Broederschap: basis van de ethiek
John Van Mater, jr.

 

Hoe kunnen we ervoor zorgen dat de waarheden of ideeën van de theosofie levend en actueel in de volgende eeuw worden overgebracht? Daarvoor is nodig dat we ons in de praktijk van ons dagelijks leven wijden aan universele broederschap. Houden theosofen zich geheel aan de ethiek van de leringen zoals HPB en haar leraren die naar voren hebben gebracht? Door deze vragen te stellen is het duidelijk dat de essentiële beginselen in het leven nooit veranderen. Het is de karmische verantwoordelijkheid van ons allen ze voortdurend in ons dagelijks leven te onderzoeken en tot uitdrukking te brengen. Uit die pogingen kunnen we de wijsheid putten van een lankmoedig mededogend hart en creatieve oplossingen vinden. We kunnen tegemoetkomen aan de specifieke noden van het moment of van de tijd waarin we leven.

Ieder wezen komt ter wereld als een unieke uitdrukking van zijn goddelijke natuur en heeft een belangrijke rol te spelen. Het is waar dat wij allen deel hebben aan één kosmische essentie; toch is er een eindeloze verscheidenheid van zielen die deze eenheid echter alleen accentueert. Deze opmerkelijke diversiteit van wezens die allen innerlijk hun eigen kleur en eigenschappen hebben, vormen de mensheid. We weerspiegelen op een bepaald moment slechts bepaalde aspecten van de ene waarheid, maar toch is iedere nuance of schakering nodig om het beeld volledig te maken. Geen enkel leven is onbelangrijk, want alle pogingen het geestelijke te bereiken, of die tot mislukkingen of overwinningen schijnen te leiden, maken deel uit van het grote kosmische plan.

Er zijn veel dingen die nu en in de toekomst een uitdaging voor ons betekenen, en ze beginnen bij onszelf. Een mens is eenvoudig een microkosmos van de hele mensheid. Dat doet niets af aan de krachtige invloed die een kleine groep zeer toegewijde mensen kan hebben op het gedachteleven van allen.

Naast zelfonderzoek is voortdurende waakzaamheid noodzakelijk om de negatieve invloed van de persoonlijke en zelfzuchtige kant te weerstaan en de betere helft te laten overheersen. Er zijn veel mogelijkheden voor een creatieve uitwisseling met anderen, maar we moeten ook de sporen en patronen in het oog houden, die we als individuen door onze gewoonten hebben gemaakt. Niet al onze gewoonten zijn goed. Eén uitdaging waarmee we worden geconfronteerd is de aanzwellende golf van psychische praktijken. Op alle gebieden worden vaste patronen door een heftige opwelling van krachten en het verscheuren van sluiers vernietigd.

Het is duidelijk dat velen de positieve benadering van universele broederschap steunen, die kenmerkend is voor de overgang van deze eeuw naar de volgende. Achter alle menselijke pogingen werkt een spirituele kracht die groter is dan een organisatie. Niettemin komt het nog altijd aan op het individu – op wat we innerlijk zijn en hoe goed we broederschap in praktijk kunnen brengen. Hoe groot is onze liefde voor andere wezens?

Een van de onderwerpen van De Geheime Leer die voor mij belangrijk is, heeft betrekking op de eenheid van alle dingen, die verenigd zijn door een ingeboren goddelijke essentie en geworteld zijn in het grenzeloze; dat alles, van melkwegstelsels tot het kleinste atoomdeeltje, leeft en aan het geheel bijdraagt. Dat is een levende leer die op ieder gebied de universele broederschap in beeld brengt. Zonder de goddelijke harmonie en orde, die alle wezens in staat stellen samen te evolueren (karma), zou er geen geopenbaard leven zijn.

Er vinden diepgaande veranderingen plaats, die gelegenheid bieden voor innerlijke groei, maar die ook vol gevaren zijn als gevolg van een nieuwe bewustwording en van het zoeken langs wegen van denken waarmee we nog niet vertrouwd zijn. Er kan niet genoeg nadruk worden gelegd op de praktische ethiek van broederschap, in samenhang met karma en reïncarnatie. We moeten daarom niet alleen de positieve doorbraken die tot stand komen op hun waarde schatten, maar ook de risico’s en illusies onder ogen zien die daarmee gepaard gaan. Het bodhisattva-ideaal – leven voor anderen en het beoefenen van de paramita’s (deugden) – is de sleutel tot harmonieus handelen te midden van uiterlijke beroeringen.

We kunnen naar het verleden zien en speculeren over de toekomst, maar voor mij betekent wijsheid dat we ons nu naar de hoogste ethische normen gedragen. Het grootse, alomvattende beeld van het leven als een geïntegreerd geheel, wordt bevestigd door nieuwe wetenschappelijke ontdekkingen, vooral op het gebied van de biologie, die verklaren dat de levensvormen op aarde de noodzakelijke functies vervullen van het ene wezen – Gaia. Eindelijk beginnen we in te zien dat wijzelf niet alleen een deel zijn van Moeder Aarde, maar dat we ook tot het zonnestelsel en het heelal behoren. Dat is de eerste stap naar het verwerkelijken en demonstreren van de broederschap in het leven, en van onze ethische verantwoordelijkheid om mee te werken met de natuur in dienst van haar verheven doeleinden.

 

Uit het tijdschrift Sunrise sep/okt 1989

© 1989 Theosophical University Press Agency