Wat is ouderdom?

 

Wat is ouderdom, de wetenschappelijke verklaring van ouderdom? Ziekten ontstaan, zoals we allen weten, door ongehoorzaamheid aan de natuurwetten, de wetten van de gezondheid, en we maken ons allen min of meer schuldig aan die ongehoorzaamheid. Sterven is eenvoudig het terugtrekken van de subtielere krachten uit dit fysieke gebied, zodat het ego als een volledig egoïsch wezen zijn avontuurlijke reis kan voortzetten nu aan de verlokkingen en aantrekkingskracht van deze aarde tijdelijk een einde is gekomen. Alleen al over deze twee punten zouden boekdelen kunnen worden geschreven. Maar wat is ouderdom eigenlijk?
    Allereerst dit; heeft u zich ooit verbaasd over het eenvoudige feit dat de meeste mensen binnen een zeker tijdsbestek, binnen een zeker aantal jaren sterven? Ziekten en ongevallen niet meegeteld, is de gemiddelde levensduur in de hele wereld vrijwel gelijk: we worden geen duizend jaar en als we niet door een ongeval of een of andere ziekte naar de andere gebieden worden overgebracht, leven we langer dan tien of honderd dagen. Hoe komt het dat de gemiddelde levensduur voor de mens zo tussen de vijftig en tachtig jaar of, laten we zeggen, honderd jaar ligt? Dat is nog zo kort. Hoe komt dat? Zijn we zo volgzaam als schapen dat we iets accepteren omdat het zich voordoet, niet nadenken en ons niet afvragen waarom het zo is? Waarom wordt een schildpad bijna tweehonderd jaar, terwijl wij mensen gewoonlijk voor we honderd jaar hebben bereikt door de Engel des Doods worden meegenomen? Het gebeurt zo zelden dat een mens in het fysieke leven ouder wordt dan honderd jaar, dat men van die uitzonderlijke gevallen waarin iemand 105 of 130 of 140 jaar wordt aantekening houdt.
    Ik zal u zeggen wat het is – het is gewoonte: de manier waarop we handelen en reageren in het evolutiestadium waarin de mensheid zich op dit moment bevindt. We spreken over de planeten en het feit dat ze de levensduur van de mens regelen. Volkomen waar; maar hoe komt het dat de planeten een mens toestaan een zogenaamde kritieke periode te passeren en zijn leven voort te zetten en hem pas wegnemen als hij opnieuw zo’n punt bereikt? Misschien is hij dat punt in zijn leven al verschillende keren gepasseerd. Waarom treft het hem op een gegeven ogenblik? Dat zijn feiten, boeiende en belangwekkende feiten en ik vraag u waarom dat zo is. Mijn antwoord is: het is een gewoonte in de natuur als gevolg van ons karma, van onze gevoelens en gedachten, van ons denken in het verleden. We hebben voor onszelf een patroon van psychische en intellectuele gewoonten gevormd dat de Engel des Doods ertoe brengt ons min of meer binnen dit korte tijdsbestek tussen één en zeventig of honderd jaar te komen halen.
    Hoe is die gewoonte ontstaan? Was die gewoonte er altijd? Blijft ze altijd precies gelijk? Met andere woorden, leefden onze voorouders van laten we zeggen 120 miljoen jaar geleden ook maar 50 of 60 of 70 jaar om dan te sterven? Dat was niet het geval. Zij werden honderden jaren oud; en mededelingen daarover vinden we in alle geschriften uit de oudheid, zoals bijvoorbeeld in de joodse bijbel waarin staat dat Methusalem ongeveer 900 jaar werd. Nu geloof ik dat dat overdreven is, maar het is een illustratie en die kunnen we verder laten rusten. Daarna werd de levensduur van de mens op aarde korter omdat hij het kwaad zocht en van het kwaad met zijn hete, kwalijke geur hield; en omdat het kwaad een verhoging van het levenstempo betekent, raakt het reservoir van levenskracht vóór de normale tijd uitgeput. Daarom werd het leven van de mens korter. Dat is de juiste verklaring; en als de mensheid in de loop van miljoenen jaren een psychische gewoonte verwerft, reageren zelfs de atomen van het menselijk lichaam op die gewoonte en gehoorzamen. Zo gaat het met alle soorten gewoonten, zoals elke ochtend op een bepaalde tijd wakker worden. Iemand kan de gewoonte kweken zich overmatig te voeden of zich uit te hongeren. Hij kan allerlei gewoonten aankweken; en iedere oplettende arts kent heel goed de fysiologische gewoonten die het lichaam bij de geboorte, in een genezingsproces en zelfs bij ziekte automatisch volgt.
    Dit is echter nog niet helemaal een antwoord op de vraag: waarom leeft een mens maar 80 tot 100 jaar, wat zo kort is vergeleken met de eindeloze tijd? Even een korte opflikkering, en dan weg! Kijk naar de sterren; zie zelfs naar andere wezens op aarde, waarvan er vele heel wat langer leven dan wij mensen. Waarom moet dat zo zijn? Welnu, het volgende is een occulte gedachte die juist is, wat u ook ervan denkt. Die gewoonte werd niet alleen verworven als gevolg van karma in het verleden, dat zijn de dingen die wij in alle reeksen van vroegere levens deden en de gedachten die we hadden en de gevoelens die we ondergingen en waaraan we wel of niet gevolg gaven; het betekent ook dat de mensheid op haar evolutionaire reis naar een veel grotere volmaking dan die ze nu bezit, zich pas ongeveer halverwege de ontwikkelingsgang bevindt van wat theosofen onze planeetketen noemen. Met andere woorden, ze is in haar reeks van zeven ronden iets voorbij het punt halverwege gekomen, d.w.z. het punt dat het diepst in de stof ligt. Daarom is de aantrekkingskracht van de fysieke stof het sterkst.
    Als men let op oude mensen zal men verschillende dingen opmerken: dat mensen met de mooiste ouderdom hun vermogens pas verliezen enkele dagen of ongeveer een week voor de dood intreedt. Hun vermogens blijven intact, niet de lichamelijke, want het lichaam veroudert snel, maar de werkelijke vermogens die een mens tot mens maken. Een sterk fysiek lichaam alleen is niet het kenmerk van een waarachtig mens. Dieren hebben soms een lichaam dat veel sterker is dan dat van een hoogontwikkeld, beschaafd mens. Het zijn de innerlijke vermogens die ons tot mens maken en die vermogens blijven behouden bij hen die een mooie ouderdom hebben; want die mannen en vrouwen zijn op dat moment op hun best en het verst geëvolueerd. Het is alsof zij, als gevolg van deze verfijning van de evolutionaire toestand waarin ze nu verkeren, voorzichtig enkele stappen vóór zijn gekomen op de mensheid, op weg naar de grotere schoonheid van de toekomst en alsof ze deze evolutionaire positie als voorloper konden vasthouden tot de dood kwam – voorlopers als het ware wat de gewoonten van de mens betreft.
    We zijn nu in wat we de vierde ronde noemen, ongeveer op het punt halverwege of het laagste punt. Als we de vijfde ronde hebben bereikt, komt de dood niet zo snel; de levensduur van de mens is dan veel langer dan de zeventig jaar die de Hebreeuwse bijbel ons geeft als de normale duur van een mensenleven. Als we de zesde ronde hebben bereikt is de levensduur nog langer. Hebben we de zevende en laatste ronde van deze planetaire belichaming bereikt, dan is de levensduur het langst; er is dan geen ouderdom; er is geen toekomst meer voor die bepaalde planeetketen, geen mensen die we als het ware de beste kunnen noemen en die iets vooruit kunnen lopen op de norm, want alle mensen behouden dan hun vermogens tot de dood komt. In deze zevende ronde zal de mensheid verhoudingsgewijs een ras van boeddha’s of christussen zijn geworden. De dood, volgens het christelijke stelsel de laatste vijand die moet worden overwonnen, is dan bedwongen, ziekten bestaan niet meer, want de mens heeft dan een levensgewoonte die volkomen in harmonie is met de natuurwetten; en wat wij dood noemen is dan eenvoudig in slaap vallen om in hogere gebieden te ontwaken. Dat is precies wat ik bedoel – niet een zich losscheuren zoals tegenwoordig het geval is, of dat nu op een zachtaardige manier of ruw gebeurt, maar eenvoudig in slaap vallen.
    We zien op deze wijze vooruit naar een tijd die nog vele miljoenen jaren van ons is verwijderd, waarin het leven van de mens weer enkele honderden jaren duurt, waarin zijn gezondheid betrekkelijk volmaakt zal zijn, omdat de mensheid alle wetten van de natuur automatisch gehoorzaamt. En als de dood komt is dat als een rustige slaap, een binnengaan van innerlijke werelden; of anders gezegd, in die tijd zullen de mensen uit hun lichaam stappen wanneer ze dat willen, het achterlaten als ze vermoeid zijn en, als dat hun wens is een nieuw lichaam aannemen of verdergaan in andere sferen; want dan hebben we de dood overwonnen. Er zal geen dood meer zijn zoals wij die nu zien. Dat stelt de evolutie voor ons in het vooruitzicht – een prachtig beeld! In plaats van oud te zijn, zullen de mensen in het volle bezit zijn van hun vermogens, niet alleen fysieke vermogens zoals ze die, laten we zeggen, op vijfenveertigjarige leeftijd hebben, maar hun verstand, hun geest, hun visie en hun denken zullen op hun best zijn. Dat komt zelfs tegenwoordig zo nu en dan voor bij de beste voorbeelden van de mensheid, diegenen die hun evoluerende en achter hen aan komende broeders wat vooruit zijn. Ze zijn intuïtief, hebben als het ware ingevingen, zoals een kind dat onzekere stappen doet naar iets dat nog onbekend is. De natuur stuwt hen vooruit, zodat hun ouderdom een beeld geeft van wat de toekomst voor alle mensen zal zijn; toekomstvisioenen die hun schaduw naar ons hier terugwerpen.
    De wijze waarop wij nu de ouderdom benaderen is een gevolg van ons verleden; maar we kunnen zeggen dat hoe ouder een mens wordt in die verre toekomstige eeuwen, des te sterker en krachtiger hij wordt in zijn hele wezen, zelfs in zijn lichaam. Maar dat hebben we nog niet bereikt! Onze ouderdom is een weerspiegeling in het klein van al wat de mens tot nu toe heeft bereikt. Deze is een gewoonte van de mensheid geworden.
    Ik wil nog op iets anders wijzen: louter lichamelijke ouderdom is beslist niet iets om naar te verlangen. Als men bedenkt hoe meelijwekkend de ouderdom voor zoveel miljoenen mensen is – verlies van intellectuele kracht, van spiritualiteit, en natuurlijk ook verlies van lichaamskrachten, het verlies van psychologisch inzicht en voor een groot deel ook van het denkvermogen; en toch blijven ze in leven omdat de lichaamskracht zo sterk is. Wie wil dat? De ideale ouderdom, waarnaar we zelfs nu al kunnen streven en die we kunnen bereiken naarmate we ons ervoor inspannen, betekent dat we de dood, als die komt, met vreugde tegemoet treden, want het is het begin van een prachtig avontuur; dat we vanaf de geboorte tot de tijd van haar komst zo leven, zo denken en voelen en streven dat, ook al wordt het lichaam onvermijdelijk min of meer verzwakt met het ouder worden, het denken onaangetast blijft; dan neemt de geestelijke kracht toe en wordt, wat we zo gebrekkig aanduiden als de levensavond, een zegen. Het ideaal van oud zijn is dat een mens wint aan innerlijke kracht en innerlijke visie, dat hij verstandelijk en geestelijk groeit zodat hij, met elke nieuwe dag, zelfs tot enkele uren voor zijn dood, een groter mens is dan hij de dag of het jaar daarvoor was. Dat is geen onmogelijk ideaal. Leef op de juiste wijze, dan is dat de beloning.
    Maar er zijn in het leven van veel mensen karmische dingen die ziekten teweegbrengen, ziekten die langgeleden in vorige levens hun oorsprong hebben. Daarom is het verstandig in zaken als deze de mooie oude regel in gedachten te houden: oordeel niet over uw broeder om niet zelf geoordeeld te worden. U weet nooit of uw broeder niet de een of andere vreselijke vergelding in dit leven doormaakt voor een misstap van misschien wel tien levens geleden, die als een kwalijk zaad verborgen bleef om nu te ontkiemen en tot bloei te komen. Oordeel niet over hem; misschien is hij u ver vooruit – wanneer dit leven eenmaal is geëindigd heeft hij misschien een ander lichaam en een nieuw karma dat veel beter is dan wat u kunt verwachten.
    We moeten nog vele bergen van ervaringen beklimmen, maar wat een vreugde brengen ons al die wonderlijke avonturen. Denk aan de toekomstige belichamingen in allerlei rassen en allerlei landen, waarvan sommige nog boven het wateroppervlak moeten oprijzen, terwijl het onze zal zijn verzonken of overstroomd: nieuwe landen, nieuwe talen, nieuwe ervaringen, nieuwe avonturen en altijd gaan we vooruit en omhoog, en altijd groeien we.
    Maar een troostrijke gedachte in de tegenwoordige omstandigheden is dat de mensheid als geheel het ‘punt halverwege’ is gepasseerd. Van nu af aan gaat ze niet meer omlaag in de stof, maar klimt ze langzaam omhoog tot het einde van de tijd voor deze aarde is aangebroken. Er is dan geen dood meer en de evolutionaire gewoonte die de mensheid nu volgt, en die de levensduur begrenst tot een bespottelijk klein aantal jaren zal dan zijn veranderd. De dood zal zijn verdwenen, de geboorte vindt op andere manieren plaats. De dan geniale mens zal zich met de goden onderhouden. Inspiratie is het erfgoed van allen. Er is dan geen armoede, geen lijden, geen verdriet meer; want de zon van de waarheid is opgekomen in het hart van de mens en brengt genezende kracht met zich mee!


Wind van de geest, blz. 71-7

© 2001 Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag