Dhammapada – wijsheid van de Boeddha
Nederlands-Pali editie gebaseerd op
de Engelse vertaling van Harischandra Kaviratna

bestel boek

3de herziene druk 2014

© 2014  Theosophical University Press Agency, Den Haag

 

      Inhoudsopgave     
   

 

Woordenlijst

Veelgebruikte Pali-termen en hun equivalenten in het Sanskriet*

 

De uitspraak van de letter c in de transcriptie van het Pali en het Sanskriet klinkt als tsj in het Nederlandse woord tsjilpen. Medeklinkers gevolgd door een h (kh, th, ph, enz.) worden hoorbaar geaspireerd.

*Veel woorden die in het Pali en het Sanskriet vergelijkbaar zijn, hebben in de loop van de tijd uiteenlopende betekenissen gekregen. Deze woordenlijst is slechts bedoeld voor lezers die enigszins bekend zijn met filosofische Sanskriet-termen bij het herkennen van hun etymologische equivalenten in de Pali-tekst van het Dhammapada.

 

Pali Sanskriet Betekenis Vers
accuta acyuta blijvend, onveranderlijk (letterlijk: niet uiteengedreven, niet gevallen) 225
adassana adarsana blindheid, niet ziende 210
adicca-(patha) aditya (pad van) de zon 175
aggi agni vuur 107, 136, 392
ahimsa ahimsa anderen geen kwaad doen, geweldloosheid 261, 270, 300
akasa akasa ‘schijnend’: hemel, lucht, ruimte, ether 92, 175, 254
akkhara akshara wetenschap v.d. klanken, fonetiek; onvergankelijk 352
amata amrita onsterfelijkheid 21
anatta anatman niet-zelf; niet op zichzelf bestaand 279
appamada apramada waakzaamheid, nauwgezetheid canto 2
arahant arhant, arhat waardig, heilig; de waardige, de heilige canto 7
ariya arya edel 22, 164, 208
asava asrava mentale belemmering; werelds verlangen passim
assaddha asraddha niet goedgelovig of steunend op geloof 97
atta(n) atman zelf canto 12
avijja avidya onwetendheid 243
bala bala oorspronkelijk: jong,
niet in staat te spreken; onwetend, dwaas*
canto 5
  *In het Sanskriet betekent bala een jongen of een kind. In het Pali gebruikte Boeddha het woord echter om een kinderachtig persoon, bij uitbreiding een dwaas, aan te duiden; voor jongen of kind gebruikte hij balaka.
bhadra bhadra goed, gelukkig, goed getraind (paard) 119-20, 143
bhikkhu bhikshu bedelmonnik, monnik canto 25
brahmacarin brahmacarin een zuiver, heilig en celibatair leven leidend 142
brahmana brahmana iemand die een zuiver, ascetisch leven leidt canto 26
buddha buddha verlicht passim
Buddha Buddha de ontwaakte, de verlichte passim
Cakka Cakra wiel 1
canda candra de maan 172-3, 413
candima candramas lichtgevend, schitterend; de maan 172, 208, 387
chaya chaya schaduw 2
citta citra helder, mooi, schitterend 151, 171
citta citta hart, denken canto 3
dalha dridha (drilha) vastberaden, zich inspannend 23, 61, 112, 313
danda danda stok, strafstok canto 10
dassana darsana het zien, visie 206, 210
deva deva god, goddelijk wezen 105, 420
dhamma dharma ‘grondslag, steun’: wet, gerechtigheid, ethische leer, natuur, waarheid, en goed gedrag passim
dhammattha dharmastha in de dhamma staande, rechtvaardig, rechtschapen canto 19
dhuva dhruva blijvend, constant (ook de naam voor de poolster) 147
dosa dosa boosheid, haat; zie raga en moha; vgl. nibbana 20, 251
dukkha duhkha pijn, lijden, ongemak, tweedracht passim
gandhabba gandharva hemelse musicus: engel-achtig wezen, halfgod 105, 420
gutta gupta bewaakt, beschermd passim
hamsa hamsa zwaan, gans 175
himsa himsa letsel, het kwaad doen, het doden, het pijn doen 132
iddhi riddhi, siddhi macht, bekwaamheid; paranormaal vermogen 175
jana jana schepsel, wezen, mensen 99, 249, 320
jara jara ouderdom, aftakeling canto 11
jhana dhyana meditatie, concentratie, contemplatie 181, 372
kama kama begeerte, verlangen 48, 186-7, 401, 415
kamma karma daad, handeling, gevolg van handeling passim
kasava, kasaya kashaya ‘bruin’: geel gewaad van een boeddhistische monnik 9-10
khandha skandha verzameling, massa, totalen: ‘elementen van het zintuiglijk bestaan’ 374
khanti kshanti geduld, verdraagzaamheid, vergevensgezindheid 184, 399
khattiya kshatriya militaire of heersende kaste 294
khetta kshetra veld, akker 356-9
kodha krodha boosheid canto 17
loka loka wereld, gebied 44, 45, canto 13
macca martya sterfelijk; sterveling, mens 53, 141, 182
maccu mrityu de dood; ook god van de dood; vgl. mara, yama passim
magga marga pad canto 20
mala mala onvolkomenheid, smet 239, 243
mana(s) manas het denken 1, 2
mara mara de dood, de boze, verleider passim
metta maitra (mitra) meedogend, vriendelijk, welwillend 368
micchaditthi mithyadrishti verkeerde opvattingen, verkeerde inzichten 167, 316
moha moha zelfbedrog, onwetendheid; zie dosa, raga; vgl. nibbana 20, 251
mokkha moksha vrijheid, (uiteindelijke) bevrijding 37
mutta mukta bevrijd, vrijgemaakt van het wereldse bestaan 20, 90, 348
naga naga slang, grote olifant canto 23
nibbana nirvana* het doven (van een vlam), het wegsterven van raga, dosa en moha, de drie fundamentele karakterfouten passim
  *Dit is een toestand die het gewone begrip te boven gaat. Het is de vernietiging van sterke verlangens, haat en onwetendheid.
nicca nitya constant, voortdurend, altijd 23, 109, 206, 293
niraya niraya hel, vernietiging canto 22, passim
pabbajita pravrajita een thuisloze monnik of asceet 74, 388
pada pad voet, stap, pad, spoor, vers 179, 273
pakinnaka pakirnaka verspreid, van allerlei aard canto 21
pana prana leven, levensadem, vitaliteit 246-7
pandita pandita wijze, pandit canto 6
pañña prajña wijsheid, intelligentie, inzicht 38, 111, 152, 372
paññasila prajñasila wijsheid en deugd 229
papa papa lijden, kwaad canto 9
parinibbana parinirvana volledige uitblussing van khanda-leven; uiteindelijke verlossing van een arhat na de vernietiging van het fysieke lichaam 89
patimokkha pratimoksha voorschriften, ethische code (vinaya) voor monniken 185, 375
phala phala vrucht, resultaat, gevolg 66, 178
piya priya geliefd; plezier, genot, het aangename canto 16
puja puja eer, eerbetoon, toewijding 73, 106-7
puppha pushpa bloem canto 4
putta putra zoon, kind, jong van een dier, nakomeling 62, 84, 345
raga raga hartstocht, begeerte; zie dosa en moha; vgl. nibbana 20, 251
raja raja koning 295
sabba sarva alle(s), geheel, iedereen 129-30, 183, 353-4
sacca satya werkelijk, waar; waarheid 393, 408
saddha sraddha toewijding, geloof, vertrouwen 8, 144
sadhu sadhu goed, deugdzaam, verdienstelijk 35, 67-8, 206
sagga svarga hemel 174
sahassa sahasra duizend canto 8
samadhi samadhi contemplatie; verheven bewustzijnstoestand 271
samana sramana monnik, asceet 184, 265
samsara samsara ‘voortdurend rondtrekkend’: de cyclus van geboorte en dood 95, 302, 414
saññojana, samyojana samyojana belemmeringen; ketens die een mens aan het wiel van wedergeboorte binden 221
sarira sarira fysiek lichaam 151
sota srotas stroom 339-40
Sugata Sugata na de dood ‘blij heengegaan’; in een goede toestand verkerend; Boeddha 419
sukha sukha gelukkig, goed, gezegend; geluk 118, 194, 331, canto 15
sukka sukla licht; zuiver, helder, wit 87
suññata sunyata leegte (nibbana) 92
tanha trishna dorst naar het leven, verlangen 154, 334, 349
thana sthana toestand, staat, omstandigheid 137, 225
vaca vak, vac spraak, stem, woord 232, 281
vagga varga hoofdstuk, paragraaf alle titels v.d. hoofdstukken
vana vrana wond, zweer 124
vana vana bos (van verlangens) 283, 324, 344
viññana vijñana bewustzijn, waarneming; een v.d. vijf khandha’s 41
viriya virya energie, geestkracht, inspanning 112
yama yama god van de dood passim
yamaka yamaka dubbel, tweeling canto 1
yoga yoga ‘juk’; band, middel; fig.: toewijding 282, 417

 

De vier edele waarheden
     
Pali Sanskriet Betekenis
cattari ariyasaccani catvari aryasatyani vier edele waarheden
1. dukkha duhkha lijden, pijn, verdriet
2. samudaya samudaya oorsprong, oorzaak van het lijden
3. nirodha nirodha vernietiging van het lijden, ophouden van het lijden
4. magga marga weg, manier
     
Het edele achtvoudige pad
     
Pali Sanskriet Betekenis
ariya atthangika magga aryashtanga marga het edele achtvoudige pad
1. sammaditthi samyagdrishti juist inzicht, juiste opvatting, juiste zienswijze
2. sammasamkappa samyaksamkalpa juiste intentie, juiste gedachten*
  *Juiste gedachten wil in de theravada-terminologie zeggen gedachten die vrij zijn van kwaadwilligheid, haat en jaloezie.
3. sammavaca samyagvac juist spreken
4. sammakammanta samyakkarmanta juist handelen
5. sammajiva samyagajiva juiste manier om in zijn levensonderhoud te voorzien, juist leven
6. sammavayama samyagvyayama juiste inspanning
7. sammasati samyaksmriti juiste herinnering, juiste contemplatie
8. sammasamadhi samyaksamadhi juiste concentratie

 

 


Dhammapada, blz. 165-74

© 2014  Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag