De erfenis van de mens is de mens zelf

 

De erfenis van de mens is de mens zelf. Iedereen is de bouwer en misschien ook de vernietiger van zichzelf. Ieder mens is zijn eigen vernieuwer en verlosser en ieder mens breekt in zichzelf af waaraan hij in het verleden misschien eeuwenlang heeft gebouwd. Dat klinkt misschien als een vreemde uitspraak, die duister en moeilijk te begrijpen is, maar ik vraag me af of iemand aan zo’n vanzelfsprekende waarheid zou kunnen of willen twijfelen. Is het niet volkomen duidelijk dat een mens is wat hij is; dat wat hij is, de uitkomst is van zijn vroegere levens, het resultaat van zijn gedachten en gevoelens, van wat hij vroeger heeft gewild, gedacht en gevoeld? We maken onszelf, we vormen ons eigen karakter.
      Dit is een van de gewone menselijke ervaringen. Maar wat zou het betekenen als we het ten volle begrepen. We maken van ons leven van dag tot dag, van jaar tot jaar en van leven tot leven iets moois of we maken het tot iets lelijks; en niemand dan de mens zelf treft schuld of verdient in het andere geval lof. Denk eens erover na hoe rechtvaardig dat is. We kunnen niemand en niets buiten ons de schuld ervan geven als we onszelf lelijk en afstotelijk hebben gemaakt, in verdriet en pijn hebben gedompeld; en niemand, behalve onszelf, kunnen we prijzen als ons leven door eigen inspanning mooi en harmonisch wordt. Een mens kan zijn karakter veranderen door te denken en dat betekent dat zijn ziel verandert, dat zijn lot verandert, dat alles verandert wat hij nu en in de toekomst is of wordt. Waarom zouden we de onschuldige goden onze eigen fouten verwijten en kwalijk nemen ons in vormen te hebben geschapen die wijzelf hebben gemaakt? Het is de oude gedachte om de verantwoordelijkheid af te schuiven, iemand anders de schuld te geven. Het is de weg die vast en zeker omlaag voert in plaats van omhoog; want het zien van waarheid en rechtvaardigheid en het besef van verantwoordelijkheid, ook voor zichzelf, vormen de eerste stappen omhoog op het pad; en wat geeft dat veel hoop. Denk eens aan de fouten die we in het verleden hebben gemaakt, de onrechtvaardigheden die we onszelf en anderen hebben aangedaan. Als we zeggen dat we onszelf hebben gemaakt en voor onszelf verantwoordelijk zijn, is dat maar het halve verhaal. De andere helft van het verhaal bestaat uit wat we anderen hebben aangedaan: wat we eraan hebben bijgedragen hun leven tot iets moois te maken of tot iets lelijks te misvormen.
      Het besef dat de mens niet alleen verantwoordelijk is voor zichzelf, maar ook voor anderen, is de verloren grondtoon van de moderne beschaving die verblind schijnt te zijn door het idee dat alles vanzelf gaat en dat het enige wat een mens moet doen is om uit de situatie waarin hij zich bevindt zoveel mogelijk munt te slaan. Voor mij is dat een duivelse leer die alleen ellende kan opleveren. Laat een mens beseffen dat hij een mens is, dat wat hij zaait hij zal oogsten en dat wat hij oogst hijzelf heeft gezaaid, en zie dan hoe dat de wereld zal veranderen. Ieder mens zal heel goed gaan letten op zijn daden, die tonen wat zijn gedachten en gevoelens zijn, in de eerste plaats wat betreft de invloed ervan op hemzelf, maar ook, wat misschien belangrijker is, de invloed die hij heeft op anderen. Ik denk dat het ontbreken van dit persoonlijke verantwoordelijkheidsgevoel en van het gezamenlijke verantwoordelijkheidsbesef in de wereld van vandaag, de oorzaak is van de vele, vele gruwelen die eerder erger dan minder erg worden. Dat kweekt het gevoel dat geweld onrecht kan herstellen. Dat kan nooit. Geweld verdween nooit door geweld eraan toe te voegen. Geen enkel probleem is ooit op die manier opgelost. Het druist in tegen de wetten van het bestaan, tegen de wetten van de dingen zoals ze zijn.
      Wat is de erfenis van de mens? Ik zeg opnieuw: de mens zelf. Ik ben mezelf omdat ik me in vorige levens heb gevormd. Wat schaam ik me soms dat ik me niet in elk opzicht wijzer, beter, hoogstaander en edeler heb gemaakt; en wat zegen ik de stille ingevingen van het goddelijke in mijn hart dat ik kan zeggen dat ik niet slechter ben dan ik ben! Daarmee besef ik in feite voor het eerst dat ik verantwoordelijk ben voor allen – en tot die allen behoor ook ik. Het is een prachtige gedachte dat iemand die het goede doet, wat dat hemzelf ook kost, zichzelf en ook alle anderen sterker maakt. Het is een wonderlijk staaltje van magie. En ligt het niet voor de hand dat als iemand kwaad doet hijzelf zwakker wordt? Eerst verzwakt zijn wil, dan bezoedelt hij zijn gedachten, en vervolgens vermindert de kracht van zijn ware innerlijke gevoelens. Alleen al door het contact met zo iemand, als die tenminste het neergaande pad lang genoeg volgt, wordt het eigen zelf bezoedeld. Zoals één rotte appel, naar men zegt, een hele mand gezond fruit kan bederven, zo zal een slecht karakter niet alleen de persoon zelf ongunstig en nadelig beïnvloeden, maar ook alle ongelukkigen in zijn nabijheid.
      We kunnen ons daarvoor heel gemakkelijk behoeden, want er zijn maar weinig dingen die zo in het oog lopen als het kwaad. Het is op niets anders gebaseerd dan op illusie. Houd u afzijdig en het verdwijnt als een nevel. Maak het niet sterker door uit uw eigen energie meer kwaad aan de illusie toe te voegen. Als het op niets is gebaseerd, geen bron van innerlijke levenskracht in zich heeft, dan vergaat het en valt het uiteen. Hoe heel anders is het goede dat gezondheid en kracht schenkt en reinigt. Dit zijn zulke eenvoudige en toch zo diepe waarheden! Ik denk dat de eenvoudigste dingen de mooiste en diepzinnigste zijn.
      Deze leer dat de mens zichzelf erft is eenvoudig de leer van een nieuwe kans voor iemand die zijn leven zelf heeft laten mislukken. Niemand anders kan u doen mislukken als u niet zelf daaraan meewerkt. Niemand anders kan u slecht maken, tenzij u zich verbindt met zo’n gedachte of die uitvoert. Geef niet een ander de schuld van uw misstap. U bent het zelf die valt en u zult nooit vallen, u zou nooit zijn gevallen als u niet had gekozen voor wat de val veroorzaakte. Eenvoudige waarheden en toch bevatten ze een goddelijke gedragsregel voor ons mensen op deze aarde. Een kind kan deze dingen begrijpen omdat ze zo duidelijk zijn, zo vanzelfsprekend.
      De leer van een nieuwe kans! Denk eens aan iemand – een of ander persoon – die van zijn leven een puinhoop heeft gemaakt en zich afvraagt waarom hij wordt achtervolgd door pech, tegenslag, ongeluk, ellende en andere nare dingen tot hij soms in een uitbarsting van zelfverwijt uitroept: ‘Heer, verlos me uit deze hel.’ Het is de oude zwakke bede tot iets waarvandaan geen hulp kan komen, want de hulp ligt in ons. Het goddelijke zit in uw hart, de bron van alle kracht en grootsheid, en hoe meer u daarop een beroep doet, des te meer traint u het en des te sterker maakt u uw eigen zelf, vordert u in waarheid en wijsheid en stijgt u uit boven alle graden van zwakheid en verdriet en pijn die door het kwaad zijn veroorzaakt.
      U heeft dus uzelf gemaakt; en in uw volgende leven bent u precies wat u nu van uzelf maakt. U zult uw eigen erfenis zijn. U schrijft nu als het ware het testament voor uzelf. Als iemand dit wonderlijke feit erkent, geeft hij niet langer anderen de schuld, veroordeelt hij niet langer zijn broeders, zegt niet meer: ik ben beter dan u – een houding die een duidelijk kenmerk is van mensen met een zwak en arm geestelijk leven.
      Er is een mooi Frans spreekwoord dat luidt: Tout comprendre c’est tout pardonner: ‘Wie alles begrijpt, vergeeft alles.’ Als we alle verborgen oorzaken begrijpen, de gevolgen, het vroegere lot, de huidige kracht, de verleiding, de deugd, wat ook – dan betekent dit dat we goddelijke kennis bezitten en dat we vergeven. Het is een prachtig spreekwoord en moet, denk ik, voor het eerst zijn geuit door iemand in een moment van geestelijke verlichting. Ikzelf weet uit ervaring dat als ik gekwetst ben of gekwetst word en denk dat men mij onrechtvaardig heeft behandeld, ik tot mezelf zeg, ook als het volgens mij duidelijk is dat men mij kwaad heeft gedaan: Als ik kon zien in het hart van mijn broeder die me onrecht deed, als ik in het verre verleden kon lezen en zien welk kwaad ik hem wellicht heb aangedaan, zou ik misschien beseffen dat hij nu even onbewust is van het kwaad dat hij mij aandoet als ik toen was van het kwaad dat ik hem aandeed. Door de strijd aan te binden en in een door haat beheerste wereld meer boosheid en haat te brengen, zal ik wat er aan deugd, geluk en vrede in de wereld is niet verrijken. Maar ik kan het mijne doen door sterker te worden, door enig licht te ontvangen van boven, van binnenuit, van de god in mij, door te doen wat ikzelf heb aanbevolen: in praktijk brengen wat ik verkondig. Dat leidt tot vrede en geluk, tot een dieper gevoel van zelfrespect en tot een groeiend mededogen.
      Soms denk ik dat medelijden of mededogen een van de goddelijkste bezoekers is van de tempel van het menselijk hart. De oude wijzen zeiden altijd dat alleen de goden de mensen werkelijk recht doen, of wat zij als recht zien en ze vleien zich met de gedachte gelijk te hebben. De goden horen alles, zien alles, voelen alles, begrijpen alles en zijn van medelijden vervuld. Stel dat een van ons werd gewogen op de meest nauwkeurige schaal van karmische gerechtigheid zonder de verzachtende invloed van mededogen en wijsheid; hoeveel kans denkt u zou iemand van ons hebben om aan veroordeling te ontkomen? Denkt iemand van u dat hij, wat deugd en heilige kracht betreft, zo vlekkeloos is dat de weegschaal niet in zijn nadeel zou uitslaan? Als u dat gelooft bent u heel, heel gelukkig – of heel erg verblind! Ik denk dat als uw karma uit het verleden zo vlekkeloos zuiver was, u hier niet als mens op aarde zou zijn om uw eigen erfdeel af te wikkelen – uzelf.
      Het is waar dat in de toekomst alle leden van de mensheid goden zullen zijn, en er is geen enkele reden waarom we ons niet al op dit moment tot het goddelijke zouden gaan ontwikkelen. Men wint dan alles, verwerft alles, verliest niets. Van een opgejaagde slaaf van vroeger karma wordt u tenslotte de regelaar van uw eigen lot, want u bent uw eigen erfdeel. Wat een troostrijke leer! Wat een licht brengt ze!


Wind van de geest, blz. 8-12

© 2001 Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag