We hervatten onze bespreking van enkele bijzondere grottempels van
India met het grote complex van Ellora, ongeveer 250 km ten noordoosten
van Bombay, dat in de oudheid Elapura werd genoemd. In een strook van
2 kilometer hebben hindoes, jains en boeddhisten 34 grottempels uit
de rotsen gehouwen. ‘Volgens een verslag in de Purana’s,
bestond Elapura uit tien vestigingen die naar koning Ela zijn vernoemd
en was het een tirtha, een heilige plaats.’1
Volgens de huidige theorieën werden de eerste tempels rond het
midden van de 6de eeuw n.Chr. door hindoes uitgehouwen, en rond het
einde van de 6de eeuw door boeddhisten. Het werk aan de jaingrotten
zou tegen het eind van de 8ste eeuw zijn begonnen. Het bewijsmateriaal
waarop deze jaartallen zijn gebaseerd is heel gering. Om een voorbeeld
te geven van hoe conclusies worden getrokken:
Er is een raamopening in de westelijke muur [van
grot 15, een hindoegrot] waarboven een Sanskrietinscriptie in het
Brahmischrift is gegraveerd die dateert uit de 8ste eeuw. Ze is echter
onvolledig en veel ervan is door erosie beschadigd. Ze geeft de genealogie
van de Rashtrakuta-dynastie, die met Dantivarman (c. 600-30) begon,
en vermeldt het bezoek van Dantidurga (752-7) aan de grot. Ze kan
daarom in het midden van de achtste eeuw worden geplaatst.
– Ellora, blz. 36-7
Dit bewijst natuurlijk alleen dat de grot in de 8ste eeuw bestond en
dat deze inscriptie in die tijd erin werd gegraveerd. Nog een voorbeeld,
‘Er waren inscripties op zuilen [in grot 33, een jaingrot] die
nu voor het grootste deel zijn afgesleten; een paar letters die nog
zijn bewaard gebleven, doen vermoeden dat de grot misschien rond de
negende eeuw is gebouwd’ (op.cit., blz. 96).
Men denkt dat de grote Kailasa-tempel, de voornaamste bezienswaardigheid
van Ellora, in opdracht van koning Shubhtung Krishna I (757-72 n.Chr.)
is gebouwd. Dit is gebaseerd op de koperplaten van Baroda van koning
Karkka II. Sommige archeologen hebben hun twijfels uitgesproken omdat
15 jaar een hele korte tijd lijkt om zo’n enorm project te voltooien.
Er is ook een Marathi-legende uit de 10de eeuw over een architect Kokasa
die de Kailasa-tempel uithakte om de koningin van de Rashtrakuta-koning
Elu een genoegen te doen. Het is heel waarschijnlijk dat het Kailasa-complex
– dat uit een aantal tempels en heiligdommen bestaat – meerdere
keren is bewerkt en beschilderd door verschillende koningen, die werden
geëerd voor hun restauraties of toevoegingen maar die niet verantwoordelijk
waren voor het oorspronkelijke werk. Dhavalikar schrijft dat ‘al
deze heiligdommen en de Kailasa niet tegelijkertijd werden uitgehouwen,
maar tot verschillende perioden behoren’ (op.cit., blz.
44).
 |
Grot 16,
De Grote Kailasa Tempel, Ellora, India (meer
foto's) |
Het Kailasa-complex, grot 16, is het grootste monolithische beeldhouwwerk
ter wereld. In de binnenhof, die 81 m lang en 47 m breed is, rijst de
hoofdtempel op tot een hoogte van 33 m en is omringd door kleinere tempels
en heiligdommen en twee overwinningszuilen die 16 m hoog zijn. De oppervlakte
beslaat ongeveer twee keer de oppervlakte van het Parthenon in Athene,
is 1,5 keer zo hoog, en 200.000 ton rots moest ervoor worden verwijderd.
Het vertoont veel overeenkomsten in vormgeving en ontwerp met de Virupaksha-tempel
in Pattadakal, maar is twee keer zo groot en uit de rotsen gehouwen
in plaats van met rotsblokken te zijn gebouwd. Interessant is dat grot
30, ook wel de kleine Kailasa-tempel genoemd, onaf is. Men kan duidelijk
zien dat het werk van bovenaf begon, omdat de bovenkant al klaar was.
Het raadselachtige is dat grot 30 tot de jaintempels wordt gerekend
– hij bevat jainbeelden – en dat de Kailasa-tempel als het
werk van de hindoes wordt beschouwd. Dus naast de moeilijkheden bij
het dateren van deze tempels is het ook moeilijk te zeggen wie ze hebben
uitgehouwen. Sommige grotten hebben nu boeddhistische thema’s,
maar deze kunnen in een latere periode zijn toegevoegd aan grotten die
oorspronkelijk door hindoes of jains waren gemaakt, want het hindoeïsme
en jainisme zijn veel oudere tradities dan het boeddhisme van Gautama.
Het jainisme kent, evenals het hindoeïsme, enorm lange tijdsperioden
toe aan de mensheid, en volgens overleveringen begon hun lijn van 24
leraren of tirthankara’s met Rishaba die meer dan 6,5
miljoen jaar geleden leefde, tot en met de 24ste leraar Mahavira die
misschien een tijdgenoot was van Gautama Boeddha in de 6de eeuw v.Chr.
Waarom zouden we niet meer aandacht besteden aan deze oude leringen,
in plaats van ze af te doen als fabeltjes? Archeologen hebben een chronologie
opgesteld waarin geen ruimte is voor zulke oude jaartallen omdat in
dat geval het hele raamwerk van hun tijdlijn zou ineenstorten.
Naast de Kailasa-tempel is grot 29 (Dumar lena) één
van de meest indrukwekkende grotten en is praktisch op dezelfde manier
vormgegeven als de voornaamste grot van Elephanta. Het is misschien
de oudste grot van Ellora en haar grootse ontwerp onderscheidt haar
van de meeste andere grotten daar. Het heilige der heiligen heeft vier
ingangen en het linga bevindt zich in het midden (zie foto). Elk van
de vier ingangen zijn, evenals in Elephanta, voorzien van twee wachters,
maar in dit geval zien de wachters er allemaal hetzelfde uit en zijn
het waarschijnlijk geen zelfportretten zoals in Elephanta.
 |
Grot 29,
Dumar lena , Heilige der heiligen, Ellora, India (meer
foto's) |
Als men in de vroege ochtend naar deze grot toeloopt, is het mogelijk
om volledig alleen te zijn in deze indrukwekkende heilige plaats –
afgezien van een paar duizend krijsende vleermuizen – en kan men
de grot in innerlijke stilte binnengaan. Het voelt alsof de berg de
bezoeker opslorpt en dat alle aardse zorgen worden achtergelaten. Er
is niet veel verbeeldingskracht voor nodig om je voor te stellen dat
er grootse dingen in deze stille grotten plaatsvonden; want hoewel deze
oude centra niet langer actief zijn, kan het oude licht van wijsheid
dat in deze tempel scheen nog steeds worden gevoeld.
Ellora heeft nog veel andere indrukwekkende grottempels. Sommige zijn
twee of zelfs drie verdiepingen hoog en bevatten zaal na zaal, uitgehouwen
zuilen en beeldhouwwerken, en vihara’s (ruimten voor de monniken
van welke sekte dan ook). De zalen bevatten veel beeldhouwwerken van
oude goden, avatara’s en leraren van de mensheid. Het hele complex
is een openluchtmuseum en er zijn een paar dagen voor nodig om alle
grotten goed te bezichtigen. Na een tijd door deze grotten te hebben
gewandeld, kan iemands bewustzijn helemaal opgaan in deze andere wereld
van goden en verschillende bewustzijnsniveaus. Dus zelfs nu stimuleren
de tempels bezoekers om zich met hun innerlijke kern te verenigen en
hun innerlijke licht tot geboorte te brengen.
Karli
De grottempels van Karli, of Karla, bevinden zich 125 km van Bombay
in de Borghat-heuvels vlakbij het dorpje Lonavala. Karli is vooral beroemd
omdat ze van de grottempels in India de grootste chaitya-zaal heeft,
een heilige zaal voor bijeenkomsten of vergaderingen – en ze verkeert
nog steeds in goede staat. In de zaal zien we 37 zuilen bekroond met
knielende olifanten en achterin de zaal een stupa of symbolische voorstelling
van de kosmos.
 |
Chaitya-zaal
met stupa of de berg Meru in de achtergrond, Karli, India (meer
foto's) |
Men denkt dat deze zaal uit de 2de eeuw v.Chr. dateert en dat ze door
boeddhisten werd uitgehouwen. Het dateringsprobleem geldt hier evenzeer
en de argumenten die ervoor pleiten dat boeddhisten de oorspronkelijke
bouwers van deze grot waren, zijn hoofdzakelijk gebaseerd op de vooronderstelling
dat stupa’s een boeddhistische uitvinding zijn. Maar dat is niet
waar: jains gebruikten ook stupa’s en hindoes beweren dat de zogenaamde
stupa in deze grot slechts een linga van Siva is. Blavatsky zegt hierover:
‘De vormgegeven daghoba [stupa] wordt ‘Dharma-Rajan’
genoemd, de Minos van de hindoes, en vanaf de top ervan spraken raja-priesters
vroeger recht over de mensen’ (From the Caves and Jungles
of Hindostan, blz. 74). Ze vertelt niet tot welke sekte deze koning-priesters
behoorden, maar geeft een indruk van wat er in zulke tempels plaatsvond.
Enkele beelden van de Boeddha
zijn uitgehouwen in het voorportaal van de zaal, maar zijn bijna zeker
latere toevoegingen. Hoewel hij de grotten aan boeddhisten toeschrijft,
zegt S.R. Wauchop:
Oorspronkelijk ondersteunden de voorhoofden van drie
grote olifanten, die op een voetstuk staan dat is uitgehakt met het
‘hekwerkpatroon’ in de muur aan beide uiteinden, een omlijstende
fries dat ook was versierd met het ‘hekwerk’; maar aan
beide kanten is dit tweede ‘hekwerk’ naderhand weggehakt
om beelden van Boeddha en zijn volgelingen in te passen, waarvan geen
afbeeldingen bestonden toen de grot voor het eerst werd gemaakt. –
The Buddhist Cave Temples of India, blz. 42
Het is goed mogelijk dat boeddhisten niet de oorspronkelijke beeldhouwers
van deze grottempels waren maar de grotten in een latere periode opnieuw
in gebruik namen en vormgaven.
Volgens G. de Purucker was Karli oorspronkelijk een mysterieschool
of -centrum (vgl. Aspecten van de Occulte Filosofie, blz. 671).
Een echte mysterieschool stijgt volgens mij boven sektarische religie
uit en inspireert iedereen die naar waarheid zoekt om de mensheid meer
van dienst te zijn. Maar zoals ook met andere aan ons bekende mysteriescholen
gebeurde, verloor deze school na verloop van tijd haar inspirerende
licht en moet ze in verval zijn geraakt.
Enkele andere grotten in Karli zijn nu voor het publiek gesloten, en
volgens archeologen die ze hebben bezocht is daarin niets interessants
te zien. Blavatsky die de grotten bezocht toen ze nog toegankelijk waren,
schrijft:
Boven de hoofdtempel zijn twee andere verdiepingen
met grotten, en in elk van deze zijn brede open galerijen met ruw
uitgehouwen zuilen; vanuit deze galerijen leidt een opening naar ruime
monnikscellen en gangen die soms erg lang zijn, maar tegenwoordig
vrij onbruikbaar omdat ze abrupt eindigen bij wat massieve muren schijnen
te zijn. De bewakers en beheerders van de tempel hebben òf
zelf het geheim van andere ingangen die verder leiden verloren, òf
verbergen deze nauwlettend voor de Europeanen.
– From the Caves and Jungles of
Hindostan, blz. 74
Door deze tunnels, zegt ze, waren verschillende mysteriecentra met
elkaar verbonden. Het is mogelijk dat Ellora, Ajanta en Elephanta mystriescholen
waren die onderling waren verbonden.
De grottempels van Ajanta zijn beroemd om hun prachtige boeddhistische
schilderingen. Voor de auteur is het duidelijk dat deze grottempels
in een latere periode voor een groot deel door boeddhisten opnieuw zijn
bewerkt, gepleisterd, en beschilderd, maar dat ze oorspronkelijk door
hindoes waren uitgehouwen. Het is moeilijk om een scherpe lijn te trekken
omdat Gautama een hervormer van het hindoeïsme was en veel hindoes
werden in die tijd boeddhisten en enkele van deze volgelingen kunnen
de beeldhouwwerken van deze heilige plaatsen hebben aangepast. Op sommige
plaatsen waren de nieuwe boeddhisten actiever dan op andere. In Ajanta
zijn bijna alle grotten omgewerkt tot uitbeeldingen van boeddhistische
thema’s.
Stupa, de berg Meru of Kailasa
De zogenaamde stupa neemt een heel belangrijke plaats in in de voornaamste
grottempel van Karli. Ook in andere grottempelcomplexen zoals Bhaja,
Bedsa, Junnar, Ajanta en Nashik speelt hij duidelijk een centrale rol,
in tegenstelling tot Elephanta waar men alleen linga’s aantreft.
In Ellora hebben veel grottempels linga’s en slechts één
heeft een stupa, namelijk grot 10 of de Visvakarma-grot. De symboliek
van de stupa is vergelijkbaar met die van een linga alleen dan uitgebreider.
De stupa symboliseert niet alleen de geboorte van een universum, zoals
het linga, maar ook een volledig ontvouwd universum. Een universum wordt
voorgesteld door de halve bol die wordt geboren uit twee omringende
ovale ringen: Brahman en pradhana. Evenals het linga is dit dus een
weergave van Brahma die wordt geboren uit deze twee beginselen. Vanuit
Brahma manifesteert het vierkant zich op de top van de koepel, dat het
verblijf van de menigten scheppende goden voorstelt. De zes elkaar overwelvende
lagen bovenop het vierkant vertegenwoordigen de verschillende kosmische
sferen die door deze scheppende goden tot activiteit worden gebracht,
en daarboven is de zevende of hoogste sfeer. Volgens het Vishnu
Purana vormde intellect of Mahat,
waaronder de (niet gemanifesteerde) grove elementen,
een ei, dat zich langzaam uitbreidde als een luchtbel op het water.
Dit enorme ei dat is samengesteld uit de elementen en dat rust op
de wateren, was het voortreffelijke natuurlijke verblijf van Vishnu
in de vorm van Brahma. In dat ei . . . bevonden zich de continenten
en zeeën en bergen, de planeten en onderverdelingen van het universum,
de goden, de demonen en de mensheid. En dit ei was uitwendig bekleed
met zeven natuurlijke omhulsels; door water, lucht, vuur, ether en
ahamkara . . . vervolgens kwam het beginsel van de intelligentie.
– Boek I, hfst. 2
De stupa is ook een voorstelling van de berg Meru of Sumeru, die zowel
bij jains als bij hindoes en boeddhisten bekendstaat als de centrale
berg in Jambudvipa of onze aarde. Jambudvipa is het centrale ‘eiland’
of de centrale ‘bol’ omringd door vele andere dvipa’s.
In de theosofische literatuur zijn de dvipa’s de (voor ons) onzichtbare
bollen van de aardketen. Latere hindoegeschriften verwijzen er ook naar
als de berg Kailasa of de verblijfplaats van Siva. De berg Meru vertegenwoordigt
de heilige centrale berg op onze aarde waar volgens zeggen Sambhala
zich zou bevinden. Hij wordt in verband gebracht met dvipa’s die
zijn opgebouwd uit een steeds fijnere soort materie (theosofie en hindoeïsme
noemen er gewoonlijk zes), die hier worden vertegenwoordigd door de
zes elkaar overwelvende lagen. Bovendien vertegenwoordigt hij zowel
de noordpool als de zon – de derde Sambhala, het heilige centrum
van ons zonnestelsel. Over de eerste Sambhala, of verblijfplaats van
de grote adepten, zeggen legenden dat deze door ondergrondse tunnels
is verbonden met heilige centra over de hele wereld, waaronder de grottempels
van Karli. Het is opmerkelijk dat er ook aanwijzingen zijn voor het
bestaan van zulke ondergrondse passages in andere delen van de wereld
zoals in Egypte en Peru.
Conclusie
De grottempels van India worden omgeven door mysteries. Het is onzeker
wanneer ze werden uitgehouwen en door wie, maar volgens legenden zijn
sommige veel ouder dan tegenwoordig wordt gedacht, en het is duidelijk
dat sommige door verschillende sekten opnieuw in gebruik zijn genomen
en zijn herbewerkt.
De zogenaamde stupa’s die zich in enkele van de grotten bevinden,
zijn in feite een oud thema niet alleen van het boeddhisme maar ook
van het jainisme en hindoeïsme. Als symbool voor het ei van Brahma
vertegenwoordigt hij het ontvouwen van de beginselen van een universum.
Als symbool voor de berg Meru is hij een voorstelling van de goddelijke
kern van een planeet, zonnestelsel, of mens. Het linga in combinatie
met de yoni vertegenwoordigt ook een goddelijke kern of de berg Meru.
Bovendien verwijst hun symboliek naar de geboorte van een universum,
en het linga is de stralende kiem die het universum al in zich bevat.
Sommige van deze grottempels waren ongetwijfeld mysteriecentra voor
het bestuderen van de universele wijsheid van de goden. De essentie
van alle religies vindt haar oorsprong in één bron die
is verbonden met de heilige centrale berg, de berg Meru, de verblijfplaats
van de adepten en van de goden, en van daaruit stroomt de goddelijke
wijsheid naar onze wereld. Deze wijsheid behoort alle mensen toe en
niet slechts een bepaalde persoon of organisatie, maar om haar te ontvangen
moeten we onszelf verbinden met onze innerlijke berg Meru, de heilige
verblijfplaats van onze innerlijke god. Zoals Carmel Berkson zei: ‘ons
[spirituele] hart is het heiligdom.’
Noot
- Ellora, M.K. Dhavalikar, 2003, blz. 7.