Afgeschrikt door zijn omvang en de misvatting dat daarvoor een diepe
kennis van het hindoeïsme nodig zou zijn, kwam het nooit in me
op het Mahabharata van de plank te halen. Op een keer zette
ik de televisie aan, toevallig middenin een ondertitelde aflevering
van een Indiase productie van het Mahabharata — en ik
was verloren. Zesennegentig afleveringen van een uur later (plus nog
veel meer leesuren) ben ik nog steeds geboeid en verdiep me nog regelmatig
in dit fascinerende epos. Het spreekt ons op allerlei niveaus aan en,
door de eeuwen heen, hebben zowel asceten als geleerden hun leven gewijd
aan het bestuderen, vergelijken en vertalen van dit gevarieerde en omvangrijke
materiaal. Toen de serie op de Indiase televisie werd uitgezonden, moest
de dienstregeling van de spoorwegen worden aangepast omdat elke week
bijna het hele land voor de TV zat. Toen het Ramayana werd
uitgezonden gebeurde hetzelfde en kwam het hele openbare leven bijna
tot stilstand. We houden allemaal van helden — zowel bij kinderen
als volwassenen vinden heldhaftige daden weerklank — en wat is
er heroischer dan deze heldendichten. Op een dieper niveau is er altijd
die filosofische diepgang en psychologische wijsheid waardoor de verhalen
in de ziel blijven leven en we telkens weer ertoe worden aangetrokken.
Het heldendicht gaat over een heilige oorlog die wordt uitgevochten
op de vlakte van Kurukshetra op het kruispunt van het einde van het
bronzen tijdperk en het begin van het ijzeren of kalitijdperk. Men zegt
dat het kaliyuga begon bij de dood van Krishna op 17 februari 3102 v.
Chr. — waarmee we de oorlog moeten dateren op 3138 v. Chr. (in
het heldendicht stierf Krishna 36 jaar na de grote oorlog). Over het
vaststellen van de tijd waarin het heldendicht zich afspeelt wordt echter
nog steeds van gedachten gewisseld. De nog bestaande geschreven versies
kunnen in de periode van 400 tot 100 v. Chr. worden geplaatst toen de
huidige vorm werd bepaald. Het Mahabharata heeft achttien delen
of parva’s die op hun beurt in vele kleinere parva’s
of hoofdstukken zijn onderverdeeld. Er bestaan honderden verschillende
versies, die totstand zijn gekomen door aanpassingen door uiteenlopende
sekten die probeerden hun eigen religieuze opvattingen erin te brengen
(van het Adi Parva bijvoorbeeld zijn 300 versies bekend).
Men zegt dat de schrijver van de oorspronkelijke 24.000 sloka’s
(verzen) Krishna-Dvaipayana is (ook bekend als Veda Vyasa die de Veda’s
zoals we die nu kennen heeft samengesteld). Het slokametrum wordt gekenmerkt
door 32 lettergrepen die in 4 pada’s of kwartverzen van elk 8
lettergrepen worden verdeeld, en in twee of vier regels zijn opgeschreven.
Dat metrum wordt in de Sanskrietheldendichten gewoonlijk gebruikt.1
De huidige vorm van het epos omvat ruim 100.000 sloka’s, hoewel
sommige schattingen een aantal van 150.000 noemen. Pas sinds enige tientallen
jaren bestaan er tekstkritische edities die beogen oorspronkelijk materiaal
te achterhalen, waarbij het Bhandarkar Oriental Research Institute in
Poona op dit gebied het beste werk heeft verricht.
Hoewel er nog steeds nieuw materiaal bijkomt, wordt er hevig gedebatteerd
over de ouderdom van de teksten en over vragen betreffende de historische
betrouwbaarheid van beschrijvingen in het heldendicht. Velen geloven
dat het Mahabharata en ook de Purana’s niet alleen de
geschiedenis van de volkeren van India geven, maar van die van de hele
mensheid. Wetenschappers hebben vastgesteld dat de parva’s in
verschillende tijden zijn geschreven — en dat sommige veel ouder
zijn dan andere.
Een van de parva’s bevat het Ramayana. Volgens de hindoetraditie
verhaalt het Ramayana de geschiedenis van Rama en Sita, en
gelooft men dat die zich afspeelde aan het begin van het treta- of zilveren
tijdperk, dat wil zeggen kort na het einde van het satyayuga (gouden
tijdperk) — volgens de hindoetijdrekening ruwweg tweemiljoen jaar
geleden — en mogelijk dus heel oud. Omdat in de huidige archeologie
aan de mensheid een bepaalde ouderdom is toegekend, hechten wetenschappers
geen geloof aan de hindoetijdrekening.
In wat we weten van de geschiedenis van India zijn er geen controleerbare
optekeningen van een oorlog waarin miljoenen soldaten zouden hebben
gevochten en zijn gesneuveld, en evenmin van de vernietiging van Dvaraka
(het gebied dat door Krishna werd bestuurd) door vloedgolven en natuurrampen
van een omvang zoals die in het Mahabharata worden beschreven.
Dit brengt sommigen ertoe te geloven dat de heldendichten misschien
niet historisch zijn. Ondersteunend bewijsmateriaal in teksten uit andere
bronnen en landen lijken er echter op te wijzen dat deze geschriften
een mengeling zijn van zowel historie, mythe en zielenherinnering als
van ethische verhandelingen.
Waar het om gaat is dat het hele Mahabharata één
duidelijk doel heeft: het opwekken van liefde voor de waarheid en voor
juist handelen. Het hoofdthema van het verhaal vormt de draad waaraan
een diep filosofische inhoud wordt geregen. Hoewel het centrale thema
wordt verfraaid met secundaire verhalen die verschillende ethische uitgangspunten
verduidelijken, wijst het hoofdthema altijd in één richting:
het overwicht van het juiste op het onjuiste, van rechtvaardigheid op
onrechtvaardigheid, van waarheid op onwaarheid. In het verhaal van de
oorlog tussen de Kaurava’s en de Pandava’s wordt duidelijk
gemaakt dat de kant van de waarheid (vertegenwoordigd door de Pandava’s)
uiteindelijk de overwinning zal behalen. De achtergronden van deze oorlog
en de menselijke aspecten van het verhaal maken dit heldendicht zo fascinerend
— de sloka’s erin zijn de spiegel waarmee we in onze eigen
ziel zien, en waarin gevolgen van handelingen, zowel grove als subtiele,
worden blootgelegd om kritisch te worden onderzocht.
Het aantal personages in het verhaal is groot, maar men voelt algauw
een betrokkenheid bij hun welzijn en een verbondenheid met hen: met
Draupadi, de rechtschapen, mooie vrouw van de vijf Pandava-broers, met
Vidura, de wijze jongere broer van Pandu en Dhritarashtra; met Kunti,
de moeder van de drie oudste Pandava-broers — Yudhishthira, Bhima
en Arjuna; met Madri, de moeder van de jongere tweelingzonen van Pandu
— Nakula en Sahadeva. Als de karakters tot leven komen, raken
we gewend aan de vreemde namen en gebruiken.
De wijsheid van de leraren van de Pandava- en Kaurava-prinsen —
Bhishma, Drona en Kripacharya — vormen telkens weer een verrijking
van de tekst. Bhishma, patriarch van de families uit beide partijen
van het conflict, heeft een grootsheid en een formaat die hem bij allen
geliefd en gerespecteerd maken, terwijl zijn allesomvattende wijsheid
en deugdzaamheid tegenwoordig bij de hindoes nog steeds liefde en eerbied
voor hem oproepen.
Het verhaal dat het hoofdthema vormt heeft betrekking op de wedijver
om de troon van Hastinapura, waar de oude dynastie van India was gezeteld.
Omdat de jaloezie niet meer onder controle kan worden gehouden, wordt
de dynastie tenslotte vernietigd. Pandu, de tweede zoon van Santanu,
wordt koning omdat zijn oudere broer, Dhritarashtra, blind is geboren
en daarom niet geschikt wordt geacht om te regeren. Als Pandu echter
sterft, wordt hij opgevolgd door Dhritarashtra, die zich tijdens de
vele perioden dat Pandu afwezig was tot een bekwaam bestuurder van het
rijk heeft ontwikkeld. Deze lijn van opvolging vormt de basis van het
dan volgende conflict. Yudhishthira, de deugdzame zoon van Pandu en
de oudste van de Pandava-broers, is de rechtmatige troonopvolger, maar
Duryodhana, de oudste van de honderd zonen van Dhritarashtra en Gandhari,
wil koning zijn. Gandhari heeft een broer die dobbelt, Sakuni, die aan
het hof woont en Duryodhana’s jaloezie en de afgunst van de vijf
Pandava-prinsen helpt aan te wakkeren.
De familie en medestanders van Dhritarashtra, die bekend staan als
de Kaurava’s, worden aangevoerd door Duryodhana, door zijn broer
Dushasana, door Sakuni en door Karna (een beschermeling van Duryodhana
van wie de afstamming mysterieus is, en de ironie wil dat hij uiteindelijk
met de Pandava’s verbonden blijkt te zijn). Deze vier proberen
op vele manieren de vijf zonen van Pandu uit te schakelen. Dhritarashtra
en Gandhari slagen er niet in Duryodhana’s haat tegen de Pandava’s
— en met name tegen zijn tweelingbroer Bhima, de tweede zoon van
Pandu — in te tomen, en de volkeren van Hastinapura worden onverbiddelijk
de oorlog ingedreven.
Door de populariteit van de Bhagavad-Gita is Pandu’s
derde zoon, Arjuna, misschien wel de meest bekende van zijn vijf zoons.
Dit parva vertelt uitvoerig over de gedachtewisseling tussen Arjuna
en Krishna vlak voor de strijd bij Kurukshetra. Arjuna vraagt Krishna
waarom hij zou moeten vechten. Krishna, die heeft gezworen om niet zelf
te vechten maar tijdens de strijd Arjuna’s strijdwagen te besturen,
legt Arjuna uit wat zijn plicht is — in feite de verplichtingen
van allen die naar waarheid zoeken.
Men kan het heldendicht lezen als alleen maar een voortreffelijk verhaal,
want het heeft alle elementen van een goede vertelling in zich, maar
toch gaat het ook over de psychologische dilemma’s die inherent
zijn aan het leven, hoewel de betekenis van sommige episoden niet altijd
duidelijk is — elke lezer moet de episoden naar eigen inzicht
en visie interpreteren. Telkens als we een passage opnieuw lezen, komen,
zoals bij een diamant die fonkelt in de zon, nieuwe facetten en nuances
naar voren.
Het Mahabharata zegt dat het kastenstelsel zelfs voor de strijd
bij Kurukshetra in feite tot een eind was gekomen. Niet langer werden
mensen gezien als lid van een bepaalde klasse door geboorte, want rassenvermenging
had de oude manieren en codes verbroken. Met het aanbreken van het kalitijdperk
bepaalt iedereen door zijn handelen tot welke klasse hij behoort —
en is de bepalende factor daarbij of de motieven voortkomen uit wijsheid
en waarheid, uit het hartstochtelijke of emotionele aspect van de menselijke
natuur, of uit onwetendheid en duisternis (avidya of niet-waarheid).
De kshatriya, of klasse van goddelijke krijgers, die door Arjuna en
zijn medestanders wordt vertegenwoordigd, stierf tijdens deze heilige
oorlog op de vlakte van Kurukshetra uit, en we krijgen een vooruitblik
op de verdorven aspecten van het leven gedurende het kalitijdperk. Het
was de verantwoordelijkheid van deze goddelijke mensen — die zich
richtten op dharma (plicht), artha (juiste doel of
motief), karma (handelen) en vidya (wijsheid/waarheid)
— om op elk moment rechtvaardig, welwillend en menslievend te
zijn, en steeds de waarheid te beschermen en te respecteren. Tijdens
het verloop van deze achttiendaagse oorlog neemt iedereen deel aan onrechtvaardige
handelingen die de oude erecodes en ethische regels uithollen. Aan het
einde van de oorlog, als het oude waardestelsel verloren is gegaan en
het trouw zijn aan alleen de waarheid niet meer bestaat, wordt de schakel
met het verleden tenslotte verbroken. Na Kurukshetra was er nog een
kort tijdperk van rechtvaardigheid en scheen kort de zon van de waarheid
— maar het kalitijdperk was begonnen.
Gelukkig blijven in deze enorme schatkamer van wijsheid uit het oude
India de oude waarheden toegankelijk. De Bhagavad-Gita, het
meest geliefde van alle hindoegeschriften en een diepzinnige verhandeling
over oorzaken en gevolgen van het handelen, staat geheel op zichzelf,
maar als het in het licht van het gehele heldendicht wordt gezien, verkrijgt
het extra luister — want het Mahabharata heeft veel te
zeggen over de kwaliteiten en plichten van elk aspect van het leven.
Uit de Indiase productie van het Mahabharata van B.R.-T.V.
blijkt de diepe eerbied die de hindoes voor dit werk hebben en dat ze
inzien dat het een goede invloed heeft op het leven van de individuele
mensen.
Gebruik het verhaal dat dit heldendicht vertelt als
een inspiratie om uw problemen op te lossen. Het verhaal is uw wapenrusting
en uw wapen tegelijk. . . . Wees erfgenaam van het licht, van rechtvaardigheid
en van waarheid. Maak het Kurukshetra van uw hart tot geheiligde grond
— Dat is verlossing!
Wat er ook in de wereld bestaat / wat deze wereld
ook is / Het heldendicht van de wijze Vyasa verhaalt over alles wat
deze wereld is! — Vert. naar de Engelse
ondertiteling van B.R.-T.V.2
Noten
- In de heldendichten wordt ook het
trishtubhmetrum gebruikt, dat uit 4 pada's van elk 11 lettergrepen
bestaat. We vinden deze bijvoorbeeld in het Bhagavad Gita Parva,
waar verzen in dit metrum zijn ingevoegd tussen gedeelten in de
overheersende slokavorm. Het gayatrimetrum heeft 24 lettergrepen
en wordt gewoonlijk geschreven in 3 regels van elk 8 lettergrepen.
Al deze lyrische metrumvormen lenen zich voor het zingen of scanderen
van de teksten uit de vroege mondelinge traditie.
- Mahabharata, geproduceerd
en geregisseerd door B.R. Chopra en Ravi Chopra. Verkrijgbaar bij:
J. Electronics, 258 Palika Bazar, Cannaught Place, New Delhi —
110001, India.