Theosophical University Press Agency

Je gezondheid in eigen handen: ziektekiemtheorie ontmaskerd

David Pratt

mei 2021

[Vertaling van Reclaiming Our Health: Germ Theory Exposed, mei 2021]


Inhoud


1. Ziektekiemen en ons bioterrein

Volgens de kiemtheorie lopen we constant het risico dat bacteriën en virussen ons lichaam binnendringen en aanvallen, en ons ziek maken. Om ziekten te bestrijden moeten we symptomen met pillen en medicijnen onderdrukken, ziektekiemen doden met antibiotica en antivirale geneesmiddelen, en infectie voorkomen door middel van vaccins. Dit ziektemodel heeft het medisch denken sinds het einde van de 19de eeuw gedomineerd en vormt de basis van de farmaceutische en vaccinatieindustrie met een omzet van meer dan een biljoen dollar.

Ziektekiemen

Het feit dat bepaalde microben vaak aanwezig zijn tijdens een ziekteproces bewijst niet dat ze de betreffende ziekte veroorzaken, net zomin als de aanwezigheid van brandweerlieden op de plaats van een brand bewijst dat ze de brand hebben aangestoken. Een groot probleem met de kiemtheorie is dat veel mensen die ‘besmet’ zijn met een zogenaamd ziekteverwekkende microbe niet ziek worden, en dat bij veel zieke mensen de relevante microbe niet kan worden gevonden.

De bacterie die tuberculose zou veroorzaken bijvoorbeeld is nooit gevonden in de vroege stadia van de ziekte, is afwezig in 50% van de gevallen, en 85 tot 95% van de mensen die ermee ‘besmet’ zijn, ontwikkelt geen tuberculose.1 De pneumokokken-bacterie die longontsteking zou veroorzaken is in meer dan 25% van de gevallen afwezig, en het toedienen ervan aan gezonde organismen veroorzaakt de ziekte niet. De meeste mensen hebben constant streptokokken-bacteriën in hun keel, maar hebben geen last van blijvende keelpijn.2

De kiemtheorie werd ingevoerd door Louis Pasteur en Robert Koch, maar werd vanaf het begin door veel vooraanstaande wetenschappers bestreden. Claude Bernard zei bijvoorbeeld: ‘De microbe is niets, het terrein [d.w.z. lichaam en geest] is alles.’ Het alternatief voor de kiemtheorie wordt daarom ook wel ‘terreintheorie’ genoemd. Rudolf Virchow verklaarde dat ‘ziektekiemen hun natuurlijke habitat zoeken – ziek weefsel – in plaats van de oorzaak van ziek weefsel te zijn’, net zoals muggen brak stilstaand water zoeken, maar niet de oorzaak zijn dat het water zo wordt.

Aanhangers van de ziektekiemtheorie geven toe dat mensen soms niet ‘vatbaar’ zijn voor ziekteverwekkers en ze kunnen ‘weerstaan’. Voor een deel erkennen ze dus dat een verzwakt lichaam de oorzaak is van een slechte gezondheid, en dat gezond leven de beste manier is om ziekten te voorkomen. Maar dat levert geen winst op voor Big Pharma, en sommige mensen wijten hun slechte gezondheid liever aan microben, of aan andere mensen die daarmee ‘besmet’ zijn, dan aan hun eigen slechte gewoonten.

Bacteriën spelen een essentiële rol in de natuur: ze verteren en verwijderen dode en stervende cellen en weefsels. Met andere woorden, het zijn saprofyten (afvaleters). Ze vallen geen gezond weefsel aan, maar tijdens het uitvoeren van hun opruimtaak kunnen ze gifstoffen produceren die secundaire symptomen veroorzaken als ze zich in het lichaam ophopen.

De Franse wetenschapper Antoine Béchamp (1816-1908) gaf de naam ‘microzymen’ aan kleine deeltjes die hij onder de microscoop zag, die eerdere wetenschappers ‘glinsterende lichaampjes’ hadden genoemd. Hij beschouwde ze als de basiseenheden van het leven. Zijn experimenten toonden aan dat in ongezond weefsel de reeds aanwezige microzymen veranderen in verschillende bacteriestammen, die het inwendige terrein schoonmaken. Het vermogen van microben om hun vorm, grootte en functie te veranderen, staat bekend als pleomorfisme.

Een aantal 20ste-eeuwse wetenschappers, onder wie Royal Rife, Günther Enderlein en Gaston Naessens, bevestigden het werk van Béchamp en zetten het voort, vaak met vervolging als gevolg. Naessens ontdekte met behulp van een heel geavanceerde microscoop waarmee hij levend weefsel kon bekijken, dat microzymen (die hij ‘somatiden’ noemde) een pleomorfische cyclus van 16 stadia doormaken: de eerste drie stadia komen voor bij gezonde organismen, maar als de gezondheid verzwakt is, kunnen somatiden nog 13 andere stadia doorlopen (waaronder bacteriële, gist- en schimmelvormen). De moderne biologie erkent dat bacteriën in beperkte mate pleomorf zijn, maar bewijzen voor meer radicale veranderingen doet ze af als celafval of ‘artefacten’.3

Bacteriën verschijnen en vermenigvuldigen zich in ons lichaam wanneer dat nodig is – en komen meestal voort uit onze eigen cellen. Een zuurstofarm, heel zuur lichaam biedt een omgeving waarin ziekten (en bijbehorende microben) kunnen gedijen. Cholera wordt bijvoorbeeld niet rechtstreeks veroorzaakt door vibrio cholerae-bacteriën, die bij zowel zieke als gezonde mensen voorkomen, maar door het gif dat ze onder zuurstofarme omstandigheden produceren.4

bacteriën

Volgens het bioterrein-model veroorzaken microben dus geen ziekte; ziek weefsel is eerder de oorzaak van microben. Als ons bioterrein slecht gevoed of vergiftigd is, of door stress of negatieve emoties verzwakt raakt, probeert het lichaam zich te herstellen en te genezen, vaak met behulp van microben. Zoals G. de Purucker zegt, zijn bacteriën niet de primaire oorzaak van ziekten; ze zijn het resultaat van een zieke toestand van het lichaam en werken als aaseters.5

Het buitensporige gebruik van antibiotica heeft bacteriën ertoe gedwongen te muteren tot agressievere vormen en resistentie te ontwikkelen. Antibiotica gebruiken is als het vergiftigen van ratten in de hoop dat het afval dat ze eten zal verdwijnen. Antibiotica zouden alleen moeten worden gebruikt in levensbedreigende situaties waarin de ontgiftingsprocessen van het lichaam uit de hand dreigen te lopen.

Het Human Microbiome Project, dat in 2007 werd gestart, heeft ons inzicht in de microbiota die op en in ons lichaam leven radicaal veranderd. Het menselijk lichaam bestaat uit zo’n 30 biljoen cellen, en bevat ongeveer 38 biljoen bacteriën en 380 biljoen ‘virussen’. Onze bacteriën helpen ons voedsel te verteren, vitamines te produceren, en ons immuunsysteem te regelen. De meeste van onze ‘virussen’ zijn bacteriofagen (‘bacterie-eters’), waarvan gewoonlijk wordt aangenomen dat ze bacteriën ‘infecteren’, maar die opvatting begint te veranderen.6 Het besef groeit dat het onjuist is om ervan uit te gaan dat de activiteiten van onze steeds veranderende populatie van bacteriën en ‘virussen’ de oorzaak van ziekte zijn, in plaats van een reactie daarop.

Er bestaat niet zoiets als van nature ‘schadelijke’ en ‘kwaadaardige’ bacteriën. En, zoals het volgende hoofdstuk laat zien, er is geen overtuigend bewijs dat ziekteverwekkende virussen bestaan.

Verwijzingen

  1. Dawn Lester en David Parker, What Really Makes You Ill? Why everything you thought you knew about disease is wrong, 2019, hfst. 4.
  2. Arthur M. Baker, Exposing the myth of the germ theory, College of Practical Homoeopathy, 2005.
  3. Zie Ozone, influenza and the causes of disease, hfst. 7, ‘Disease and microbes: cause and effect’.
  4. Thomas S. Cowan en Sally Fallon Morell, The Contagion Myth: Why viruses (including ‘coronavirus’) are not the cause of disease, Skyhorse Publishing, 2020, hfst. 3.
  5. G. de Purucker, Esoteric Teachings, Point Loma Publications, 1987, 8:62-3; zie Health and disease.
  6. M. Łusiak-Szelachowska e.a., ‘The presence of bacteriophages in the human body: good, bad or neutral?’, Microorganisms, deel 8, 2020, 2012.

2. Virussen en exosomen

Virussen (letterlijk ‘vergiften’) werden eind 19de eeuw bedacht op basis van de veronderstelling dat ziekten die niet aan bacteriën kunnen worden toegeschreven, veroorzaakt moeten worden door een microbe die te klein is om onder een normale microscoop te worden waargenomen. De ontwikkeling van de elektronenmicroscoop in de jaren dertig van de vorige eeuw maakte het mogelijk dat microbiologen kleine stipjes in en rond zieke cellen zagen. Ze trokken meteen de conclusie dat deze stipjes virussen waren en de cellen ziek maakten.

Dit was een grote vergissing, want uit onderzoek van de afgelopen decennia is gebleken dat wanneer cellen beginnen af te sterven, ze allerlei deeltjes produceren die niet van ‘virussen’ zijn te onderscheiden; dit kan gebeuren als onderdeel van het normale proces van celdood en -vervanging, of omdat cellen worden beschadigd door toxiciteit. Men denkt dat zulke deeltjes – onder andere bekend als extracellulaire blaasjes en exosomen – functies vervullen zoals het elimineren van ongewenste stoffen en het vervoeren van eiwitten en nucleïnezuren naar andere cellen.

virussen

Bacteriën zijn zelfreplicerende organismen. Virussen zijn veel kleiner, en bestaan slechts uit kleine strengen genetisch materiaal (DNA of RNA) in een eiwitcapsule. Deze deeltjes zijn inert, hebben geen stofwisseling, en kunnen niet op eigen kracht bewegen, groeien of zich voortplanten. Het is absurd om te geloven dat zulke deeltjes onze cellen – die intelligente, zeer complexe organismen zijn en een miljoen keer zo groot – kunnen kapen en doden. Zoals een criticus zegt: ‘om aan virussen ook maar enige handeling toe te schrijven is ongeveer hetzelfde als handelingen toe te schrijven aan het afgehakte hoofd van een overledene’!1

Het medische establishment trakteert ons via de mainstream media op eindeloze angstscenario’s over virale epidemieën, zoals polio, aids, hepatitis C, SARS (severe acute respiratory syndrome), vogelgriep, varkensgriep, ebola, en nu Covid-19 (coronavirus-ziekte).2 In de praktijk worden ‘virale infecties’ nooit gediagnosticeerd door het virus rechtstreeks waar te nemen en te isoleren, maar op basis van indirect bewijs, zoals klinische symptomen, antistofniveaus, of DNA- of RNA-fragmenten waarvan wordt aangenomen dat ze deel uitmaken van een virus.

De juiste manier om het bestaan van een virus te bewijzen is door het te isoleren van een gastheercel, d.w.z. het te scheiden van alle andere cellulaire componenten en afvalstoffen. De standaardprocedure daarvoor is om vloeistof van een zieke af te nemen, het te filteren (om alles ter grootte van bacteriën te verwijderen), het in een ultracentrifuge te laten draaien zodat de bestanddelen in verschillende dichtheidsbanden worden gescheiden, en de gezuiverde virusdeeltjes daaruit te halen zodat ze kunnen worden geanalyseerd en de volgorde van hun genen kan worden vastgesteld.

Deze techniek is gebruikt om exosomen te isoleren, en ook twee soorten zogenaamde virussen: bacteriofagen, die bacteriën zouden aanvallen; en ‘gigantische virussen’, die eencellige organismen zoals algen zouden aanvallen. Een alternatieve opvatting is dat deze twee soorten sporen in feite bacteriën en algen helpen door hun genetisch materiaal met hen te delen. Sommige bacteriën en algen lijken onder zeer ongunstige omstandigheden in deze sporen te veranderen, en vervolgens weer naar hun oorspronkelijke vorm terug te keren zodra de normale omstandigheden zijn hersteld.3

Geen enkel virus waarvan wordt aangenomen dat het bij mensen ziekten veroorzaakt, is ooit met behulp van bovenstaande techniek geïsoleerd. In plaats daarvan nemen virologen vloeistof van een zieke af die allerlei verontreinigingen bevat (het virus wordt verondersteld er een van te zijn), en voegen deze vervolgens toe aan een cultuur van menselijke of apencellen die ‘uitgehongerd’ zijn (om de opname van het virus te bevorderen) en die met antibiotica en andere chemicaliën zijn vergiftigd. Als sommige van de cellen vervolgens ziek worden of sterven, dan gaat men ervan uit dat het onzichtbare virus daarvoor verantwoordelijk is – en zegt men dat het is ‘geïsoleerd’!4

De procedure voor het ‘isoleren’ van het mazelenvirus voor gebruik in vaccins is als volgt.5 Was niercellen van apen met trypsine (een enzym van een varken), waardoor de cellen beginnen op te lossen. Voeg ze toe aan een celcultuur die antibiotica bevat, en voeg foetaal runderserum toe (een groeisupplement dat lichaamsvreemd genetisch materiaal bevat en deeltjes die niet te onderscheiden zijn van virussen). Voeg vervolgens een urine-, slijm- of speekselmonster toe van een mazelenpatiënt. Als de cellen tekenen van beschadiging beginnen te vertonen, dan wordt dit aan het mazelenvirus toegeschreven.

Op geen enkel moment wordt het virus feitelijk waargenomen, gezuiverd en gefotografeerd met een elektronenmicroscoop. Er wordt ook geen controle-experiment uitgevoerd om erachter te komen wat er zou gebeuren als dezelfde gifstoffen aan de celcultuur zouden worden toegevoegd maar zonder het monster van menselijk materiaal (en het zogenaamde virus). Tijdens een proces in Duitsland over de vraag of het bestaan van het mazelenvirus ooit is bewezen, gaf dr. Stefan Lanka opdracht aan een onafhankelijk laboratorium om dit controle-experiment uit te voeren. Het toonde aan dat de weefsels in de celcultuur stierven, zelfs als er geen materiaal van een ‘geïnfecteerde’ patiënt aan werd toegevoegd.6

Geen zogenaamd ziekteverwekkende virussen zijn ooit met een elektronenmicroscoop waargenomen in mensen of dieren, of in hun lichaamsvloeistoffen zoals bloed en speeksel. Ze zijn alleen gefotografeerd in celculturen waarin beschadigde cellen uit elkaar beginnen te vallen – waarbij allerlei virusachtige deeltjes vrijkomen, waaronder exosomen.

exosoom Covid-virus

Links: een exosoom-bevattend blaasje in een cel. Rechts: het ‘Covid-19-virus’ in een cel. (odysee.com)

Om te bewijzen dat een virus ziekte veroorzaakt, dienen wetenschappers aan proefdieren zoals muizen of apen vloeistof toe die het virus zou bevatten. Als de dieren ziekteverschijnselen vertonen, dan worden deze aan het virus toegeschreven. Apen worden bijvoorbeeld vastgebonden in een vacuümkamer en ‘met mazelen geïnfecteerde’ vloeistoffen worden in hun luchtpijp en longen gepompt via een slangetje in hun neus; alle weefselschade wordt vervolgens toegeschreven aan het mazelenvirus, in plaats van aan de mishandeling die ze hebben ondergaan.

In 1908 werd een experiment uitgevoerd waarbij het ruggenmerg van een aan polio overleden jongen werd fijngehakt en vermengd met water. Dit mengsel, waarvan werd aangenomen dat het het poliovirus bevatte, werd vervolgens aan twee apen te drinken gegeven, maar ze vertoonden geen ziekteverschijnselen. Vervolgens werd het in hun ledematen geïnjecteerd, maar opnieuw zonder enig effect. Ten slotte werd het rechtstreeks in hun hersenen geïnjecteerd. Dit keer stierf de ene aap onmiddellijk, terwijl de andere langzaam verlamd raakte. Dit grove experiment was de eerste keer dat wetenschappers zogenaamd het poliovirus ‘isoleerden’ en ‘bewezen’ dat het besmettelijk was.7

Virologen hebben nog nooit een volledig genoom uit een zogenaamd ziekteverwekkend virus gehaald en vervolgens van begin tot eind gesequenced. Tegenwoordig worden computerprogramma’s gebruikt om duizenden geselecteerde DNA- of RNA-fragmenten die bij patiënten worden aangetroffen, kunstmatig samen te brengen in een compleet ‘viraal’ genoom, door overlappende gebieden te matchen en ontbrekende genen gewoon toe te voegen. Dit staat bekend als een ‘in silico’ (door een computer gemaakt) genoom.

Wetenschappers kibbelen gewoonlijk jarenlang over welke stukjes genetische code bij een bepaald ‘virus’ horen; bij het mazelenvirus duurde dit decennia. Maar in het geval van SARS-CoV-2, het virus dat Covid-19 zou veroorzaken (een ‘nieuwe’ ziekte zonder nieuwe symptomen), was het een kwestie van een paar muisklikken. Daarbij zocht men naar genetische stukjes die vergelijkbaar zijn met die welke zijn geclassificeerd als stukjes van het eerste SARS-coronavirus uit 2003 (dat ook nooit op de juiste manier is geïsoleerd) en vervolgens gaf men een computer de opdracht om ze aan elkaar te plakken.

De oorspronkelijke Chinese versie van het SARS-CoV-2-genoom wordt nu als sjabloon gebruikt door andere laboratoria die op zoek zijn naar het virus. Maar door de diversiteit aan genetische fragmenten in ons lichaam vinden ze nooit een perfecte match, en eventuele verschillen worden dan gehypet als potentieel dodelijke ‘mutaties’. Het is opmerkelijk dat het genoom van SARS-CoV-2 snel zou muteren en in lengte zou variëren van 26 tot 32 duizend basen, terwijl het genoom van elk type bacteriofaag en gigantisch virus, dat wél op de juiste manier is geïsoleerd, altijd exact dezelfde lengte en samenstelling heeft.

