Dhammapada – wijsheid van de Boeddha
Nederlands-Pali editie gebaseerd op
de Engelse vertaling van Harischandra Kaviratna

bestel boek

3de herziene druk 2014

© 2014  Theosophical University Press Agency, Den Haag

 

      Inhoudsopgave     
   

 

Canto 4 – De bloemen


44

Wie wordt meester over deze aarde en over het gebied van Yama (heerser van de onderwereld) met zijn goden? Wie kiest (uit verschillende paden) het duidelijk verkondigde dhammapada (pad van waarheid), zoals een deskundige tuinman de mooiste bloem uitkiest?

45

De discipel wordt meester over de aarde en over het gebied van Yama met zijn goden. De ware discipel kiest het duidelijk verkondigde dhammapada, zoals een deskundige tuinman de mooiste bloem uitkiest.

46

Wie beseft dat dit fysieke lichaam vergankelijk is als schuim, en begrijpt dat deze uiterlijke wereld als een luchtspiegeling is, heeft de bloempijlen van Cupido (Mara) gebroken, en verdwijnt uit het gezicht van de koning van de dood.

47

De mens die zich overgeeft aan de genoegens van de zintuigen, en dat soort bloemen uitzoekt, wordt door de Boze meegesleurd, zoals de inwoners van een slapend dorp door een overstroming worden meegesleurd.

48

De mens die zich overgeeft aan de genoegens van de zintuigen, en dat soort bloemen verzamelt, en van wie de verlangens niet zijn bevredigd, wordt door de Boze (Mara) overweldigd.

49

Zoals de bij wegvliegt en de nectar meeneemt zonder de bloem en haar kleur of geur aan te tasten, laat de wijze zich zo gedragen in het dorp.

50

Laat de wijze niet het slechte van anderen opmerken, noch wat anderen al of niet hebben gedaan; laat hij letten op wat hijzelf heeft gedaan en wat hij nog niet heeft gedaan.

51

De mooie woorden van iemand die er niet naar handelt, zijn zo nutteloos als een mooie bloem die schitterend van kleur maar zonder geur is.

52

De mooie woorden van iemand die er ook naar handelt, zijn vruchtbaar zoals een mooie bloem die schitterend van kleur en heerlijk van geur is.

53

Zoals men uit een heleboel bloemen veel kransen kan vlechten, zo moet de sterfelijke mens, geboren in deze wereld, veel goede daden verrichten.

54

De geur van bloemen gaat niet tegen de wind in, noch die van sandelhout, tagara of jasmijn. Maar de geur van een deugdzaam mens gaat zelfs tegen de wind in. Een deugdzaam mens doordringt de hele omgeving met zijn zuiverheid.

55

Onder alle heerlijke geuren, zoals die van sandelhout, tagara, de lotus en de wilde jasmijn, is de geur van ethisch handelen onovertroffen.

56

Deze geur van sandelhout, tagara, enz., is zwak en richt weinig uit; maar het aroma van de deugdzamen stijgt zelfs op tot de hoogste goden.

57

Mara (de Boze) is onbekend met het pad van de deugdzamen, de waakzamen en hen die zich door wijsheid hebben bevrijd.

58, 59

Zoals op een hoop afval, neergegooid langs de hoofdweg, een lotus groeit en bloeit, geurig en sierlijk, zo schittert te midden van de onwetende menigte de discipel van de Volledig Verlichte in stralende wijsheid.

 


Dhammapada, blz. 21-5

© 2014  Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag