‘De GROTE DRAAK heeft
alleen ontzag voor de ‘slangen’ van wijsheid, de slangen
van wie de holen nu onder de driehoekige stenen zijn’, d.i.
‘de piramiden, aan de vier hoeken van de wereld’.
(b) Dit zegt ons duidelijk wat elders in
de Toelichtingen meer dan eens wordt vermeld, namelijk dat de adepten
of ‘wijze’ mensen van de drie Rassen (het derde, vierde
en vijfde) in onderaardse verblijfplaatsen woonden, meestal onder
een bouwwerk in piramidevorm, zo niet werkelijk onder een piramide.
– H.P. Blavatsky, De Geheime
Leer 2:396-7
Zoals we in deel 1 hebben gezien, weten we niet door wie de piramiden
zijn gebouwd. In welke tijd plaatsen we ze dan als we dit niet kunnen
baseren op de tijd waarin de veronderstelde bouwers leefden? H.P. Blavatsky
schrijft:
Volgens een van de boeken van Hermes
stonden enkele piramiden aan de kust van de zee, ‘waarvan de
golven in machteloze woede tegen hun fundamenten sloegen’. Hieruit
volgt dat de geografische kenmerken van het land zijn veranderd, en
het kan erop wijzen dat wij aan [de piramiden] . . . een oorsprong
moeten toekennen, die aan het omhoogkomen van de Sahara en andere
woestijnen voorafgaat. – Isis Ontsluierd
1:670
Het stemt tot nadenken wanneer we lezen dat toen de Koninginne-kamer
voor het eerst werd geopend er op de muren zoutafzetting werd aangetroffen:
Een van de grootste mysteries van deze kamer is de
zoutafzetting op de muren. Op sommige plaatsen was ze 1,27 cm dik,
en Petrie heeft bij het opmeten van de kamer daarmee rekening gehouden.
Het zout werd ook gevonden in de horizontale gang en in het lagere
gedeelte van de Grote Galerij. Hoe is deze zoutafzetting op de muren
ontstaan?
Zij die enige betekenis hebben gehecht aan de aanwezigheid van het
zout hebben gespeculeerd dat het op de muren zou kunnen zijn afgezet
toen het water van de bijbelse zondvloed zich terugtrok. Anderen hebben
gespeculeerd dat de Grote Piramide en zijn buren eens door water werden
omringd.
– Christopher Dunn, The Giza
Power Plant, blz. 193

Tenminste een deel van het zout kan door het kalksteen zelf zijn afgescheiden,
omdat kalksteen een steensoort is die voornamelijk uit calciumcarbonaat
bestaat, en vaak is samengesteld uit de organische overblijfselen van
zeedieren. Toch heeft een deel van het zout een samenstelling van mineralen
die overeenkomt met die van zeezout. En er is meer bewijsmateriaal dat
erop wijst dat de piramiden eens door zeewater werden omgeven:
Legenden en verslagen . . . vermeldden dat men, voordat
de Arabieren de buitenste mantelstenen van de Grote Piramide verwijderden,
watersporen op de stenen kon zien tot halverwege de hoogte van de
Piramide, tot ongeveer 72 meter hoogte, wat 120 meter boven het huidige
niveau van de Nijl is. De middeleeuwse Arabische historicus Al Biruni,
merkt in zijn verhandeling ‘De chronologie van oude landen’
op: ‘De Perzen en de grote meerderheid van magiërs verhaalden
dat de bewoners van het westen, nadat ze door hun wijzen waren gewaarschuwd,
bouwwerken voor de Koning oprichtten en de Giza-piramiden tot stand
brachten. De sporen van het water van de overstroming en de uitwerking
van de golven zijn nog steeds zichtbaar op deze piramiden tot halverwege
de hoogte, waarboven het water niet kwam.’
– Joseph Jochmans, ‘How
Old Are the Pyramids?’, www.atlantisrising.com/issue8/ar8pyramids.html
Het niveau van de watersporen komt overeen met het niveau van de zoutafzetting
binnenin de piramide.
En wat te denken van de verschillende boten die vlakbij de piramiden
zijn gevonden? De boot die naast de Grote Piramide is gevonden, en die
nu vlakbij in het Bootmuseum ligt, is 43 meter lang. Hij werd in delen
gevonden in een kuil die was afgesloten met enorme kalksteenblokken.
De kuil is te klein voor de boot wanneer deze in elkaar is gezet, en
daarom lijkt de boot met opzet uit elkaar te zijn gehaald. Dit zou erop
kunnen wijzen dat de piramiden ooit door water werden omringd, maar
niet noodzakelijk door zeewater. Hoewel zonne- en begrafenisboten vaak
in graven worden aangetroffen en in oude teksten worden genoemd, is
er enig bewijsmateriaal dat deze specifieke boten daadwerkelijk zijn
gebruikt en niet alleen een symbolische functie hadden:
Het brede terras ten oosten van de piramide van Khafre
is gemaakt van massieve kalksteenblokken die tot honderden tonnen
wegen. Enorme kalkstenen pieren strekken zich uit voorbij de noordoostelijke
en zuidwestelijke hoeken van het terras, en lijken op aanlegsteigers
of heel grote dokken. Vijf smalle bootvormige geulen die zijn uitgehakt
in de natuurlijke rotsbodem, strekken zich uit tot in de uitsparingen
tussen de twee pieren en de dodentempel.
– Mark Lehner en Richard H.
Wilkinson, The Complete Pyramids, blz. 123
Als zeewater ooit het niveau van de Koninginnekamer van de Grote Piramide
heeft bereikt, moet het zeeniveau aanzienlijk zijn gestegen en dan zouden
de dal- en dodentempels van de drie piramiden evenals de Sfinx, indien
ze toen al waren gebouwd, onder water hebben gestaan. Deze tempels zijn
geen gesloten bouwwerken en als ze overstroomd zijn geweest, is het
waarschijnlijk dat de regen of het overstromen van de Nijl sinds die
tijd mogelijke zoutafzettingen hebben weggespoeld. Bovendien
bevatten slibafzettingen tot 4,2 meter hoog rondom
de basis van de piramide veel zeeschelpen en fossielen die volgens
radiokoolstofdatering bijna twaalfduizend jaar oud zijn. Deze afzettingen
kunnen alleen door een grote zeeoverstroming in zulke grote hoeveelheden
zijn achtergelaten, . . . Alleen al dit gegeven duidt erop dat de
drie belangrijkste Giza-piramiden tenminste twaalfduizend jaar oud
zijn.
– Martin Gray, www.sacredsites.com
Dat de Sahara en zijn woestijnen in het noordelijke deel van Afrika
eens zeeën waren kan worden geconcludeerd uit de zoutvlakten in
de Libische Woestijn. H.P. Blavatsky beweert in haar Geheime Leer:
Er was een tijd toen de hele Saharawoestijn een zee
was; vervolgens was deze een vasteland, even vruchtbaar als de Delta,
en toen, maar pas na nog een tijdelijke overstroming, werd zij een
woestijn die leek op die andere wildernis, de woestijn van Shamo of
Gobi. – 2:457
Er is niet veel aandacht besteed aan de gedachte dat de piramiden waren
omringd door en blootgesteld aan zeewater, omdat dit betekent dat men
van mening zou zijn dat de piramiden veel ouder dan 5000 jaar zijn.
G. de Purucker zegt het volgende over de ouderdom van de Grote Piramide:
de Grote Piramide werd minstens vijfenzeventigduizend
jaar geleden gebouwd en ik denk dat het tweemaal zoveel is, 150 duizend
jaar geleden. Maar ik geloof dat HPB ergens zegt dat de theosofische
geleerde die weet wat hij doet, zou kunnen bewijzen dat er tenminste
drie volledige kringlopen van de precessiecyclus voorbij zijn, elk
met een duur van ongeveer 26.000 jaar. U weet wat in de astronomie
de precessie van de equinoxen is. Een volledige cyclus duurt 25.920
jaar en er zijn, zegt HPB, drie volledige precessiecyclussen verlopen
sinds de piramiden aan de oever van de Nijl staan, of daar dichtbij;
en ik geloof dat het twee keer zo lang is.
– Aspecten van de Occulte
Filosofie, blz. 135
In een manuscript dat wordt bewaard in de Bodleian Library en dat door
dr. Sprenger is vertaald, citeert Abu Zeyd el Balkhy een oude inscriptie
die vermeldt dat de Grote Piramide werd gebouwd toen de Lier in het
sterrenbeeld Kreeft stond, en dit is door sommigen geïnterpreteerd
als 73.000 jaar geleden. Niet nader omschreven Arabische verslagen werpen
ook licht op de functie van de piramiden:
Volgens de Arabische beschrijvingen was elk van de
zeven kamers van de piramiden – die verhevenste van alle kosmische
symbolen – genoemd naar een planeet. De bijzondere architectuur
van de piramiden getuigt op zichzelf al van het metafysische denken
van de bouwers ervan. De top verliest zich in de heldere, blauwe lucht
van het land van de farao’s, en stelt zinnebeeldig het oorspronkelijke
punt voor, dat zich verliest in het onzichtbare heelal, vanwaar het
eerste ras van de geestelijke prototypen van de mens begon. Elke mummie
verloor vanaf het ogenblik dat ze werd gebalsemd in één
opzicht haar fysieke individualiteit; ze stelde zinnebeeldig de mensheid
voor. Ze werd zó geplaatst dat de uittreding van de ‘ziel’
het best werd bevorderd; deze moest dan door de zeven planeetkamers
gaan, voor zij door de zinnebeeldige top naar buiten kon treden. Elke
kamer stelde tegelijkertijd een van de zeven bollen en een van de
zeven hogere typen van de fysiek-geestelijke mensheid voor, die er
boven onze mensheid zouden zijn. Elke 3000 jaar moest de ziel, als
vertegenwoordigster van haar ras, naar haar oorspronkelijke vertrekpunt
terugkeren voor ze een nieuwe ontwikkeling tot een meer volmaakte
geestelijke en fysieke gedaantewisseling doormaakte.
– Isis Ontsluierd 1:402-3
Van de gevonden piramiden heeft alleen de Grote Piramide ten minste
zeven ‘kamers’: De Koningskamer plus vijf kamers erboven
(zie afbeelding in deel 1), de Koninginnekamer, en ook een achtste kamer,
de Put, die misschien overeenkomt met een achtste planeet die soms de
Planeet van de Dood wordt genoemd. De kamers boven de Koningskamer kunnen
nauwelijks kamers worden genoemd, omdat ze fysiek ontoegankelijk waren.
Tegenwoordig kan men door de met dynamiet geforceerde ingangen met moeite
erin kruipen.
De Rode Piramide en de Knikpiramide in Dashur hebben respectievelijk
twee en drie kamers. Maar de typische trapsgewijs overwelfde plafonds
van de verschillende kamers hebben een vergelijkbare symbolische functie,
en het vakmanschap ervan evenaart dat van de Hal van de Dubbele Waarheid
(de Grote Gallerij) in de Grote Piramide. Deze hal werd door de Arabieren
ook wel de Hal van de Omloopbaan genoemd en de lange muren ervan zijn
gebouwd in een overwelving van zeven elkaar stapsgewijs overlappende
treden die overeenkomen met de zeven heilige planeten van de Ouden.
Het dak in een van de kamers van de Rode Piramide is gemaakt van twaalf
van dat soort lagen die waarschijnlijk overeenkomen met de twaalf tekens
van de dierenriem. In de trappiramiden treft men soortgelijke astronomische
symboliek aan in het aantal lagen, zes of zeven. Sommige schrijvers
hebben erop gewezen dat deze lagen en het aantal kamers verband hielden
met de reis van de ingewijde naar andere sferen en planeten.
|
Overwelfd plafond, Rode Piramide
|
We kunnen ook andere tradities beschouwen, want Egypte is niet het
enige land met piramiden. Ze zijn gevonden in Centraal- en Zuid-Amerika,
in Soedan, in China vlakbij Xian, en op Tenerife, één
van de Canarische eilanden. In Mesopotamië vindt men ziggurats,
terrasvormige, piramideachtige tempels; en veel pagoden en tempels hebben
een piramideachtige vorm, zoals bijvoorbeeld de enorme Dhammayangyi
Tempel in oud Bagan in Birma. Volgens theosofische literatuur is de
piramidevorm een oud erfgoed dat men in vroegere wereldbeschavingen
aantreft. Het centrum van een zo’n beschaving, vaak Atlantisch
genoemd, zou in het midden van de huidige Atlantische Oceaan hebben
gelegen, maar besloeg in zijn geheel meer vasteland dan we nu op aarde
hebben. Volgens de legenden maakten grote overstromingen een einde aan
deze beschaving, terwijl er tegelijkertijd nieuw land oprees. Vanaf
de overgebleven eilanden in de Atlantische Oceaan, zowel in westelijke
als in oostelijke richting, zouden er verschillende emigratiegolven
hebben plaatsgevonden. Eén golf bereikte de hooglanden van wat
nu Ethiopië is, en vestigde zich later in Egypte dat toen vorm
kreeg. Een andere golf emigranten reisde naar het westen en kwam in
Centraal-Amerika aan, en zij waren verantwoordelijk voor het bouwen
van de piramiden in die streek. De vernietiging van de overgebleven
eilanden van Atlantis zou hebben plaatsgevonden in de periode van 850.000
tot 11.000 jaar geleden. Daarom vinden deze ‘nieuwe’ beschavingen
op nieuw land hun oorsprong in het verre verleden.
Wie kan er dan zeggen wat er nog onder het zand verborgen ligt? Als
we naar archeologisch onderzoek kijken dat in Egypte wordt verricht,
moeten we in aanmerking nemen dat de opgraving van bijvoorbeeld de oude
tempel die het Oseirion wordt genoemd en ook van enkele piramiden is
stopgezet omdat er grondwater binnenstroomt; en dieper graafwerk om
nog oudere monumenten te vinden wordt niet ondernomen. Volgens een artikel
in Blavatsky’s Collected Writings, zou men op grotere
diepte nog veel meer kunnen vinden:
. . . als gevolg van de jaarlijkse toename - die
maar een paar duim (2,54 cm) per eeuw bedraagt – van door de
Nijl naar beneden gevoerd slib, is de oude Hapimu, de sporen
van de oudste Egyptische beschaving, een die de meerdere was van de
laatste beschaving of die waarmee de Egyptologen beweren bekend te
zijn, . . . voor altijd verborgen voor de wetenschap van uw onderrassen.
Het is aan u . . . om te berekenen hoeveel millennia er zijn heengegaan
over piramiden die de huidige overtreffen, waarbij elk millennium
zijn 50 of 60 duim (1,27 m of 1,52 m) aarde over begraven, verwoeste
steden, nog oudere sfinxen en paleizen, heeft geworpen. Graaf dieper
en dieper in het zand en slik van de tijdperken en misschien zult
u ze vinden; en maak dan uw berekeningen.
– 13:319
Als deze afzettingssnelheid een gemiddelde is, zou een periode van
100.000 jaar1 betekenen dat de opgravingen
tot een diepte van 127 tot 152 meter zouden moeten gaan. Grote en oude
piramiden zoals die van Giza en Dashur zijn misschien wel zo oud, en
men is geneigd zich af te vragen waarom deze niet door het slib van
de Nijl zijn bedekt. Als we op een hoogtekaart van de Nijl en het gebied
rond de piramiden kijken, zien we dat alle piramiden die tot dusver
zijn ontdekt zich in het gebied tussen de hoogtelijnen van 35 en 65
meter bevinden, terwijl de Nijl slechts op 16 meter hoogte ligt. En
bovendien liggen deze piramiden op ongeveer tien kilometer van de Nijl.
Misschien is alleen de buitenste lijn van piramiden ontdekt, en liggen
er oudere piramiden begraven in de zone van tien kilometer waarbinnen
de oude Egyptische hoofdstad Memphis zou hebben gelegen. Deze stad ligt
nu op een hoogtelijn van slechts 20 meter en er is heel weinig van teruggevonden,
niet meer dan een paar beelden die dateren uit de tijd van Ramesses
II (1279-1213 v.Chr.). Sommige Egyptologen zijn zelfs van mening dat
deze stad niet eens Memphis is. Hoe dan ook, er ligt langs de Nijl een
uitgestrekt terrein begraven onder de aangeslibde modder, wat het ongetwijfeld
moeilijk maakt om de monumenten van de oudste Egyptische beschavingen
te vinden.
De laatste tientallen jaren zijn er verschillende soorten wetenschappelijk
onderzoek uitgevoerd, vooral rond het Giza-plateau. Veel projecten hielden
zich bezig met het vinden van meer kamers in de grote piramiden, waarbij
men hoopte dat de oplossing voor hun mysteries zou worden gevonden op
beschreven papyrus. Vele technieken zijn toegepast, maar tot dusver
is er niets van grote betekenis ontdekt. Ook zijn er geen oude Egyptische
inscripties gevonden die ons informeren over de ouderdom, oorsprong,
of bouwers van de Giza-piramiden, maar eens waren die er wel volgens
Blavatsky:
De prachtige buitenste afwerkstenen van beide piramiden
– van Cheops en Sen-Saophos – zijn verdwenen, opgegaan
in de paleizen van Caïro en andere steden. En daarmee zijn de
inscripties en gegraveerde verslagen en ingenieuze hiëratische
symbolen verdwenen.
– Collected Writings
11:359
Wat kunnen we zeggen over het doel achter deze verbazingwekkende bouwwerken?
Als men de Koningskamer van de Grote Piramide binnengaat, of een van
de drie kamers in de Rode Piramide in Dashur, kan men niet ontkomen
aan de diepe stilte, en misschien zelfs aan het gevoel dat er zich in
deze kamers verheven dingen hebben afgespeeld. Veel oude volkeren geloofden
dat inwijdingsriten eeuwige waarheden over de ziel onthulden. Zulke
inwijdingen werden in verband gebracht met de mysteries van de dood.
De kandidaat werd in een ‘sarcofaag’ geplaatst, waar hij
of zij in trance werd gebracht en als het ware stierf om zelfbewust
de reis af te leggen die de ziel van de mens na de dood maakt. Deze
reis zou via de zeven planeten leiden naar het hart van de zon, en soms
zelfs verder. Stralend van goddelijke inspiratie keerde de kandidaat
langs hetzelfde pad terug, om in hetzelfde fysieke lichaam een tweede
keer te worden geboren. Op deze reis leerde men zichzelf kennen evenals
de zichtbare en onzichtbare sferen van het zonnestelsel en al zijn bewoners.
Men drong diep door in het mysterie van de Egyptische god Ra, de goddelijke
zon. Het is een innerlijke reis want de mens is de spiegel van de kosmos
en in diepste zin één daarmee. Dit is één
sleutel tot de Egyptische piramiden en tempels.
Noot
- Blavatsky geeft aan dat de eerste Egyptenaren zich
daar ongeveer 400.000 jaar geleden vestigden (De Geheime Leer
2:853).