Als wij generaties lang ‘de wereld hebben uitgesloten
van kennis over onze kennis’, dan was dat omdat ze daarvoor
absoluut ongeschikt was; en als zij, ondanks de geleverde bewijzen,
blijft weigeren zich voor de feiten gewonnen te geven, dan zullen
wij ons aan het einde van deze cyclus nogmaals in afzondering en in
ons rijk van stilte terugtrekken. . . . Ontelbare generaties lang
heeft de adept een tempel gebouwd van onvergankelijke stenen, een
reuzentoren van ONEINDIG DENKEN, waarin de
titan woonde en, als het nodig is, alleen zal blijven wonen, om er
slechts uit tevoorschijn te treden aan het eind van iedere cyclus
om de uitverkorenen van de mensheid te vragen met hem samen te werken
en op hun beurt te helpen de bijgelovige mens te verlichten. En wij
zullen dat periodieke werk van ons voortzetten; we zullen ons van
onze filantropische pogingen niet laten afbrengen, tot op die dag
dat de grondslagen voor een nieuw continent van denken zo stevig zijn
gelegd dat geen enkele tegenstand en domme kwaadwilligheid, geleid
door de broeders van de schaduw, de zege zal kunnen behalen.
–blz. 57-8
Wees niet bang; hoewel we inderdaad ‘bijgelovig hechten aan
de overblijfselen van het verleden’, zal onze kennis niet uit
het gezicht van de mensheid verdwijnen. Zij is het ‘geschenk
van de goden’ en het kostbaarste overblijfsel van alles. De
hoeders van het heilige licht hebben niet zoveel eeuwen veilig overbrugd
om op de rotsen van het moderne scepticisme schipbreuk te lijden.
Onze loodsen zijn te ervaren zeelieden dan dat we zo’n ramp
zouden hoeven [te] vrezen. We zullen steeds vrijwilligers vinden om
de vermoeide schildwachten te vervangen, en de wereld, hoe slecht
zij in haar huidige overgangsperiode ook is, kan ons nu en dan toch
nog enkele mensen verschaffen. – blz. 236-7
Vindt u het van weinig betekenis, dat u het afgelopen
jaar slechts aan uw ‘familieplichten’ heeft gewijd? Wel,
wat is een betere reden tot beloning, een betere training dan dagelijkse
en voortdurende plichtsbetrachting? Geloof me, mijn ‘pupil’,
de man of vrouw die zich door karma temidden van kleine eenvoudige
plichten en opofferingen en liefdevolle attenties geplaatst ziet,
zal door deze trouw te volbrengen, tot hogere plicht, offervaardigheid
en liefde jegens de gehele mensheid komen – bestaat er een beter
pad naar de verlichting waarnaar u streeft dan de dagelijkse overwinning
van het Zelf, de volharding, zelfs wanneer een merkbare psychische
vooruitgang ontbreekt, het ondergaan van tegenspoed met die kalmte
en kracht waardoor deze in geestelijke winst wordt omgezet –
aangezien goed en kwaad niet kunnen worden afgemeten naar wat er op
het lagere of stoffelijke gebied gebeurt. – Laat u niet ontmoedigen,
wanneer de praktijk bij uw aspiraties ten achter blijft, maar stel
u er niet mee tevreden dit te erkennen, daar u heel goed
beseft dat u maar al te vaak neigt tot mentale en morele traagheid,
eerder geneigd bent om mee te drijven met de levensstromen dan zelf
uw eigen koers te bepalen. Uw geestelijke vooruitgang is veel groter
dan u weet of kunt beseffen, en u doet er goed aan te geloven dat
zo’n ontwikkeling op zichzelf belangrijker is dan het
besef hiervan door uw bewustzijn op het stoffelijk gebied. Ik zal
nu niet op andere onderwerpen ingaan, daar dit alleen een blijk is
van mijn sympathie en erkenning van uw streven, en een ernstige aanmoediging
om bij de uiterlijke gebeurtenissen van nu een geest van kalmte en
moed te bewaren, en een geest vol verwachting ten aanzien van de toekomst
op alle gebieden – geheel de uwe. –blz.
413
Wat u de zon noemt is in feite niets anders dan een
weerspiegeling van de reusachtige ‘voorraadschuur’ van
ons stelsel, waarin al zijn krachten worden opgewekt en bewaard; omdat
de zon het hart en het brein is van ons dwergheelal, zouden we zijn
faculae – die miljoenen kleine, intens schitterende
lichamen waaruit het oppervlak van de zon buiten de vlekken bestaat
– kunnen vergelijken met de bloedlichaampjes van die lichtbol,
hoewel enkele ervan, zoals de wetenschap terecht veronderstelt, zo
groot zijn als Europa. Die bloedlichaampjes zijn elektrische en magnetische
stof in haar zesde en zevende toestand. . . . Wij weten dat
de onzichtbare zon is samengesteld uit dat wat noch
een naam heeft, noch kan worden vergeleken met iets dat aan uw wetenschap
bekend is – op aarde; en dat zijn ‘weerspiegeling’
nog minder zoiets bevat als ‘gassen’, minerale stof, of
vuur, hoewel zelfs wij, als we er in uw beschaafde taal over
spreken, gedwongen zijn zulke uitdrukkingen te gebruiken als ‘damp’
en ‘magnetische stof’. . . . De zon is noch vast,
noch vloeibaar, noch zelfs een gloeiend gasvormig lichaam,
maar een reusachtige bol van elektromagnetische krachten, de voorraadschuur
van universeel leven en universele beweging, vanwaar
deze in alle richtingen pulseren, en zowel het kleinste atoom als
het grootste genie tot aan het einde van het mahayuga met
hetzelfde materiaal voeden. – blz. 177-9