Dhammapada – wijsheid van de Boeddha
Nederlands-Pali editie gebaseerd op
de Engelse vertaling van Harischandra Kaviratna

bestel boek

3de herziene druk 2014

© 2014  Theosophical University Press Agency, Den Haag

 

      Inhoudsopgave     
   

 

Canto 20 – Het pad


273

Onder de paden is het achtvoudige het beste; onder de waarheden zijn de vier edele waarheden de beste; van alle gemoedsgesteldheden is vrij zijn van begeerte de beste; onder de mensen* is hij die inzicht heeft (Boeddha) de meest vooraanstaande.

*Dipada (dvi + pada), een ‘tweevoeter’ (mens).

274

Dit is het pad; er is geen ander pad dat tot zuiverheid van inzicht leidt. Volg dit pad, want dit pad brengt de Boze (Mara) in verwarring.

275

Als u dit pad volgt, zal er een einde komen aan uw lijden. Nadat dit door mij werd ingezien, heb ik dit pad dat alle doornen wegneemt, verkondigd.

276

U moet zelf de inspanning verrichten. De tathagata’s (boeddha’s) kunnen slechts de weg wijzen. Zij die aan het pad zijn begonnen en zijn gaan nadenken, worden bevrijd van de boeien van Mara.

277

‘Alle samengestelde dingen zijn voorbijgaand’; als iemand dit door wijsheid inziet, krijgt hij genoeg van deze wereld van lijden. Dit is het pad naar zuiverheid.

278

‘Alle samengestelde dingen houden lijden in’; als iemand dit door wijsheid inziet, krijgt hij genoeg van deze wereld van lijden. Dit is het pad naar zuiverheid.

279

‘Alle bestaansvormen zijn anatta (bestaan niet op zichzelf)’; als iemand dit door wijsheid inziet, krijgt hij genoeg van deze wereld van lijden. Dit is het pad naar zuiverheid.

280

Hij die zich niet inspant wanneer het daarvoor tijd is, die, hoewel jong en sterk, zich overgeeft aan luiheid, en van wie het denken zwak en weinig doelgericht is – zo’n passief en lui mens zal het pad naar wijsheid niet vinden.

281

Men moet letten op wat men zegt, men moet het denken goed beheersen, en ook met het lichaam geen verkeerde dingen doen. Laat men deze drie manieren van handelen (karma) zuiveren, en laat men het pad gaan dat de wijzen hebben bekendgemaakt.

282

Uit toewijding ontstaat wijsheid; zonder toewijding gaat wijsheid verloren. Laat hij die zich bewust is geworden van dit tweeledige pad dat zowel naar meer als naar minder wijsheid leidt, zich zo opstellen dat zijn wijsheid toeneemt.

283

Kap het hele bos (van verlangens), niet alleen maar een boom. Dit bos schept angst. Kap het bos en het kreupelhout, monniken, en wees vrij van verlangens.

284

Zolang het kreupelhout van het verlangen van een man naar vrouwen niet volledig is vernietigd, zelfs tot de kleinste kiem, zolang is zijn denken gebonden, zoals een zogend kalf aan zijn moeder gebonden is.

285

Snijd de eigenliefde af, zoals men een witte lotus zou afsnijden in de herfst. Ga dan voort op dat (achtvoudige) pad van vrede – het nirvana dat door Sugata (Boeddha) is onderwezen.

286

‘Hier zal ik de regentijd doorbrengen, en hier de winter en de zomer.’ Zo stelt de dwaas het zich voor, maar hij is zich niet bewust van dreigend gevaar.

287

Zoals een grote overstroming een slapend dorp meesleurt, zo wordt een mens die zich overgeeft aan de genoegens van de zintuigen en erg gehecht is aan kinderen en vee, door de dood gegrepen en meegevoerd.

288

Zonen bieden geen bescherming, evenmin als vader of familie; wanneer iemand door de dood wordt gegrepen, dan kunnen zijn verwanten hem niet beschermen.

289

Laat de wijze en beheerste mens, als de betekenis hiervan goed tot hem is doorgedrongen, snel het pad vrijmaken dat naar nirvana leidt.

 


Dhammapada, blz. 109-13

© 2014  Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag