Als alle knopen die het hart verstrikken, worden
doorgesneden, zelfs tijdens het leven hier op aarde, dan wordt een
sterveling onsterfelijk. – Katha
Upanishad II.iii.15
Waarom maken we nieuwe innerlijke knopen of trekken we oude knopen
strakker aan? In ieder mens is een hogere en een lagere natuur. De hogere
leidt tot innerlijke kracht, visie, vrede, en liefde, de lagere tot
zwakheid, bekrompenheid, onevenwichtigheid, en egoïsme. We maken
knopen in ons hart door onze hogere natuur buiten te sluiten en de verlangens
van de lagere natuur te volgen. Soms doen we dit omdat we ons niet bewust
zijn van ons hogere zelf of omdat we meer vertrouwen stellen in ons
lagere zelf. Wat de reden ook is, onze hogere natuur roept ons voortdurend,
en we kunnen haar rustige stem horen wanneer we de luidruchtige verlangens
van ons persoonlijke zelf vervangen door het verlangen om anderen van
dienst te zijn. Op deze manier verruimt ons bewustzijn zich van een
beperkte naar een meer universele visie.
De Ouden spraken over de vervolmaking van de mens en symboliseerden
de samengesteldheid van onze natuur op veel manieren. De Grieken vergeleken
de mens met Apollo die zijn zevensnarige lier bespeelde, waarbij Apollo
zelf het hoogste beginsel vertegenwoordigde. De hindoes vergeleken de
mens met een wagenmenner, waarbij de paarden zijn lagere verlangens
symboliseren, de teugels het denken, de bestuurder het hogere zelf,
en de wagen het lichaam. In volksvertellingen wordt het hogere zelf
vaak weergegeven door een prinses die uit handen van zelfzuchtige machten
moet worden gered door een prins, de geestelijke krijger in ons. In
Chinese tradities worden de twee innerlijke krachten gesymboliseerd
door twee draken die een vuurbal in het midden boven hen proberen te
grijpen. Wij zijn deze vuurbal! Wij kunnen kiezen om onze aandacht
op de ene of op de andere draak te richten.
De keuze ligt bij ons of we sterk en liefdevol of zwakker en egoïstischer
willen worden. Wij moeten beslissen, en vervolgens geven we door onze
verbeeldingskracht vorm aan onszelf, waarbij we ons ontwikkelen overeenkomstig
onze edele inzichten of een verlagende gedragslijn volgen. De mogelijkheden
van de verbeelding als een wezenlijke kracht in ons leven worden enorm
onderschat, hoewel we haar voortdurend gebruiken. Ze geeft vorm aan
de idealen en beginselen die aan het leven van de mens ten grondslag
liggen. Misschien zijn de beste idealen om na te streven die idealen
die steeds worden bijgeschaafd door onze eigen aspiraties en bespiegelingen.
Hoewel religies en filosofieën ons universele beginselen en voorbeelden
geven, weten we in dit stadium nog niet hoe een boeddha of een christus
denkt en handelt. Het lijkt daarom onverstandig onze aandacht te veel
te fixeren op wat een volmaakt leven in de praktijk betekent, maar we
moeten wel het verlangen behouden om er meer over te weten te komen.
Als we in overeenstemming leven met wat we op dit moment als het meest
edele in ons beschouwen, werkt dit als een spiegel die laat zien hoe
verheven de weg die we volgen in feite is. Als we deze bespiegelingen
met een oprecht en open hart benutten, zal ons begrip van het leven
zich verdiepen terwijl we vooruitgaan.
In ons hart woont een godheid, de bron van aspiratie, die ons aanmoedigt
om in overeenstemming daarmee te leven. Natuurlijk schieten we vaak
tekort om aan onze goddelijke roeping gehoor te geven, maar dit heeft
geen betekenis zolang we het maar blijven proberen. Het hart van alles,
en dus ook van ons, is oneindig mededogen, en daarom zullen we, zolang
we onze pogingen om in overeenstemming daarmee te leven volhouden, altijd
een nieuwe kans krijgen om onze goddelijke mogelijkheden te verwezenlijken.
Hoewel de gevolgen van vroegere onverstandige handelingen naar ons zullen
worden teruggekaatst, zullen zulke beproevingen, wanneer ze op de juiste
manier worden benut, de treden vormen van het pad dat naar binnen leidt.
Er is niemand die in het verleden, in dit of in andere levens, niet
onverstandig heeft gehandeld, en dus heeft iedereen karma onder ogen
te zien. Als we ervoor kiezen overeenkomstig het hoogste in onszelf
te leven, zullen we door de kracht van aspiratie een beroep doen op
oud karma om zich uit te putten, en dit biedt ons ook de kans om ons
voornemen kracht bij te zetten. Omdat oud karma ook de gevolgen omvat
van goede handelingen die we hebben verricht, roept onze aspiratie zowel
het beste als het slechtste in ons op. Er is moed en overtuiging voor
nodig om zo’n confrontatie te doorstaan, maar we zijn hier op
aarde om onze zwakheden te boven te komen, niet alleen met zelfontwikkeling
als doel maar ook om ons deel bij te dragen aan het vooruithelpen van
de mensheid, want we zijn EEN daarmee.
De knopen die we in ons hart hebben gemaakt bestaan uit verschillende
soorten angst, egoïsme, en haat die ontstaan uit een onvolkomen
visie op het leven. Een juist begrip van het leven zou ertoe leiden
dat we voor moed, liefde en vrede zouden kiezen, maar we zien niet altijd
duidelijk welke gevolgen voortkomen uit welke oorzaken. Onze lagere
natuur misleidt ons wanneer ze ons doet denken dat we onszelf, onze
belangen, of zelfs andere mensen het beste van dienst zijn met egoïstische,
of door angst en haat ingegeven handelingen. Niets ligt verder van de
waarheid af. Als we ons realiseren dat op het gebied van handeling,
gedachten, en gevoelens, de oorzaken die we in beweging zetten vroeg
of laat hun gevolgen zullen voortbrengen, dan zullen we inzien dat we
onedele impulsen moeten afwijzen. Omdat we ons niet altijd bewust zijn
van de motieven voor onze handelingen, is een voortdurende oprechte
zelfanalyse een van de beste methoden om zelfbeheersing te verkrijgen.
Als we ons aanleren om onze handelingen te baseren op altruïstische
liefde, moed, en vrede, kunnen we erop vertrouwen dat het karma goede
vruchten zal dragen.
Het doel van religieuze en filosofische scholen was en is, de mens
bewust te maken van zijn hogere natuur en van zijn verantwoordelijkheid
tegenover alle wezens, en hem de kennis te onderwijzen die hem helpt
om zichzelf en de wereld om hem heen te begrijpen. In de praktijk wordt
van de leerling verwacht dat hij deze kennis op het leven toepast en
zodoende leert meester over zichzelf te worden. Ons wezen is als de
lier van Apollo en we kunnen leren hoe we deze kunnen afstemmen op het
collectieve welzijn van allen. Om dit te doen moeten we ons bewust worden
van de krachten die in ons actief zijn, en de egoïstische motieven
scheiden van de onzelfzuchtige. Dit zal ons in toenemende mate het vermogen
geven om waar te nemen welke koers we moeten volgen, en we zullen steeds
minder door onze lagere impulsen worden afgeleid. Wanneer we het werkelijke
van het onwerkelijke onderscheiden, zullen we steeds duidelijker zien
wat onze taak is en de grootsheid en betekenis daarvan: het hart vrij
te maken van onzuivere verlangens zodat we onze eenheid met alles zullen
voelen. Ieder mens moet uiteindelijk met dit proces beginnen, en ‘hoe
eerder men begint, hoe gemakkelijker dit kan worden gedaan’.
Als we ons afvragen hoe we met specifieke situaties en mensen moeten
omgaan, leidt dit tot een voortdurende meditatie waarbij we de situatie
of de ander in het licht van ons hogere zelf proberen te zien. Op deze
manier kunnen we ons ervan bewust worden dat alle mensen familie van
ons zijn, of zelfs een stap verder gaan en ons voorstellen dat we uiteindelijk
Een zijn. Omdat dit in feite het geval is, doet deze visie die door
ons wezen heen stroomt een beroep op onze goddelijke diepten, en zijn
we in staat om juist te handelen – of niet te handelen. Alle mensen
ontlenen hun gedachten en geestelijke kracht aan dezelfde bron, zodat
onze verheven gedachten, gevoelens en handelingen anderen meer kracht
en meer edele ideeën en gevoelens geven. We kunnen ons dagelijks
leven baseren op harmonische gedachten, gevoelens en daden – niet
noodzakelijkerwijs omdat daardoor ons eigen leven wordt verbeterd, dat
betrekkelijk onbelangrijk is vergeleken met de hele mensheid, maar omdat
het leidt tot een betere wereld voor iedereen.
Als we voor de mensheid leven zijn we in overeenstemming met het zuivere
licht van het hoogste zelf dat de bron van ieder wezen is:
Zoals van een vlammend vuur de vonken die eraan verwant
zijn er met duizenden uitschieten, zo ontspringen aan het Onveranderlijke
vele soorten wezens en gaan uiteindelijk weer daarin op.
– Mundaka Upanishad, II.i.1
We zijn allemaal een vonk van dit vlammende vuur, en het is onze heilige
plicht om deze goddelijke vonk in ons te doen opvlammen. Dit zal ons
in staat stellen om meer licht en warmte aan anderen te geven, die op
hun beurt helderder zullen branden. We kunnen beginnen met het geven
van onszelf op een bescheiden en eenvoudige manier. Elke keer dat we
ervoor kiezen om anderen een beetje bemoediging te geven, zonder aan
onze eigen belangen te denken, doen we een stap in die richting. Telkens
wanneer we weigeren om door zelfzuchtige gevoelens, gedachten, of beelden
te worden meegesleurd en we ze vervangen door verheffende en prachtige
gedachten, groeien we niet alleen zelf maar helpen we ook de mensheid
te groeien. Iedere keer dat we onze eenheid met alle wezens voelen,
komen we dichter bij het verwezenlijken van ons innerlijke zelf:
De wijzen nemen door de kennis (van brahman) duidelijk
het gelukzalige onsterfelijke waar dat [licht] uitstraalt.
Wanneer dat Zelf, dat zowel het hoge als het lage
is, wordt bereikt, wordt de knoop van het hart doorgesneden, alle
twijfel lost op, en aan alle handelingen1
komt een einde.
– Mundaka Upanishad II.ii.7-8
Door het zelf zowel het hoge als het lage te noemen, wordt een absolute
scheiding tussen goed en kwaad ontkend. Dit zijn relatieve termen voor
hogere en lagere graden van evolutie. Het doet er niet toe op welk niveau
we ons bevinden, het zelf is in alles. Ongetwijfeld, is het bewust worden
van het zelf een taak die vele levens van transformatie kan duren, maar
dit betekent niet dat we dit proces moeten uitstellen. Deze reis naar
het zelf is het eeuwige doel van het leven omdat er voorbij het hoogste
zelf altijd een nieuwe horizon is met een visie op een nog ‘hoger’
zelf. Wanneer we ons tot goden hebben ontwikkeld, zullen we geen absoluut
einde hebben bereikt, maar na een tijdelijke rustperiode zullen we doorgaan
onszelf verder te ontwikkelen.
Oude legenden over de ‘gouden eeuw’ vertellen dat er eens
een tijd was dat mensen meer in harmonie met elkaar leefden. De toekomst
houdt de belofte van een andere gouden eeuw in – niet dezelfde
als in het verleden maar één op een hoger niveau, want
evolutie verloopt spiraalsgewijs. Volgens de hindoeleringen over cyclussen
zal dit tijdperk pas over 427.000 jaar aanbreken. Satyayuga,
zoals zij dit ‘tijdperk van waarheid’ noemen, lijkt misschien
nog ver weg, maar zulke tijdsperioden betekenen heel weinig voor het
eeuwig ontwikkelende zelf in ons. We kunnen nu beginnen om de dageraad
ervan in te luiden. Ons huidige tijdperk – kaliyuga,
het meest materiële tijdperk van de vier brahmaanse tijdperken
– biedt grote mogelijkheden voor groei en zal uiteindelijk een
satyayuga voortbrengen. Niemand kan zeggen dat hij of zij de kracht,
wijsheid of goedheid niet heeft om mee te helpen, omdat deze kwaliteiten
in ieder menselijk hart aanwezig zijn. Ieder van ons kan zijn deel bijdragen
om universele broederschap – dat innerlijk gezien al een feit
is en ook de basis vormt van de uiterlijke natuur – te verwezenlijken
door de knopen van ons hart los te maken en in die mate licht en vrede
over de aarde uit te stralen. En waarom zullen we daar stoppen? Deze
vonken van licht zullen de diepten van een heelal verlichten dat vol
wezens is die zich allemaal tot iets groters ontwikkelen.
Noot
- Met handelingen (karmani) wordt hier oud
karma bedoeld dat ons verhindert ons bewust te worden van het innerlijke
zelf.