ernon
George Wentworth Harrison werd geboren in Sutton Coldfield, Warwickshire,
Engeland, in maart 1912. Zijn vader was een schoolmeester die zich specialiseerde
in het Frans. Vernon volgde onderwijs aan de Bishop Vesey’s Grammar
School, Sutton Coldfield, en aan de Universiteit van Birmingham, waar
hij natuurkunde, scheikunde en wiskunde studeerde. Na het behalen van
zijn examen, deed hij een studie en onderzoek aan de Faculteit voor
natuurkunde. Bij zijn studie speelde het gebruik van fotografie en fotomicrografie
als middelen om feiten vast te leggen een belangrijke rol.
Na het verkrijgen van zijn doctoraat
werd hij aangesteld als research fysicus bij de Printing & Allied Trades
Research Association (PATRA) met laboratoria die toen waren gevestigd
in Londen. Zijn werk bij PATRA was nauwelijks begonnen toen de oorlog
uitbrak en hij kreeg oorlogswerk voor het Ministerie van Bevoorrading.
PATRA verloor al zijn archieven en wetenschappelijke uitrusting bij
de laatste grote aanval op Londen met brandbommen, en pas in 1947 kon
de staf naar nieuwe laboratoria verhuizen in Leatherhead, ongeveer twintig
mijl ten zuiden van Londen. Hier kon hij tenslotte beginnen aan werk
op het gebied van de optische eigenschappen van papier, kleurendruk
en de kwaliteit van hoogdrukreproductie. In 1957 werd hij benoemd tot
directeur voor research van PATRA en kreeg hij de leiding over een staf
die toen was aangegroeid tot ongeveer 120 mensen.
In 1967 vertrok hij naar Thos. De La
Rue & Co. waar hij research-manager werd bij hun onderzoekscentrum dat
toen was gevestigd in Maidenhead. De La Rue drukt bankbiljetten, postzegels,
aandelencertificaten, paspoorten, en andere soorten waardepapieren;
en een belangrijk deel van het werk van het onderzoekscentrum betrof
het bestuderen van methoden van vervalsers en valsemunters en om methoden
te ontwerpen om de betrouwbaarheid van de producten van het bedrijf
te verhogen.
Dit werk wekte bij hem belangstelling
voor vervalste gedrukte en geschreven documenten in het algemeen, zodat
hij bij zijn pensionering in 1977 een privépraktijk kon starten als
onderzoeker van documenten waarvan de echtheid wordt betwijfeld. Omdat
hij onafhankelijk is, kan hij voor zowel het openbaar ministerie als
de verdediging werken. Hij is eraan gewend om bewijs te leveren in een
rechtszaak en zich te onderwerpen aan een kruisverhoor. Zijn werk omvatte
de laatste jaren een breed scala van onderwerpen: van betwiste documenten
uit de tijd van koningin Elizabeth I tot graffiti op muren, twijfelachtige
testamenten, vervalste hypotheekovereenkomsten en tal van financiële
documenten, anonieme en gifpen -brieven, dreigbrieven, een spionagegeval,
onderzoek van vervalst geld en illegale drukplaten, identificatie van
bankbiljetten papier dat was gevonden in een afvoerbuis, en de waarde
van foto’s als bewijs. Hij beschouwt deze periode als de interessantste
en misschien de meest zinvolle van zijn leven.
Hij heeft een leven lang interesse gehad
in fotografie en van 1974 tot 1976 was hij president van de Royal Photographic
Society of Great Britain. Hij heeft zijn hele leven ook belangstelling
gehad voor de muziek van Franz Liszt, en is de nog in leven zijnde medeoprichter
en voormalig voorzitter van de (English) Liszt Society.
De auteur beschrijft zichzelf als iemand
die ‘de vergelijkingen van Schrödinger en Dirac leest met de ogen van
Francis Thompson’.
©Theosophical
University Press Agency, Den Haag