Zoek en je zult vinden
Ingrid Van Mater

 

De mens zou een zoeker van God in alle dingen moeten worden en een vinder van God in alle tijden.
      – Meister Eckhart (1260?-1327?)

Er is in het Nieuwe Testament veel wijsheid te vinden, die ons in deze tijd van intellectuele gisting en zelfonderzoek kan helpen, maar om die te vinden, moeten we zoeken naar de betekenis die aan de allegorieën en parabelen ten grondslag ligt. De filosoof Jacob Needleman wijst erop hoe belangrijk het voor ieder mens is zelf te ervaren hoe de werkelijkheid in hem tot leven wordt gebracht. In het christendom zou meer nadruk moeten worden gelegd op het ontwikkelen van de menselijke ziel, want ‘diep in de mens, in de kern van zijn wezen, leeft de behoefte aan het ervaren van de waarheid. Al het overige in hem is rond die behoefte gegroepeerd, zoals de planeten om de zon.’*

*Lost Christianity: A Journey of Rediscovery to the Center of Christian Experience, blz. 61.

‘Je zult de waarheid kennen en de waarheid zal je vrijmaken’, zei Jezus, en wat bedoelde hij daarmee? Voor mij is de waarheid het goddelijke in alle dingen. Ze is overal, in ons en om ons heen, in de majesteit van de zon en de sterren, in de belofte van een mosterdzaadje, in de glans van menselijke vervulling. We worden vrij naarmate we ons bevrijden van de beperkingen en twijfels die ons verhinderen met het innerlijk oog en begrip te zien.

Het zoeken naar waarheid begon in mythologische tijden, toen goddelijke wezens (vertegenwoordigd door Lucifer, de lichtbrenger in het Nieuwe Testament) ons toen nog slapende denkvermogen bezielden, en de rede, de wil, het onderscheidingsvermogen en het vermogen om te kiezen tussen goed en kwaad, wekten. W. Macneile Dixon, verdediger van de ‘machtige tegenstellingen’, van licht en duisternis in ons, die ons tot groei en verandering aansporen en onze verbazingwekkende onberekenbaarheid veroorzaken, heeft stimulerende ideeën over de Adam en Eva allegorie:

Als we de zogenaamde zondeval van de Mens eerder zouden interpreteren als een gelukkige dan een betreurenswaardige gebeurtenis, als we het eerder zouden noemen: zijn volwassen worden, het moment waarop hij zijn natuurlijke plichten en verantwoordelijkheden aanvaardde, zouden de dingen er duidelijk beter gaan uitzien.    – The Human Situation, blz. 277

Dixon geloofde dat mensen een hoger doel hebben dan in het paradijs te blijven, ‘eeuwig rondwandelend door narcissenvelden, . . . dat hem een eervoller rol is toebedacht en een avontuurlijker reis door de kosmos, . . .’ Dit volwassen worden van de mensheid, de worsteling om de engel en de demon in ons te leren onderscheiden terwijl we op zoek zijn naar het ware Zelf, heeft ons al ontelbare levens van ziele-lering doen meemaken. Het is geruststellend te weten dat we in onze gecompliceerde natuur zowel problemen-makers als problemen-oplossers zijn en dat we onze toekomst zelf in de hand hebben.

Innerlijke transformatie en spirituele wedergeboorte zijn de overheersende thema’s in het Nieuwe Testament. ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven’, zei Jezus, doelend op de christus-geest in hem die spreekt tot de christus-geest in ieder mensenhart. Maurice Nicoll geeft een nieuw inzicht in het woord metanoia in de oorspronkelijke Griekse tekst. Soms vertaald als berouw, soms als bekering, betekent metanoia – van meta, achter, voorbij, omvormend, en noia, van nous, ziel – in werkelijkheid ‘hervorming van de ziel’. Deze vertaling bevat niets dat op verdriet of pijngevoel wijst, zoals berouw. Het doelt eerder op een ‘geheel nieuwe wijze van denken, nieuwe ideeën, nieuwe kennis en een nieuwe benadering van alles in het leven’ (The Mark, blz. 93). Wanneer dit gebeurt, zelfs in geringe mate, wordt een hoopgevender licht geworpen op het lijden, op tragische gebeurtenissen, op het gevoel tekort te schieten en op alle menselijke beproevingen. Er vindt een weder-inkeer plaats, dicht naar het innerlijk Zelf, een omvorming, niet door aandrang van buitenaf, maar door een innerlijk ontwaken.

Het meest sprekende voorbeeld van dit proces komt voor in het verhaal van de verloren zoon. We slaan allemaal van tijd tot tijd dwaalwegen in, maar het is de wil om te leren en te veranderen, als gevolg van deze ervaringen, die belangrijk is. Paulus spreekt over dit beginsel van transformatie in Romeinen (12:2): ‘U moet uzelf niet aanpassen aan deze wereld, maar veranderen door uw denken te vernieuwen, . . .’

Vóór we de waarheid beginnen te zoeken moet er eerst een dorst naar waarheid zijn. Deze dorst is een teken dat er een opening is in onze natuur om meer licht te ontvangen. Eén manier om te beginnen wordt aangegeven in de Bergrede: ‘Zoek liever eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden. Maak je dus geen zorgen voor de dag van morgen, want de dag van morgen zorgt wel voor zichzelf.’ (Mattheüs 6:33-4). Als het besef van het licht in ons groeit, ontwikkelt zich een uniek soort van symbiose tussen onszelf en onze omstandigheden. We zijn dan beter in staat de magie van iedere dag te ontdekken en aan ieder moment ‘de aandacht van het hart te schenken’, zoals een theoloog het uitdrukte. Leven in het nu, in plaats van kostbare energie te verspillen aan getob over het verleden of de toekomst, is een levenswijze die weinigen van ons hebben ontwikkeld, maar is het proberen waard. Het is een bevredigende manier om zelfbewuster deel te nemen aan de zich dagelijks ontvouwende gebeurtenissen. Sprekend over de waarde van het huidige moment, kan het goed zijn de nadruk erop te leggen dat het koninkrijk der hemelen of van god, en de hel, toestanden van bewustzijn zijn in onszelf, hier op aarde en na de dood. Op soortgelijke wijze zijn god en satan eerder krachten in ons dan buiten ons.

Het beoefenen van deugden is een voortdurende training en een heel noodzakelijk voorspel tot spiritueel ontwaken. Zonder dat, als basis voor het leven, is iedere poging om hogere bewustzijnsgebieden te ervaren niet alleen vruchteloos, maar ook spiritueel gevaarlijk. Van de deugden is liefde, onpersoonlijke liefde, die alles te boven gaat, het belangrijkst. Als men dit ene gebod van Jezus onafgebroken zou volgen, zou dat onze volledige aandacht in beslag nemen. Het is de kern van de christelijke boodschap:

Heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen, alleen dan zijn jullie werkelijk kinderen van je Vader in de hemel; want Hij laat zijn zon immers opgaan over goede en slechte mensen en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.    – Mattheüs 5:44-5

Dit gebod spreekt voor zich. De soort liefde die hier wordt bedoeld is de zuiverste en meest onpersoonlijke vorm ervan. De analogie van de zon die opgaat voor de slechten en de goeden en de regen die zegeningen schenkt aan rechtvaardigen en onrechtvaardigen, prent de ziel de waarheid in dat de natuurwetten rechtvaardig en onpartijdig zijn. Karma is een van deze wetten; ze werkt op alle gebieden van evolutie. We ontvangen precies datgene waarvoor we innerlijk gereed zijn om het te ontvangen: er bestaat geen bevoorrechting.

In hoofdstuk 7 van Mattheüs worden drie stadia van het proces van het zoeken aangegeven:

Vraag en er zal je gegeven worden, zoek en je zult vinden, klop en er zal voor je worden opengedaan.

En dan vraagt Jezus: ‘Is er iemand onder jullie die zijn kind, als het om een brood vraagt, een steen zou geven?’ Zoals brood kracht schenkt aan het lichaam, wanneer het is verteerd en opgenomen, zo moet ook wijsheid, of voedsel voor de ziel, worden opgenomen en begrepen. Door te vragen met een nederig hart, te zoeken met onzelfzuchtige motieven, geen oordeel te vellen over onze medemensen, zullen we eens kloppen en weten of we het verdienen verder te gaan. Naarmate de ervaringen van het leven zich ontvouwen, zal iedere stap ons nieuwe eisen stellen. Er is niets dat het karakter zo versterkt als zich te bevinden in de vuurlinie van het leven. Door conflicten en door lijden leren we meer over onszelf dan op enige andere wijze en worden onze sympathieën voor anderen wakker. Geduld is nodig, zodat de tijd en tegenslagen ons kunnen tonen wat we waard zijn. ‘Zie de leliën van het veld, . . .’ de stille, gelijkmatige groeipatronen van de natuur volgen gestadig en zonder haast de wegen van de geest; als we datzelfde beginsel volgen, kan dat leiden tot spirituele wedergeboorte en het tot bloei komen van het menszijn.

Wie zijn leven probeert te behouden zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van mij, die zal het behouden.    – Mattheüs 10:39

Er zijn vele stadia van spiritueel ontwaken en ieder stadium brengt een diepere betrokkenheid en een scherper besef van verantwoordelijkheid voor onze medemensen en onszelf met zich, en ook een toenemend offeren van het lagere zelf, het opgeven van alles wat tijdelijk is. Maar in deze tijd, waarin het hebben van een eigen goeroe zo populair is, is het goed om ‘op onze hoede te zijn voor valse profeten’. Er zijn altijd mensen die erop uit zijn misbruik te maken van anderen die oprecht zijn, maar ongeoefend in die dingen die noodzakelijk zijn om onderscheidingsvermogen en onzelfzuchtigheid te ontwikkelen. ‘Je zult hen kennen aan hun vruchten.’

Spiritueel eigenbelang en spirituele zelfzucht kunnen juist door hun subtiele aard tot blindheid en ambitie leiden, tot de illusie iets hoogs en bijzonders te hebben bereikt. Het is niet toevallig dat twee van de Zaligsprekingen over nederigheid gaan. ‘Zalig zijn de armen van geest’ en ‘zalig zijn de zachtmoedigen’, want ware nederigheid is het kenmerk van een waarachtig leraar; het omvat liefde, vergevensgezindheid, mededogen, en alle edele deugden. Zo’n leraar mist ijdelheid en egoïsme en ontmoedigt deze in zijn leerlingen. Wanneer deugden spontaan in daden tot uitdrukking komen, beginnen ze een deel van onszelf te worden. Totale overgave aan universele liefde vereist dat we met ons hele wezen en met absoluut vertrouwen geven:

heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand en met heel uw kracht. Dit is het eerste gebod. Het tweede is dit: heb uw naaste lief als uzelf.    – Marcus 12:30-31

Het zich bevrijden van de beperkingen van het verstand, innerlijk onderzoeken of de liefde van het hart is gericht op de schatten van de aarde, of omhoog naar de schatten van de geest, eerbied voelen voor al wat leeft, onszelf vaak herinneren aan het gebed ‘niet mijn wil maar Uw wil geschiede’, dat zijn enkele van de stappen naar innerlijke hervorming waar het Nieuwe Testament op wijst. Als we één dag tegelijk nemen en proberen de lessen van wijsheid die hij brengt te verwerken, zullen we onze eigen waarheid vinden. Iedere dag enkele momenten van rust, waarbij we onze eigen ‘binnenkamer’ ingaan en de deur sluiten voor de talloze verlokkingen van het leven, kan ons in evenwicht brengen en het besef doen groeien dat we ons dicht bij onze Vader of het hoger Zelf bevinden, dat ziet en weet aan welke dingen we behoefte hebben. Tenslotte is het niet wat we met ons verstand weten wat van het grootste belang is, maar wat we zijn en proberen te worden door een begrijpend hart.

 
Andere artikelen over christendom
 

Uit het tijdschrift Sunrise sep/okt 1986

© 1986 Theosophical University Press Agency