De beschaving zoals wij die kennen heeft zich gedurende tenminste de
laatste 6000 jaar gestaag ontwikkeld. Men schat dat de bevolking en
de technologie gedurende deze periode bijna exponentieel zijn gegroeid.
Ons idee van een eenvoudige lineaire ontwikkeling van de maatschappij
vanaf het stenen tijdperk tot heden is niet langer houdbaar. Men herkent
cyclische processen in de geschiedenis van iedere cultuur: er is sprake
van een proces van opkomst en neergang, van bloei en verval, vernieuwing
en regeneratie. Fundamentele vragen die zelden worden gesteld zijn:
Waar kwam de impuls voor een beschaving vandaan? Waren de grotbewoners
een product van geleidelijke opklimming via het proces van darwinistische
evolutie? Of waren zij de gedegenereerde overblijfselen van een voorafgaande
beschaving? Is de beschaving van de aarde zelf cyclisch? Als dat zo
is, wat kan die vroegere beschaving dan zijn geweest?
Vele spirituele en mythologische wereldbeschouwingen zien de werkingen
van de natuur als iets dat plaatsvindt van boven naar beneden en van
binnen naar buiten – in plaats van de moderne westerse opvatting
dat de ontwikkeling van onderop in opwaartse richting gaat. Culturen
waarvan de wortels veel verder in de tijd teruggaan dan de onze zeggen
dat er een zich herhalende cyclus van beschaving is geweest –
verschillende fasen of opeenvolgingen binnen de mensheid die onze aarde
bevolkt. In afwijking van de moderne wetenschap huldigt de theosofie
het standpunt dat wij de vijfde mensheid zijn in de miljoenen en miljoenen
jaren dat de mensheid de aarde heeft bewoond. De voorafgaande wereldomvattende
beschaving, die in de mist van de prehistorie is opgelost, noemt ze
de Atlantische beschaving. De drie mensheden die voorafgingen aan de
Atlantische worden aangeduid als de Lemurische, Hyperborische en de
‘Zelf-geborene’.
Onder Atlantis verstaat men tegenwoordig in het algemeen een klein
continent of eiland in het midden van de Atlantische Oceaan dat ongeveer
12.000 jaar geleden verzonk. Het idee berust op Plato’s verhaal
in zijn Critias en Timaeus van een verloren, verzonken
eiland waarvan de ooit edele beschaving in haar periode van neergang
veel van de prehistorische volkeren in het Middellandse-Zeegebied aan
zich onderwierp.
Men heeft veel gespeculeerd over de bron van het verhaal over Atlantis.
Het eiland van Plato is afwisselend vereenzelvigd met Ierland, de Britse
eilanden, de Canarische eilanden en Bermuda. De daarmee gepaard gaande
overstromingen en verwoesting door water zijn in verband gebracht met
overstromingen aan het einde van de laatste ijstijd. De kandidaat waaraan
onderzoekers tegenwoordig de voorkeur geven is het eiland Thera, nu
Santorini geheten, in de Egeïsche Zee voor de kust van Griekenland.
Rond 1640 v. Chr. werd een aantal zich ontwikkelende nederzettingen
uit de bronstijd op het eiland bedolven ten gevolge van een hevige vulkanische
uitbarsting, waarbij de Minoïsche beschaving op Kreta kennelijk
werd weggevaagd.
Het theosofische perspectief plaatst Atlantis in een bredere context.
Hier verwijst Atlantis naar een wereldomvattend stelsel dat de totaliteit
van de continenten van de aarde omvat zoals die veranderden gedurende
een enorme periode van ca. negen tot één miljoen jaar
geleden. Het eiland waarover Plato sprak en dat de naam Poseidonis kreeg,
was slechts het laatste kleine overblijfsel.
Volgens de theosofische traditie bestonden de Atlantiërs uit talrijke
culturen die wereldwijd over miljoenen jaren hun bloei hadden. Maar
deze collectieve beschaving van de mensheid degenereerde en zakte op
verschillende delen van de aarde geleidelijk in, wat volksverhuizingen
van de overlevende inwoners tot gevolg had. De Griekse mythen van de
oude Titanen die de jongere Olympiërs bevochten kunnen worden geïnterpreteerd
als een beschrijving van de overgebleven groepen Atlantiërs die
vanuit Atlantis door het Middellandse-Zeegebied trokken en in aanraking
kwamen met de vroege Egyptische en Griekse culturen. Zulke verhalen
zijn ook bewaard in de heldendichten van India, waar de Rakshasa’s
uit het zuiden strijd leveren tegen het nieuwe ras van de Bharata’s
uit het noorden. De term rakshasa duidt nu op een ‘demon’,
maar tegen de achtergrond van de oude Indiase mythen waren ze misschien
de overlevenden van een voorafgaand tijdperk van de mensheid, dat zijn
oorsprong had op het continent waarvan men zegt dat Sri Lanka een overblijfsel
is.
Atlantis wordt door wetenschappers gewoonlijk beschouwd als ‘alleen
maar een mythe’ die door Plato werd verteld. Maar voor antieke
beschavingen waren mythen beschrijvingen en formuleringen van de gang
van zaken op de wereld. Tegenwoordig beschouwen maar heel weinig mensen
wetenschappelijke theorieën als mythologie, maar over 500 jaar
denkt men daar misschien anders over. Men zou kunnen zeggen dat de huidige
wetenschappers er hun eigen mythologie op nahouden: een verhaal over
bewegende continenten, verschuivende tektonische platen en de opkomst
van de moderne mens uit mensapen. Wetenschappers weten deze
dingen niet werkelijk, hoewel er vaak over wordt gesproken alsof het
feiten zijn. Het zijn theorieën, interpretaties, of ‘mythen’
die een poging doen te verklaren hoe een bepaalde beschaving zichzelf
en haar wereld ziet.
In 1596 stelde de Vlaamse cartograaf Abraham Ortelius voor dat Amerika,
Afrika en Europa ooit aan elkaar hebben vastgezeten, maar dat ze vervolgens
door aardbevingen en overstromingen van elkaar zijn afgeraakt. Hij kwam
tot die theorie door naar kaarten van de kustlijnen van de drie continenten
te kijken. Ortelius deed de suggestie dat Amerika het verloren continent
Atlantis was, dat in plaats van te zinken zich had afgescheiden van
de andere continenten en was afgedreven. De kern van zijn idee komt
overeen met de huidige theorie over de verschuiving van continenten
die in 1912 door Alfred Wegener werd voorgesteld. De wetenschap stelt
zich continenten nu voor als rustende op tektonische platen, enorme
landmassa’s die zich zeer langzaam over de oppervlakte van de
aarde verplaatsen. De geologische platen van de aardkorst ‘drijven’
over de gedeeltelijk gesmolten buitenste mantel. Pas de laatste veertig
jaar wordt deze theorie door geologen serieus genomen.
De theorie van de drijvende continenten is nog steeds in ontwikkeling.
Veel op het gebied van de dynamische en catastrofale processen van de
geologie is nog niet aan de wetenschap bekend. Wanneer geologen langs
intellectuele en theoretische weg vroegere veranderingen in de configuratie
van continenten trachten te reconstrueren, wordt daarbij aangenomen
dat de spelers dezelfde zijn gebleven. Maar er zijn onbekende stukjes
van de puzzel die de wetenschap nog niet heeft erkend, en sommige van
die stukjes zouden heel goed continentale delen kunnen zijn die zijn
verzonken en in de mantel van de aarde zijn terechtgekomen. Geologen
weten al dat grote delen van de oceaanbodem verdwenen zijn in de diepten
van de mantel. Er is in feite maar heel weinig over van de oorspronkelijke
oceaanbodem. Deze raakt onder de mantel en wordt daarin weer opnieuw
opgenomen, en bij dat proces ontstaan diepe troggen in de oceaan, zoals
de Marianentrog bij Guam en Atacamatrog voor de westkust van Zuid-Amerika.
Maar hoe zit het met de verzinking en het weer omhoogkomen van hele
continenten en continentale platten? Er bestaan vele verhalen over stukken
land die nu zijn verzonken. De legenden van koning Arthur bijvoorbeeld
vertellen ons dat er in het zuidwesten van Engeland nabij Land’s
End een land was dat grensde aan het schiereiland Cornwall dat Lyonnesse
heette en dat sindsdien in zee is verzonken. Een ander voorbeeld is
de oude stad Ys waarover in de Bretonse legende wordt gesproken. Zij
zou buiten de zuidelijke kaap Finistère in het Franse Bretagne
zijn verzonken, direct ten zuiden van Cornwall. Volgens de legende was
haar lot een bestraffing voor haar verdorvenheid.
Al meer dan tien jaar worden in het kader van het Ocean Drilling Program
dat wordt uitgevoerd door een internationaal consortium van wetenschappers
en onderzoeksinstituten, boormonsters genomen in de Indische Oceaan.
In 1988 boorde men in een verzonken plateau voor de kust van Noordwest
Australië, en de boringen lieten lagen van sedimentaire afzettingen
zien die dateren uit het late Trias, 220 miljoen jaar geleden. Deze
sedimentaire rotsen werden gevormd uit klei en slib die niet werden
afgezet in de diepten van de oceaan, maar leken eerder te zijn ontstaan
uit afzettingen op de bodem van ondiepe zeeën of rivierdelta’s
langs de kustlijn. De conclusie van de geologen is dat het plateau inderdaad
is verzonken.
Honderden kilometers ten westen van Australië in de Indische Oceaan
onderzocht het Ocean Drilling Program een verzonken plateau dat Broken
Ridge wordt genoemd. Deze omvangrijke formatie groeide zo’n 90
miljoen jaar geleden uit de oceaanbodem omhoog als gevolg van een aantal
vulkanische uitbarstingen. Wetenschappers concluderen dat delen van
het plateau waarschijnlijk bedekt waren met aarde en vegetatie, want
in het sediment vindt men klei, slib en kleine stukjes hout. Blijkbaar
begon het plateau vervolgens langzaam in de oceaan te verzinken. Kalksteen
met daarin fossielen van op zee-egels lijkende dieren en van andere
dieren getuigen dat het plateau zich ooit op geringe diepte bevond.
De laatste 60 miljoen jaar is dit gebied echter in versneld tempo weggezakt,
en het ligt nu ongeveer 1500 meter onder het oppervlak van de oceaan.
Diep in de Atlantische Oceaan, ruwweg op de evenaar zo’n 800
kilometer ten westen van Afrika, heeft men in het sediment lagen ontdekt
die bestaan uit zoetwaterdiatomeeën (eencellige algen met een kiezelskelet).
Het is mogelijk dat dit deel van de Atlantische-Oceaanbodem zich ooit
aan de oppervlakte bevond en sindsdien is verzonken.
Door welk mechanisme verzinken delen van continenten? Een aanwijzing
vinden we wellicht in de instabiliteit van de aarde. Volgens de gangbare
theorieën is de botsing van de Indische met de Aziatische tektonische
plaat een gestaag aanhoudende crash in slow-motion die nog steeds de
bergketen van de Himalaya omhoogduwt. De hoogte van de Himalaya fluctueert
voortdurend ongeveer dertig centimeter als gevolg van het dynamische
en onstandvastige duwen van het Indische subcontinent tegen het Aziatische
continent. Hoe stabiel zijn de spanningen op de tektonische platen van
de aarde? De Himalaya neemt voortdurend in hoogte toe, maar is er ook
een proces in omgekeerde richting? Als bergen eenmaal zijn geplooid
en gegroeid, en de tektonische krachten veranderen, kunnen bergen dan
deels instorten of wegglijden? Onder het huidige Europa en Noord-Afrika
hebben wetenschappers onlangs aanwijzingen gevonden voor een immense
plaatvormige stroom van heet mantelgesteente dat uit het binnenste van
de aarde omhoogkomt. Men verwacht de komende tienduizenden jaren niets
rampzaligs, maar door hitte van de ondergrondse continentale plaat kan
de onderzijde van de aardkorst in West-Europa misschien gaan ‘koken’,
waardoor deze dunner begint te worden en zich begint te verspreiden.
Kan een deel van het proces van het verzinken van land worden verklaard
door vulkanische activiteit diep onder de grond waardoor voldoende scheuren
ontstaan om een landmassa te ondermijnen en haar tot zinken te brengen
zodat ze onder de aardoppervlakte wordt gedreven?
Gegeven de Atlantismythe kunnen we zeggen dat beschavingen zowel figuurlijk
als letterlijk opkomen en ten onder gaan. En we zouden ons best kunnen
afvragen waarom. Werpt de aarde ons ‘van haar rug af’ door
middel van rampen? De Grieken noemden moeder aarde Gaia. Als we de moderne
Gaia-hypothese die door J.W. Lovelock naar voren is gebracht combineren
met de theorie van de morfische resonantie van Rupert Sheldrake, dan
houdt dit een nauwe verbinding in tussen de energievelden van onze handelingen
en gedachten en de energievelden van de aarde en haar dynamische processen.
In de theosofische opvatting werken ieders handelingen, gedachten en
emoties op een of andere wijze in op die van alle anderen en beïnvloeden
zelfs de aarde. Misschien is een van de redenen dat de verschillende
continentale fragmenten van Atlantis door processen heengingen van geologische
omwenteling en verdwijning onder water, dat deze werden teweeggebracht
door de gedachtepatronen en handelingen van de Atlantiërs –
zoals in het Franse verhaal over Ys.
Theosofie en vele andere wereldbeschouwingen en filosofieën zien
de cyclische aard van het leven dat zich voortdurend opnieuw belichaamt
– in beschavingen, culturen en individuele mensen. Als dit idee
enige waarheid bevat, wat houdt dit dan in voor ons hier en nu? Zijn
wij wederbelichamingen van de Atlantiërs? Waren onze gedachten
en handelingen van toen, en zijn onze gedachten en handelingen van nu,
op een subtiele wijze die we niet begrijpen verbonden met de aarde en
haar rampen – zoals aardbevingen, vulkanische activiteit en overstromingen?
Want zoals we denken, zo zijn we. Want zoals we denken, zo zijn de
dingen. Het uiterlijke leven van de planeet verandert snel
door onze op onszelf gerichte gedachten en onze behoefte om te willen
domineren en beheersen. Wie weet welke subtiele, maar buitengewoon krachtige
effecten onze gedachten en gevoelens hebben op het innerlijke leven
van de levende aarde? We dienen zowel de kracht van onze eigen geest
te ontdekken als die van de natuur, en de dynamische wisselwerking daartussen
te begrijpen – zowel inwendig als uitwendig – opdat we de
verantwoordelijkheid van de mensheid als dat deel van de aarde
leren kennen dat bewust het verfijnde evenwicht van alle leven bewaakt.
Want verantwoordelijkheid kan wel worden genegeerd, maar men kan er
nooit aan ontsnappen.