Leven in harmonie met Moeder Aarde
Elsa-Brita Titchenell


Boekbespreking: Journey to the Ancestral Self: The Native Lifeway Guide to Living in Harmony with Earth Mother door Tamarack Song, Boek 1, illustraties door Francene Hart, Station Hill Press, Barrytown, NY, 1994; 224 blz., isbn 0-88268-178-8, paperback.

Steeds meer mensen beginnen de wijsheid te ontdekken en te waarderen in de oude gebruiken, die de natuur in staat stellen kennis door te geven aan degenen die nederig genoeg zijn om te willen leren. Journey to the Ancestral Self [Reis naar het voorouderlijk zelf] bevat geen foefjes of kunstgrepen waarmee onmiddellijke verlichting zou kunnen worden verworven. Het is eerder een wegenkaart voor onbekend terrein – alleen onbekend omdat ‘beschaafde’ mensen het lang hebben genegeerd en weigeren het bestaan ervan aan te nemen. Zoals de schrijver verklaart:

    Deze boeken bevatten weinig ceremonieel of ritueel, omdat ze gaan over de dingen waaruit ceremoniën voortkomen. De uiterlijke expressie van de geest is voor ieder van ons als persoon uniek en kan soms worden gedeeld als mensen met gelijkgestemde geest elkaar ontmoeten . . . Een ceremonie die wordt opgelegd en niet van harte wordt gevolgd, is hol en verlamd.     – blz. 9

    Dit boek is kennelijk het eerste van een reeks, want er worden volgende boeken genoemd en de lezer wordt vaak verwezen naar een later deel dat nog moet uitkomen, maar er zijn geen aanwijzingen dat de volgende delen er al zijn. In ieder geval voldoet het huidige werk heel goed als gids voor de individuele zoeker naar de harmonie van de ziel van de natuur. De lezer raakt ondergedompeld in de vrede van een geestelijke wereld, waarvan het uiterlijke omhulsel de zichtbare en tastbare aarde is die wij als vanzelfsprekend accepteren, en als het enige dat bestaat. De planten en dieren – en ook de mineralen – worden onze vrienden en gidsen tegen een prijs die niet hoger is dan de aspiratie waartoe ieder in staat is vanuit de oprechte eerbied en de onpersoonlijke liefde die de ziel van nature is aangeboren. Dit heeft weinig te maken met wat in de westerse beschaafde wereld gewoonlijk liefde wordt genoemd.

    De liefde van de Beschaafde Mens trok zich terug toen hij zich afwendde van de cultuur van de Aarde en daarmee losraakte van de Universele Liefde. Hiermee verdwenen ook de in ere gehouden tradities van haar oude wijsheid en de praktische toepassing daarvan, en wortelde de nieuwe bindende kracht, die we ‘romantische liefde’ zullen noemen, uitsluitend in denken en emotie.     – blz. 101

    Er is veel praktische wijsheid te vinden in de oude tradities en men treft goede wenken voor vele facetten van het dagelijks leven. Er zijn zelfs oefeningen om tot begrip te komen van de natuur in bredere zin, hoewel niet het type oefeningen dat iemand die louter nieuwsgierig is, of oppervlakkig van aard, als zodanig zal herkennen, want ze eisen begrip van de zoeker en een inzicht dat vreemd is aan onze zakelijke samenleving. In een hoofdstuk over kinderen en gezin lezen we:

    Kinderen zijn een geschenk. Ze worden ons gezonden als leraren; het zijn de Oude Stemmen die tot ons komen in een nieuwe vorm. Voor diegenen van ons die de weg van de beschaving bewandelen, brengen ze die dingen terug die werden onderdrukt toen we onze jeugd achter ons lieten, zoals weetgierigheid, vergevensgezindheid, eergevoel en verwondering.     – blz. 129

    De eerbied waarmee oude mensen tegemoet worden getreden, is kenmerkend voor volkeren over de hele wereld die de evenwichtige levensopvatting en kalmte waarderen van de mensen onder hen die een lang leven achter zich hebben en veel hebben gezien en ervaren. Dit is geen sentimentele achting, maar een oprechte erkenning van eigenschappen die alleen kunnen voortkomen uit een herhaling van ervaringen en een kalme acceptatie van de dingen zoals ze zijn. Bij natuurvolken worden kritiek en spot niet kwalijk genomen, maar geaccepteerd en gewaardeerd als een eer – lessen die dankbaar gekoesterd moeten worden. Het leven wordt beschouwd als een reis door een wildernis van indrukken, waarbij men zich in toenemende mate bewust wordt van de eenheid van alle wezens wat hun geestelijke wortels betreft.
    Er zijn vele juwelen van wijsheid die de mens op deze reis ter harte kan nemen, speciaal iemand die deel uitmaakt van de ‘beschaafde wereld’, waarin de uiterlijke kant met zijn beroeringen hoger wordt aangeslagen dan het primitieve brein en de primitieve zintuigen, want, zegt de schrijver, ‘het rationele brein beschouwt het leven met de diepgang en gevoeligheid van een computer die naar een zonsondergang kijkt’ (blz. 181).
    Het hoofdstuk over ‘geestelijke afstemming’ vergelijkt religie met spiritualiteit en maakt duidelijk dat die twee niet alleen ongelijksoortig zijn, maar totaal verschillende doeleinden met een heel andere boodschap dienen. Bij waarachtig geestelijk zoeken zijn geen kunstmatige hulpmiddelen nodig om het menselijk bewustzijn te verheffen tot de eenheid in het hart van het leven, want de hele natuur getuigt van het wonder dat we met de andere natuurrijken delen.

    Religie dient een algemene god die een universele boodschap brengt; Spiritualiteit dient het individu, wiens god tot hem spreekt. De praktische toepassing van Religie bestaat uit het volgen van een stel regels en richtlijnen om nader tot god te komen; de toepassing van de Spiritualiteit is het zoeken naar de Geest In Ons en haar harmonie met de Geest Buiten Ons. Het religieuze leven wordt ons opgelegd door het bovennatuurlijke; het spirituele leven komt tot bloei met het ontplooien van het natuurlijke leven.     – blz. 187

    De laatste twee eeuwen heeft zich in de hele ‘beschaafde’ (technisch volmaakte) wereld een betreurenswaardige houding ontwikkeld: de slinger heeft zich in de twintigste eeuw van een star autoritarisme bewogen naar een bijna totale anarchie, waardoor allerlei problemen zijn ontstaan. Wat we nodig hebben, is dat we ons er bewust van worden dat alle levende wezens op ontdekkingsreis zijn en dat wederzijds respect en hulpvaardigheid dé middelen zijn die een evenwichtige groei en vooruitgang van het menselijke ras bevorderen. Daardoor ontdekken we de voordelen van zelfdiscipline en een verreikende empathie met onze medereizigers – iets dat we allemaal instinctief aanvoelen, maar dat weinig mensen durven toe te passen.
    Al met al is dit een boek dat zogenaamde Beschaafde Mensen zouden moeten lezen, al was het alleen maar om begrip te krijgen voor onze Indiaanse broeders. Als de lezer daarbij ook enig inzicht krijgt in de spirituele wereld achter de uiterlijke schijn, dan is dat alleen maar goed. Het boek wekt op z’n minst een invoelend begrip in de universaliteit die zo moeiteloos wordt omarmd door mensen die dicht bij Moeder Natuur leven.

 

Uit het tijdschrift Sunrise jan/feb 1996

© 1996 Theosophical University Press Agency