Veel wetenschappers en publieke gezondheidsinstanties hebben toegegeven dat SARS-CoV-2 niet is geïsoleerd en gezuiverd.8 Een beloning van 1,5 miljoen euro is uitgeloofd voor wie kan bewijzen dat het virus bestaat.9 Dit betekent dat geen van de tests voor het virus (of beter gezegd zogenaamde fragmenten van het zogenaamde virus) ooit is gevalideerd. Virologen geven toe dat de tests kunnen reageren op materiaal uit andere bronnen, waaronder andere veronderstelde virussen.

Covid-‘gevallen’ worden voornamelijk gediagnosticeerd met behulp van de PCR (polymerase-kettingreactie) techniek. Elke PCR-cyclus verdubbelt het aantal genetische strengen waarnaar wordt gezocht, dus na 30 cyclussen zijn ze een miljard keer vermenigvuldigd (dit is alleen nodig omdat ze in zulke kleine hoeveelheden aanwezig zijn). De tests gebruiken tussen de 30 en 45 cyclussen, hoewel alles boven de 30 een hoog percentage ‘valse positieven’ oplevert.10 Op de testkits staat letterlijk de waarschuwing: ‘Alleen voor onderzoeksdoeleinden. Niet gebruiken om een diagnose te stellen.’ Maar de Covid-cult zou niet bestaan zonder het misbruik van PCR, dat zelfs gezonde mensen kan veranderen in ‘bevestigde gevallen’ en dus potentiële ‘oma-killers’.

Om te testen of het denkbeeldige Covid-virus ziekteverwekkend is, voerden onderzoekers een experiment uit waarbij ze een giftige vloeistof uit apencellen die op de kweek waren gezet met menselijk longpus (dat het virus zou bevatten) en schadelijke chemicaliën in de neuzen van transgene muizen brachten. Minder dan de helft van de muizen vertoonde symptomen: de ergste waren gewichtsverlies (geen Covid-symptoom) en ‘een licht borstelige vacht’ (bij mensen nog niet geconstateerd!). Bovendien kwamen de bevindingen van de autopsie bij de transgene muizen niet overeen met die bij Covid-patiënten.11 Toch wordt deze studie geprezen als bewijs dat ‘SARS-CoV-2’ Covid veroorzaakt.

In een ander onderzoek werd vloeistof van een Covid-patiënt onder hoge druk in de luchtpijp van zes makaken gespoten. Dit veroorzaakte enige schade aan hun longen (bedenk dat longontsteking kan worden veroorzaakt door het inademen van braaksel of een schadelijke stof), maar na zes dagen waren de aandoeningen grotendeels verdwenen. Geen van de apen ontwikkelde zichtbare klinische symptomen, behalve dat een aap gedeeltelijk zijn eetlust verloor. De onderzoekers waren blij met dit resultaat omdat het overeenkwam met het feit dat de meeste mensen die positief testen op ‘het virus’ volledig gezond zijn!12 En zo gaat de zwendel maar door.

Kortom, virologie is een waardeloze maar gevaarlijke pseudowetenschap, gebaseerd op een verkeerde interpretatie van microdeeltjes geproduceerd door dood en stervend weefsel. SARS-CoV-2 is een door de computer gefabriceerde fantasie. En de Covid-19-crisis is volledig door mensen gecreëerd.

Verwijzingen

  1. Arthur M. Baker, Exposing the myth of the germ theory, College of Practical Homoeopathy, 2005.
  2. Torsten Engelbrecht, Claus Köhnlein, Samantha Bailey en Stefano Scoglio, Virus Mania: How the medical industry continually invents epidemics, making billion-dollar profits at our expense, Books on Demand, 3de ed., 2021.
  3. Stefan Lanka, The causes of the corona crisis are clearly identified, 2020.
  4. Andrew Kaufman en Tom Cowan, Statement on virus isolation, februari 2021; Stefan Lanka, Dismantling the virus theory, 2015; Stefan Lanka, The virus misconception, Deel 1: ‘The “measles virus” as an example’, Deel 2: ‘The beginning and the end of the corona crisis’, 2020; Janine Roberts, Fear of the Invisible: An investigation of viruses and vaccines, HIV and AIDS, Impact Investigative Media Productions, 2de ed., 2009 (zie Fear of the invisible).
  5. Cdc.gov; Mark Hanley, Hamer: A critical look at healthcare, acriticallookat.com, 2018, blz. 28-30.
  6. Lanka, ‘The “measles virus” as an example’; learninggnm.com/SBS/documents/virus-trial.html.
  7. Thomas Cowan, Vaccines, Autoimmunity, and the Changing Nature of Childhood Illness, Chelsea Green Publishing, 2018, hfst. 9; Roberts, Fear of the Invisible, blz. 45.
  8. Engelbrecht e.a., Virus Mania, blz. 473-9; Sam Bailey, The truth about virus isolation, april 2021; Andrew Kaufman,The rooster in the river of rats, 2020.
  9. samueleckert.net/isolat-truth-fund.
  10. nytimes.com/2020/08/29/health/coronavirus-testing.html; childrenshealthdefense.org/defender/pcr-testing-incorrect-use.
  11. L. Bao e.a., ‘The pathogenicity of SARS-CoV-2 in hACE2 transgenic mice’, Nature, deel 583, 2020, blz. 830-3; Andrew Kaufman, Zero evidence that COVID fulfills Koch’s 4 germ theory postulates, september 2020.
  12. C. Shan e.a., ‘Infection with novel coronavirus (SARS-CoV-2) causes pneumonia in Rhesus macaques’, Cell Research, deel 30, 2020, blz. 670-7.

3. Ziekte en psyche

Onze gezondheidstoestand wordt bepaald door onze voeding en levensstijl, door de omgeving waarin we leven, door hoe we omgaan met onze levenservaringen, en door onze gedachten, emoties, overtuigingen en verwachtingen. Orgaanstoornissen kunnen niet alleen het gevolg zijn van slechte voeding, giftige stoffen en verwondingen, maar ook van emotioneel en psychisch stressvolle ervaringen. Verschillende soorten conflicten beïnvloeden verschillende hersengebieden, wat resulteert in symptomen in de corresponderende organen of weefsels.1 Psyche, hersenen en lichaam zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Angst, waaronder angst voor ziektekiemen, is zeer besmettelijk en kan de gezondheid aantasten of zelfs dodelijk zijn. Zo werden in 1853 twee jonge Fransen gebeten door dezelfde hond. De een stierf binnen een maand aan ‘hondsdolheid’, maar de ander wist dit niet omdat hij naar Amerika was vertrokken. Vijftien jaar later keerde hij terug naar Frankrijk en hoorde over de dood van zijn vroegere vriend. Hij ontwikkelde vervolgens zelf symptomen van hondsdolheid en stierf binnen drie weken.2

Afrikaanse artsen schrijven de aids-ziekte soms toe aan het ‘voodoo-dood-syndroom’, een term voor psychisch veroorzaakte ziekten. Een verpleegkundige meldde dat toen een groep ernstig zieke patiënten werd getest en ze ontdekten dat ze negatief waren op het ‘virus’, ze plotseling herstelden en weer helemaal gezond werden.3

In 2006 werd in Portugal een aflevering van een populaire soap voor tieners uitgezonden, waarin de personages besmet raakten met een levensbedreigend virus en last kregen van huiduitslag, duizeligheid en ademhalingsmoeilijkheden. Kort daarna kregen meer dan 300 Portugese studenten dezelfde symptomen en verschillende scholen moesten sluiten. Na onderzoek werd geconcludeerd dat de symptomen van de studenten werden veroorzaakt door massahysterie door het kijken naar het televisieprogramma.4

Een jongeman die bij een klinisch onderzoek betrokken was, probeerde zelfmoord te plegen door een overdosis van het geteste medicijn te nemen. Hij was ervan overtuigd dat hij zou sterven, kreeg ernstige symptomen en belandde zwetend en bevend en met een extreem lage bloeddruk in het ziekenhuis. Het bleek echter dat hij deel uitmaakte van de controlegroep en dat de pillen die hij had ingenomen ongevaarlijke placebo’s waren. Toen de dokter hem dit vertelde, herstelde hij binnen 15 minuten.5

Een recente studie van Covid-19 concludeerde: ‘Negatieve informatie die herhaaldelijk via de massamedia wordt verspreid kan de volksgezondheid negatief beïnvloeden in de vorm van nocebo-effecten en massahysterie.’ Dit kan leiden tot fysieke symptomen zoals zwakte, hoofdpijn of een gevoel van verstikking – een verschijnsel dat bekendstaat als massa psychogene ziekte of epidemische hysterie.6

Door de huidige obsessie met Covid loopt iedereen die sterft de kans om als ‘Covid-slachtoffer’ te worden bestempeld – niet alleen mensen met een longontsteking, maar zelfs mensen die sterven aan een hartaanval, verkeersongeval of schotwonden. Niettemin laten zelfs de officiële cijfers zien dat de kans om aan of met Covid te sterven uiterst klein is, behalve bij hoogbejaarden. Toch is een intense campagne van sensationele, angstzaaiende propaganda erin geslaagd de meerderheid van de bevolking ervan te overtuigen dat een dodelijk virus snel om zich heen grijpt en dat alleen draconische maatregelen hen kunnen redden.

Overlevingspercentages van Covid-19 per leeftijdsgroep in de Verenigde Staten7
0-17 jaar 99,998%
18-49 jaar 99,95%
50-64 jaar 99,4%
65+ jaar 91%

Lockdowns, gedwongen afzondering, verplichte mondkapjes en beperking van menselijke contacten vormen een ongekende inbreuk op burgerlijke vrijheden. De shutdowns hebben de wereldeconomie verwoest en het leven van vele miljoenen mensen kapotgemaakt.8 Maar tientallen onderzoeken hebben aangetoond dat er wereldwijd geen verband blijkt te bestaan tussen strenge lockdown-maatregelen en lagere sterfte- en ziektecijfers.9 De meeste ‘Covid’-slachtoffers zijn overleden aan bestaande gezondheidsproblemen, verergerd door angst, paranoia, stress, isolement en wanhoop, in combinatie met giftige medicatie en invasieve beademing, en verschillende vormen van milieu- en elektromagnetische vervuiling.10

cartoon

Zoals H.L. Mencken eens zei: ‘Het hele doel van de praktische politiek is om het volk bang te houden (zodat men schreeuwt om in veiligheid te worden gebracht), door een eindeloze reeks schrikbeelden te verspreiden, waarvan de meeste denkbeeldig zijn.’ Onder het voorwendsel van een strijd tegen een ‘killer virus’ proberen donkere krachten een surveillancestaat te vestigen die wordt geregeerd door een medische technocratie. Het goede nieuws is dat hoewel veel mensen nog steeds in de ban van de Covid-manie zijn, anderen juist een bewustwording ervaren; ze trekken het mainstream-groepsdenken en de kiemtheorie-dogma’s in twijfel, en vormen nieuwe netwerken en samenwerkingsverbanden.

Verwijzingen

  1. New Medicine: learninggnm.com/SBS/documents/five_laws.html.
  2. Ethel Douglas Hume, Béchamp or Pasteur? A lost chapter in the history of biology, 1ste ed. 1923, A Distant Mirror, 2018, blz. 291.
  3. Robert O. Young, ‘Second thoughts about viruses, vaccines, and the HIV/AIDS hypothesis – deel 1’, International Journal of Vaccines and Vaccination, deel 2, nr. 3, 2016.
  4. smithsonianmag.com/history/how-soap-opera-virus-felled-hundreds-students-portugal-180962383.
  5. acsh.org/news/2018/04/23/man-who-overdosed-placebo-12871.
  6. P. Bagus e.a., ‘COVID-19 and the political economy of mass hysteria’, International Journal of Environmental Research and Public Health, deel 18, nr. 4, 2021, 1376.
  7. cdc.gov/coronavirus/2019-ncov/hcp/planning-scenarios.html, 19 maart 2021.
  8. collateralglobal.org; thepriceofpanic.com.
  9. Surjit S. Bhalla, Lockdowns and closures vs COVID-19: COVID wins, november 2020; aier.org/article/lockdowns-do-not-control-the-coronavirus-the-evidence; covidchartsquiz.com/
  10. Zie Ozone, influenza and the causes of disease, hfst. 8, ‘Virus mania and COVID-19’.

4. Besmetting en epidemieën

De conventionele geneeskunde maakt onderscheid tussen infectieziekten (d.w.z. acute ziekten zoals mazelen en griep) en niet-overdraagbare ziekten (d.w.z. chronische ziekten zoals kanker en dementie). Infectieziekten zouden worden veroorzaakt door bacteriën, virussen, schimmels of parasieten, en kunnen van persoon op persoon worden overgebracht, terwijl niet-overdraagbare ziekten worden toegeschreven aan levensstijl, slechte voeding en omgevings- en erfelijke factoren. Jaarlijks sterven 41 miljoen mensen aan niet-overdraagbare ziekten – meer dan twee keer zoveel als aan infectieziekten.1

De besmettingstheorie vertoont gebreken. Ten eerste krijgt niet iedereen met een bepaalde ‘ziekteverwekker’ in zijn lichaam de betreffende ziekte; het is dus duidelijk dat factoren zoals levensstijl, voeding en omgeving ook bij acute ziekten een rol moeten spelen. Ten tweede: bacteriën en andere microben ‘infecteren’ ons niet, en zijn niet de hoofdoorzaak van ziekten. Ten derde: ziekteverwekkende virussen bestaan niet.

Bacteriën kunnen zeker van de ene op de andere persoon worden overgedragen, maar ze zullen in het lichaam van die andere persoon niet veel te doen hebben, tenzij het al ontbindend weefsel bevat waarmee ze zich kunnen voeden. Zoals G. de Purucker zegt: ‘Het is voor een mens onmogelijk om een ziekte op te lopen tenzij de kiem van die ziekte al in hem sluimert.’2 Giftige afvalstoffen van het lichaam kunnen ziekte veroorzaken als ze van de ene persoon op de andere worden overgedragen, maar dit kan niet gebeuren via normaal contact. Er zou zoiets als bloedtransfusie of kannibalisme voor nodig zijn.

Het is natuurlijk waar dat een klein percentage van de mensen die in de buurt van zieke mensen zijn geweest, zelf soortgelijke symptomen ontwikkelt, maar de meeste niet. Vrijwel alle mensen hebben ongezonde gewoonten, zijn onderhevig aan stress, en hebben een zekere hoeveelheid gifstoffen in hun lichaam, en het is beslist niet noodzakelijk dat iemand anders ons ‘met een ziektekiem aansteekt’ om soortgelijke symptomen te ontwikkelen.

We hebben van jongs af aan geleerd om bang te zijn voor ‘ziektekiemen’ en om andere mensen als ‘ziekteverspreiders’ te beschouwen. Door in de buurt van zieke mensen te komen, of zelfs alleen maar rapportages over hen te zien, kan bij ons angst en ongerustheid ontstaan en kan onze gezondheid worden ondermijnd. Verspreiding van angst leidt tot verspreiding van ziekte, vooral onder mensen met een zwakke geest en lichaam. Mensen met een sterker gestel, die de negatieve energie van hun omgeving kunnen weerstaan, zullen minder snel bezwijken. Dus in zekere zin kan ziekte ‘besmettelijk’ zijn, maar niet meer dan gezondheid en geluk.

In 2017 (een doorsnee-jaar) stierven wereldwijd in totaal 6,47 miljoen mensen aan luchtwegaandoeningen en -infecties – zonder enige mediahysterie of -sensatie.3 Ademhalingsproblemen kunnen door veel factoren worden veroorzaakt, waaronder een heel zuur dieet, voedingstekorten, milieuvervuiling zoals hoge ozon- of stikstofoxide-niveaus, hoge atmosferische druk, elektromagnetische velden, en medicijnen en vaccins. Ze kunnen ook het gevolg zijn van verschillende psychische conflicten waarbij angst een rol speelt.4

Elk jaar leiden griepepidemieën wereldwijd tot 3 à 5 miljoen ernstige ziektegevallen, en ongeveer 290.000 tot 650.000 doden.5 Het griepseizoen bereikt zijn hoogtepunt meestal in de koudere maanden. Dit wordt vaak toegeschreven aan het effect van het klimaat op ‘griepvirussen’, maar daarvoor is geen direct bewijs. Een belangrijke factor is dat gebrek aan zonlicht onze vitaliteit aantast door de vitamine D-spiegel te verlagen. Griepachtige symptomen geven aan dat het lichaam klaar is voor ontgifting.

Alle organismen maken deel uit van een enorm netwerk van energetische verbindingen en resonanties; door het hele levensweb heen vindt voortdurende communicatie plaats. We wisselen constant materie en energie uit met elkaar en met onze omgeving, en niet alleen op fysiek gebied. We kunnen ook worden beïnvloed door de etherische energievelden van andere mensen en van plaatsen, en door de stromen van gedachten en emoties op het astrale/mentale gebied – maar alleen als we daarvoor openstaan.

De aarde wordt constant gebombardeerd met deeltjes en energieën uit de ruimte (waaronder de zon, met zijn 11-jarige zonnevlekcyclus), wat het ziektepatroon kan beïnvloeden. Maar wat de aardse of kosmische krachten die op ons inwerken ook zijn, er zijn altijd grote verschillen in hoe specifieke individuen op dezelfde bedreigingen en uitdagingen reageren.

Mensen vallen vaak ten prooi aan collectieve gedachtevormen of ‘mentale virussen’ – rages, modeverschijnselen, bevliegingen, paniekgolven, enz. De Covid-manie is een massapsychose op wereldschaal, gedreven door angst voor ‘infectie’ en angst voor de dood. Het streven naar een volkomen veilig, risicovrij bestaan is een illusie: het risico om dood te gaan begint op het moment dat we worden geboren. En de dood van het fysieke lichaam markeert slechts het begin van een rustperiode in de eeuwige cyclus van leven, dood en wederbelichaming.6

In deze incarnatie oogsten we de gevolgen van oorzaken die we in het verleden in gang hebben gezet. H.P. Blavatsky schrijft: ‘Er is geen ongeval in ons leven, geen ongeluksdag en geen tegenspoed, die niet kan worden herleid tot onze eigen daden in dit of in een ander leven.’7 Ziekten komen vaak voor op cruciale momenten in onze groei en ontwikkeling, vooral in de kindertijd. ‘Genetische’ ziekten maken deel uit van onze eigen karmische erfenis. Maar zelfs iemand die een robuuste gezondheid lijkt te hebben, kan karmische zwakheden hebben die tot een plotselinge ziekte leiden.

Karma werkt niet alleen op individueel niveau, maar ook op collectief niveau. We zijn sociale wezens en worden samengebracht in families, groepen, gemeenschappen, volkeren, rassen, enz. Dus we ervaren geluk of tegenslag vaak gezamenlijk.

Verwijzingen

  1. who.int/news-room/fact-sheets/detail/noncommunicable-diseases; ourworldindata.org/burden-of-disease.
  2. G. de Purucker, Esoteric Teachings, Point Loma Publications, 1987, 8:62-3.
  3. ourworldindata.org/causes-of-death.
  4. New Medicine: learninggnm.com/SBS/documents/lungs.html; Mark Hanley, Hamer: A critical look at healthcare, acriticallookat.com, 2018, blz. 144-51.
  5. who.int/news-room/fact-sheets/detail/influenza-(seasonal).
  6. Zie Leven voorbij de dood: bewijs voor overleving.
  7. H.P. Blavatsky, De geheime leer, Theosophical University Press Agency, 2019, 1:714.

5. Vergiftiging versus genezing

Artsen zijn mensen die medicijnen voorschrijven waarover ze weinig weten, om ziekten te genezen waarover ze nog minder weten, aan mensen over wie ze niets weten. Voltaire

De symptomen die we in verband brengen met ziek zijn – koorts, uitslag, slijm, etter, hoest, ontsteking, enz. – zijn een teken dat ons lichaam zich van gifstoffen probeert te ontdoen. Holistische therapeutische benaderingen, zoals natuurgeneeskunde en homeopathie, beschouwen ziektesymptomen als de intelligente genezingsreacties van het lichaam en proberen onze genezende kracht te versterken door middel van veilige, natuurlijke, niet-giftige therapieën, om lichaam, denkvermogen en geest weer in evenwicht te brengen.1

De orthodoxe allopathische geneeskunde daarentegen ziet symptomen als gebreken die onderdrukt moeten worden met agressieve medicatie. Ze probeert ook ziekten te voorkomen door giftige vaccins rechtstreeks in het lichaam te injecteren om de productie van antistoffen kunstmatig te stimuleren. Zulke praktijken hebben bijgedragen aan de epidemie van chronische en degeneratieve ziekten waarvan we vandaag de dag getuige zijn.

Antistoffen zouden giftige vreemde elementen vernietigen of deze markeren zodat ze door onze witte bloedcellen kunnen worden vernietigd – maar laatstgenoemd proces kan zelfs zonder de vorming van antistoffen plaatsvinden. Antistoffen spelen ook een belangrijke rol bij het genezen van celschade.2 Maar hoge antistoffenniveaus zijn geen garantie voor een goede gezondheid. Een hyperactieve antistoffenrespons is in feite een kenmerk van mensen die lijden aan allergieën, astma en auto-immuunziekten (zoals reumatoïde artritis en multiple sclerose). Veel onderzoeken hebben bevestigd dat gevaccineerde mensen vatbaarder voor deze aandoeningen zijn dan niet-gevaccineerden.3

Hoewel de enorme afname van ‘infectieziekten’ sinds de 19de eeuw vaak aan vaccinatie wordt toegeschreven, laten historische gegevens duidelijk zien dat de belangrijkste factoren verbeterde voeding, sanitaire voorzieningen en hygiëne waren.4 Dit zou ook de belangrijkste strategie moeten zijn om de gezondheid in arme landen te verbeteren.

US sterftecijfers 1900 – 1970

Conventionele vaccins zouden de ziekteverwekker (of een deel ervan) bevatten die verantwoordelijk is voor een bepaalde ziekte. In het geval van ziekten die worden toegeschreven aan mythische virussen, bevatten vaccins echter alleen vloeistof uit een celcultuur waaraan ziek materiaal is toegevoegd (zoals uitgelegd in hoofdstuk 2) – hetzij in een hoge concentratie (‘levend vaccin’) of in een lagere concentratie (‘geïnactiveerd vaccin’).

Vaccins kunnen neurotoxinen bevatten zoals aluminium (om een sterkere antistofrespons op gang te brengen), antibiotica en andere giftige chemicaliën, lichaamsvreemde genfragmenten, en dierlijke eiwitten.5 Daarom kunnen ze ernstige reacties of de dood veroorzaken. Vaccinfabrikanten worden bij wet beschermd tegen schadeclaims. Onder het Vaccine Injury Compensation Program van de Amerikaanse overheid werd van 1988 tot april 2021 in totaal $ 4,6 miljard aan schadevergoeding toegekend.6

In naam van Big Medicine worden elk jaar tientallen miljoenen dieren onuitsprekelijk wreed behandeld. Om bijvoorbeeld genoeg foetaal kalfsserum te verkrijgen voor de productie van vaccins (waaronder sommige Covid-vaccins), worden elk jaar 2 miljoen drachtige koeien opengesneden en wordt bloed uit de 3 tot 9 maanden oude foetus gehaald door het kloppende hart te doorboren. Er wordt geen verdoving gebruikt omdat dit het serum nadelig zou beïnvloeden.

De meeste Covid-vaccins zijn experimentele op genen gebaseerde ‘vaccins’ met als doel genetische manipulatie. Ze geven onze cellen de opdracht om ‘spike-eiwitten’ (een verondersteld onderdeel van ‘het virus’) te maken, die het lichaam zal herkennen als een lichaamsvreemde stof en zal aanvallen door antistoffen aan te maken. Maar de cellen die deze lichaamsvreemde eiwitten maken, worden waarschijnlijk ook gedood, en dit kunnen ook hersencellen zijn. Gemelde bijwerkingen zijn onder meer anafylactische schokken, neurologische en cardiovasculaire aandoeningen, miskramen, blindheid, en vele duizenden sterfgevallen.7 De effecten op lange termijn zijn onbekend: honderden miljoenen mensen worden als laboratoriumratten gebruikt.

Een kind dat op een natuurlijke manier van een ziekte herstelt, krijgt de ziekte meestal geen tweede keer, terwijl vaccinatie ziektesymptomen tijdelijk kan onderdrukken, zodat een ziekte op latere leeftijd toeslaat wanneer het risico op complicaties groter kan zijn. Vaccinwetenschappers erkennen dat vaccins zelfs op korte termijn soms geen ‘immuniteit’ bieden. Ze geven ook toe dat vaccinatie kan leiden tot ernstiger ziektegevallen, en hebben hiervoor twee indrukwekkend klinkende namen bedacht: ‘antilichaam-afhankelijke versterking’ en ‘oorspronkelijke antigene zonde’.8

Als een acuut ziekteproces succesvol is, werkt het als een zuiverende ervaring die het evenwicht, de homeostase en een goede gezondheid herstelt. Maar als het opruimproces onvoltooid blijft, hetzij omdat de symptomen worden onderdrukt of omdat het lichaam te zwak is om het ziekteproces te doorstaan, dan hopen de afvalstoffen zich op en wordt de weefselvernieuwing niet voltooid, wat mogelijk leidt tot een terugkeer van de ziekte, de ontwikkeling van chronische ziekten, of de dood.

Verwijzingen

6. Tijdloze wijsheid

Het beste middel om ziekte te voorkomen is een onzelfzuchtige ziel die werkt door een onzelfzuchtig denkvermogen . . .
G. de Purucker

Vóór de opkomst van de kiemtheorie had men een veel holistischer kijk op ziekte. De Ayurvedische en traditionele Chinese geneeskunde, die duizenden jaren oud zijn, zien gezondheid als een toestand van evenwicht die lichaam, ziel en geest omvat. Pythagoras zei: ‘De goden zijn niet verantwoordelijk voor het lijden van de mens. Onze ziekten en ons lichamelijk lijden zijn het gevolg van overdaad!’ En Hippocrates zei: ‘Natuurkrachten in ons zijn de ware genezers van ziekte.’

In middeleeuws Europa geloofde men dat ziekte ontstaat als de ‘lichaamssappen’, of levens-essenties, in het menselijk lichaam uit evenwicht raken. Dit weerspiegelde de oude hindoeïstische en Chinese leer dat gezondheid afhangt van het in balans houden van de subtiele energieën (prana of chi/qi) die door het lichaam circuleren. De Chinezen schreven blokkades in de stroom van chi toe aan morele tekortkomingen of wandaden, een zwakke fysieke gesteldheid, een vervuilde omgeving, en verschillende meteorologische en kosmologische factoren. Ze geloofden ook dat mensen besmet kunnen worden met negatieve chi van een levend of overleden persoon. Epidemieën werden gezien als een teken van disharmonie tussen hemel en aarde.

zon schijnt door bos

D.D. Palmer, die in 1895 de chiropraxie ontwikkelde, was een uitgesproken tegenstander van de kiemtheorie. Zijn zoon, B.J. Palmer, zei ooit: ‘Als de kiemtheorie waar was, zou er niemand meer leven om het te kunnen geloven.’1 Immers, als bacteriën en virussen werkelijk planten, dieren en mensen infecteerden en doodden, en als alleen farmaceutische producten en ‘niet-farmaceutische ingrepen’ (zoals avondklokken, ongezonde mondkapjes en afstand houden) ‘bescherming’ konden bieden, dan zouden alle drie de natuurrijken al lang geleden moeten zijn uitgeroeid.

Het ‘oorlog tegen ziektekiemen’ model is enorm winstgevend gebleken voor degenen die deze aanpak beoefenen en de giftige producten ervan verkopen, maar de volksgezondheid heeft daarvoor een zware tol moeten betalen. Zoals G. de Purucker opmerkt, roept het, in plaats van een zuiver en onzelfzuchtig leven te onderwijzen, onnodige angst op en ‘opent het de deur naar psychische infectie’.2 De conventionele geneeskunde heeft veel te verantwoorden: iatrogene schade – d.w.z schade als gevolg van orthodoxe medische behandelingen, waaronder medische fouten – doodt maar liefst 784.000 mensen per jaar in de Verenigde Staten, waarmee het de belangrijkste doodsoorzaak is, vóór hartaandoeningen en kanker.3

Het loslaten van angst voor ziektekiemen werkt bevrijdend. We zijn helemaal niet overgeleverd aan binnendringende microben; onze gezondheid hebben we in eigen handen. Als we een gezond leven leiden, leven we ook in harmonie met de rijke diversiteit aan micro-organismen binnen en buiten ons. Ons lichaam zit vol natuurlijke wijsheid, die we moeten koesteren. Naast een gezond dieet en regelmatige lichaamsbeweging, zal het cultiveren van vriendelijkheid, mededogen, altruïsme en een kalme en positieve gemoedstoestand bijdragen aan de gezondheid en het welzijn van niet alleen onszelf, maar ook de samenleving als geheel.

Verwijzingen

  1. korenwellness.com/blog/chiropractic-in-the-time-of-covid-19-a-missed-opportunity.
  2. G. de Purucker, Esoteric Teachings, Point Loma Publications, 1987, 8:62-3.
  3. Gary Null e.a., Death by medicine, 2006.

Artikelen over geneeskunde

Artikelen over ziekte en gezondheid


© 2021 Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag