35

Supplement

 

10 augustus 1937

Het hart verlicht de hersenen

GdeP – In de eerste plaats wil ik uw aandacht vestigen op het uiterst paradoxale karakter van al onze leringen. Het hersenverstand van de mens, dat de paradox opmerkt en niet begrijpt, of verkeerd begrijpt, zegt: ‘Tegenstrijdigheid!’ De intuïtieve gewone mens zegt: ‘Dit is bijzonder. De leringen schijnen alle consistent te zijn. Er is ongetwijfeld een verbindende schakel.’ De ingewijde of de hoogontwikkelde intuïtieve mens ziet de waarheid ogenblikkelijk. Voor hem is er niet langer een paradox; het is eenvoudig een flits van begrijpend licht.

In de tweede plaats wil ik zeggen dat het hart – het fysieke orgaan, niet het symbool – het orgaan van de spirituele mens is in het fysieke lichaam, door middel van een straal vanuit de spirituele monade naar het fysieke voertuig van de mens. Er kunnen daarom verschillende namen aan worden gegeven: het orgaan van het reïncarnerende ego; het orgaan van de persoonlijke mens. Maar het kan ook het orgaan van het leven worden genoemd, want het is het levenscentrum van het fysieke lichaam. Vanuit het hart stromen de stralen die het denken verlichten omhoog naar de hersenen; ze beroeren daarbij de pijnappelklier, brengen die in een snelle psychische trilling, en werpen onmiddellijk een schitterende glans over het akasa binnen de schedel, zodat – wanneer het hart de hersenen verlicht via de pijnappelklier – voor het oog van Siva de hele inhoud van de schedel gaat gloeien, gaat stralen, met licht, zozeer dat in gevallen van extase, zoals de christenen zeggen, het licht naar buiten schijnt en een stralenkrans vormt rond het hoofd en de schouders.

Waarom is het hart het fysieke orgaan van de persoonlijke mens en ook van de spirituele of individuele mens? Omdat het het orgaan is van de menselijke monade. Op dezelfde manier zijn de lever en de milt de organen van de astraal-vitale of menselijk-dierlijke monade, een kind van bol D. Ik zal hier niet dieper op ingaan. Deze laatste uitspraak zou voor u een sleutel moeten zijn. Ik zal echter eraan toevoegen dat ieder belangrijk orgaan in het menselijk lichaam de vertegenwoordiger is van een van de monaden in de samengestelde constitutie van de mens, en voor die monade werkt. U zult zich herinneren dat ik honderden keren heb herhaald: De mens is een samengestelde entiteit gevormd uit verschillende monaden die samenwerken in de volledige zevenvoudige entiteit om hem zijn zevenvoudige constitutie te geven. De mens is een kleine wereld die alles wat hij is ontleent aan de grotere wereld waarin hij leeft en beweegt en zijn bestaan heeft.

In de toekomst, lang na het einde van de zevende ronde van het huidige keten-manvantara, in zo’n verre toekomst dat ik die niet eens probeer te bepalen, zal de vorm waarin wat nu de mens is zich zal belichamen, een bolvorm of ronde vorm zijn: een prachtige bol, een bol van vloeibaar licht. Het centrum of het brandpunt van deze levende bol zal in één orgaan verenigen wat nu twee organen zijn, namelijk het hart en de hersenen. Nog later, wanneer onze bestemming is bereikt, wanneer we zonne-entiteiten worden in de diepten van de ruimte, zullen we zijn zoals Vader Zon nu is. Het hart van Vader Zon, als we het woord ‘hart’ in de betekenis gebruiken van het brandpunt van leven-intelligentie, is tegelijk hart en hersenen, met andere woorden spiritualiteit en intellectueel vermogen of intellect. De twee zijn samengesmolten, meer nauwkeuriger ze zijn weer tot één verenigd. Dit zal niet zo zijn omdat wat nu onze fysieke hersenen zijn en wat ons fysieke hart is bijeen zullen komen en samensmelten; maar, omdat het hart zelf zevenvoudig is als orgaan van de menselijke monade op dit gebied, zullen al de zevenvoudige delen van die monade zich als een zevenvoudige entiteit tot uitdrukking brengen. Die gedachte is iets wat ik vaak heb geprobeerd uit te leggen – niet zozeer het bijzondere feit dat het hart en de hersenen één worden, maar het feit dat er verschillende monaden in de menselijke constitutie zijn die samenwerken om de menselijk constitutie te vormen. Maar die bijzondere monade die het belangrijkste is voor ons als menselijke individuen is de monade die we de menselijke monade hebben genoemd. Deze is zelf zevenvoudig. Zij heeft zelf haar innerlijke god, en al de andere eigenschappen van de andere zevenvoudige kwaliteiten, vermogens en functies.

 


Dialogen van G. de Purucker, blz. 1025-6

© 2005  Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag