Het aurische ei: kosmisch en microkosmisch
Elke entiteit heeft haar eigen aurische ei;
en hoe verder de entiteit is geëvolueerd des te volmaakter is het
aurische ei ontwikkeld en des te sterker is de werking daarvan. Sommigen
veronderstellen dat het aurische ei niet meer is dan de vitale aura
(of astraal-vitaal-stoffelijke atmosfeer) die een levend wezen omgeeft;
dat is echter alleen zijn laagste uitdrukkingsvorm, en het fysieke lichaam
is in werkelijkheid het bezinksel van deze vitale aurische atmosfeer
die door het aurische ei wordt geëmaneerd.
Heel nauwkeurig uitgedrukt
kunnen we zeggen dat het aurische ei elk deel van de constitutie van
een entiteit omringt en dat het zich op alle gebieden ervan tot uitdrukking
brengt in overeenstemming met de wetten en krachten en substanties die
tot een bepaald gebied behoren en daarop werken. Elk van de verschillende
monaden die samen de volledige constitutie van een wezen vormen, wordt
omgeven door een kern of verdichting van deze levende en intelligente
aura, die gedeeltelijk emaneert uit elke monade en gedeeltelijk behoort
tot het algemene aurische ei. En die kern werkt dus als een spirituele,
psychovitale zenuwknoop of -centrum voor elk gebied en voor de monade
die door deze kern wordt omringd. Al deze verschillende kernen of brandpunten
van actief bewustzijn, die zich uitstrekken van het goddelijke tot het
fysieke, kunnen worden voorgesteld als een zuil van licht.
Zo heeft de zon zijn eigen
individuele aurische ei waardoorheen, als in een elektrisch veld, de
neerdalende en opklimmende krachten en substanties werken, die voortdurend
in zijn constitutie actief zijn en zich vermengen. Bovendien heeft elk
van de twaalf bollen van de zonneketen zijn eigen geïndividualiseerde
aurische ei, wat overeenkomt met de verschillende monaden in de menselijke
constitutie. Met elke planeetketen is het precies zo: elke bol ervan,
en daarom onze aarde, heeft zijn geïndividualiseerde aurische ei,
maar het grotere aurische ei van de hele keten omsluit ze alle.
De werkings- of stralingssfeer
van de goddelijke en spirituele delen van elk aurisch ei reikt tot de
sterren van het melkwegstelsel, en mogelijk zelfs verder; de werkingssfeer
van de laagste delen van het aurische ei van een entiteit reikt echter
weinig verder dan het astraal-fysieke voertuig. Zo komt de mens via
de goddelijke en spirituele delen van zijn constitutie werkelijk in
‘aanraking’ met alle dingen in een gebied dat tot de sterren
reikt; in zijn tussenliggende of psychomentale delen reikt de invloed
van het aurische ei veel minder ver, maar beslaat niettemin ons zonnestelsel;
terwijl de invloedssfeer van de laagste delen van zijn aurische ei nauwelijks
verder reikt dan zijn astraal-vitale aura die zijn astraal-fysieke lichaam
omgeeft.
Wat we het rijk van de
zon noemen – dat de hele ruimte omvat binnen het bereik van de
goddelijke, spirituele, mentale en zelfs psychomagnetische straling
van onze zon – bestaat uit de planeetketens die tot ons eigen
zonnestelsel behoren en tevens uit de interplanetaire gebieden van de
ruimte. Al deze planeetketens zijn dus gehuld in de veelsoortige straling
van de zon; maar de kracht van de zon is zo geweldig, zelfs in zijn
laagste delen, de fysieke bol en de omhulsels daarvan, dat zijn vitaal-astraal-stoffelijke
straling zich zelfs tot de fysieke grenzen van zijn rijk* uitstrekt.
Zo komt het dat de aura van het aurische ei van iedere entiteit binnen
ons zonnestelsel tot elk deel van het zonnedomein reikt: ten volle op
de gebieden van de hoogste delen van het aurische ei van de entiteit;
minder in de tussenliggende delen; en slechts in geringe mate in de
lagere delen van haar aurische uitstraling.
*Het is misschien interessant op te merken dat Martanda,
en ook Mritanda, allebei namen in de Sanskrietliteratuur voor de zon,
‘sterfelijk ei’ betekenen (van mrita, sterfelijk,
en anda, ei) – wat doelt op het sterfelijke of niet-blijvende
deel van het Ei van Brahma, d.w.z. in het bijzonder op de zichtbare
zon die het fysieke voertuig van de solaire Brahma is. Op precies dezelfde
wijze is het menselijk lichaam het sterfelijke deel van zijn constitutie
of aurische ei.
Het zijn juist deze individuele
maar onzichtbare invloedssferen, voortvloeiend uit het aurische ei die,
in het geval van de planeten, door de Ouden de ‘kristallijnen
sferen’ werden genoemd. Ze namen het woord kristallijn niet letterlijk,
evenmin als wij denken dat deze sferen zijn opgebouwd uit echt glas
of kristal. Hun bedoeling was: sferen die volkomen onzichtbaar zijn,
maar toch in hun lagere delen bestaan uit vitaal-astrale substantie,
en uit spirituele en mentale substantie in hun hogere delen, die samen
de respectieve aurische eieren van de verschillende planeten vormen.
Verder heeft elk van de
planeten die om onze zon draaien die zon als haar centrum; en omdat
het hele zonnerijk substantieel, en daarom in zekere zin vast is, is
elke planeet, wat in feite betekent elke planeetketen en de daarvan
uitgaande aurische sfeer, een substantieel lichaam, met de zon als haar
middelpunt. Elk omgeeft de zon als een onzichtbare sfeer; de zichtbare
planetaire bol is de kern of de ontwikkeling van het layacentrum op
het fysieke gebied van dit kleinere Ei van Brahma.
Het beeld dat we zo van
het Ei van Brahma van ons zonnestelsel krijgen, is dat van een ingewikkeld
en toch zeer harmonisch samenwerkend en verstrengeld stelsel van ‘kristallijnen’
sferen, en elke sfeer is het ‘lichaam’ van een planeet;
en het gemeenschappelijke centrum van dit samenstel van planeten is
de zon. Dit moet echter niet tot de veronderstelling leiden dat die
segmenten van het aurische ei van de zon die zijn eigen tekens van de
zodiak zijn of bevatten, de enige besturende centra van de bekende of
onbekende planeten zijn; want elk van de zodiakale tekens van de zon,
of van een van zijn bollen, heeft betrekking op en is geïndividualiseerd
voor respectievelijk de hele zonneketen en voor elk van zijn bollen,
waarvan onze zichtbare zon er één is.
Dit voert ons tot een heel
belangrijk punt van de esoterische astrologie. Al is het waar dat elk
wezen en ding in ons universele zonnestelsel blootstaat aan de twaalf
soorten fohatisch magnetisme van de hemelzodiak, toch vormen deze een
diffuse twaalfvoudige aurische oceaan. Met andere woorden,
al beïnvloeden deze magnetismen van de sterrenbeelden iedere planeet
en bol in het universele zonnestelsel krachtig en gedurende het hele
manvantara, toch zijn die invloeden eerder algemeen en diffuus dan specifiek
en rechtstreeks. In het geval van ons zonnestelsel is het niet
alleen de zon, maar zijn het alle planeetketens die onze aardketen op
hun eigen manier beïnvloeden, en deze planetaire spiritueel-aurische
individualiteiten zijn wat de Ouden de kosmokratores noemden: de wereldbouwers
van onze aarde en haar keten van bollen.
Op dezelfde wijze worden
de twaalf soorten fohatisch magnetisme van de hemelzodiak ‘geleid’
door en via de zon en deze andere planeten van ons zonnestelsel. De
kracht die door de andere planeetketens op onze aarde en haar keten
wordt uitgeoefend is dus niet alleen die van de individuele svabhavische
invloed van elke planeetketen en haar bollen, maar de zon en deze andere
planeetketens leiden en individualiseren, gezamenlijk en individueel,
de diffuse, twaalfvoudige magnetismen die uit de hemelzodiak stromen.
Onze eigen aarde speelt natuurlijk dezelfde rol voor alle andere hemellichamen
van ons zonnestelsel, die zij individueel voor onze aarde spelen, waarbij
ieder zijn eigen karakteristieke invloed bijdraagt – een zeer
suggestief beeld van de zich vermengende en op elkaar inwerkende krachten
en substanties die gedurende het hele manvantara van ons zonnestelsel
actief zijn.
Bron
van het Occultisme, blz. 160-3
© 2006 Theosophical
University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag