Zijn we het waard?
Elsa-Brita Titchenell

 

In het westen beschouwen we de vele voordelen en mogelijkheden die ons zijn nagelaten als vanzelfsprekend. We nemen zonder meer aan dat het ons recht is zelf onze woonplaats te kiezen, zelf te bepalen wat we willen leren, waarmee we ons zullen bezighouden en hoe we ons zullen amuseren. Individueel hoeven we geen uitspraak aan te nemen, die in strijd is met onze overtuiging, terwijl we gezamenlijk onze wetten en regeringen maken en vernieuwen. We vinden het moeilijk ons een beeld te vormen van een tijd waarin de meesten van ons ondergeschikt zouden zijn aan de wil van een machtige minderheid, en van de wieg tot het graf een leven van onderworpenheid zouden leiden in een beperkte routine van werkzaamheden die door anderen zijn vastgesteld – zonder kennis, zonder keuze, zonder waardigheid. In de feodale tijd kon immers maar een minderheid van vrijgeborenen aanspraak maken op het recht om over hun eigen lichaam te beschikken.

Er waren eeuwen voor nodig om geleidelijk te emanciperen van verachtelijk bezit tot vrijheid en gelijkheid, en veel sociale stelsels moesten worden omvergeworpen. Het voorrecht om zich op aarde vrij te kunnen bewegen werd pas verworven na een reeks hevige worstelingen, herhaald bloedvergieten, en vastberaden weerstand tegen een tirannie die zich diep had geworteld. Hoe enorm de overgang ook was van fysieke slavernij naar fysieke vrijheid, deze was echter een flauwe afschaduwing van de werkelijke bevrijding die tegelijkertijd plaatsvond: het afbreken van de ongrijpbare maar sterke belemmeringen voor de groei van ons essentieel menselijke deel, ons denken en onze geest.

Zijn we de vrijheid die we bezitten wel waard? Deze nalatenschap is niet door onszelf maar door anderen verdiend en aan ons toevertrouwd voor het welzijn van onze eigen en toekomstige generaties. Maar ware vrijheid moet evenals een geldelijk vermogen goed worden beheerd, anders kan het door kruimeldiefstal beetje bij beetje wegslinken. Dit gebeurt altijd wanneer de ene mens aan de andere zijn wil oplegt of wanneer men slaafs de publieke opinie wil volgen tegen de innerlijke beginselen in. Als iemand op die manier het hoogste wat een mens bezit geweld aandoet, vormt dit een ondermijnende factor die kan leiden tot grove misbruiken en tot het uiteindelijke verlies van het voorrecht van de mens om zelfstandig te denken. En de noodzaak tot zelfstandig denken is nog nooit zo groot geweest als nu. Indien we toelaten dat we ons gedachteloos onderwerpen aan een starre gedachtegang, vooral wanneer deze gedachten in strijd zijn met ons weloverwogen oordeel, stellen we ons open voor een subtielere vorm van dictatuur dan de politieke overheersing die we zo betreuren, maar die eenzelfde macht uitoefent op het individuele leven.

Er kan op dit gebied geen eenvoudige gedragslijn worden aangegeven, die voor ieder mens van toepassing is en ook kan men zelfstandig denken niet aan een ander leren. Het is iets volstrekt individueels en het is te verwachten dat we met anderen van mening verschillen, terwijl we toch veel kunnen leren door hun mening te onderzoeken en te proberen hun unieke visie te begrijpen wanneer we die met de onze vergelijken. Door deze uitwisseling gaat ieder van ons meer begrijpen van onze medemensen en van hun ideeën op wetenschappelijk, sociaal of religieus gebied. Dan bestaat er ook geen noodzaak het op alle punten eens te zijn en is het niet nodig om de algemene opinie te volgen, maar door kennis te nemen van alle gezichtspunten zal het eigen oordeel en onderscheidingsvermogen van het individu worden versterkt.

Vanuit de mist van eeuwen van onderdrukking bereiken we een zuiverder lucht waarin de verzamelde rijkdommen van het menselijke denken door ons kunnen worden waargenomen, waar vergelijkingen en logica niet zijn gebrandmerkt, en waar ons zoeken naar waarheid alleen wordt begrensd door ons vermogen daartoe. Vrijheid is geen doel op zich, geen dierbaar begrip dat we moeten vastgrijpen en verstikken. Het is een middel om ons leven richting te geven overeenkomstig ons begrip van wat goed is en overeenkomstig ons verlangen om het lot van anderen te verbeteren. Dit vereist een voortdurende waakzaamheid ten opzichte van onszelf, en iedereen die uit zelfzuchtige motieven handelt, verlaagt een onschatbaar instrument. Het hoogtepunt van het streven naar vrijheid dat eeuwen geleden begon, ligt nog vóór ons en zal na verloop van tijd alle mensen omvatten in zijn steeds groter wordende kring van broederschap.

 

Uit het tijdschrift Sunrise winter 2007

© 2006 Theosophical University Press Agency