Een introductie tot De Geheime Leer
H.P. Blavatsky

bestel boek

derde herziene druk 2009

© 2009  Theosophical University Press Agency, Den Haag

 

      Inhoudsopgave     
   

 

Twee citaten die in de GL voorafgaan aan de stanza's in deel 1

Noch iets noch niets bestond; die heldere hemel daar
Was niet, noch het brede hemeldak daarboven uitgestrekt.
Wat dekte het al? wat beschutte? wat verborg?
Was het van het water het peilloze diep?
Er was geen dood – toch was er niets onsterfelijks,
Er was geen grens tussen dag en nacht;
Het enig Ene ademde stil alleen,
Behalve Dat is sindsdien niets geweest.
Het was duister, en het al was eerst gehuld
In diepe somberheid – een lichtloze oceaan –
De kiem, bedekt nog in de schil,
Barstte open, één van aard, uit hittegloed. . . .

Wie kent het geheim? Wie verkondigde het hier?
Wie weet vanwaar die veelvoudige schepping ontstond?
De goden zelf ontstonden later pas –
Wie weet vanwaar die schepping plots ontstond?
Wie kent Dat vanwaar die grote schepping kwam?
Wie weet of zijn wil het schiep of dat die zweeg?
De hoogste ziener in de hoogste hemel,
Hij weet het – of misschien zelfs deze niet.
       – Rig-Veda, 10:129

 

Starend de eeuwigheid in . . .
Vóór de grondslag van de aarde was gelegd, . . .
Was u. En als de onderaardse vlam
Zal barsten uit het gevang, het raamwerk zal verteren . . .
Zult u nog zijn zoals u eerder was,
Veranderd bent u niet, als tijd er niet meer is.
O! eindeloos denken, goddelijke eeuwigheid.
       – John Gay, A Thought on Eternity

 


Een introductie tot de Geheime Leer, blz. 28

© 2009  Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag