Levensvragen
– in het licht van de esoterische wijsheid –
G. de Purucker

ISBN 9070328607, paperback, bestel boek

Uit deze uitgave mag alleen met toestemming van de uitgever iets worden overgenomen.

© 2002  Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565AG Den Haag

Inhoudsopgave

 


Liefde is het cement van het heelal

Liefde wijst de weg en verlicht het pad; liefde is de uitstraling van het allesdoordringende licht, de boeddhaluister, het christuslicht in het hart van het heelal – die liefde die werkt in goden en mensen en ons leert schoonheid te herkennen wanneer we haar zien, vooral innerlijke schoonheid, en grootsheid en luister te zien in anderen, omdat we de grootsheid en luister in ons eigen diepste wezen kennen.

Liefde is het cement van het heelal; ze houdt alle dingen op hun plaats en onder haar eeuwige hoede; haar werkelijke aard is hemelse vrede, haar kenmerk is kosmische harmonie die alle dingen doordringt, die grenzeloos, onvergankelijk, oneindig, eeuwig is. Ze is overal en is het hart van het hart van al wat is.

Liefde is het mooiste, het heiligste wat de mens kent. Ze geeft de mens hoop; ze houdt de aspiratie levend in zijn hart; ze stimuleert de edelste eigenschappen van de mens, zoals zelfverzaking ter wille van anderen; ze wekt zelfvergetelheid; ze brengt ook vrede en vreugde die geen grenzen kennen. Ze is het edelste dat in het heelal bestaat.

‘Heb elkaar lief’ – edele woorden, want ze doen een beroep op de kern van uw natuur, op het goddelijke in u, op de innerlijke god die in diepste wezen een hemels licht is. Het meest innerlijke licht in u is almachtige liefde.

Liefde is een beschermende kracht; liefde is machtig; ze is allesdoordringend; en hoe onpersoonlijker ze is des te hoger en krachtiger is ze. Ze kent geen grenzen in ruimte of tijd, want ze is de fundamentele werking van de natuur, de hoogste wet van de natuur en ze is de universele band van eenheid tussen alle dingen. Niet alleen verzacht ze het meest versteende hart en verbreekt ze de vormen van het meest starre menselijke denken, maar haar levenschenkende warmte dringt geleidelijk overal in door. Niets kan haar voortgang stuiten, want ze is de ware levensessentie van het heelal. Uiteindelijk zijn alle wezens en dingen één, alle zijn geworteld in het ene leven en door alle vloeit de gestage, ononderbroken stroom van almachtige liefde.

Liefde is de grote aantrekkingskracht die het ene wezen met het andere verbindt, het ene mensenhart met het andere; en hoe verder een mens vordert in zijn evolutie, hoe hechter de liefde alle vezels van zijn wezen omwikkelt met haar ranken, of, om een andere beeldspraak te gebruiken, hoe meer het mensenhart van liefde zwelt, tot het tenslotte het hele universum omvat, zodat men alle dingen, groot en klein, gaat liefhebben, zonder onderscheid van plaats of tijd. Hoe gezegend is hij die dit voelt, dit beseft! Het is goddelijk, want liefde, onpersoonlijke liefde, is goddelijk.

Persoonlijke liefde is maar een weerspiegeling ervan; en persoonlijke liefde is onvolmaakt omdat de straal zo zwak is. Alles waarin het verlangen naar persoonlijk voordeel de drijvende kracht is, is geen ware liefde.

Als de liefde persoonlijk is, beginnen de sluiers van de persoonlijkheid zich te verdichten voor het innerlijke oog, omdat persoonlijke begeerten zich in de aura – de omringende psychische sfeer – verzamelen en verdichten, waardoor deze vaster wordt, en dat maakt dat de psychische sluiers zwaarder worden en de innerlijke visie en het innerlijke begrip verduisteren. De essentie van ware liefde is zelfvergetelheid en op deze regel zijn geen uitzonderingen.

Als er in hart en geest van de mens alleen persoonlijke liefde heerst, dan houdt hij wel van het een, maar niet van het ander; hij houdt van iets dat hier is, maar niet van iets anders dat daar is, of omgekeerd – met andere woorden, hoe persoonlijker zijn liefde is, hoe beperkter is ze. Dat is de soort liefde die niet door en door echt, die beperkt is.

Onpersoonlijke liefde is aantrekkelijk en mooi; ze vertoont geen spoor van de dingen waarvan we allemaal een afkeer hebben. Ze is altijd vriendelijk tegenover alles en iedereen – zowel grote als kleine wezens en dingen; ze is intuïtief.

Verantwoordelijkheid, vertrouwen, liefde – die brengen inderdaad geluk, kracht en vreugde. Maar u zult deze grootse kwaliteiten niet begrijpen en evenmin aanvoelen als uw hart vol is van alleen maar persoonlijke, beperkte gevoelens en gedachten. Dan is voor die grootse kwaliteiten in uw hart geen plaats; het kan ze niet bevatten als het van louter persoonlijke zaken is vervuld.

Want persoonlijke liefde kent geen verantwoordelijkheid, heeft geen verantwoordelijkheidsgevoel. Ze kent geen vertrouwen, kan geen echt vertrouwen schenken; ze kan niet ten volle geven omdat het ‘ik’ zich steeds in volle kracht doet gelden, en haar enige gedachte is: ik, ik, en nog eens ik. Dit is het probleem in de huidige wereld; alle moeilijkheden en zorgen zullen in hoge, zeer hoge mate verdwijnen als mannen en vrouwen elkaar op onpersoonlijke wijze konden liefhebben, als mannen in andere mannen menselijke grootsheid kunnen zien en vrouwen andere vrouwen zullen vertrouwen, en dat zal het geval zijn als ze deze visie hebben – deze verheven visie.

Juist deze zelfzuchtige, persoonlijke liefde heeft in het menselijk leven verdriet, lijden en ellende gebracht, terwijl onpersoonlijke liefde reinigend en zuiverend werkt en het hart van de mens blij maakt.

Als een menselijk hart zich kan geven zonder te denken aan een beloning of aan de pijn die het geven tijdelijk voor de gever kan meebrengen, is dat iets moois. Die liefde die wordt geschonken zonder dat men aan zichzelf denkt, die geen grenzen kent of voorwaarden stelt, is goddelijk. Ware liefde is altijd onpersoonlijk.

Liefde is vrede; liefde is harmonie; liefde is zelfvergetelheid; liefde is kracht; ze is machtig; ze betekent visie; ze betekent evolutie. Haar kracht verruimt de innerlijke natuur zodanig dat uw medegevoel geleidelijk toeneemt, omdat u één wordt met het heelal waarin u thuishoort, waarin u leeft, beweegt en uw bestaan heeft; en omdat ze zelf harmonie is en tot de essentie van het hart van het heelal behoort, wordt u één met het goddelijke in het hart van alle dingen.

Onpersoonlijke liefde is goddelijk. Ze verlicht het hart; ze verruimt het denken; ze vervult de ziel met een gevoel van eenheid met al wat is; zodat u net zo min een ander levend wezen kunt kwetsen als opzettelijk en uit vrije wil iets of iemand waarvan u op aarde het meeste houdt, schade kunt toebrengen.

Liefde is machtig. Ze is het mooiste in het menselijk leven omdat ze het mooiste is in het leven van de goden, waarvan het menselijk leven maar een zwakke en gebrekkige afspiegeling is. Ons hele wezen zendt een machtige stroom van sympathie uit voor al wat is. Vanaf het begin wordt het leven grootser, en daagt er aan de verre horizon van de toekomst een volledig begrip van en voor alles, en een hereniging van alle wezens en dingen in één bewustzijn, waarin haat, strijd, onenigheid en misverstanden zullen zijn verdwenen.

