Dhammapada – wijsheid van de Boeddha
Nederlands-Pali editie gebaseerd op
de Engelse vertaling van Harischandra Kaviratna

bestel boek

3de herziene druk 2014

© 2014  Theosophical University Press Agency, Den Haag

 

      Inhoudsopgave     
   

 

Canto 24 – Dorst naar het leven


334

De dorst naar het leven (tanha) van een nalatig mens groeit als de maluva-klimop. Hij springt (van leven tot leven) als een aap in het bos die gretig naar vruchten zoekt.

335

In deze wereld groeit het verdriet voor iemand die overweldigd wordt door deze gehechtheid, deze ellendige dorst naar het leven, zoals het birana-gras* in de regentijd.

*Andropogon muricatus, heilgras of reukgras.

336

In deze wereld verdwijnt het verdriet voor iemand die deze ellendige, moeilijk te bedwingen dorst naar het leven overwint, zoals waterdruppels wegglijden van een lotusblad.

337

Dit zeg ik u! U allemaal die hier zijn bijeengekomen, het ga u goed! U moet deze dorst met wortel en al uitrukken, zoals iemand het birana-gras uitgraaft om de geurige usira-wortel te verkrijgen. Laat Mara u niet keer op keer vernietigen, zoals de stroom van een rivier het riet vernietigt.

338

Zoals een omgehakte boom opnieuw uitgroeit als de wortels sterk en onbeschadigd zijn gebleven, evenzo keert dit lijden (van geboorte, ouderdom en dood) telkens weer terug als de latente dorst naar het leven niet volledig is vernietigd.

339

Gedachten die geworteld zijn in hartstocht houden een verkeerde zienswijze in. De 36 stromen van zo’n gehechtheid vloeien krachtig naar plezierige zaken in de mens die daardoor wordt meegevoerd.

340

Die stromen vloeien overal; de klimop (van hartstocht) komt op en houdt zich in stand. Als u die klimop ziet opkomen, snij dan haar wortel af, door middel van wijsheid.

341

Mensen ervaren een stroom van genoegens en begeerten. Deze mensen die opgaan in allerlei genoegens en ernaar verlangen, zullen geboorte en ouderdom ondergaan.

342

Mensen die het slachtoffer zijn van de dorst naar het leven draaien in een kringetje rond als een haas die in de val is gelopen; vastgeklonken in de (tien) boeien en kluisters (die een mens aan het wiel van het leven binden) zullen ze lange tijd telkens weer moeten lijden.

343

Mensen die het slachtoffer zijn van de dorst naar het leven draaien in een kringetje rond als een haas die in de val is gelopen; laat de monnik die vrij van hartstochten wil zijn daarom zijn dorst naar het leven opgeven.

344

Hij heeft zich bevrijd van het bos (van verlangens) en legt zich toe op het leven van een monnik in het bos, maar dan, nadat hij zich van het eerstgenoemde bos heeft bevrijd, keert hij weer daarin terug. Zie deze mens! Hoewel hij zich had bevrijd, begeeft hij zich in slavernij.

345

Boeien die gemaakt zijn van ijzer, hout of hennep noemen de wijzen niet sterk. Een grote voorliefde voor sieraden, en gehechtheid aan kinderen en echtgenoten . . .

346

Die boeien zijn sterk, zeggen de wijzen; ze trekken een mens omlaag en, hoewel ze niet strak zitten, kan men zich er moeilijk van bevrijden. Zij die vrij zijn van verlangens en afstand hebben gedaan van alle genoegens van de zintuigen, verbreken ook deze boeien en gaan op weg.

347

De wezens die verblind zijn door het vuur van hartstocht raken verstrikt in de stroom (van dorst naar het leven), zoals een spin die in haar eigen web gevangen raakt. De wijzen die vrij zijn van verlangens en al het lijden achter zich hebben gelaten, doven dit vuur volledig en reizen verder.

348

Geef het verlangen naar het verleden op, geef het verlangen naar de toekomst op, geef het verlangen naar het heden op. Wanneer u naar de andere oever bent gegaan en uw denken volledige vrijheid heeft bereikt, zult u niet terugkeren tot geboorte en ouderdom.

349

De dorst naar het leven (tanha) neemt steeds toe in een mens wiens denken door (slechte) gedachten in beroering wordt gebracht, die sterke hartstochten heeft en altijd verlangt naar wat plezierig is. Zo iemand maakt zijn boeien sterk.

350

Hij die vreugde vindt in het beheersen van zijn gedachten, die nadenkt over wat niet plezierig is (de onzuiverheid van het lichaam) en altijd alert is, zo iemand maakt een eind (aan begeerte) en verbreekt de boeien van Mara.

351

Hij die volmaking heeft bereikt, die vrij is van angst en van dorst naar het leven, en zonder onvolkomenheden, heeft de pijlen van het bestaan vernietigd. Voor zo iemand is dit zijn laatste belichaming.

352

Hij die vrij is van gehechtheid en dorst naar het leven, die kennis heeft van etymologie, terminologie en fonetiek, noemt men een grote wijze, een groot man, iemand die voor het laatst is belichaamd.

353

‘Ik heb alles overwonnen, ik heb kennis van alles; in alle omstandigheden ben ik onthecht; ik heb van alles afstand gedaan, en door het vernietigen van de dorst naar het leven ben ik vrij geworden. Omdat ik alles zelf te weten ben gekomen, wie zal ik dan mijn leraar noemen?’

354

Het geschenk van de waarheid (dhamma) overtreft alle andere geschenken; het aroma van de waarheid overtreft alle andere aroma’s; de vreugde over de waarheid overtreft alle vreugden. Het vernietigen van de dorst naar het leven overwint alle lijden.

355

Rijkdom vernietigt de onwetende, maar niet hen die de andere oever proberen te bereiken. Door te verlangen naar materiële rijkdom vernietigt hij zichzelf zoals hij anderen zou vernietigen.

356

Akkers worden door onkruid verwoest; de mensheid wordt door hartstocht verteerd; daarom werpen giften aan hen die vrij van hartstocht zijn overvloedig vruchten af.

357

Akkers worden door onkruid verwoest; de mensheid wordt door haat verteerd; daarom werpen gaven aan hen die vrij van haat zijn overvloedig vruchten af.

358

Akkers worden door onkruid verwoest; de mensheid wordt door zelfbedrog verteerd; daarom werpen gaven aan hen die vrij van zelfbedrog zijn overvloedig vruchten af.

359

Akkers worden door onkruid verwoest; de mensheid wordt door begeerte verteerd; daarom werpen gaven aan hen die vrij van begeerte zijn overvloedig vruchten af.

 


Dhammapada, blz. 133-41

© 2014  Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag