In het diepst van ons, wat ook onze onvolkomenheden
zijn, klopt ons hart onhoorbaar met een volmaakt ritme, een samenstel
van golfpatronen en resonanties dat absoluut individueel en uniek
is, en ons toch met alles in het heelal verbindt. Door actief in contact
te komen met dit kloppende hart, kan onze persoonlijke ervaring een
transformatie ondergaan en kan op een of andere manier de wereld om
ons heen veranderen.
– George Leonard, The Silent
Pulse, blz. xii
We zien steeds meer voorbeelden van het naar elkaar toegroeien van
wetenschap en mystiek, van het elkaar ontmoeten van het westerse en
het oosterse denken. Mu Soeng Sunims Heart Sutra1
biedt een uiterst gedetailleerde, maar toch gemakkelijk te volgen, toelichting
van een van de zuilen van het boeddhisme: de Hartsutra. Dit oude geschrift
van de mahayanaschool geeft inzicht in de aard van de uiteindelijke
werkelijkheid door middel van intuïtieve wijsheid. De kwantumfysica,
die in het boek wordt gepresenteerd als het paradigma dat de westerse
manier van denken weergeeft, vertoont hier enkele interessante parallellen
mee. De schrijver maakt duidelijk dat, hoewel hij de inzichten van het
mahayanaboeddhisme in het licht van de kwantumfysica ziet, de twee niet
noodzakelijk complementair of onderling verwisselbaar zijn. Het zijn
twee werkelijkheden, van totaal verschillende orde, elk met zijn eigen
unieke achterliggende processen die naar elkaar toe blijken te groeien.
Het is interessant om te zien dat ze, hoewel ze van een verschillende
orde van werkelijkheid zijn, elkaar in een groter verband ondersteunen.
Na dit samenkomen gaan ze weer uiteen, en hun achterliggende processen
volgen hun eigen weg. De auteur probeert op een creatieve manier over
deze convergentie te schrijven, en doet dat vanuit het standpunt van
een zenbeoefenaar die streeft naar een radicaal nieuw inzicht in de
Hartsutra en de kernleer van het mahayanaboeddhisme, en ook
in de overeenkomsten van beide met het nieuwe model van het heelal volgens
de kwantumfysica.
De Hartsutra, of Maha-Prajñaparamita-Hridaya-Sutra
die in het Sanskriet is geschreven, betekent ‘het grote hart van
volmaakte wijsheid’ of ‘het hart van grote transcendente
wijsheid’. Sunim citeert de sutra (een preek van maar negen verzen,
toegeschreven aan de Boeddha) regel voor regel, en geeft een gedetailleerde
verklaring van de betekenis ervan. Tussen die toelichtingen staan, waar
dat van toepassing is, vergelijkingen met inzichten die de kwantumfysica
ons heeft gegeven. De Hartsutra is gewijd aan de leer over
sunyata, wat wordt vertaald met ‘leegte’, maar
het begrip sunyata is niet gemakkelijk te vertalen. De auteur probeert
te beschrijven hoe de denkbeelden van de wetenschap over de bouwstenen
van de materie en haar opvatting dat al het leven bestaat uit solide
onvernietigbare deeltjes, zich bij natuurkundigen die zich met het subatomaire
bezighouden, heeft ontwikkeld tot het besef dat er geen voorwerpen bestaan,
maar alleen steeds veranderende processen, ‘een continue dans
van energie’. Sunim laat zien dat er een parallel bestaat tussen
deze constatering en de ervaring van iemand in meditatie die door de
stilte in hem gaat inzien dat alles wat in de wereld bestaat maar korte
momenten van bewustzijn zijn. Hij zegt dat er ‘geen vorm bestaat
waarin deze universele energie niet overal aanwezig is; vorm en energie
doordringen elkaar voortdurend in een steeds wisselende dans van moleculen,
en scheppen zo ons heelal.’
Sunim besluit met de gedachte dat als we met wijsheid kunnen leren
van de mahayana-mystici en de ontdekkingen van de kwantumtheorie, we
de wereld kunnen helpen zich te ontwikkelen naar verbondenheid en het
accepteren van onze persoonlijke verantwoordelijkheid. Met de woorden
van een zenmeester van deze tijd: ‘Wanneer u zitmeditatie beoefent,
en er maar één moment van zou genieten, als u kalmte en
geluk in uzelf kunt bereiken, verschaft u de wereld een stevige basis
voor vrede. Als u uzelf geen vrede geeft, hoe kunt u die dan met anderen
delen?’
Door de lezer twee verschillende benaderingen aan te bieden om de werkelijkheid
te begrijpen, geeft Sunim een indrukwekkende moderne verklaring van
de Hartsutra en zijn belangrijke boodschap van sunyata. Bijna
vanzelf ervaart men een diepe verbondenheid tussen alle vormen van bewustzijn
en beseft men het effect en de invloed van ieder individu op het geheel.
Tot slot, de toestand van sunyata die leidt tot een verlossing uit het
lijden, wordt op elegante wijze tot uitdrukking gebracht in de mantra
van de Hartsutra: Gate gate paragate parasamgate bodhi
svaha, ‘Eer aan de verlichte geest die is overgestoken naar
de andere oever.’
– Andrea Walsh
Verwijzing
- Heart Sutra: Ancient Buddhist Wisdom in the Light
of Quantum Reality, Primary Point Press, Cumberland, Rhode Island,
1991; isbn 0-942795-04-0, paper, 70 blz.
Commentaar op de Hartsutra
Aan dit geschrift is in mahayanalanden altijd de hoogste verering betoond.
In China en Japan bestaan er minstens achtentwintig verschillende versies
van deze heilige bijbel van de boeddhistische scholen. De Prajñaparamitasutra
wordt gezien als de heilige moeder die de bodhisattva voedt met de amrita
(nectar) van prajña (transcendente wijsheid), en hem
leidt naar paramita (de andere oever). Het is de ‘allerhoogste
volmaking’ die aan de bodhisattva volledige verlichting schenkt,
nadat hij met succes de andere vijf paramita’s heeft verwezenlijkt:
dana (barmhartigheid), sila (deugdzaamheid), ksanti
(geduld, verdraagzaamheid), virya (kracht), en dhyana
(concentratie).
Taalkundigen die alleen de etymologie van het Sanskriet beheersten,
zonder zelfs maar een elementair begrip te hebben van het boeddhistische
denken, hebben de verspreiding van het esoterische boeddhisme in Europa
en Amerika veel schade gedaan. In het laatste decennium van de negentiende
eeuw verscheen de eerste Engelse weergave van de Prajñaparamita
in Samuel Beal’s Catena of Buddhist Scriptures [Reeks
boeddhistische geschriften]. Vervolgens verscheen een Engelse vertaling
van Max Müller in deel XLIX van zijn reeks Sacred Books of
the East [Heilige boeken van het oosten]. In de achttiende eeuw
vertaalde Hion Shon de Prajñaparamita rechtstreeks uit
het Sanskriet in het Japans, hoewel er al verschillende op Chinese teksten
gebaseerde Japanse uitgaven bestonden. Tibetaanse boeddhisten geloven
dat Boom of Bum (Prajñaparamita) de
meest onfeilbare tekst is om hen te wekken uit de illusie van samsara
(de cyclus van geboorte en dood). Er zijn ook verschillende Franse en
Duitse vertalingen in omloop, gebaseerd op onvolledige Chinese versies
of fragmentarische Sanskrietteksten.
Prajñaparamita-hridayam (hridaya betekent
hart) — de meest gecomprimeerde weergave van de sutra —
werd in het jaar 400 n.Chr. door de beroemde Indische geleerde en boeddhistische
missionaris, de eerwaarde Kumarajiva, in het Chinees vertaald, en wordt
door alle boeddhisten, monniken zowel als leken, van Tibet, China en
Japan zelfs nu nog gebruikt als een werk dat een beschermende magische
kracht bezit. Het werd in 1934 in het Engels vertaald door D.T. Suzuki
uit Japan, in 1958 door Edward Conze uit Engeland, en in 1969 door Dwight
Goddard in Amerika. De letterlijke vertaling [in het Engels] die ikzelf
heb gemaakt, en die hierna [in het Nederlands] volgt, is rechtstreeks
uit het oorspronkelijke Sanskriet.
De volledige tekst van de Grote Sutra van Prajñaparamita
werd meedogenloos door moslim-brandstichters vernietigd bij de grote
brand van de boeddhistische universiteit van Nalanda. Bij die brand
gingen miljoenen boeddhistische en hindoeïstische manuscripten
en kunstwerken verloren en vonden vele monniken de dood. Omdat de oorspronkelijke
Prajñaparamita uit honderdduizend stanza’s zou
hebben bestaan, werd ze Satasahasrika Prajñaparamita
genoemd. De tekst is in de eerste plaats bedoeld om hem uit het hoofd
te leren, en men gelooft dat de aspirant die hem eenmaal vanbuiten kent
erdoor wordt beschermd.
– Harischandra Kaviratna
Hartsutra
Prajñaparamita-hridaya-sutra
Om namo bhagavatyai arya-prajñaparamitayai!
Om! Gegroet de gezegende en edele! (die de andere oever van de meest
uitnemende bovenzinnelijke wijsheid heeft bereikt).
(In deze invocatie wordt de volmaking van bovenzinnelijke wijsheid
gepersonifieerd als de meedogende moeder van bodhi — wijsheid
— die de verlichting schenkt aan de bodhisattva’s die oplettend
de weg hebben gevolgd die is voorgeschreven voor de aspirant naar volledige
verlichting — samyak sambodhi.)
1
arya-avalokitesvaro bodhisattvo gambhiram prajñaparamitacaryam
caramano vyavalokayati sma: pañca-skandhas tams ca svabhavasunyan
pasyati sma.
