Innerlijk en uiterlijk karma
Wanneer we zeggen dat alles karma is, het resultaat van oorzaken die
eerder in beweging zijn gezet, moeten we ons perspectief van het menselijk
karma tot ver in het verleden uitstrekken; in feite miljoenen jaren,
tot die zeer vroege periode toen de mens voor het eerst proefde van
de vrucht van kennis, en daarna het verschil tussen goed en kwaad leerde
kennen. Het is duidelijk dat we vanaf die verre tijd in het verleden
ten volle verantwoordelijk moeten worden gesteld niet alleen voor wat
we dachten en deden, maar ook voor de invloed die ons denken en handelen
door de eeuwen heen op anderen heeft gehad.
We kunnen dan inzien dat elk van de miljarden menselijke zielen die
gedurende deze duizenden en duizenden eeuwen op aarde zijn geboren en
gestorven, ontelbare gevoelens van aantrekking en afstoting moeten hebben
ontwikkeld en talloze oorzaken in beweging hebben gezet – oorzaken
die op een bepaald moment ergens en onder de juiste omstandigheden zich
onvermijdelijk als gevolgen zullen manifesteren. Maar karma is beslist
geen meedogenloze kringloop van oogsten en zaaien, zonder een kans om
ooit aan de tredmolen te ontkomen. Helemaal niet. Het leven, alles,
beweegt zich spiraalsgewijs, niet in een gesloten cirkel. Dat
is de grootste fout die we maken als we voor het eerst kennismaken met
de begrippen wedergeboorte en karma.
Als we aannemen dat alles wordt beheerst door universele wetmatigheid,
dat de kosmos is gebaseerd op rechtvaardigheid, dan kan niets bij toeval
gebeuren; alles moet een uitdrukking zijn van de werking van de wet
van evenwicht, van de wet van aantrekking en afstoting, actie en reactie.
De logische consequentie hiervan is dat ieder van ons die nu op aarde
is vele honderden levensepisoden moet hebben doorgemaakt sinds dat zeer
vroege punt in de geschiedenis van de mens waarop we voor het eerst
het verschil tussen goed en kwaad bewust inzagen. Er moet ongetwijfeld
een keten van reacties bestaan, anders zouden we in een dwaas en zinloos
heelal leven; en is er voor de blijvende ziel in ons een betere manier
om te groeien en te evolueren, en voordeel te ondervinden dan door de
gevolgen van haar vroegere daden te ondergaan?
Als we dit ruime beeld voor ogen houden is het niet moeilijk ons bewust
te worden van de grote kracht die de beschaving langs het evolutiepad
voortstuwt naar haar bestemming. Er zullen ongetwijfeld tijden zijn
van afschuwelijk lijden, omdat we ergens door verkeerd denken en verkeerd
handelen het evenwicht hebben verstoord. We kunnen ons nauwelijks voorstellen
hoe omvangrijk het karma is dat iedere ziel, om niet te spreken over
landen en volkeren, in een lang verleden heeft voortgebracht –
een voorraad karma die eens moet uitwerken.
Er zijn veel meer soorten karma dan alleen het fysieke dat maakt dat
vuur brandt en dat we nat worden als we in de regen lopen. Als karma
een universele wet is, moet het universeel werken – dat wil zeggen
op de goddelijke, spirituele, mentale, emotionele en fysieke gebieden.
Dat betekent dat we een goddelijk karma, een spiritueel karma, een mentaal
en een emotioneel karma hebben en ook een fysiek karma. Zoals we vaak
spreken over het hogere zelf van de mens en over zijn gewone persoonlijkheid,
evenzo kunnen we zeggen dat er een innerlijk karma bestaat dat bij zijn
hogere zelf hoort, zijn beschermengel, dat zijn oorsprong heeft in de
innerlijke god, en een uiterlijk karma dat tot de dagelijkse persoonlijkheid
behoort.
Nu en dan lijkt het of iets in ons moeilijkheden op ons pad brengt.
In zekere zin is dat precies wat er gebeurt: het innerlijke karma, het
karma dat aan ons hogere zelf ontspringt, doet zich op bepaalde momenten
voelen, en dan hebben we bijna het gevoel dat we in een bepaalde richting
worden gevoerd, misschien zelfs langs een moeilijke en omslachtige weg;
maar het karma dat tot onze persoonlijkheid behoort, lijkt ons in de
tegenovergestelde richting te trekken. Zo ontstaat er een conflict tussen
het gevoel diep vanbinnen dat een bepaalde weg moet worden gevolgd,
en de tegengestelde impulsen van de uiterlijke natuur. Hoe kunnen we
aan dit conflict een einde maken, zodat het innerlijke en uiterlijke
karma in harmonie kunnen samenwerken?
We moeten onze blik hoger richten, daar waar hij thuishoort, weg van
het lagere. Als we dat doen, zullen we beseffen dat onze Vader of beschermengel
onafgebroken zijn impulsen naar ons menselijk zelf zendt en als we zo
willen leven dat het hogere in al onze gedachten en daden overheerst,
zullen overmatige spanningen uitblijven. Maar als we onder deze inspirerende
invloeden intuïtief weten dat een bepaald pad het juiste is, en
we voor een groot deel in ons dagelijks bewustzijn zijn geconcentreerd,
kan dat ons ernstig in verwarring brengen. Er ontstaat dan een wezenlijk
conflict tussen het innerlijke en uiterlijke karma, een conflict dat
niet vermindert tot we definitief besluiten de leiding van onze beschermengel
te volgen, die als doel heeft om licht tevoorschijn te brengen uit de
duisternis en ons te laten evolueren van het kleinere naar het grotere.
In het begin denken velen dat karma goed of slecht is. Het is geen
van beide – het is slechts onze reactie op de omstandigheden van
het leven die plezierige of onplezierige ervaringen met zich meebrengt.
In feite houdt elk karma een kans in. Het is duidelijk dat als we vele,
vele levens hebben gehad, het voor een mens onmogelijk zou zijn in één
incarnatie de volle last van zijn hele verleden te dragen. De natuur
is in alle opzichten rechtvaardig en geeft kracht naar kruis –
een wet die universeel en meedogend werkt.
Het innerlijke karma, dat voortkomt uit de innerlijke godheid en door
ons hogere zelf werkt, doordringt in stilte de hele constitutie van
zijn invloed. Wanneer het menselijk zelf de aanraking van deze goddelijke
impulsen voelt, zou het er goed aan doen hier aandacht aan te besteden
en het uiterlijke karma zoveel mogelijk af te stemmen op het innerlijke
karma. Wanneer we proberen onze persoonlijkheid af te sluiten voor de
straling van boven, ontstaan er spanningen en conflicten.
Het leven is niet altijd een eenvoudige rechte lijn van plichtsbetrachting
– soms worden we bij het nemen van beslissingen geconfronteerd
met wezenlijke problemen, maar als we terzijde kunnen staan en ze in
een ruimer perspectief kunnen zien, kunnen we er zeker van zijn dat
ons hogere zelf ons nooit in de steek zal laten als de nood aan de man
komt. We zouden dankbaar moeten zijn voor de goede impulsen die ons
in nieuwe omstandigheden brengen. Wanneer het lijkt alsof er een conflict
is tussen het innerlijke karma en het uiterlijke, kunnen we dit als
een teken van vooruitgang zien, een teken dat het persoonlijke zelf
de dingen vanuit een hoger standpunt moet bekijken. Daarom hebben we
de nadruk gelegd op de praktische betekenis van de poging om het dagelijkse
draaiboek van ons leven te lezen, omdat ons hogere zelf in samenhang
met de natuurlijke gebeurtenissen van het dagelijks leven ons naar die
ervaringen probeert te leiden waardoor de ziel in kracht en begrip kan
groeien.
Het is onze verantwoordelijkheid in te zien dat alle karma een kans
betekent. Dit wordt nog eens herhaald, omdat het de belangrijkste sleutel
is om het leven zonder wanhoop tegemoet te treden, wat de omstandigheden
of situaties ook zijn. De zogenaamd plezierige situaties kunnen zelfs
een grotere uitdaging vormen dan de moeilijke: om er verstandig mee
om te gaan, ze niet slechts te zien als een beloning voor het goede
in het verleden, maar eerder als een middel om onze zegeningen met anderen
te delen. Het gaat hier natuurlijk over spirituele waarden.
Onplezierige omstandigheden bieden op zich al grote mogelijkheden,
omdat vaak de moeilijkste ervaringen, die eerst de bitterste gifdrank
leken, tenslotte het ‘levenswater’ blijken te zijn. Dat
komt omdat onze beschermengel, die ziet dat we ontvankelijker worden
voor zijn aanwijzingen, ons sterker begint te beïnvloeden en ons
in perioden van beproeving ‘dringt’. We hebben allen ervaren
dat wanneer we aan ontberingen en tegenslag dapper het hoofd bieden,
ze ons niet langer overweldigen, omdat onze moedige houding het mogelijk
maakt dat het innerlijke en uiterlijke karma in harmonie samenwerken.
Eenvoudig gezegd, we moeten leren alle omstandigheden die voortvloeien
uit ons karma – uit onszelf – op verstandige wijze tegemoet
te treden en aan te pakken, zonder aan onszelf te denken.
Alles is karma, innerlijk en uiterlijk, hoog en laag, spiritueel en
fysiek; en de meester van het innerlijke karma is de god die in het
hart van ons wezen woont. De meester van het uiterlijke karma is uw
en mijn menselijke persoonlijkheid. Alles is bewustzijn, en de taak
die wij hebben om het lagere te verheffen door het hogere, bestaat uit
het zelfbewust omzetten van het onedele metaal van ons gewone bewustzijn
in het goud van de innerlijke god.
De draden van karma zijn fijn gesponnen, en er gaat er niet één
verloren in het grotere patroon van onze evolutie. Daarom kan er uiteindelijk
niets dan rechtvaardigheid bestaan, wat niets anders wil zeggen dan
herstel van evenwicht van actie en reactie, oorzaak en gevolg, zaaien
en oogsten. Waarom zouden alle grote religies en filosofieën de
nadruk hebben gelegd op deze ene leer: het in evenwicht brengen van
de weegschaal van het lot? Gebruikten de oude Grieken de weegschaal
niet als het symbool van universele rechtvaardigheid, orde en evenwicht
– een symbool dat wij in het westen trouw hebben bewaard? Legden
ook de Egyptenaren niet de nadruk op deze waarheid in hun dramatische
voorstelling van het oordeel, zoals dit in hun papyrusrollen en tempels
werd afgebeeld; het ‘wegen van het hart tegen de veer van de waarheid’?
Alles in de natuur streeft naar harmonie, naar het teweegbrengen van
groei van het lagere naar het hogere. Waarom zou de mens dan een uitzondering
zijn? Als rechtvaardigheid eigen is aan de fysieke gebieden, waarom
dan niet aan de morele en spirituele ervaringsgebieden?