De gouden keten van de platonische opvolging

 

Homerus was de eerste in het Griekse denken die sprak over de gouden keten tussen Vader Zeus en de mensen, zijn kinderen, en die zei dat wij mensen door deze gouden keten van sympathie en gevoelens die de goden met de mensen verbond, konden opklimmen naar de goddelijke sterren waar Zeus, de vader van goden en mensen, verblijft. Maar het was Plato die dit prachtige homerische denkbeeld zo algemeen bekendmaakte dat na zijn tijd onderzoekers vaak erover spraken als de platonische keten.
    Wat betekent dit nu eigenlijk, dit prachtige Griekse idee van hoop, dat is vervuld van de majesteit van het goddelijke? Het wil zeggen dat er voor de mens een weg is om het goddelijke te bereiken, dat deze keten in werkelijkheid niets anders is dan een pad dat we kunnen betreden als we willen. Het wordt een gouden keten genoemd omdat de weg leidt naar het gouden hart van Vader Zon, en vandaar verder naar het hart van het goddelijke Zijn zelf, waar de goden verblijven; en dat zich langs deze hele ladder tussen goden en mensen, goden of leraren bevinden die ons, de reizigers die de weg omhooggaan, wijzen waarop we moeten letten, welke richting we moeten inslaan, hoe we steeds hoger en verder moeten komen. Bij elke schakel van deze wonderlijke gouden keten staat een leraar; zijn hele en enige plicht is hen die beneden zijn te leren staan waar hij zich bevindt. Met andere woorden, er is een hiërarchie van leraren tussen ons mensen, die allen leerlingen zijn, en de goddelijke wezens naar wie wij streven, en deze hiërarchie is er om allen die lager staan te helpen.
    Er is een weg, en de leraren hebben ons daaraan herinnerd, die steil en doornig is, maar niettemin een weg, en die leidt omhoog en naar binnen, naar het hart van het goddelijke Zijn. Wij gaan dit pad, zelfs nu zijn we al reizigers op dat pad, hoewel de meesten van ons dit helaas niet weten en alleen voortstrompelen; maar de weg is er en langs deze weg, als we het konden zien, als we het konden beseffen, bevinden zich lotgenoten voor ons uit, die door de eeuwen van het verleden en in de eeuwen van de toekomst gestaag omhoog en voorwaarts gaan en wij mensen bevinden ons temidden van dit wonderlijke leger van reizigers dat op weg is. Sommigen van ons voelen er niet voor steeds strompelaars of achterblijvers op het pad te zijn, maar willen sneller vooruit en omhoog, willen zich oefenen, zich ontwikkelen, zichzelf aanpakken en het innerlijke en hogere deel van ons ons leven laten beheersen. Dat betekent sneller vorderingen maken.
    Dat is, denk ik, de innerlijke betekenis van deze prachtige Griekse leer van de gouden keten tussen mensen en de goden, een schitterende leer!


Wind van de geest, blz. 311-2

© 2001 Theosophical University Press Agency
Daal en Bergselaan 68, 2565 AG Den Haag