De edele bodhisattva, Avalokitesvara, bezig met het beoefenen van de
diepzinnige transcendente wijsheiddiscipline, keek van boven naar de
vijf skandha’s (bundels) en zag dat ze in hun svabhava
(zelfzijn) geen substantieel bestaan hebben.
2
iha sariputra rupam sunyata sunyataiva rupam, rupan na prithak
sunyata sunyataya na prithag rupam, yad rupam sa sunyata ya sunyata
tad rupam; evam eva vedana-samjña-samskara-vijñanam.
Hier, O Sariputra, is lichamelijke vorm leegte; waarlijk, leegte is
lichamelijke vorm. Buiten lichamelijke vorm bestaat er geen leegte;
en evenmin bestaat er buiten leegte lichamelijke vorm. Wat leegte is,
is lichamelijke vorm; wat lichamelijke vorm is, is leegte. (Eveneens
geldt voor de vier bundels) gevoel, waarneming, mentaal voorstellingsvermogen
en bewustzijn (dat ze geen substantieel bestaan hebben).
3
iha sariputra sarva-dharmah sunyata-laksana, anutpanna aniruddha,
amala avimala, anuna aparipurnah.
Hier, O Sariputra, worden alle verschijnselen van het bestaan gekenmerkt
door leegte: ze worden geboren noch vernietigd, ze zijn bezoedeld noch
onbevlekt, ze vertonen geen tekort en geen teveel.
4
tasmac chariputra sunyatayam na rupam na vedana na samjña
na samskarah na vijñanam. na caksuh-srotra-ghrana-jihva-kaya-manamsi.
na rupa-sabda-gandha-rasa-sprastavya-dharmah. na caksur-dhatur yavan
na manovijñana-dhatuh. na avidya na-avidya-ksayo yavan na jaramaranam
na jara-marana-ksayo. na duhkha-samudaya-nirodha-marga. na jñanam,
na praptir na-apraptih.
Daarom, O Sariputra, is er in leegte geen lichamelijke vorm, geen gevoel,
geen mentaal voorstellingsvermogen, geen bewustzijn; geen oog, oor,
neus, tong, lichaam, of denkvermogen; geen zintuiglijk waarneembare
voorwerpen van lichamelijke vorm, geluid, reuk, smaak, of tastbare toestanden;
geen visueel element, enz., tot men komt tot geen verstandelijk-kennend
element. Er is geen onwetendheid, noch opheffing van onwetendheid, totdat
we komen tot: niet oud worden en geen dood, noch opheffing van oud worden
en dood. Er is geen lijden, geen ontstaan [van het lijden], geen ophouden
[van het lijden], geen pad [dat voert naar het ophouden van het lijden];
er is geen hogere kennis, geen bereiken (van nirvana), geen niet-bereiken.
5
tasmac chariputra apraptitvad bodhisattvasya prajñaparamitam
asritya viharaty acittavaranah. cittavarana-nastitvad atrasto viparyasa-atikranto
nistha-nirvana-praptah.
Daarom, O Sariputra, door zijn niet-bereiken (van nirvana) verblijft
de bodhisattva, die zijn toevlucht heeft genomen tot prajñaparamita
(bovenzinnelijke wijsheid), sereen in volmaakte mentale vrijheid. Door
zijn niet-bezitten van mentale belemmeringen, bereikt (de bodhisattva)
zonder angst, alle verkeerde voorstellingen te boven gekomen zijnde,
het onbereikbare (geluk van) nirvana.
6
tryadhva-vyavasthitah sarva-buddhah prajñaparamitam asritya-
anuttaram samyaksambodhim abhisambuddhah.
Alle boeddha’s, zelf bepaald hebbend te verschijnen in de drie
tijdsperioden (verleden, heden en toekomst), zijn na hun toevlucht te
hebben genomen tot de onvergelijkelijke prajñaparamita,
volledig ontwaakt in samyak sambodhi (absolute volmaakte verlichting).
7
tasmaj jñatavyam: prajñaparamita maha-mantro mahavidya-mantro
‘nuttara-mantro samasama-mantrah, sarva-duhkha-prasamanah, satyam
amithyatvat. prajñaparamitayam ukto mantrah. tadyatha: gate
gate paragate parasamgate bodhi svaha. iti prajñaparamita-hridayam
samaptam.
Daarom moet de prajñaparamita worden erkend als de
grote mantra, de mantra van grote wijsheid, de meest verheven mantra,
de onvergelijkelijke mantra en de verzachter van al het lijden; ze is
de waarheid omdat ze niet onwaarheid is. Dit is de mantra verkondigd
in prajñaparamita. Deze luidt:
gate, gate, paragate, parasamgate bodhi svaha!
Gegaan, gegaan, gegaan naar ginds (naar de andere oever); volledig
gegaan naar de andere oever! O verlichting! Het zij zo! Heil!
Zo eindigt Prajñaparamitahridayasutra.
—
Naar de Engelse vertaling van dr. Harischandra Kaviratna.