*Waarnemend predikant van de First Unitarian Church
of Honolulu, 18 dec. 1983.
Mensen die christus niet kunnen aanvaarden, hoeven zich niet door de
christelijke mythe over Kerstmis in verwarring te laten brengen. Kerstmis
was om te beginnen niet christelijk; het werd in hoofdzaak door historische
gebeurtenissen gekerstend. In werkelijkheid is het feest net zo goed
joods als christelijk; het is ook even Romeins als Zoroastrisch of heidens.
Vaak is onze interpretatie van de prachtige mythen over Kerstmis en
Pasen te letterlijk en niet breed genoeg. Van alle waarheden die met
Kerstmis te maken hebben is de eenvoudigste tegelijk de diepste –
namelijk dat het op de een of andere wijze voor de hele mensheid een
tijd is waarin ze haar levensverwachtingen versterkt en aan haar nobeler
impulsen uiting geeft. Het belangrijkste aspect ervan is dat men, los
van de miraculeuze theologie en de stroom van geschenken waaronder we
worden bedolven, in die tijd diep menselijke gevoelens beleeft.
Als we met de viering zelf beginnen, zien we dat lang voordat er sprake
was van een christelijk kerstfeest, er kerstfeesten bestonden onder
verschillende namen en dat er Christussen hebben bestaan onder andere
namen lang voordat er een christelijke Christus was. Kerstmis is een
van de oudste feesten op aarde, niet slechts 19 eeuwen maar ontelbare
eeuwen oud, en gaat terug tot de dageraad van de mensheid, toen ze zich
voor het eerst bewust werd van de omringende natuur. Alle religies waren
vanzelfsprekend in oorsprong natuurgodsdiensten die uitdrukking gaven
aan reacties van de mens op de hemel boven hem, op de terugkeer van
de seizoenen, op de aarde onder hem en de wijze waarop dat alles het
menselijk welzijn beïnvloedt. Een van de spannende gebeurtenissen
van het jaar is altijd de schijnbare stilstand van de zon op zijn reis
die hem uit het noorden wegvoert, waarna hij zijn terugreis begint:
de winterzonnestilstand die aan de winterse aarde weer de belofte van
licht en warmte brengt. De zon schijnt dan opnieuw geboren te worden,
en in iedere cultuur zijn er in die tijd van het jaar feesten, hoe ze
ook worden aangeduid. De heidense Romeinen vierden hun Saturnusfeest
dat omstreeks 25 december zijn hoogtepunt bereikte. Het was een uitbundig
feest waarin de nadruk lag op broederschap en waarbij geschenken werden
uitgewisseld. Zelfs het onderscheid tussen slaven en vrije mensen werd
enkele dagen vergeten.
De Romeinse keizers die tot het christendom waren bekeerd, te beginnen
met Constantijn, trachtten het oude Romeinse geloof te onderdrukken
en het christendom ervoor in de plaats te stellen, maar zonder succes.
Ze ondervonden dat het gemakkelijker was de tempels af te breken en
de godenbeelden te verbrijzelen dan in de ziel van een volk de denkbeelden
uit te roeien die deel uitmaakten van de oude religie. Ten slotte zegevierde
de kerk maar betaalde daarvoor haar prijs. Om het hart van de grote
massa te veroveren, moest het christendom essentiële delen van
de oude geloven adopteren. Eén historicus zei het als volgt:
‘De verslagenen schreven de wetten voor aan de overwinnaars.’
Het Saturnusfeest werd voor een belangrijk deel door de eerste christenen
overgenomen, aangepast aan christelijke doeleinden en voorzien van christelijke
symboliek. De terugkeer van de zon bijvoorbeeld, als bevrijder van de
aarde uit de winterse kou, werd omgevormd tot de geboorte van Christus
als de verlosser van de wereld van haar zonden. De overgang, die bestond
uit het in zich opnemen van de bestaande religie, haar aanpassen aan
hun eigen gewoonten en er hun eigen naamkaartje aanhangen, was gemakkelijk
en praktisch.
Dat was ongeveer de manier waarop Christus in Kerstmis terechtkwam.
De heidenen werden ertoe gebracht aan Christus te denken als aan de
leven gevende zon en de warmte die deze de aarde schenkt. Uiteindelijk
besliste de kerk dat de geboortedag van Jezus op 25 december moest zijn
geweest, maar Jezus’ geboortedag werd door de eerste christenen
helemaal niet gevierd. Zijn dood en wederopstanding werden als veel
belangrijker beschouwd. Niemand had enig idee wanneer zijn geboorte
had plaatsgevonden, en omdat 25 december al werd gevierd als de geboortedag
van de zonnegod Mithras (de voornaamste rivaal van Christus wat de verering
door het volk betreft), was het voor de opkomende nieuwe religie niet
meer dan natuurlijk zijn geboortedag te gebruiken als de geboorte van
de nieuwe god. En zo gebeurde het dat de aloude feestdag veranderde
in de Mis van Christus – Kerstmis.
Wie was deze Christus? Hij was niet Jezus, want Jezus was een mens.
‘Christus’ was het Griekse woord voor wat de joden sinds
lang de Messias noemden, de ‘gezalfde’, de langverwachte
bevrijder die uit de hemel werd gezonden om de wereld van haar zonden
en leed te verlossen. Er waren al christussen vóór hem
geweest, vele, en onder verschillende namen, lang geleden.
Ongeveer 700 jaar vóór de tijd van Jezus leefde in Perzië
Zoroaster. Net als Jezus was Zoroaster een mens voor hij een god werd.
Na zijn dood ontstond het geloof dat hij uit een maagd was geboren en
dat zijn geboorte door profeten was voorspeld die hem ‘verlosser
noemden. Er ontstonden legenden dat Zoroaster als kind uit handen van
een jaloerse Perzische heerser werd gered, dat hij de wijze mannen had
verbaasd door zijn jeugdige wijsheid en dat hij wonderen had verricht.
De ene bijzonderheid na de andere, precies in het patroon van Jezus
die 700 jaar later verscheen. Mythen ontstaan geleidelijk rondom de
herinnering aan een geliefd religieus leider.
De tijd die werd vastgesteld als de geboortedag van Jezus bleek ook
de geboortedatum te zijn van Hercules (Heracles), de Griekse god-mens,
die uit een maagd was geboren. Het was ook de geboortetijd van Krishna,
de hindoe-god, in een grot uit een maagd geboren terwijl de herders
over hun kudden waakten, ongeveer 5000 jaar geleden; ook de ouders van
Krishna waren gevlucht voor een verdorven koning. Het was de geboortetijd
van Bacchus (Dionysus), geboren uit een maagd en door Zeus als kind
aangenomen. Ook was het de geboortetijd, omstreeks 25 december, van
Tammuz, de god van de Assyriërs en Babyloniërs, die uit een
maagd was geboren, evenals Attis, de frygische zonnegod.
Voor het geloof dat het mensenkind Jezus inderdaad op 25 december werd
geboren bestaan niet meer redenen dan om te geloven dat hij bijvoorbeeld
op 4 juli of met St. Michiel werd geboren. Maar de god-mens Christus,
geboren uit het verlangen van de mens naar een verlosser, was een totaal
ander wezen dan de mens Jezus. Christus was een verwachting, de hoop
op een verlosser, een hartsverlangen – en een verwachting kan
iedere dag worden geboren. Wat kon een geschikter tijdstip zijn dan
de winterzonnestilstand, de dag waarop grote aantallen mensen al de
komst vierden van de zonnegod, met zijn warmte en heerlijkheid, om de
wereld van kou en zonden te verlossen – vooral omdat de christenen
hoopten de heidenen ertoe te brengen de godsdienst van hun god te omhelzen?
Zo gebeurde het dat het dogma van de kribbe ontstond naast het kindeke
Jezus. Bijna alles wat bij ons Kerstfeest hoort is er vanuit de omringende
culturen aan toegevoegd. Oude geloofsopvattingen werden opgenomen en
van een nieuwe naam voorzien; gebruiken werden geleend en omgewerkt
om te voldoen aan de behoeften van een ander volk: het houtblok voor
het kerstvuur in de haard; het geloof in vrede en welbehagen; de altijd
groene boom met versieringen en geschenken eronder; de vriendelijke
sfeer en de feeststemming; de mistletoe boven de deur met zijn boodschap
van vruchtbaarheid. Al deze toevoegingen, zoals het dogma van de kribbe,
heeft men zich toegeëigend en door de eeuwen heen meegevoerd op
de feestelijke reis van de zon.
Die geloofsopvattingen en gebruiken die door de eeuwen heen aan de
behoeften van een volk voldoen houden stand. Wat het hart niet bevredigt,
raakt op de achtergrond en wordt vergeten; de eisen van het hart zijn
oppermachtig. In iedere eeuw beleven mensen vreugde aan die aspecten
van Kerstmis die tot hun hart spreken en negeren ze de rest. De menselijke
natuur heeft een sterke behoefte de hoopvolle kant te zien van het leven
dat zoveel wreedheid, zoveel schijn en leed kent.
Waar het bij Kerstmis om gaat is, dat het beste in onze menselijke
natuur wordt bevestigd tegenover het slechtste. Het is een menselijke
behoefte te geloven in goedheid en vriendelijkheid. Een wijs
gezegde van onze Quaker vrienden dat stand heeft gehouden, luidt: ‘Het
is beter één kaars aan te steken dan de duisternis te
vervloeken.’ Kerstmis vertegenwoordigt niet alleen de geboortedag
van Jezus of van Mithras, van Heracles, Krishna of Osiris – het
is de geboortedag van iedereen, symbolisch gezien. Het edelste
in de mens dat weerklank vindt in hetzelfde in de medemens – is
de werkelijkheid. We kunnen innerlijk het besluit nemen dat dat voor
ons niet omlaag zal worden gehaald of tot iets bovennatuurlijks zal
worden gemaakt, dat voor ons en onze kinderen het eenvoudige, mooie,
menselijke van Kerstmis zal voortleven.