Het menselijk bewustzijn

 

Een van de interessantste dingen in de menselijke constitutie is wat we het bewustzijn noemen en het is een merkwaardige paradox dat juist over het bewustzijn het minst bekend is. Iedereen praat erover; iedereen zegt bewustzijn, bewustzijn en nog eens bewustzijn; maar als men iemand vraagt: wat bedoelt u met die woorden, dan begint hij te hakkelen. Moeten we zeggen dat het gewaarwording is? Ja, dat is een van de functies van bewustzijn. Het enige wat we kunnen zeggen is dat het is en dat we allemaal weten wat het is; het hoeft niet te worden omschreven. Zodra men probeert het te definiëren, raakt men verstrikt in woorden en verliest men in feite elk intuïtieve besef, elk gevoel van wat het is. Uw bewustzijn daalt als het ware van uw centrale bewustzijn af in het lage kleine bewustzijn van woorden. We kennen allemaal mensen die zo in hun woorden verstrikt raken als ze iets willen verklaren, dat ze vergeten waarover ze het hebben en dat komt omdat hun bewustzijn in die bijzonderheden en woorden gewoonweg niet past. Ze hebben hun greep op het belangrijkste verloren.
    Het bewustzijn van de mens is een eenheid en een samenhangend geheel, wat wil zeggen dat er zich geen twee of drie of meer soorten bewustzijn in de menselijke constitutie bevinden. Het bewustzijn is een eenheid en daalt af in ons brein of ons gewone bewustzijn vanuit onze geest, het goddelijke centrum waar de waarheid in haar volheid woont; en dit menselijke centrum van ons kan het licht van de hemelse bezoeker niet volledig doorgeven omdat ons menselijke deel is verduisterd, bezwaard en vertroebeld door de sluiers van het lagere bewustzijn. Onze gedachten, gevoelens en emoties stijgen om ons heen omhoog als een dikke onweerswolk voor de zon. Maar achter de wolk is het ene zonlicht. Zo is het ook met het bewustzijn.
    Theosofische zieners, die tot verschillende religies en filosofieën behoren, verdelen het bewustzijn van de mens al eeuwenlang gemakshalve in vier klassen: jagrat, de waaktoestand; svapna, de slaaptoestand; sushupti, de volkomen droomloze slaap en voor de meeste mensen de toestand van de dood; en turiya, de toestand van het goddelijke, waarover god-mensen en de grote zieners en wijzen ons hebben verteld omdat zij die tot op zekere hoogte ervaren. Maar het is allemaal één bewustzijn. Jagrat is de toestand waarin wij hier nu allemaal verkeren – tenzij er iemand van de aanwezigen slaapt en als dat zo is, dan is hij in de svapna-toestand of slaaptoestand, waarin hij min of meer droomt. Soms dromen mensen half als ze in de jagrat-toestand zijn. Dat noemen we dagdromen. Ik bedoel niet het creatieve dromen van het denken; ik bedoel juist het luie dromen waarin de gedachten ronddolen. Het is voor een deel svapna in de jagrat-toestand. Dan volgt sushupti, die in de slaap droomloos is. Het is de toestand van de meeste mensenzielen na de dood: een volmaakte, heerlijke en droomloze toestand van bewustzijn, waarin duizend dagen zijn als één dag en de tijd niet bestaat, omdat het bewustzijn zich niet in deze lagere gebieden van de tijd bevindt die door klokken, horloges en bewegingen van hemellichamen wordt gemeten. Het bewustzijn is daar niet in een tijd-toestand. De hoogste toestand van ditzelfde bewustzijn, dat een eenheid vormt, de bron van ons bewustzijn, wordt turiya genoemd. De boeddhisten noemen het nirvana. De hindoes noemen het mukti of moksha. Wij gebruiken die termen ook omdat ze een duidelijke omschrijving geven. Het is het zuivere bewustzijn van de geest van de mens, een straal van het goddelijke of een vonk van het goddelijke.
    Welnu, hier volgt de conclusie, dit is de les die uit deze feiten kan worden getrokken. We hebben allemaal die ene toestand van bewustzijn die zich voor de meesten van ons op drie manieren voordoet: fysiek wakker zijn, de slaap met dromen, de droomloze slaap of de toestand van de dood voor de meeste mensen, tot ze zich belichamen. Weet u wat dit betekent? Het betekent dat we niet alert zijn voor wat in ons is en voor wat we kunnen doen. Daar ligt de sleutel tot de mysteries van inwijding. Leer eerst ten volle wakker te zijn wanneer u in de jagrat-toestand bent, zoals nu – lichamelijk te ontwaken. Leer ten volle wakker te zijn. Leer dan die toestand van zelfbewustzijn te handhaven als u slaapt, zodat u in uw slaap even zelfbewust bent als u bent, of denkt te zijn wanneer u wakker bent. Dan, ten derde, het hoogste: leer zelfbewust wakker te zijn na de dood. Want er is één bewustzijn dat in al die drie toestanden werkt en ieder van ons heeft dat; en iedereen is onderworpen aan deze drie lagere toestanden van dit ene bewustzijn.
    Bedenk wat dit betekent voor onze toekomstige evolutionaire vooruitgang. Waarom zouden we niet nu beginnen? Ik herinner me een verhaal dat over de stichter van de Theosophical Society, H.P. Blavatsky, werd verteld. Een van haar leerlingen kwam bij haar en zei: ‘H.P.B., weet u, ik ben vreselijk moe; ik heb de hele dag gewerkt’. ‘Het spijt me voor u’, zei H.P.B. , ‘dan kunt u beter gaan rusten. Tussen twee haakjes, slaapt u als u slaapt, slaapt u echt? Dan doet u het beter dan ik. Ik werk terwijl ik slaap.’ Zij had dat punt bereikt waarop ze bewust kon blijven, zelfbewust kon gewaarzijn, terwijl andere mensen sliepen; met andere woorden, zij kon zelfbewust waarnemen als de meeste mensen in slaap vallen.
    Het derde stadium is, zoals ik zei, zelfbewust gewaarzijn na de dood. Als men dat heeft bereikt is de volgende toestand die van god-mensen of mens-goden, die de mensheid kent als de boeddha’s en christussen, mensen als San.karacharya, Tsong-kha-pa en Apollonius. Als u dat stadium bereikt, moet u voortdurend bewust zijn als u wakker bent of slaapt en na de dood, en tot u terugkeert, want dan heeft u uzelf gevonden.
    Heeft u zich nooit afgevraagd hoe het komt dat u na een droomloze slaap of een slaap met dromen, als dezelfde mens ontwaakt? Het is zo gewoon, zo vanzelfsprekend, dat het aan de aandacht van de gemiddelde mens ontsnapt, wat erop wijst dat hij niet geheel bewust is, niet helemaal wakker. Maar een geniaal mens ziet dit wel en hij beseft dat dit zo gewone verschijnsel er een is dat de wetenschap nooit heeft verklaard; toch ligt de verklaring erg voor de hand. We keren terug omdat we nooit zijn weggegaan. We worden weer ons zelfbewuste zelf omdat we nooit iets anders zijn geweest. Het bewustzijn is een continuïteit. We hebben onszelf niet geleerd zelfbewust wakker te zijn als we slapen, en zelfbewust wakker te zijn als we sterven. Maar het vermogen daartoe is in u. U heeft er maar om te vragen. U herinnert zich dat Pythagoras degenen die hun tijd in leven en dood verslapen, de ‘levend doden’ heeft genoemd. Hoe lang duldt u dat nog voor uzelf?


Wind van de geest, blz. 183-6

© 2001 Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag