Gedachten over H.P. Blavatsky*
Ina Belderis-Rijken van Olst

 

*Uit een lezing gehouden op 6 oktober 1984 op een algemene ledenbijeenkomst van Het Theosofisch Genootschap (Pasadena) in Hotel ‘de Keizerskroon’, Apeldoorn.

H.P. Blavatsky was een figuur die in haar eigen tijd erg opviel en ze doet dat nog steeds, maar als we de vele opmerkelijke aspecten van haar aard in ogenschouw nemen, moeten we haar persoon niet verwarren met haar filosofie en leringen. Hoewel ze in haar jeugd buitengewoon onbezonnen, eigenwijs en koppig was, slaagde ze erin, toen ze volwassener werd, zowel zichzelf als de occulte krachten die door haar heen werkten, te beheersen. In de daaropvolgende jaren reisde ze de hele wereld over en kwam ze in contact met mensen die spirituele en psychische gaven bezaten en hierdoor werd haar karakter gevormd en gepolijst.

De betekenis van H.P. Blavatsky ligt niet in haar persoonlijkheid of in haar tijdgebonden opvattingen en zeker niet in de verschijnselen die ze kon teweegbrengen. Haar betekenis ligt in het feit dat dit onbesuisde wezen door haar leraren was bestemd om te dienen als boodschapper, als instrument om de oude wijsheid, de esoterische filosofie weer een belangrijke plaats te doen innemen in het gedachteleven van de wereld. Haar opdracht was in geen enkel opzicht te benijden. Ze was immers niet geboren met praktische kennis van de theosofie. Die heeft ze zich met enorme inspanning eigen moeten maken en haar basisopleiding was verre van toereikend voor haar taak. Ze moest Engels leren schrijven en veel van wat ze schreef moest worden gecorrigeerd door mensen die vaak niet konden begrijpen waar ze het over had. Toch is ze er zelfs onder deze ongunstige omstandigheden in geslaagd, tussen 1875 en 1891, een enorme hoeveelheid esoterische leringen toe te lichten. In al deze geschriften vindt men een schat aan gedachten en ideeën – zoveel dat één mensenleven niet genoeg is om ze te kunnen bevatten of begrijpen.

Er komen drie algemene beginselen in haar werk naar voren die niet alleen nuttig zijn bij de studie van de esoterische filosofie maar ook in het dagelijks leven. Deze zijn relativering, flexibiliteit en verantwoordelijkheid. Relativeren is alleen mogelijk als men een zekere flexibiliteit van geest heeft. Beide zijn essentieel om de eigen verantwoordelijkheid volkomen in te zien.

Relativering: H.P. Blavatsky waarschuwt er voortdurend tegen dat men niet blindelings op gezag van een ander moet geloven, want waarheid, of liever ons inzicht daarin, is relatief. Men moet elke lering mentaal en intuïtief onderzoeken vóór men die als waar aanvaardt, en altijd bereid zijn deze te vervangen door een dieper inzicht en een breder perspectief. Dit geldt voor alles in het leven, vooral voor onze opvatting van de theosofie. In de inleiding van De geheime leer1 zegt HPB bijvoorbeeld dat ze slechts enkele hoofdlijnen van de leringen geeft en dat deze nog geen honderdste omvatten van de werkelijke esoterische leer. Dus zelfs als we De geheime leer in haar geschreven vorm zouden kunnen bevatten, zouden we nog maar een onvolledig beeld van het leven hebben. Dit betekent dat wat we daarin tegenkomen niet het laatste woord is, want de waarheid van één persoon kan nooit absoluut zijn; er zit altijd meer achter.

Flexibiliteit: Dan is er de zogenaamde ring-verder-niet die ons aanmoedigt intellectueel flexibel te zijn en spiritueel of mentaal geen vaste beelden te scheppen. Dit is een soort uiterste grens die bij elk niveau van bewustzijn behoort, waarna we op een bepaald moment niet verder kunnen. Elk rijk in de natuur heeft dit, en ook elk menselijk wezen. Het spreekt vanzelf dat ons begrip altijd onvolledig is en begrensd door een ring-verder-niet en dat we elke keer dat we door een ring-verder-niet gaan, ons inzicht in de waarheid vergroten. Reden te meer dus om flexibel te zijn en denkpatronen, geen gedachtegroeven, in onze geest te laten vormen.

Verantwoordeliikheid: Ieder mens heeft zijn eigen verantwoordelijkheid bij het ontdekken van de waarheid. Natuurlijk kunnen anderen de weg wijzen, maar spirituele waarheid is alleen de moeite waard als deze tot ons hart en ons verstand spreekt. Trachten ons eigen beeld van de theosofie aan anderen op te dringen is dwaas, want elk mens zit spiritueel anders in elkaar en elk van ons ervaart het leven anders.

H.P. Blavatsky schreef haar boeken honderd jaar geleden. Honderd jaar is niet zo lang, maar er is in deze honderd jaar ontzettend veel veranderd. Zij voorzag dat haar boeken in deze eeuw veel beter zouden worden begrepen en dat ontdekkingen op velerlei gebied de theosofische leringen zouden steunen. Daarin heeft ze wel gelijk gekregen. In de natuurwetenschappen bijvoorbeeld vindt een omwenteling plaats. Bewustzijn komt naar voren als de enige factor die veel tot dusver onverklaarbare verschijnselen kan verklaren. Ontdekkingen in de natuurkunde vertonen treffende overeenkomsten met de inzichten van mystici uit de oudheid.2 Een revolutionaire theorie in de biologie veronderstelt het bestaan van morfogenetische invloedssferen, gestructureerde energievelden, die de metafysische basis voor fysische verschijnselen3 vormen. De theorie van éénlijnige evolutie wordt verlaten ten gunste van de opvatting dat de evolutie zich voltrekt langs parallelle lijnen.4 Voortgezet DNA-onderzoek belooft te leiden tot het theosofische denkbeeld dat de mens eerst kwam en dat de aap van de mens afstamt. Wij zouden dan ophouden onszelf als een ‘aap-plus’ te zien en beginnen de aap als ‘mens-minus’ op te vatten.

Buiten de wetenschappen zijn er andere aanwijzingen dat het klimaat nu gunstiger is om de esoterische filosofie duidelijk te maken en te verspreiden. Deze tijd wordt gekenmerkt door een nieuwe spirituele impuls en een hernieuwde belangstelling voor esoterische onderwerpen. Veel van deze belangstelling is overigens gericht op psychische verschijnselen en het pseudo-occulte. Het is vaak moeilijk de juwelen van wijsheid te vinden te midden van alles wat als iets bovennatuurlijks schittert. Tal van zogenaamde spirituele bewegingen schieten als paddestoelen uit de grond, de boekwinkels liggen overvol met ‘esoterische’ werken, terwijl de filmindustrie onze zintuigen bombardeert met mystieke krachten en manifestaties.

In dit verband wordt de theosofie een zeer doeltreffend instrument om ons onderscheidingsvermogen te scherpen. Het vinden van overeenkomsten met andere bewegingen is niet alleen een oefening van het onderscheidingsvermogen, maar kan ook een bron van verlichting zijn. En dat geldt ook voor het herkennen van aspecten die niet overeenkomen, van beperking en verminking. Er is op gewezen dat er gedachtestromingen in de hedendaagse wetenschap zijn, die een aantal uitspraken bewijzen die in de negentiende eeuw door H.P. Blavatsky en haar leraren zijn gedaan. Bepaalde denkbeelden, die honderd jaar geleden als onzin werden betiteld, blijken meer waarheid te bevatten dan men dacht. Veel onderzoekers worden door hun ontdekkingen in een meer mystieke richting gedreven, en op dezelfde manier waarop ze bepaalde spirituele beginselen ontdekken, kunnen ook theosofen veel van hen leren. Zij bieden ons begrippen, definities en uitdrukkingen waarmee wij de esoterische filosofie kunnen verduidelijken.

Ons begrip van de theosofie kan in feite door de studie van andere bewegingen worden vergroot, zolang men deze benadert met dezelfde openheid en hetzelfde onderscheidingsvermogen die men op de studie van welke wetenschap, filosofie en religie ook, toepast. Dit onderscheidingsvermogen en deze openheid staan in direct verband met de drie eerder genoemde punten die het waard zijn te worden herhaald:

  • het besef dat de waarheid van iets afhangt van de relatie daarvan tot een veel groter geheel;
  • het betrachten van flexibiliteit door open te staan voor nieuwe denkbeelden;
  • het aankweken van individuele verantwoordelijkheid om een lering kritisch te onderzoeken vóór men deze als waar aanvaardt.

 

Verwijzingen

  1. Blavatsky, H.P., De geheime leer, 1:6.
  2. Bentov, Itzhak, Stalking the Wild Pendulum, Bantam, New York, 1977. Capra, Fritjof, De tao van fysica, Bert Bakker, Amsterdam, 1983. Zukav, Gary, De dansende Woe-Li meesters, Bert Bakker, Amsterdam, 1981.
  3. Sheldrake, Rupert, Een nieuwe levenswetenschap, Mirananda, 1983.
  4. Gould, Stephen Jay, Ever Since Darwin, Norton, New York, 1977.
 
Andere artikelen over H.P. Blavatsky
 

Uit het tijdschrift Sunrise jan/feb 1986

© 1986 Theosophical University Press Agency