|
Veel dank ben ik verschuldigd aan de Society for Psychical
Research voor toestemming om ‘J’accuse’ als Deel 1 van deze studie te
herdrukken; en aan de British Library voor toestemming om kleurenfoto’s
af te drukken van de Mahatma Brieven (Additional MSS 45284, 45285, 45286).
Figuren 5 en 8 zijn herdrukt met toestemming
van You Are What You Write door Huntington Hartford, uitgegeven
door Peter Owen Limited, Londen, 1975.
Ik ben de beheerders van het Brits Museum
zeer erkentelijk voor hun toestemming om de gegevens aan te halen over
Richard Sims, voormalig staflid van het museum, die werden verstrekt
door de archivaris.
Ik ben ambassadeur John S. D. Eisenhower
dankbaar dat hij zo vriendelijk was mij een mooi voorbeeld van het handschrift
van wijlen president Eisenhower te lenen.
Ik heb waardevolle informatie verkregen
in privébrieven van Anita Atkins, wijlen Walter A. Carrithers Jr., en
Michael Gomes. Naar hun bijdragen wordt in de tekst verwezen.
Michael Gomes heeft onafhankelijk onderzoek
gedaan naar de originelen van de Blavatsky-Coulomb brieven en bevestigt
dat ze door Coues nooit werden gebruikt om zich te verdedigen en dat
ze nu verloren zijn gegaan. Het bewijs dat deze brieven inderdaad vervalsingen
waren – en dat als gevolg daarvan het getuigenis van de Coulombs heel
onbetrouwbaar was – is nu heel sterk. Hodgson accepteert het getuigenis
van de Coulombs zonder eraan te twijfelen, en als dit getuigenis niet
serieus moet worden genomen, stort een groot deel van zijn zaak ineen.
Walter Carrithers heeft in detail de
tegenstrijdige verklaringen, gemaakt door Hodgson en Mw. Coulomb in
verband met de ‘schrijn’ en betreffende andere middelen, die zouden
zijn gebruikt bij het voortbrengen van verschijnselen, onderzocht, maar
ik heb niet gepoogd dat aspect van de zaak in dit boek te onderzoeken.
Ik bedank de archivaris van de Theosophical
Society, Pasadena, voor het langdurig uitlenen van de set van 1323 kleurendia’s
van de Mahatma Brieven die voor het eerst werden uitgegeven in de jaren
twintig door A. Trevor Barker, en de Theosophical University Press voor
het publiceren van mijn bevindingen.
Tenslotte, maar niet in het minst, ben
ik Elsie, bijna vijftig jaar lang mijn vrouw en voortdurende metgezel,
altijd dankbaar; zonder haar steun en begrip is het onwaarschijnlijk
dat deze artikelen ooit zouden zijn geschreven.
|