Ganesha: Overwinnaar van moeilijkheden
Andrew Rooke*

 

*De schrijver wenst uitdrukking te geven aan zijn erkentelijkheid voor de adviezen en inzichten van Charumati Joshi bij de voorbereiding van dit artikel.

Om Sri Ganeshaya namah, ‘heil aan Heer Ganesha!’ is de mantra gericht tot de hindoegod Ganesha met het olifantenhoofd die door zijn toegewijden wordt gereciteerd bij de aanvang van elke belangrijke onderneming of geestelijke bijeenkomst om belemmeringen weg te nemen en succes te behalen. Met zijn lompe lichaam dat op komische wijze een muis of rat als rijdier heeft, is Ganesha de populairste van alle hindoegoden. Miljoenen toegewijden vieren ieder jaar in augustus/september zijn Chathurti-feest, waarbij versierde beelden van Ganesha door de straten van elke stad en elk dorp worden rondgedragen en tenslotte in een rivier of in de oceaan worden gegooid als een spectaculaire afsluiting van het feest. De meeste huizen en bedrijven van hindoes hebben een beeldje van Ganesha boven hun deur hangen, en een afbeelding van deze komische maar meedogende verschijning in hun huisaltaar. Wie is die Ganesha en wat kunnen we van hem leren?

Ik maakte voor het eerst kennis met Ganesha in de warme dompige duisternis van een hindoetempel op Bali in Indonesië. Ik vond hem maar een vreemde voorstelling van het goddelijke met zijn corpulente lichaam en zijn vier armen die zwaaiden met verschillende symbolen van goddelijke autoriteit. Maar het was duidelijk dat de mensen van hem hielden, gezien de stapel offergaven in zijn tempel en de doordringende geur van de wierookstokjes achtergelaten door de toegewijden die om zijn hulp smeekten om de obstakels die ieder van ons in het leven ontmoet, te overwinnen. Ganesha werd geschapen als een uit de geest geboren zoon van Siva en Parvati. Zij vormden aldus de oorspronkelijke familie die als spirituele symbolen dichter bij de gewone mensen stonden en bij de ervaringen in hun dagelijks leven. Terwijl hij de aanwijzingen volgde die zijn moeder hem had gegeven om haar verblijf te bewaken, kwam Ganesha in conflict met Siva en zijn menigten lagere goden. Siva en zijn zoon herkenden elkaar niet. Omdat Siva niet werd toegelaten tot het verblijf van zijn vrouw, werd hij boos en sloeg Ganesha zijn hoofd af. Later begreep Siva wat hij had gedaan, kreeg berouw en zette het hoofd van een baby-olifant daarvoor in de plaats.

Ganesha is een symbool voor het goddelijke in het dagelijks leven en is een god van wijsheid; hij leert dat

het pad tot het bereiken van succes en prestaties via het gebruik van het intellect loopt, en dat men alleen door wijsheid verlossing kan verkrijgen. . . .
    De kalme en majesteitelijke Ganesha met de kracht en macht van een olifant is de Heer van alle obstakels die de mens beheersen, en tegelijk is hij de verwijderaar van de hindernissen die de mens bij zijn inspanningen in de war brengen. Net als een olifant heeft hij een verbazingwekkend geheugen en vergeet nooit de loyaliteit en toewijding van degenen die hem omringen.
    Hij verspreidt de boodschap van vrede en rust en zijn grote lichaam roept grote liefde op, nooit angst. In feite wordt zijn ongebruikelijke vorm ingebed in het bewustzijn van de vereerder. . . . Hij is de speelse god van de jongeren en de grote goeroe van de ouderen. Hij is de god van voorspoed, het begin van alles wat begint, de bevrijder van alles wat goed is.         – www.samachar.com/religion/ganesh.html

Terwijl Ganesha tegemoetkomt aan de behoefte van het algemene publiek aan een goddelijke vriend en verlosser bij al het dagelijkse zwoegen, bevat hij ook de diepten van kennis en geleerdheid voor hen die tot het goddelijke naderen door naar geestelijke kennis te streven. Er worden vele verhalen verteld over de scherpzinnigheid en intelligentie van Ganesha. Volgens de legende werd de dichter Vyasa geadviseerd Ganesha te vragen om als zijn schrijver te fungeren aan wie hij het Mahabharata in versvorm zou kunnen dicteren. Met zijn typische combinatie van gevatheid en speelsheid stemde Ganesha erin toe deze grote verantwoordelijkheid op zich te nemen, mits Vyasa hem zonder te pauzeren zou dicteren. Vyasa ging hiermee accoord op voorwaarde dat Ganesha elk woord dat hij moest opschrijven eerst zou begrijpen. Het schrijven van het Mahabharata ontpopte zich als een ingewikkeld samenspel tussen de auteur en zijn schrijver. Steeds als Vyasa merkte dat Ganesha klaar was om, met zijn gebroken slagtand als pen, een vers op te schrijven, dicteerde de dichter een vers waarvan de betekenis zo diepzinnig was dat Ganesha even moest stoppen om over de sloka’s na te denken. Dit gaf Vyasa de tijd om in zijn denken alvast een paar volgende verzen te componeren alvorens ze te dicteren. Behalve dat het een kleurrijk verhaal is geeft het ons een hint over wat ervoor nodig is om het Mahabharata en de Bhagavad-Gita te begrijpen: men moet deze grootse werken niet haastig lezen of aanhoren, maar langzaam, en in verband zien met zijn eigen leven. Eeuwenlang en ook nu nog werd het Mahabharata opgevoerd door reizende acteurs die maanden of jaren onderweg waren. Mensen in dorpen en steden en tempels luisterden stukje bij beetje naar de gepresenteerde wijsheid, veel meer dan dat ze die lazen. Wee de acteur die zijn tekst kwijt was, want zelfs de meest bescheiden dorpeling kende dit heldendicht uit zijn hoofd!

Maar waarom dat gezellig dikke lichaam met een olifantenhoofd en een gebroken slagtand? De antwoorden op die vraag zijn even gevarieerd als de legenden en verhalen die bij zijn 108 namen horen en die moeders aan hun kinderen vertellen. Zijn vorm als olifant verwijst naar Ganesha’s functie als overwinnaar van moeilijkheden. Een olifant heeft de omvang en kracht om zich een weg te banen door het oerwoud van de dagelijkse problemen waarmee mensen overal te maken hebben. Zijn slurf en slagtanden staan symbool voor eigenschappen die nodig zijn om obstakels opzij te duwen. Zijn grote oren horen het geroep en geweeklaag van mensen die om hulp bidden en ze ziften de informatie uit om alleen de essentie ervan over te houden. Zoals we het spoor van een olifant kunnen volgen door een bos dat anders ondoordringbaar zou zijn, kunnen we door de jungle van het dagelijks leven veilig het spoor van zijn grote poten volgen door een deugdzaam leven te leiden. Ganesha’s komische corpulente lichaam symboliseert blijdschap en welwillendheid en zijn rol als brenger van succes. In zijn rol van god van wijsheid geeft zijn grote lichaam zijn rijkdom aan kennis aan die hij in zich draagt. Wat belangrijker is: de uiterlijke verschijning hoeft geen verband te houden met innerlijke schoonheid en de geestelijke staat van zijn.

Zijn ene slagtand duidt op de noodzaak voor de mens om het ego van zich af te schudden en om offers te brengen op het geestelijke pad. Het duidt ook op de noodzaak van een sterke spirituele wil om te besluiten tot een rechtvaardige individuele actie en niet daarvan af te wijken. Zijn vier armen verwijzen zowel naar zijn vermogen om mensen te helpen als naar dat om kwaad te vernietigen. Hij houdt vele verschillende symbolische voorwerpen in zijn handen afhankelijk van de rol die hij in een bepaalde situatie moet vervullen. De bijl en de knots verbeelden zijn vermogen om boze demonen te vernietigen, zijn strik symboliseert zijn vermogen om degenen van wie hij het meest houdt naar zich toe te trekken en om mensen die verdwalen te strikken en te redden. De lotusbloemen, de boeken, en de swastika die op zijn hand is getekend zijn symbolen van geestelijke kennis, net als zijn slurf wanneer hij die krult in de vorm van het teken in het Devanagari-schrift voor de heilige mantra OM. Aan het andere uiterste is hij omringd door symbolen voor zijn liefde voor de goede dingen van het materiële leven, zoals de schaal met modak-zoetigheden waar Ganesha dol op is, en die bij beelden en op plaatjes van hem bijna altijd opvallend wordt getoond.

Het vreemdste van alles is misschien wel de rat of muis die hem altijd vergezelt. Zoals men in ieder huishouden op de wereld weet, heeft dit knaagdier zo zijn eigen manieren om obstakels uit de weg te ruimen door via de kleinste gaatjes of spleetjes onze keukens en provisiekasten te bereiken. Dit probleem komt overal voor, en het feit dat Ganesha hem als rijdier gebruikt symboliseert de noodzaak om de meer onedele aspecten van ons karakter onder controle te houden, want anders maken ze een puinhoop van onze zoektocht naar geestelijke kennis. Gezeten onder het gigantische olifantenlichaam geeft het beestje ook aan dat omvang en uiterlijke verschijningsvorm er weinig toe doen als het gaat om de studie van zaken van werkelijk belang.

Symboliseert Ganesha een werkelijk bestaand wezen of klasse van entiteiten of is hij eenvoudig een vlucht van de artistieke fantasie? We vinden een aanwijzing in Ganesha’s naam, Ganapati of Vinayaka, wat duidt op zijn functie als leider van de hemelse menigten (gana’s), een eer die hem door zijn vader, Siva, werd toebedeeld. De Encyclopedic Theosophical Glossary (www.theosociety.org/pasadena/etgloss/etg-hp.htm) geeft ons een sleutel tot Ganesha’s rol in de hiërarchie van meer gevorderde geestelijke entiteiten die een actieve en zelfbewuste rol in het beheer van de kosmos spelen. In bepaalde opzichten is hij ‘de chef of het hoofd van menigten van ondergeschikte geestelijke entiteiten – een noodzaak als hij als god van wijsheid zijn kosmische taken moet verrichten via ondergeschikte hiërarchieën van intelligente en halfintelligente wezens, en als hun chef of gids fungeert bij het vormen en leiden van de natuur.’ Misschien lijkt de ware Ganesha meer op een natuurkracht, zoals het zonlicht dat het leven voedt, de lucht die we ademen, of de verheven gedachten die ons inspireren. Hij is een deel van de grote keten van het zijn die zich van de spirituele zon omlaag uitstrekt tot aan de mensheid en nog verder. Deze hiërarchie van mededogen ondersteunt het leven van ons lagerstaande wezens, hoewel we onbewust blijven van hun voortdurende inspanningen, of, zoals de moderne wetenschap vaak doet, we noemen ze de onbewuste krachten van de natuur. Ganesha en zijn hemelse dienaren werken bewust en onvermoeibaar zodat we de gelegenheid krijgen om te leren en geestelijk te groeien om hen op een dag te gaan helpen bij hun kosmische arbeid.


Verwijzingen:

  • Chaturvedi, B.K., Gods and Goddesses of India: 1 Ganesh, Books for All, Delhi, 1996.
  • Krishan, Yuvaraj, Ganesha: Unravelling an Enigma, Motilal Banarsidass, Delhi, 1999.
  • Satguru Sivaya Subramuniyaswami, Loving Ganesha: Hinduism’s Endearing Elephant-Faced God, Himalayan Academy and Motilal Banarsidass Publishers, Delhi, 1996.
 
 

Uit het tijdschrift Sunrise nov/dec 2004

© 2004 Theosophical University Press Agency