Een zwakke afspiegeling van deze liefde is de liefde van de ene mens voor de andere – een heel zwakke inderdaad, maar ze is tenminste het begin van zelfvergetelheid. Als de ziel echter eenmaal wordt verlicht door de heilige glans van onpersoonlijke liefde, dan leeft u pas echt.

Onpersoonlijke liefde vraagt geen beloning, ze geeft alles en geeft dus zichzelf. Liefde verlicht. Liefde inspireert; ze opent de deuren van het verstand omdat ze de boeien verbreekt van het lagere zelf dat de innerlijke god gevangen houdt. Als u op onpersoonlijke wijze liefheeft, dan verspreidt zich het goddelijke vuur en wordt de mens werkelijk mens.

Liefde is een geweldige kracht. Volmaakte liefde bant alle vrees uit. Iemand van wie het hart van liefde en mededogen is vervuld, kent nooit angst; daarvoor is in zijn hart geen plaats. Koester liefde voor al wat leeft, dan verbindt u zich met onoverwinnelijke kosmische krachten en wordt u sterk, en geestelijk en intellectueel helderziend. U zult nooit ergens bang voor zijn als uw hart van liefde en begrip is vervuld, want liefde – volmaakte liefde – brengt begrip. U zult dan nooit bang zijn voor armoede; u zult nooit angst hebben voor de dood.

U kunt de angst overwinnen door u grootse en moedige daden en gedachten voor de geest te roepen. Stel u voor dat u moedige daden verricht. Bestudeer en bewonder dappere daden van anderen. Bestudeer en bewonder moedige ideeën van anderen. Kweek het verlangen aan naar moed, zodat u het in praktijk gaat brengen. Dan wordt u moedig en zal de angst verdwijnen als de ochtendnevel voor de opkomende zon. Het geheim van het overwinnen van angst ligt in de scheppende kracht van de verbeelding.

Dit zijn praktische, ethische voorschriften, praktische gedragsregels voor de mens; wat is het jammer dat de mensheid die uit het oog heeft verloren! De mens zal door angst worden beheerst zolang hij van zichzelf houdt; want hij is dan bang voor alles wat gaat gebeuren – bang om iets te wagen, bang om te handelen, te denken, uit angst te verliezen. En dan zal hij verliezen. ‘Wat ik vreesde is me overkomen!’ Zo gaat het altijd.

Het zijn de Groten die geen angst kennen, die wagen, die handelen, die doen – want zij zijn de mensen van de daad; en zij zijn ook de denkers in de wereld; want in beide gevallen hebben ze geen angst. Ze houden van wat ze doen. Daarom hebben ze geen vrees.

De sterke mens is hij die liefheeft, niet hij die haat. De zwakke mens haat omdat hij beperkt en klein is. Hij kan het lijden en het verdriet van anderen niet zien of voelen en zelfs het standpunt van een ander niet begrijpen, wat toch gemakkelijk is. Maar de mens die liefheeft ziet zijn verwantschap met alle wezens. Zijn hele natuur straalt van innerlijke schoonheid, verruimt zich door het innerlijke vuur dat opvlamt in mooie en harmonieuze gedachten en daardoor in mooie en vriendelijke daden. Zelfs zijn gelaatstrekken zullen zich verzachten en vriendelijk worden; hij zal geen angst inboezemen; hij zal niet worden gehaat.

Onpersoonlijke liefde is magisch; ze brengt wonderen tot stand; ze zal zelfs harten van steen breken. Niets, zelfs haat niet, kan haar stuiten. Volg de aloude wet: haat niet. Overwin haat door liefde. Vergeld haat nooit met haat, want zo giet u olie op een onheilig vuur. Vergeld haat met mededogen en rechtvaardigheid. Wees rechtvaardig als men u onrechtvaardig behandelt. Dan verbindt u zich met de geestelijke werkingen van de natuur en wordt u een kind van het kosmische leven dat daarna met zijn eeuwige ritme in uw eigen hart klopt.

Wees uzelf, en breid uw sympathieën uit; raak met de voeldraden van uw bewustzijn het hart van andere mensen aan. Hoe groot is de vreugde als u als het ware de innerlijke en elektrische trilling voelt die uw eigen ziel ervaart wanneer u het hart van een medemens heeft aangeraakt!

Geef ruim baan aan de goddelijke energieën die sluimeren in uw hart: liefde, mededogen, medelijden, begrip voor anderen, vriendelijkheid, de visie van schoonheid in het licht van de liefde, en van liefde in het licht van de schoonheid die zijzelf uitstraalt.

Wees vriendelijk; weiger te haten. Laat uw hart zich verruimen.

Een andere stap die leidt naar het pad van goddelijke liefde is vergiffenis. Vergeven is de impuls van het hart die u ertoe brengt de eerste stap omhoog te doen; dat is inderdaad een van de treden naar goddelijke liefde. Ware vergeving eist een sterk karakter, ware menselijkheid, een zuiver onderscheidingsvermogen en intellectuele kracht; het betekent weigeren wrok te voelen, vol rancune te zijn, haat te kweken; vergeven betekent ook het zuiveren van uw eigen hart van die lage en onterende aandriften.

Bijvoorbeeld: er is u onrecht aangedaan. Wat zult u doen: wrok koesteren, haat kweken, de tijd afwachten om met gelijke munt terug te betalen en daardoor de onrust en het zielenleed in de wereld te verdubbelen? Of zegt u: Nee, ik vergeef het; ik heb de weg hiervoor zelf gebaand, want in het verleden heb ikzelf dit leed mij op de hals gehaald. Ongelukkig is de mens die me kwaad doet, ik vergeef hem.

De boosdoener weet niet wat hij doet. Hij is zwak. Hij is blind. Hij daarentegen die vergevensgezind van aard is, ziet en is sterk: want liefde vergeeft alles en de reden daarvoor is dat ze meeleeft en begrijpt. Begrip brengt inzicht.

Leer te vergeven; en vergeef wanneer vergiffenis nodig is. Vergeef niet alleen met de mond, als u niet in de verleiding komt om te haten, maar vergeef wanneer u daarvoor een beroep moet doen op uw innerlijke kracht. Heb lief, wanneer u de lage en zelfzuchtige drang voelt om te haten, want dan betekent liefhebben een geestelijke oefening die getuigt van innerlijke kracht en grootsheid.

Dat sterkt u in hoge mate in uw innerlijke constitutie. Deze oefening en het resultaat daarvan maken een einde aan onenigheid, verzachten leed, moedigen vertrouwen en vriendelijke gevoelens aan; en tot hem die oprecht en met succes vergeving schenkt, komt een vrede en een besef van kracht die niets anders ooit kan geven.

Vergeef uw naasten en heb hen lief en laat de liefde die uw hart met haar heilige licht vervult en uw denken met haar goddelijke glans verlicht, uitgaan naar al wat leeft, zonder beperking, zonder er grenzen aan te stellen; uw beloning zal zeer groot zijn. Want liefde roept niet alleen liefde op in het hart van anderen, maar heeft ook een zeer verheffende invloed op uzelf. Ze brengt niet alleen mooie dingen naar buiten in de ziel van hen die u liefheeft, maar ze ontwikkelt ook uw eigen vermogens en krachten.

Vergeef en heb lief; daardoor plaatst u de voeten op het pad dat u rechtstreeks naar de geestelijke zon voert die eeuwig straalt met genezende kracht. Vergeef en heb lief; en voor u het weet voelt u de zegenrijke invloed van de boeddhaluister – de christusgeest – die uw hele wezen doordringt. Dan wordt u een weldadige kracht op aarde, niet alleen geliefd bij uw medemensen, maar een zegen voor alle wezens. Dan begint u een juist gebruik te maken van de edele vermogens en krachten die uw innerlijke god eigen zijn; u zult alles begrijpen, want liefde is inderdaad helderziend en een machtig vermogen.

Leer te vergeven, want dat is edel; leer lief te hebben, want dat is goddelijk.

 


Levensvragen, blz. 109-24

© 2002  Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag