De mahatma brieven aan A.P. Sinnett
Samengesteld door A. Trevor Barker

Toen de Theosophical Society pas was opgericht kwam HPB vaak in het nieuws. In India liet A.P. Sinnett, een redacteur van een Engelse krant aldaar, haar weten dat hij haar leraren, de mahatma’s, Koot Hoomi en Morya, graag enkele vragen zou willen stellen en of zij zou willen bemiddelen. De hieruit voortvloeiende correspondentie geeft een enorme schat aan informatie over het leven van deze mystici aan de andere kant van de Himalaya. De brieven bevatten uiteenzettingen over filosofie, ethiek en het spirituele leven en geven blijk van openhartigheid, sympathie, geduld en een sterk gevoel voor humor. De originelen van deze brieven worden bewaard in de British Library in Londen.

Het boekje Gecombineerde chronologie van Margaret Conger wordt aangeraden om bij De mahatma brieven te gebruiken.

 

Kleurenplaten van enkele brieven opgenomen in het boek
H.P. Blavatsky en de SPR

Commentaren van haar leraren [over Blavatsky]

16 x 23 cm, 606 blz.
1ste druk 1979
isbn 9789062715800
gebonden € 25,00

Bestel bij bol.com

E-boek 2012 PDF (6 MB)

vertaling van:
The Mahatma Letters
to A.P. Sinnett

brief 10 en 22 verkort

 


Citaten
 

Als wij generaties lang ‘de wereld hebben uitgesloten van kennis over onze kennis’, dan was dat omdat ze daarvoor absoluut ongeschikt was; en als zij, ondanks de geleverde bewijzen, blijft weigeren zich voor de feiten gewonnen te geven, dan zullen wij ons aan het einde van deze cyclus nogmaals in afzondering en in ons rijk van stilte terugtrekken. . . . Ontelbare generaties lang heeft de adept een tempel gebouwd van onvergankelijke stenen, een reuzentoren van ONEINDIG DENKEN, waarin de titan woonde en, als het nodig is, alleen zal blijven wonen, om er slechts uit tevoorschijn te treden aan het eind van iedere cyclus om de uitverkorenen van de mensheid te vragen met hem samen te werken en op hun beurt te helpen de bijgelovige mens te verlichten. En wij zullen dat periodieke werk van ons voortzetten; we zullen ons van onze filantropische pogingen niet laten afbrengen, tot op die dag dat de grondslagen voor een nieuw continent van denken zo stevig zijn gelegd dat geen enkele tegenstand en domme kwaadwilligheid, geleid door de broeders van de schaduw, de zege zal kunnen behalen.    –blz. 57-8

Wees niet bang; hoewel we inderdaad ‘bijgelovig hechten aan de overblijfselen van het verleden’, zal onze kennis niet uit het gezicht van de mensheid verdwijnen. Zij is het ‘geschenk van de goden’ en het kostbaarste overblijfsel van alles. De hoeders van het heilige licht hebben niet zoveel eeuwen veilig overbrugd om op de rotsen van het moderne scepticisme schipbreuk te lijden. Onze loodsen zijn te ervaren zeelieden dan dat we zo’n ramp zouden hoeven [te] vrezen. We zullen steeds vrijwilligers vinden om de vermoeide schildwachten te vervangen, en de wereld, hoe slecht zij in haar huidige overgangsperiode ook is, kan ons nu en dan toch nog enkele mensen verschaffen.    – blz. 236-7

Vindt u het van weinig betekenis, dat u het afgelopen jaar slechts aan uw ‘familieplichten’ heeft gewijd? Wel, wat is een betere reden tot beloning, een betere training dan dagelijkse en voortdurende plichtsbetrachting? Geloof me, mijn ‘pupil’, de man of vrouw die zich door karma temidden van kleine eenvoudige plichten en opofferingen en liefdevolle attenties geplaatst ziet, zal door deze trouw te volbrengen, tot hogere plicht, offervaardigheid en liefde jegens de gehele mensheid komen – bestaat er een beter pad naar de verlichting waarnaar u streeft dan de dagelijkse overwinning van het Zelf, de volharding, zelfs wanneer een merkbare psychische vooruitgang ontbreekt, het ondergaan van tegenspoed met die kalmte en kracht waardoor deze in geestelijke winst wordt omgezet – aangezien goed en kwaad niet kunnen worden afgemeten naar wat er op het lagere of stoffelijke gebied gebeurt. – Laat u niet ontmoedigen, wanneer de praktijk bij uw aspiraties ten achter blijft, maar stel u er niet mee tevreden dit te erkennen, daar u heel goed beseft dat u maar al te vaak neigt tot mentale en morele traagheid, eerder geneigd bent om mee te drijven met de levensstromen dan zelf uw eigen koers te bepalen. Uw geestelijke vooruitgang is veel groter dan u weet of kunt beseffen, en u doet er goed aan te geloven dat zo’n ontwikkeling op zichzelf belangrijker is dan het besef hiervan door uw bewustzijn op het stoffelijk gebied. Ik zal nu niet op andere onderwerpen ingaan, daar dit alleen een blijk is van mijn sympathie en erkenning van uw streven, en een ernstige aanmoediging om bij de uiterlijke gebeurtenissen van nu een geest van kalmte en moed te bewaren, en een geest vol verwachting ten aanzien van de toekomst op alle gebieden – geheel de uwe.     –blz. 413

Wat u de zon noemt is in feite niets anders dan een weerspiegeling van de reusachtige ‘voorraadschuur’ van ons stelsel, waarin al zijn krachten worden opgewekt en bewaard; omdat de zon het hart en het brein is van ons dwergheelal, zouden we zijn faculae – die miljoenen kleine, intens schitterende lichamen waaruit het oppervlak van de zon buiten de vlekken bestaat – kunnen vergelijken met de bloedlichaampjes van die lichtbol, hoewel enkele ervan, zoals de wetenschap terecht veronderstelt, zo groot zijn als Europa. Die bloedlichaampjes zijn elektrische en magnetische stof in haar zesde en zevende toestand. . . . Wij weten dat de onzichtbare zon is samengesteld uit dat wat noch een naam heeft, noch kan worden vergeleken met iets dat aan uw wetenschap bekend is – op aarde; en dat zijn ‘weerspiegeling’ nog minder zoiets bevat als ‘gassen’, minerale stof, of vuur, hoewel zelfs wij, als we er in uw beschaafde taal over spreken, gedwongen zijn zulke uitdrukkingen te gebruiken als ‘damp’ en ‘magnetische stof’. . . . De zon is noch vast, noch vloeibaar, noch zelfs een gloeiend gasvormig lichaam, maar een reusachtige bol van elektromagnetische krachten, de voorraadschuur van universeel leven en universele beweging, vanwaar deze in alle richtingen pulseren, en zowel het kleinste atoom als het grootste genie tot aan het einde van het mahayuga met hetzelfde materiaal voeden.    – blz. 177-9

 


 

Theosophical University Press Agency (TUPA)
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag, 070-3231776