten van ons zien en voelen? Zijn waarnemingen maken zijn werkelijkheid zo anders dan de norm dat hij misschien niet langer in staat is om met een groot deel van de samenleving in contact te komen. Ieder van ons is echter zoals deze ‘gek’, in zoverre dat we worden geconfronteerd met heel verschillende werkelijkheden die we met elkaar proberen te verzoenen. Als samenleving maken we gebruik van gemeenschappelijke opvattingen, ethiek, moraal, religie, en gewoonten in een poging de verschillen te verzachten die ontstaan door wat we individueel zien en geloven, zodat we het gemakkelijker onderling eens kunnen worden. We zijn erin getraind een gekleurde bril op te zetten en zien de hemel in die kleur vertekend blauw die deze bril eraan geeft. Dit proces doordringt ons leven, waarbij onze opvoeding en ons gezin onze bril verder kleurt in een tint die geheel ons eigen product is door alles wat ons tot een individu in deze wereld heeft gemaakt.

Terwijl we begrijpen dat we direct zijn beïnvloed door de wereld waarin we leven, kunnen we ons afvragen wat er zou gebeuren als we twijfelden aan dat waarvan we denken dat het de werkelijkheid is? Wat zou er gebeuren als we zouden proberen de wereld te zien buiten de context die ons is geleerd te aanvaarden en in plaats daarvan zouden proberen met onze eigen ogen de natuur te zien die de wereld om ons heen bezielt? Zouden we worden bestempeld als buitenstaanders die het niet eens zijn met ervaringen waarover men het algemeen eens is, en een wereld zien die de materialistische logica versteld zou doen staan? Indien we de darwinistische evolutiegedachte als feit accepteerden, wat zouden we dan denken als we twee honden zien vechten op straat? Hoe zou het zijn als we niet blindelings accepteerden dat we niet méér kunnen weten over het mens-zijn dan wat we met behulp van onze vijf zintuigen kunnen meten of met de prachtige werktuigen die de wetenschap heeft uitgevonden om ze te versterken? Wat zouden we zien als we naar de wereld probeerden te kijken anders dan met ogen die eenvoudige materiële hypothesen trachten op te stellen die gevolgen verklaren maar de oorzaak zijn innerlijke schoonheid ontzeggen?

Indien er antwoorden op deze vragen zouden zijn, dan kunnen die niet in geschreven woorden worden vervat; ze kunnen alleen worden gevonden door gebruik te maken van de fantastische kracht van het denken, die ieder mens bezit. Als we de vraag stellen: ‘Wat is werkelijkheid?’ dan moeten we naar binnen kijken en de wereld bezien zoals ieder die voor zichzelf schept. We moeten denkwijzen loslaten die proberen controle uit te oefenen op wat we zullen zien voordat we het zelf hebben gezien, en ons keurige universele antwoorden geven die gemakkelijk doordringen in het denken van allen die erdoor worden geraakt. De werkelijkheid is individueel, en de enige manier om die te begrijpen is dat ieder van ons er met zijn eigen ogen, verstand en hart naar kijkt.

 

Uit het tijdschrift Sunrise sep/okt 2006

© 2006 Theosophical University Press Agency