Een terminale patiënt, een gevangene in Minnesota, vecht voor
een harttransplantatie die volgens hem nodig is om zijn vierjarige straf
te overleven, terwijl, los daarvan, dr. Jack Kevorkian vecht voor het
recht terminale patiënten te helpen bij het sterven. Op een ander
slagveld worden elk jaar honderdduizenden zwangerschappen van te vruchtbare
echtparen beëindigd, terwijl ter dood veroordeelden, wanhopig om
te blijven leven, dodelijke injecties krijgen toegediend. Terwijl mensen
over de hele wereld VN-konvooien steunen die hulp (en nieuw leven) naar
het door oorlog verscheurde Bosnië brengen, ontvangt de Hemlock
Society dagelijks meer dan tweehonderd brieven van mensen die willen
weten hoe ze zichzelf kunnen doden. Abortus, zelfmoord, euthanasie,
oorlog en de doodstraf zijn verschillende handelingen met hetzelfde
doel: een opzettelijke en moedwillige dood. Helaas zien duizenden mensen
dit als aanvaardbare keuzes – hartverscheurend misschien, maar
aanvaardbaar.
Het is moeilijk te begrijpen hoe het doden, in welke vorm ook, van
grootschalige moord tijdens oorlogen tot individuele executies zoals
bij de doodstraf, of zelfmoord, kan worden verdedigd. Komt het omdat
sommigen geloven dat een mens niet meer is dan een toevallige, onbelangrijke
verzameling atomen? Zo bekeken is een mens niet veel meer waard dan
een opgezet dier of een bankbiljet dat uit de circulatie wordt genomen
als het te vies of verfomfaaid is. Dit is de materialistische zienswijze,
maar verklaart ze werkelijk hoe we het leven ervaren? Vergeet even dat
natuurkundigen bezig zijn de grenzen van de materie af te breken en
laten we ons afvragen waarom of hoe materie zelfbewustzijn geboren doet
worden (het vermogen zichzelf te observeren en kennen), evenals onbaatzuchtigheid
(het vermogen zichzelf te vergeten of zelfs op te offeren)? Welke ‘willekeurige
groepering van atomen’ zou zich een denkbeeld kunnen vormen van
harmonie, mededogen, rechtvaardigheid of van de scheppende geest? Als
alles alleen van materie, door materie en voor materie was gevormd,
hoe zou dan een nietige eikel ‘dode stoffen’ – water,
lucht en aarde – in een torenhoge eik kunnen veranderen? Kiezen
voor de dood moet het resultaat zijn van een pijnlijke martelgang, maar
komen de sombere gevoelens van de zelfmoordenaar, of de angst van de
maatschappij die mensen met de dood straft, voort uit het lichaam?
Tegenover het materialistische standpunt staat de geestelijke visie
die het leven zelf ziet als de veroorzakende en scheppende kracht. Het
verschil tussen beide gezichtspunten, dat dode stof de oorsprong van
het heelal is of dat de geest dat is, komt overeen met het verschil
tussen zelfstandige naamwoorden en werkwoorden, zoals Buckminster Fuller
het schetste:
Ik leef momenteel op aarde,
en ik weet niet wat ik ben.
Ik ben, dat weet ik, geen categorie,
geen ding of zelfstandig naamwoord.
Ik schijn een werkwoord te zijn
een evolutionair proces –
een essentiële functie van het heelal.
Het idee dat we niet alleen een deel zijn van het heelal,
maar ook deel hebben aan het functioneren ervan onthult een geestelijke
visie die een ommekeer betekent. Het besef dat we een intrinsiek onderdeel
vormen van een dynamisch, verbonden geheel is voedsel voor de wil-om-te-leven.
Het gevoel geïsoleerd, gescheiden, nutteloos – of erger,
een last – te zijn, voedt de wil-om-te-sterven. Misschien is het
gevoel van afgescheidenheid een vervorming van de drang om een individu
te zijn. Wat het ook is en waar het ook vandaan komt, de illusie van
afgescheidenheid is dodelijk.
Maar hoe weten we dat het idee van onderlinge verbondenheid niet ook
een illusie is? Bedenk dan hoe onmogelijk het is helemaal afgesloten
van iemand of iets anders te leven. De lucht die we inademen is nog
maar één van onze intieme contacten met de aarde en het
is onmogelijk die te weigeren, omdat automatische werkingen ervoor zorgen
dat we blijven ademhalen.
Er is een tak van de medische wetenschap die dit verband niet alleen
ziet, maar er zijn geneeswijze op baseert:
Homeopathie . . . laat zien dat iedere mogelijke
ziekte die levende organismen kan aantasten haar equivalent heeft
in een of andere stof die deel uitmaakt van het organisme van de aarde.
Externe stoffen weerspiegelen psychosomatische patronen en kunnen
ziekten veroorzaken als ze in aanraking komen met het organisme, maar
ze zijn ook in staat te genezen als ze in de juiste verdunning of
‘potentie’ worden toegepast. De verschillende toestanden
van het menselijk bewustzijn en de elementen in het menselijke drama
zijn in een mozaïek van ongekende omvang gecodeerd in verschillende
minerale, plantaardige en dierlijke stoffen eenheids‘deeltjes’
van onze aarde. Ze sluimeren daarin en wachten op hun ontplooiing
op menselijk niveau.1
Een bijzonder stimulerende uitspraak, die de gedachte oproept dat in
ons mogelijk onontdekte aspecten van onszelf sluimeren, die wachten
op het moment van hun ontplooiing. Een voortijdige dood (zoals bij euthanasie
of zelfmoord) onderbreekt hun cyclussen, snijdt hun zowel als onze groeimogelijkheden
af. Misschien is het lichaam, dat wij het onze noemen, meer een hotel,
de verblijfplaats van ontelbare zich ontplooiende wezens op zichtbare
en onzichtbare gebieden. Hoe verklaren we anders onze mentale, emotionele
en lichamelijke groei van kind tot volwassene? Kunnen we ons voorstellen
dat het vernietigen van het fysieke brein ook onze geest vernietigt?
Theosofische en hindoeteksten leren ons dat de dood van het lichaam
het aardse voertuig voor het denken en voor gevoelens wegneemt, maar
niet uitwist. Volgens deze redenering wordt door de vervroegde dood
van het lichaam het lijden misschien helemaal niet weggenomen.
Er bestaat een gemeenschappelijke band tussen ons allen en de persoon
die zelfdoding overweegt, de ouder die aan abortus denkt, de soldaat
die wordt uitgezonden om te doden of gedood te worden en de ziekenhuispatiënt
die een zekere dood wacht: wij willen allen pijn vermijden. Zoals Stephen
Levine in Healing into Life and Death aanduidt, is de wens
te sterven niet dezelfde als de wens het leven te beëindigen –
het is de wens het lijden te stoppen, iets dat we allemaal willen. Maar
het verlangen naar verandering, naar een eenvoudiger, gelukkiger gezonder
leven is een luxe die we ons nauwelijks kunnen veroorloven als die ertoe
leidt de dood als een acceptabel of logisch antwoord op crises te zien.
Boeddhisten zeggen dat het lijden is te beëindigen door het beoefenen
van niet-gehecht zijn (aan leven of dood). Vanuit één
gezichtspunt is elke minuut nieuw, we sterven en worden ieder moment
geboren, en daarom raden zij ons aan de dingen los te laten; niet op
geforceerde wijze, niet op een manier voorgeschreven door ons lagere,
inhalige zelf, maar op een natuurlijke manier. Hun paramita’s
beschrijven viraga, onverschilligheid voor genot en pijn, als
een deugd, en raden af te proberen ons heelal te domineren of te beheersen.
Als we ophouden ons te verzetten tegen de onafwendbare veranderingen
die de ritmen van de natuur met zich brengen, kunnen we onze ‘verkeersagent’mentaliteit
tegenover levensveranderende gebeurtenissen, die we niet helemaal begrijpen,
matigen. Kunnen we het leven toestaan ons te leven – zonder het
te verkorten door euthanasie of te verlengen door drastische levensreddende
technieken? Kunnen we een dood vinden waarmee we kunnen leven?
Aan de dood wordt vaak gedacht als een ontsnapping, die lijkt op de
slaap; sommigen koesteren het idealistische en misschien onrealistische
idee dat na de dood alle problemen en pijn zullen ophouden. Maar als
onze innerlijke natuur zo verstoord of opgewonden is dat we ’s
nachts niet rustig slapen, hoe kunnen we dan een rustige dood verwachten?
Alle geestelijke leringen wijzen erop dat onze gedachten, gevoelens
en daden zowel het proces van de dood als onze toestand na de dood beïnvloeden,
en Raymond Moody, die heeft gewerkt met mensen met bijna-doodervaringen,
is het daarmee eens.
De opzettelijke dood, gesteld tegenover de natuurlijke dood, schijnt
minder het resultaat van filosofische overdenkingen dan van het gemis
aan enig perspectief op het leven. Als we ons voorstellen dat het leven
wordt gespeeld op een heel klein speelveldje, nemen kleine problemen
het hele veld in beslag. Als we ons het leven voorstellen als een oneindig
avontuur, worden dezelfde problemen stipjes op een onmetelijke horizon.
Elk jaar kiezen meer dan honderdduizend mensen in de hele wereld voor
het kleine spel, althans tijdelijk maar dat is lang genoeg om zich het
leven te benemen. Een paar minuten langer nadenken en ze zouden misschien
anders hebben beslist. G. de Purucker heeft gezegd dat zichzelf willen
doden betekent dat we tijdelijk onze spirituele en verstandelijke
beheersing verliezen en de feiten schijnen te ondersteunen dat zelfmoord
grotendeels een impulsieve daad is. Van 515 mensen die ervan werden
weerhouden van de Golden Gate Bridge in San Francisco te springen, probeerden
slechts 25 het later nog eens. Uit ander onderzoek blijkt dat acht overlevenden,
die in 1991 sprongen, en nog steeds in leven zijn, bevestigden dat ze
het nooit meer zouden proberen. Ze kregen tijd erover na te denken en
kozen voor het leven. Zou iedereen die de tijd krijgt erover na te denken
voor het leven kiezen?
Alle geestelijke overleveringen (evenals het gezonde verstand) raden
moord en zelfmoord af, maar wat een betrekkelijk duidelijk gebod zou
moeten zijn heeft geleid tot verrassend veel verwarring. De bijbel gebiedt
dat we niet mogen doden; maar is het weigeren van een levensreddende
behandeling hetzelfde als doden? Theosofische en boeddhistische leringen
beschrijven de continuïteit van het bewustzijn en de tijdelijkheid
van het lichaam, en wijzen erop dat de dood niet behoeft te worden gevreesd,
terwijl ze waarschuwen dat deze niet moet worden verhaast. Andere geestelijke
tradities bieden zowel richtlijnen als, naar het schijnt, tegenstrijdige
voorbeelden. In een artikel over abortus schreef Helen Tworkov: ‘De
zenteksten vertellen ons dat geen sneeuwvlok op een ongeschikte plek
valt. Hieronder vallen gewilde en ongewilde, gezonde, zieke en geaborteerde
babies; er zijn geen uitzonderingen. Maar zentuinen dulden geen onkruid.
Heeft onkruid het recht om te leven? En ongewilde foetussen?’2
Vanuit een ander perspectief lijkt ‘Gij zult niet doden’
een simpele en duidelijke uitspraak – tot het tijd is voor het
avondeten.
Wat ontbreekt is misschien een algemeen beeld van het stervensproces.
We geloven ten onrechte dat het begint in het lichaam en daarom vertraagd
kan worden in het lichaam, maar G. de Purucker verklaarde:
Ieder mens wordt geboren met een bepaalde hoeveelheid
en voorraad levenskracht; en het samengestelde wezen dat de mens is,
blijft bijeen tot het reservoir met levenskracht is uitgeput. Dan
valt het samenstel uiteen. De geest gaat naar vader zon; het reïncarnerende
ego gaat naar zijn devachan of hemelwereld van onuitsprekelijke vrede
en geluk; en de lagere delen vallen uiteen en ontbinden zich in hun
samenstellende atomen.3
Als het tijd is voor het lichaam om te sterven en de innerlijke mens
geboren te doen worden, dan zijn het, theosofisch gesproken, slechts
deze ‘lagere delen’ die wij in leven proberen te houden
met onze pogingen het leven te redden; en, theoretisch zouden we niet
in staat moeten zijn het ontbindingsproces te stoppen als de voorraad
levenskracht eenmaal is opgebruikt. Wondermiddelen kunnen de afnemende
levenskracht van het lichaam misschien tijdelijk in stand houden, want
in normale gevallen moet de strijd tegen ziekte haar behoorlijk uitputten.
Misschien dat door tussenkomst van bepaalde geneesmiddelen of technieken
onze levenskracht en daarmee ons leven een tijdje in stand kan worden
gehouden. Maar op een gegeven moment verschuift het evenwicht en worden
de levensreddende handelingen, dood-uitstellende technieken.
Als we begrijpen dat de natuurlijke dood op innerlijke gebieden begint,
verandert dat ons hele perspectief wat betreft het moment van sterven
– we beginnen te beseffen dat ons doodsproces eigenlijk een deel
van ons levensproces is. Onderbreking van de natuurlijke kringloop resulteert
waarschijnlijk in lijden. Omgekeerd heeft, volgens theosofische leringen,
het afleggen van het lichaam, wanneer het moment voor onze natuurlijke
dood aanbreekt, op het innerlijk zelf even weinig invloed als het verlies
van dood haar en nagels.
Misschien is het belangrijk om nu over het leven na te denken. Volgens
een algemeen gezegde is onwetendheid een zegen, maar Boeddha zei dat
het de bron van het lijden is. Meer dan ooit hebben we nu het vermogen
te kiezen uit een hele reeks dood-scenario’s. Mischien kunnen
we een koers bepalen tussen de technohysterie van indrukwekkende levensreddende
technieken en het pijnlijke probleem van een opzettelijke dood, door
nu de verantwoordelijkheid op ons te nemen om een visie op het leven
te ontdekken waarmee is te leven.
Noten
- Edward C. Whitmont, M.D., The Alchemy of Healing:
Psyche and Soma, Homeopathic Educational Services/North Atlantic
Books, Berkeley, California, 1993, blz. 22.
- Tricycle: The Buddhist Review, lente 1992,
blz. 69.
- Aspecten van de occulte filosofie, blz. 649.
Voor verdere inlichtingen
- Holt, George Howe, The Enigma of Suicide,
Touchstone Books, Simon & Schuster, New York, 1992.
- Weir, Robert F., red., Ethical Issues in Death
& Dying, Columbia University Press, New York, 1977.
- Levine, Stephen, Healing into Life and Death,
Anchor Books, Doubleday, New York, 1987.
- Moody, Raymond A., Jr. M.D., Leven na dit leven,
Strengholt, Naarden, 1977.
- Purucker, G. de, De Esoterische Traditie,
TUPA, Den Haag, 2001
- Rinpoche, Sogyal, Het Tibetaanse boek van leven
en sterven, Servire, Cothen, 1994.