Waar de meesters werken

 

Helpen en inspireren de meesters ook anderen dan theosofen, dan de Theosophical Society? Ik zou me vreselijk schamen voor een theosoof die deze vraag niet onmiddellijk zou kunnen beantwoorden. Natuurlijk doen ze dat! Het is toch een van onze allereerste ideeën en leringen dat de meesters overal helpen en inspireren waar een deur voor hen openstaat; met andere woorden, waar de ziel niet is omgeven door een ondoordringbare muur, die het licht buitensluit en hulp onmogelijk maakt. Natuurlijk is het zo! En als de invloed van de meesters in andere organisaties dan de T. S. niet wordt gevoeld, zoals ze wel voelbaar kan zijn, dan komt dat in dit geval omdat zij het contact zijn kwijtgeraakt, omdat ze zich door gedachten en gevoelens hebben opgesloten achter grenzen en slagbomen die de toegang versperren. De waarheid is dat de meesters overal werken waar de deur voor hen wordt geopend en de geschikte omstandigheden voor hun werk aanwezig zijn.
    Laten we even stilstaan bij een gedachte die sinds mijn jeugd een van de dromen van mijn leven is. Als de christelijke kerk of kerken konden terugkeren tot de oorspronkelijke leringen van hun grote meester, tot het echte oorspronkelijke christendom, dan zouden de meesters deze gebruiken als een van de grootste kanalen in het hedendaagse westen om de mensen te helpen. En als ze daarin niet op die manier werken, komt dat omdat de hulp wordt buitengesloten door beperkende gedachten en gevoelens.
    En wat de T.S. betreft – ik heb al vaak erop gewezen dat het van ons afhangt of de meesters deze als een instrument blijven gebruiken zoals ze nu doen, of dat ze haar aan haar lot overlaten. Zij laten ons nooit in de steek zolang wij hoofd en hart openhouden; maar als we beginnen grenzen te trekken om ons bewustzijn, zijn wij het die buitensluiten, niet zij. De oude Grieken zeiden dat de goden de huizen bezoeken van hen die de deur voor hen openzetten. Denk eens na over wat dat betekent. Waarom proberen wij niet goddelijke en goddelijk-menselijke gasten te ontvangen?
    Het grote probleem van ons en de beschaving is dat we ons met deze grenzen omringen. Die zijn niet het werk van de natuur. Ze zijn door ons getrokken, grenzen die buitensluiten door gedachten, gevoelens, tradities, alles. Wat gebeurt er met een mens die zich in een cel opsluit en daar woont? Wie verliest? De wereld of die dwaze mens? Zo’n cel begrenst het bewustzijn. En een mens (of een beschaving) is edel naarmate hij de slagbomen of grenzen, waarmee hij zich door gewoonten en gebruiken en ook door zijn eigen natuur heeft omringd, kan verwijderen en zich begeeft in steeds ruimere gebieden van bewustzijn met steeds terugwijkende bewustzijnsgrenzen.
    Waarom heeft een religie succes? Door het denken te begrenzen, door slagbomen op te richten die buitensluiten? Natuurlijk niet. Het antwoord ligt voor de hand. Sloop de slagbomen, de deur staat open voor allen.


Wind van de geest, blz. 54-5

© 2001 Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag