Hoe kunnen we ervoor zorgen dat de waarheden of ideeën van de
theosofie levend en actueel in de volgende eeuw worden overgebracht?
Daarvoor is nodig dat we ons in de praktijk van ons dagelijks leven
wijden aan universele broederschap. Houden theosofen zich geheel aan
de ethiek van de leringen zoals HPB en haar leraren die naar voren hebben
gebracht? Door deze vragen te stellen is het duidelijk dat de essentiële
beginselen in het leven nooit veranderen. Het is de karmische verantwoordelijkheid
van ons allen ze voortdurend in ons dagelijks leven te onderzoeken en
tot uitdrukking te brengen. Uit die pogingen kunnen we de wijsheid putten
van een lankmoedig mededogend hart en creatieve oplossingen vinden.
We kunnen tegemoetkomen aan de specifieke noden van het moment of van
de tijd waarin we leven.
Ieder wezen komt ter wereld als een unieke uitdrukking van zijn goddelijke
natuur en heeft een belangrijke rol te spelen. Het is waar dat wij allen
deel hebben aan één kosmische essentie; toch is er een
eindeloze verscheidenheid van zielen die deze eenheid echter alleen
accentueert. Deze opmerkelijke diversiteit van wezens die allen innerlijk
hun eigen kleur en eigenschappen hebben, vormen de mensheid. We weerspiegelen
op een bepaald moment slechts bepaalde aspecten van de ene waarheid,
maar toch is iedere nuance of schakering nodig om het beeld volledig
te maken. Geen enkel leven is onbelangrijk, want alle pogingen het geestelijke
te bereiken, of die tot mislukkingen of overwinningen schijnen te leiden,
maken deel uit van het grote kosmische plan.
Er zijn veel dingen die nu en in de toekomst een uitdaging voor ons
betekenen, en ze beginnen bij onszelf. Een mens is eenvoudig een microkosmos
van de hele mensheid. Dat doet niets af aan de krachtige invloed die
een kleine groep zeer toegewijde mensen kan hebben op het gedachteleven
van allen.
Naast zelfonderzoek is voortdurende waakzaamheid noodzakelijk om de
negatieve invloed van de persoonlijke en zelfzuchtige kant te weerstaan
en de betere helft te laten overheersen. Er zijn veel mogelijkheden
voor een creatieve uitwisseling met anderen, maar we moeten ook de sporen
en patronen in het oog houden, die we als individuen door onze gewoonten
hebben gemaakt. Niet al onze gewoonten zijn goed. Eén uitdaging
waarmee we worden geconfronteerd is de aanzwellende golf van psychische
praktijken. Op alle gebieden worden vaste patronen door een heftige
opwelling van krachten en het verscheuren van sluiers vernietigd.
Het is duidelijk dat velen de positieve benadering van universele broederschap
steunen, die kenmerkend is voor de overgang van deze eeuw naar de volgende.
Achter alle menselijke pogingen werkt een spirituele kracht die groter
is dan een organisatie. Niettemin komt het nog altijd aan op het individu
– op wat we innerlijk zijn en hoe goed we broederschap in praktijk
kunnen brengen. Hoe groot is onze liefde voor andere wezens?
Een van de onderwerpen van De Geheime Leer die voor mij belangrijk
is, heeft betrekking op de eenheid van alle dingen, die verenigd zijn
door een ingeboren goddelijke essentie en geworteld zijn in het grenzeloze;
dat alles, van melkwegstelsels tot het kleinste atoomdeeltje, leeft
en aan het geheel bijdraagt. Dat is een levende leer die op ieder gebied
de universele broederschap in beeld brengt. Zonder de goddelijke harmonie
en orde, die alle wezens in staat stellen samen te evolueren (karma),
zou er geen geopenbaard leven zijn.
Er vinden diepgaande veranderingen plaats, die gelegenheid bieden voor
innerlijke groei, maar die ook vol gevaren zijn als gevolg van een nieuwe
bewustwording en van het zoeken langs wegen van denken waarmee we nog
niet vertrouwd zijn. Er kan niet genoeg nadruk worden gelegd op de praktische
ethiek van broederschap, in samenhang met karma en reïncarnatie.
We moeten daarom niet alleen de positieve doorbraken die tot stand komen
op hun waarde schatten, maar ook de risico’s en illusies onder
ogen zien die daarmee gepaard gaan. Het bodhisattva-ideaal – leven
voor anderen en het beoefenen van de paramita’s (deugden) –
is de sleutel tot harmonieus handelen te midden van uiterlijke beroeringen.
We kunnen naar het verleden zien en speculeren over de toekomst, maar
voor mij betekent wijsheid dat we ons nu naar de hoogste ethische normen
gedragen. Het grootse, alomvattende beeld van het leven als een geïntegreerd
geheel, wordt bevestigd door nieuwe wetenschappelijke ontdekkingen,
vooral op het gebied van de biologie, die verklaren dat de levensvormen
op aarde de noodzakelijke functies vervullen van het ene wezen –
Gaia. Eindelijk beginnen we in te zien dat wijzelf niet alleen een deel
zijn van Moeder Aarde, maar dat we ook tot het zonnestelsel en het heelal
behoren. Dat is de eerste stap naar het verwerkelijken en demonstreren
van de broederschap in het leven, en van onze ethische verantwoordelijkheid
om mee te werken met de natuur in dienst van haar verheven doeleinden.