Helden van de mensheid
Harry Young

 

Er is een onveranderlijke kern van waarheid in elke mythe, al kan deze op vele manieren zijn beschreven, en kunnen details verschillen. Het fantastische karakter van de gebeurtenissen die elkaar in een mythe opvolgen, heeft velen ertoe gebracht te ontkennen dat ze werkelijk kunnen zijn gebeurd of enige relevantie hebben voor hun dagelijks leven; in plaats daarvan zien zij ze liever als fictieve sprookjes zonder basis van tastbare waarheid. Wanneer men echter dieper in de symboliek en allegorie van de mythen en de zoektocht van de held duikt, ziet men verder dan de illusies opgewekt door de woordelijke tekst. Dan komen er waarheden met een diepere betekenis te voorschijn die belangrijke aanwijzingen bevatten voor de manier waarop we ons dagelijks leven kunnen leiden.

Om te beginnen kunnen we ons afvragen wat de oorsprong van een mythe is. Eigenlijk is er geen oorsprong, omdat de waarheden in mythen even oud zijn als wijzelf en een wezenlijk deel vormen van het universum zelf. Mythische afbeeldingen en symbolen staan voor dat wat tenslotte mysterieus en onkenbaar is, maar kunnen toch het pad verlichten voor onderzoekende zielen. Naar men zegt brachten hogere wezens die van vitaal belang zijn voor onze evolutie deze waarheden eeuwen geleden opnieuw tot leven in het denkvermogen van de vroege mensheid. Door onze voorvaderen samengestelde verhalen – die herinneringen wakker roepen – werden geschreven om gecodeerde informatie weer in omloop te brengen door middel van het symbool als hulpmiddel voor het geheugen, van associatie en tot op zekere hoogte van amusement – dit laatste diende als manier om de aandacht te trekken en vast te houden.

Naarmate verschillende culturen opkwamen, verscheen een verscheidenheid aan personages, vandaar de vele namen voor de koning van de goden, de vele helden, en de veelheid van misleiders. Hoewel de namen verschillen, is er een onderliggende eenheid waarover H.P. Blavatsky in De Geheime Leer (2:331) zegt:

De verbeelding van de massa, hoe wanordelijk en slecht beheerst deze ook is, kon nooit zoveel monsterlijke figuren, zo’n rijkdom aan buitengewone verhalen uit het niets hebben verzonnen en voortgebracht, als zij niet als kern daarvan die zwevende, duistere en vage herinneringen had gehad, die de gebroken schakels van de keten van de tijd verenigen om daarmee de geheimzinnige droomachtige grondslag van ons collectieve bewustzijn te vormen.

Deze ‘bijzondere sprookjes’ spreken paradoxaal genoeg zowel de hogere als lagere aspecten van onze aard aan. Het materiële zelf wordt aangetrokken door het beeld van de klassieke held – pure moed, scherp intellect, discipline en algehele kracht – maar begint langzaam de geestelijke waarde te beseffen van het betreden van het pad van de held. Ondertussen weet en ziet het spirituele zelf uit vroegere ervaring de waarheid daarin en put daaruit kracht.

Laten we eens een mythisch heldenavontuur bezien. Wat is een held? De beschrijvingen variëren: een man met uitzonderlijke moed of bovennatuurlijke vermogens, een halfgod. Zijn tocht wordt gewoonlijk in drie fases verdeeld: het afscheid van deze wereld door de held; de inwijding waarbij hij na in een andere werkelijkheid te zijn binnengetreden, strijd levert tegen vijanden die hem willen overmeesteren; en de terugkeer naar deze wereld na voltooiing van de zoektocht met een trofee of elixer dat de mensheid sterkt op haar eeuwige zoektocht.

In een toestand van relatieve harmonie hoort de held zijn roeping. Deze kan iedere vorm aannemen, van een innerlijke impuls die hem naar het onbekende drijft tot een fysieke gebeurtenis waardoor hij zich laat leiden. Dit laatste zien we in de Griekse mythologie wanneer Jason, nadat het koninkrijk van zijn vader door Pelias is verwoest, de taak aanvaardt het Gulden Vlies te zoeken dat hem in staat zal stellen zijn recht op de troon weer op te eisen. De gebeurtenis die een voorbode van de roeping is, is vaak omgeven door tragedie en wanhoop, wat dan de held aanspoort om in actie te komen. Hij laat zich nooit tot aanvaarding dwingen want hij weet dat het zijn plicht is en hij voelt een drang om de taak op zich te nemen. Bovendien is de roeping nooit een toevallige gebeurtenis, hoewel dat misschien zo lijkt, omdat niets toevallig gebeurt. Eerder is het zo dat deze precies past in een opeenvolging van gebeurtenissen waarvan de betekenis pas later tijdens de reis duidelijk zal worden.

Als hij zijn roeping en de daaropvolgende lessen van zijn mentor volgt – meestal een oude ervaren man die een gunst aan de jonge beschermeling moet geven, zoals een amulet of wijze woorden – is de held gereed de grote barrière naar het onbekende te nemen, waar hem een fantastisch avontuur wacht.

Zodra hij op pad gaat, begint de held op moeilijkheden te stuiten en hier ontmoet hij die innemende figuur – de misleider, die de rol van katalysator vervult. Hij verleidt de held op het meest onverwachte moment tot het gevaar, zodat hij zijn moed en wijsheid kan tonen, besluit de test te ondergaan, de beproeving doorstaat, en verder kan gaan naar zijn doel. Aanvankelijk lijken deze misleiders ondeugende, schalkse wezens, maar heimelijk kunnen ze weldoeners zijn. Deze dubbelzinnigheid is evident bij de Oceanische Maui, die zich in één sprookje in de slapende godin Hine-Nui-Te-Po dringt; een daad waardoor hij denkt de dood te kunnen overwinnen. Maar zij wordt wakker en doodt hem, waardoor de mens nooit onsterfelijk zal kunnen zijn. Op een ander moment vangt Maui de zon en vertraagt zijn beweging waardoor de dagen lengen en de Polynesiërs meer tijd hebben om hun eten te koken.

Natuurlijk is de held niet zeker van de bedoelingen van de misleider. Ze hebben vele vermommingen maar manifesteren zich meestal als dieren waarvan zij de bijzondere eigenschappen aannemen om bepaalde doelen te verwezenlijken. Diersoorten variëren geografisch en naar cultuur, hoewel wereldwijd veelvuldig verschijningen van raven, spinnen en hazen voorkomen.

Vooral in de Griekse mythologie wordt de misleider vaak door een goddelijke entiteit in het drama geïntroduceerd, zoals bijvoorbeeld door Zeus – de eeuwige Vader bij wie de held boetedoening moet zoeken door middel van zelfdiscipline, onzelfzuchtigheid en moed. Zowel fysieke beproevingen als morele en mentale dilemma’s worden op zijn pad gebracht. Denk aan de harpijen, wezens met lichamen en vleugels van vogels en hoofden van toverkollen, die door de goden als straf werden gezonden om koning Phineus van Thracië te kwellen naar aanleiding van zijn wreedheid en misbruik van de gave van helderziendheid. Jason en de Argonauten moeten de harpijen verslaan voordat Phineus waardevolle informatie verschaft die hen naar Colchis en het Gulden Vlies leidt.

Ontdaan van het gepersonifieerde beeld is de misleider een karmisch gevolg van oorzaken die in beweging zijn gezet, en daarom een aspect van het bewustzijn van de held. Maar intuïtie en wijsheid zijn nodig om de afstand tussen de hogere en lagere delen van de aard van het individu te overbruggen. Als de held probeert zijn goddelijke bestemming te ontlopen, levert hij strijd om een houvast te krijgen, vecht om terug te keren naar het pad, slechts om te worden opgewacht door de misleider of door een val die door hem is gezet.

Het verslaan van de misleider is noodzakelijk. Zijwegen zijn geen optie, want de uitdagingen die hij vormt komen van binnenuit en kunnen daarom niet worden ontlopen. De oplossing komt echter ook van binnenuit en is altijd als gids aanwezig, die dient als een bron van waarheid waaruit de held kracht put.

Na het overwinnen van alle misleiders en voordat de held zijn doel bereikt, moet hij de ouderfiguren ontmoeten: vereniging met de Moeder en eenwording met de Vader. De Moederfiguur verschijnt in vele gedaanten waarvan de mytholoog Joseph Campbell de karakteristieke trekken omschrijft:

De vrouw vertegenwoordigt in de beeldende taal van de mythologie de totaliteit van het kenbare. De held is degene die kennis vergaart. Als hij vooruitkomt in de langzame inwijding die het leven is, ondergaat de vorm van de godin voor hem een reeks transfiguraties: ze kan nooit groter worden dan hijzelf, hoewel ze hem altijd meer kan beloven dan hij tot nu toe kan begrijpen. Ze lokt hem, leidt hem, gebiedt hem zijn ketenen te verbreken. En als hij haar niveau kan evenaren, worden de twee, de kenner en het gekende, vrij van elke beperking.     – The Hero with a Thousand Faces, blz. 116

Na deze verzoening moet de held eenwording met de Vaderfiguur bereiken. In mythen wordt de schat altijd bewaakt door een draak of monster groter en krachtiger dan welke misleider dan ook, waarbij de voorafgaande beproevingen de held hebben voorbereid op deze laatste confrontatie omdat zonder de daarvóór tentoongespreide onbevreesdheid – die nu hoog wordt aangeslagen evenals ervaring en wijsheid – hij niet gereed zou zijn. De Vader buiten is de Vader binnenin en kan in de mythe de draak zijn. Blavatsky omschrijft deze symboliek in De Geheime Leer (2:429):

Verder blijkt dat de ‘oorlog in de hemel’ in een van zijn betekenissen betrekking heeft op die verschrikkelijke worstelingen die de kandidaat voor adeptschap te wachten staan, tussen hemzelf en zijn (door magie) verpersoonlijkte menselijke hartstochten, waarbij de innerlijke verlichte mens ze moest doden of moest falen. In het eerste geval werd hij de ‘drakendoder’, omdat hij alle verleidingen op gelukkige manier had weerstaan; en een ‘zoon van de slang’ en zelf een slang, omdat hij zijn oude huid had afgeworpen en in een nieuw lichaam was geboren, waarbij hij een zoon van wijsheid en onsterfelijkheid in eeuwigheid werd.

De sleutel tot die eenwording is volkomen onzelfzuchtigheid en totale overgave aan vertrouwen en geloof in het almachtige mededogen van de Vader binnenin.

De held wordt daarna beloond voor zijn inspanningen met een trofee van onschatbare waarde, bijvoorbeeld het Gulden Vlies, de Heilige Graal of de Schone Slaapster (Doornroosje). De keuze is dan of men de beloning aanwendt voor persoonlijk gebruik dan wel om anderen goed te doen, en hier zien we het denkbeeld van de twee buddhische paden.

Bij het bereiken van de drempel van nirvana moet de aspirant de beslissing nemen om òf een pratyekaboeddha (het Sanskriet pratyeka betekent ‘alleen voor zichzelf’) te worden òf een bodhisattva (‘iemand van wie de essentie wijsheid is’). Dit besluit is echter gebaseerd op een keuze die hij vele levens, zo niet eonen, geleden maakte om een speciaal pad te volgen en is een karmische afspiegeling van het pad dat hij is gegaan. De pratyekaboeddha keert de mensheid de rug toe en treedt binnen in onuitsprekelijke gelukzaligheid – nirvana. Diegene die het edeler pad van de bodhisattva neemt, wijst de nirvanische gelukzaligheid echter af om terug te keren en de mensheid te helpen op het pad dat hijzelf met succes heeft afgelegd.

Wanneer we de reis van de archetypische held vergelijken met het pad van de bodhisattva, zien we veel overeenkomsten. Beiden nemen het initiatief voor hun eigen avonturen, beiden overwinnen fysieke en mentale beproevingen van pijn en lijden, overwinnen hun angsten met niet aflatende vastberadenheid en zien af van hun persoonlijke doelstellingen om de behoeftigen te helpen – alles in naam van mededogen, de drijvende kracht.

De meedogende aard van de bodhisattva is ook buiten het boeddhisme bekend; mededogen is echter niet altijd de eerste kwaliteit waar we aan denken als we een held in ogenschouw nemen. Misschien zijn het de eigenschappen van een fantast of krijger die ons het eerst opvallen. Maar onderweg is de ideale held altijd meedogend, denkt nooit aan zijn eigen behoeften, en is zich alleen van de noden van anderen bewust. En als hij tijdelijk van zijn pad moet afwijken om aan zijn plicht tegenover de behoeftigen te voldoen, zal hij dat doen. Bedenk dat de Argonauten de tijd namen om vallen uit te zetten voor de harpijen die Phineus tergden. Voor hun moeite werden ze beloond met waardevol advies. Deze tijdelijke ‘onderbrekingen’ doen geen afbreuk aan de voortgang van de zoektocht: de beproevingen vallen samen met de zoektocht en zijn nodig voor het uiteindelijke succes omdat ze natuurlijke kansen bieden om de held op alle mogelijke manieren te testen en zo beetje bij beetje bijdragen aan zijn rijke ervaringen.

Met de heldenmythe hangen vele niveaus van dualiteit samen. Deze doordringt inderdaad alles. Eigenlijk gaat het om een conflict tussen goed en kwaad, en die tegenpolen hebben ontelbare manifestaties. De mythe vertegenwoordigt de strijd in ieder van ons om dichter bij de waarheid te komen. Wij, als de held of potentiële bodhisattva, zijn op het pad naar het al-goede, en streven daarbij altijd naar waarheid en bevrijding voor allen. Dit is de voorwaartse gang van de evolutie. Het kwaad daarentegen staat ons in de weg en verschijnt als een symbolisch monster dat ons altijd belemmert in onze zoektocht.

Als we nog dieper gaan, ontdekken we dat elke manifestatie op zichzelf een symbool is. De mens codeert en decodeert geheugen-informatie door het gebruik van symbolen. Een bepaalde mythe (of mythen in het algemeen) kan worden gezien als een halsketting die iedereen past, waarbij de kralen symbolen zijn die door de onbreekbare draad van waarheid worden bijeengehouden. Het ontcijferen en begrijpen van mythen en van de zoektocht van de held, in het bijzonder wanneer we theosofische sleutels toepassen, kan van onschatbare waarde zijn doordat het ons op weg helpt naar de ethos van het pad van de bodhisattva.

We identificeren ons met de held omdat we in de eeuwige kwaliteiten die van hem uitstralen, boodschappen herkennen van ons hogere zelf. Door te trachten te streven naar de onzelfzuchtige daden en deugden van de archetypische held, gehoorzamen we aan de roep van onze innerlijke god die ons door de evolutie leidt.

 
Andere artikelen waarin verschillende religies, tradities, of mythen met elkaar worden vergeleken
 

Uit het tijdschrift Sunrise sept/okt 1999

© 1999 Theosophical University Press Agency